Barl schreef: 18 mar 2019 00:18
Volgens Abrahamische consensus hadden Adam en Eva hun zondige natuur meteen al, en was
die de oorzaak van hun ongehoorzaamheid.
Volgens het Christendom heeft de mens een zondige natuur. Volgens het Judaisme heeft de mens deze niet, maar bezit slechts een neiging tot het goede (jetser haTov) & de neiging tot het kwade (jetser haRa), waarbij '
het kwade' eveneens een andere invulling heeft dan het Paulinische metafysische concept, en rechtstreeks verwijst naar lijden en rampspoed.
Mijn duiding van de Zondeval is dat alleen een god of bovenmens kan leven met de kennis dat goed en kwaad vooroordelen zijn.
Dat is waarom we een god bedacht hebben die voor deze menselijke indeling verantwoordelijk wordt gesteld & tevens een hallachisch systeem waar de mens de baas over is zonder recht tot tussenkomst door JHWH. De update is het steeds populairder wordende Judaisme 2.0 (met een voorname bijdrage van het Chassidisme): ''ejn 'od milvado'' (''Er bestaat niets buiten JHWH''), waarbij JHWH als het leven zelf beschouwd wordt (''JHWH'' verwijst in het Hebreeuws naar het werkwoord 'zijn') en ''elohiem'' ('kracht'/'macht') een onpersoonlijk fenomeen is (in het Hebreeuws wordt eveneens een geslacht gegeven aan onpersoonlijke zaken) en niet meer wordt gezien als een persoonlijke mannelijke god. Natuurlijk negeert die update veel van de oude letterlijke lezing, maar de ontsnappingsclausule stond reeds in de menselijke Torah: lo basjammajiem hie (de wet is niet in de hemel), wat erop neerkomt dat de invulling en interpretatie van de wet in menselijke handen is gegeven.
Wellicht de reden dat het Jodendom aanzienlijk beter verenigd blijft dan het gereformeerde Christendom, ligt waarschijnlijk in het feit dat de menselijke basis van de hallachah reeds gelegd en gecentraliseerd was. Het is niet JHWH die bepaalt hoe zaken omtrent de hallachah moeten worden opgevat, maar de Joden via stemming. Er staat in de Torah, Deuteronomium 30:12 ''
Lo baSjammajiem hie'' (''ze [de Torah] is niet in de hemelen''). Indien de meerderheid voor is, dan is dat de wet. JHWH kan klagen, maar de Torah geeft JHWH niet het recht te bepalen hoe de hallachah dient te worden opgevat. Ik meen ooit eerder een verhaaltje uit de Talmoed (Baba Metsia 59) naar voren te hebben gebracht waaruit dit heel goed blijkt. Rabbi Eli'ezer debatteerde over een interpretatie. Rabbi Elie'zer stond alleen tegenover Rabbi Akiva, Rabbi Jehosjoe'a, Rabbi Gamli'el, ... maar hij hield voet bij stuk: ''Indien mijn interpretatie correct is, laat deze boom zich dan verplaatsten'' -- en de boom verplaatste zich vele meters. Maar de Rabbis zeiden: ''een verplaatsende boom is geen argument''. Toen zei hij: ''indien mijn interpretatie correct is, laat dan deze rivier de andere kant op stromen'' -- en de rivier stroomde de andere kant op. Maar de Rabbis zeiden: ''een andersom stromende rivier bewijst niets''. Hij vervolgde boos: ''indien mijn interpretatie correct is, laat dan dit leerhuis instorten'' -- en de muren begonnen naar binnen te hellen boven de Rabbis. Maar de Rabbis zeiden: ''God, indien de Rabbijnen aan het debatteren zijn over de hallachah, dan heeft u daarin geen zeggenschap''. En de muren stopten met vallen. Uiteindelijk zei Rabbi Elie'zer: ''indien mijn interpretatie correct is, laat de hemel het dan zeggen!'' Een stem uit de hemel zei: ''Waarom debatteren jullie nog langer met Rabbi Elie'zer? Zien jullie niet dat Rabbi Elie'zer gelijk heeft?'' Waarop de Rabbis zeiden: ''
Lo baSjammajiem hie'' (ze [de Torah] is niet in de hemel).
Het verhaaltje heeft nog een staartje. De Talmoed zegt, dat toen Rabbi Akiva de profeet Elia tegenkwam, hij aan de profeet vroeg hoe JHWH deze gebeurtenis beoordeelde. Elia antwoordde: Hij lachte van blijdschap, roepend ''Mijn kinderen hebben me verslagen! Mijn kinderen hebben me verslagen!'' (Hier een kort kinderliedje over
Baba Metzia 59).
De god van het Christendom lijkt me eenvoudiger om te leggen dan die van het Judaisme, aangezien theïsme daarbij geen vereiste is en moraal uiteindelijk een menselijke verantwoordelijkheid is.
"[W]aarlijk, gij goeden en rechtvaardigen! Aan u is veel om te lachen en in 't bijzonder uw angst voor wat tot nu toe 'duivel' heette!'' (...)
Ook dat refereert aan het Christelijke perspectief. De duivel heeft nooit bestaan in het Judaisme. HaSatan is in de T'NaCH geen gevallen macht die tegen JHWH strijdt, maar een malach (boodschapper) van JHWH. Ten eerste kent de T'NaCH helemaal geen machtige Kwade Duivel die de strijd aanbindt tegen een almachtige God. Dat is een Christelijk & apocrief midrasjisch concept dat nergens in de T'NaCH terug valt te vinden.
Het was bijv. in Kronieken 21:1 haSatan die David aanspoorde een volkstelling te houden, terwijl het parallelboek Samuel 24:1 J-H-W-H als oorspronkelijke dader identificeert. Beiden, zowel JHWH als Satan, staan aan dezelfde kant. Satan (שָׂטָן) is een normaal Hebreeuws woord dat "tegenstander" betekent. Zie bijvoorbeeld Numeri 22:22: ''Maar JHWH ontstak in toorn omdat hij ging, en de engel van J-H-W-H plaatste zich op de weg als zijn tegenstander, terwijl hij op zijn ezelin reed, met zijn twee slaven bij zich''. Het Hebreeuwse woord dat in het bovenstaande citaat voor "tegenstander" wordt gehanteerd is: satan. Vandaar dat Jezus zijn geliefde discipel Petrus als 'satan' kon aanduiden. De vrouwelijke variant van het mannelijke
satan is שטנה (sitnah) wat ''beschuldiging'', ''aanklacht'', of ''twist'' betekent (zie bijv. Genesis 26:21: ''Hierop groeven zij een andere put, en ook daarover ontstond twist; waarom hij deze Sitnah noemde'').
Het boek van Job slaat eveneens de suggestie dat haSatan de gevallen tegenstander van JHWH zou zijn, aan gruzelementen, want weer staan beiden – JHWH en haSatan – onmiskenbaar aan dezelfde kant. Job zegt "
J-H-W-H heeft gegeven, J-H-W-H heeft genomen" (Job 1:21). Ondanks dat Satan degene was die handelde, zei Job niet "Satan heeft genomen". Vervolgens zegt Job tegen zijn vrouw: "
hebben wij het goede van God ontvangen, en zouden wij het kwade ook niet aannemen?" (Job 2:10). Weer weten we dat haSatan degene was die handelde, maar God wordt als de gever geïdentificeerd. In Job 19:21 wordt dit duidelijk door Job verwoord: "
want Gods hand heeft mij aangetast." Daarna komen Job's vrienden hem troosten vanwege "
al het kwaad, dat J-H-W-H over hem had laten komen" (Job 42:11). HaSatan is in de T'NaCH gewoon een engel die voor de ene JHWH werkt: nergens strijdt haSatan tegen JHWH, terwijl daarentegen JHWH aantoonbaar als bron wordt geïdentificeerd achter de acties van haSatan.
Maar, als gezegd, in het Christendom ligt dat anders. Het Christendom volgt het pseudepigrafische volksconcept dat tijdens de tweede Tempel werd ontwikkeld buiten de T'NaCH om, zoals in het boek jubileeën & het boek van Enoch.
(...)
Zo vreemd zijt gij het grootse met uw ziel, dat de bovenmens u angstaanjagend zou zijn in zijn goedheid! En gij wijzen en wetenden, gij zoudt voor de zonnebrand der wijsheid vluchten, waarin de bovenmens met lust zijn naaktheid baadt!"
—Zarathoestra, Van de mensenslimheid
Een meesterwerk van een fantastische schrijver, een groot denker en een zeer dapper mens die het aandurfde met beide benen op de grond te blijven staan tot de laatste snik. Hij was soms redelijk kritisch over de Joden en ook niet erg aardig over vrouwen. Het religieuze jodendom heeft volgens Nietzsche een beslissende en leidinggevende rol gespeeld bij het initiëren van de slavenopstand van de moraal. Klopt. En dat heeft geen windeieren gelegd. Maar natuurlijk is het allemaal een menselijk construct, hetgeen onderhand zo duidelijk is geworden dat meer dan de helft van de Joden gewoon atheïst is, waaronder ikzelf.