Etymologie, de wetenschap van het veranderen van woorden en verwantschap tussen talen, is een hobby van mij. Het is één van de manieren waarop ik nieuwe talen leer, want de schoolse methoden van vroeger daar begreep ik meestal weinig van. Etymologie is wel leuk en sommige dingen leer je niet op een school
De connotatieverwisseling van het woord 'neuken' is bijvoorbeeld erg interessant. Lang geleden betekende het 'rammen', 'gooien' of 'stoten'. Het woord 'kut' betekende ooit gewoon gat. 'Kut' en 'kont' zijn etymologisch aan elkaar verwant. We zien dit ook terug in het Engelse 'cunt' en het Franse 'con', maar óók het Engelse 'cut' (snede). Iets in een gat gooien; hoe zal dat vroeger geklonken hebben?
In de 17e eeuw was een lul een kannetje waar een pijpje aan was bevestigd waar je uit kon drinken; een zogenaamde 'pijpkan'. In die goeie ouwe tijd was 'uyt een lul suyghen' dus iets heel gewoons. Nu ook nog natuurlijk, maar daar praten we niet over
'Bruid', is een heel interessant woord. 'Bruid' is verwant aan 'breidelen', en dit betekent 'intomen', 'beteugelen' (denk aan het Engelse 'bridle'). De bruidegom is 'de man van de bruid', (-gom is verwant aan het Franse 'homme', of 'homo' in het Latijn). Veel tradities die met het huwelijk te maken hebben, zoals de vader die de bruid naar het altaar leidt, en de vrouw die de achternaam van haar echtgenoot aanneemt verwijzen nog naar de tijd waarin de vrouw het eigendom was van haar man. De vrouwen die in deze tijd meedoen aan deze tradities geven dus eigenlijk symbolisch de teugels uit handen.
Connotatieverwisseling kan ook de andere kant opgaan. 'Hoer' is een pejoratief; het heeft nu een negatieve connotatie. In het Indo-Europees, een taal die niet meer bestaat maar waar de meeste Europese talen van afstammen, was het afgeleid van een woord dat 'liefhebben' of 'beminnen' betekende. We zouden dit edele woord dus zonder scrupules weer in ere kunnen herstellen voor onze geliefde bruiden.