Het oorspronkelijke citaat komt uit de T'NaCH, waar de hele context verraadt dat naaste niet de medemens is, maar de volksgenoot, de בני עמך (= zonen van je volk), de אחיך (= je bloedbroeder, je broer) & רעך (je buur). Dit staat er letterlijk in Leviticus 19:17-18: ''Haat je bloedbroeder niet in je hart, maar berisp hem zonder de fouten te negeren; wreek je niet en koester geen woede tegen de kinderen je volk maar heb je buur lief zoals jezelf''.RobbertVeen schreef: ↑03 aug 2018 10:14Als er iets is waaraan gelovigen tegen alles in willen vasthouden dan is dat de waarde van het gebod van de naastenliefde.
Liefde is geen concept dat we moeten doorgronden & leren beheersen, maar een natuurlijk fenomeen dat zich aandient bij een gezond empathisch mens. En net zoals een munt twee zijden heeft, komt ook de liefde met z'n natuurlijke tegenhanger. Je kunt het bestaan niet omarmen door slechts de helft te accepteren: liefde maar geen haat, vrede maar geen strijd, geluk maar geen verdriet -- integendeel: voor alles is een tijd.
Een heilig “Gij” - zoals ook Buber het definieert - is feitelijk een metaforisch gegeven dat in werkelijkheid niet bestaat. ''Jij'' bestaat nergens, niemand is ''jij'' -- overal waar je de ander ontmoet, tref je ''ik'' aan. ''Ik'' achter de ogen van de ander te ontwaren, de ander als jezelf tegenkomen is ahavah, liefde.Het is de onderwerping aan een heilig “Gij”, het is het poneren van een leugenachtige waarde, een fictie, een verzinsel om aansluiting te houden bij samenleving