De week – of iets dat erop leek – was waarschijnlijk een van de eerste van deze maateenheden. Boorstin (de auteur van het boek waar ik alles heb gevonden) noemt de week: ‘De poort naar de wetenschap’.
Het woord ‘week’ stamt volgens de taalgeleerden van het Oud Hoog Germaanse woord ‘Wechsel’, dat ‘wissel’ of ‘verandering’ betekent. De week is geen Westerse uitvinding en even min is het overal en altijd een periode van 7 dagen geweest. Wereldwijd hebben tenminste 15 verschillende weken bestaan, variërend van 5 tot 10 dagen en die in allerhande afwisseling.
De mens heeft een blijkbaar altijd een geweldige behoefte gehad om te ‘spelen’ met de tijd en er meer van te maken dan de natuur zelf had gedaan.
Onze Westerse week van 7 dagen - toch een willekeurig getal - kwam tot stand na een spontaan, gezamenlijk genomen besluit en niet door een wet van een of ander werelds of religieus gezag. ‘Men’ vond het algemeen een goed idee. Maar… waarom 7?
Het getal 7 heeft overal en altijd een zekere aantrekkingskracht gehad. De Japanners kenden 7 vreugdegoden, Rome was gebouwd op 7 heuvels, er waren 7 ‘wereldwonderen’, de Middeleeuwen kenden de 7 hoofdzonden, de RK kerk kent 7 sacramenten, zeven is het ‘geluksgetal’ en: ‘Heb je wel gehoord van de zie, za, zeven, heb je wel gehoord van de zevensprong’?
Tik in de concordantie maar eens het zoekwoord ‘zeven’: 436 plaatsen!!! (zwaard: 434, zonde: 335)
Het idee van de Sabbath, door de Joden naar Rome meegebracht, heeft ongetwijfeld ook invloed gehad. Ex.20, 8-11: Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; [dan] zult gij geen werk doen. Elke week werden Gods scheppingswerk en de verlossing uit de slavernij in Egypte ‘herdacht’.
Er waren ook minder ‘theologische’ krachten in het spel, zoals de menselijke behoefde aan rust en recreatie.
Het woord Sabbath zal wel afkomstig zijn van het Babylonische Sabattu. De Babyloniërs kenden een 7de, 14de, 19de, 21ste en 28ste dag, waarop hun koning bepaalde activiteiten diende na te laten. Dat waren dus 5 Sabattu’s per maand.
In de derde eeuw was de zevendaagse week binnen het hele Romeinse Rijk aangenomen. Elke dag was toegewijd aan een van de zeven planeten. Omdat de aarde nog steeds in het centrum stond, deed die niet mee, dus: zon, maan, Mars, Mercurius, Jupiter, Venus en Saturnus. Elk van deze planeten beïnvloedde op zijn dag en op zijn manier de ‘aard’ van het eerste uur van de dag.
Bij de Romeinen was ‘Saturnusdag’ een behekste dag, waarop je beter geen zaak, oorlog of reis kon beginnen. Tacitus schreef: ‘Van de zeven sterren, die de menselijke zaken regelen, heeft Saturnus de hoogste baan en de grootste macht’.
De Joden mochten op Sabbath niet werken, geen zaken doen etc. en dat ‘fitte’ prima met het Romeinse idee van Staturnusdag als ongeluksdag. Die deden dan ook ‘spontaan’ mee.
Voor de aardigheid probeer ik (hopend dat het lukt) in verschillende talen de namen van de dagen onder elkaar te zetten:
Nederlands......Engels...........Frans..........Italiaans......Spaans........Planeet
zondag............sunday..........dimanche....domenica.....domingo......zon (sol)
maandag.........monday.........lundi...........lunedi...........lunes...........maan (luna)
dinsdag...........tuesday.........mardi..........martedi.........martes........Mars
woensdag.......wednesday....mercredi.....mercoledi......miércoles....Mercurius
donderdag.......thursday.......jeudi............giovedi........jueves.........Jupiter
vrijdag.............friday............vendredi......venerdi........viernes........Venus
zaterdag.........saturday........samedi.........sabato........sábado........Saturnus (was een hele klus!)
Sommige groepen hebben gestalte gegeven aan hun afkeer van ‘afgoderij’ door de dagen van de week geen ‘heidense’ godennaam maar een rangnummer te geven: 1ste dag, 2de dag etc. Zo doen de Quakers en ook in het moderne Israël is dat het geval.
Een wat onverwacht voorbeeld van de invloed der planeten is de christelijke overstap van Sabbath (Staturnusdag) naar zondag (dag van de zon). Toen het christendom vaste voet kreeg in het Romeinse Rijk, maakten de kerkvaders zich zorgen over de invloed van de heidense goden (in de planetennamen). De Oosterse Kerk loste het probleem op door zowel in het Russisch als in het Grieks de planetennamen af te schaffen.
De westerse kerk wilde niet graag zo drastisch optreden en paste het geloof en de (bij)gelovigheden aan de eigen inzichten aan.
De rest van het verhaal hoe overal ter wereld ‘geknutseld’ is met de ‘week’ laat ik maar voor wat het is. Het zal nu wel duidelijk zijn dát er geknutseld is.
Groeten.
Fons.