Dus de hallucinaties zijn een noodzakelijke voorwaarde voor religie volgens jou, maar geen voldoende voorwaarde. Dat is helder. Maar is het daarmee de basis? Ik haal uit deze stelling niet of het ook voldoende voorwaarde is. Die vraag laat ik aan jou over om over na te denken en een genuanceerde afweging in te maken.Mariakat schreef:Het is duidelijk, dat religies die hierop zijn gebaseerd, niet als zodanig zouden bestaan als de hallucinatie niet zou bestaan.
Daarbij wil ik ook onder de aandacht brengen of het praktisch is het fenomeen religie enkel vanuit het brein van de hallucinant, of de verslagleggers te beschrijven. Missen we dan niet een belangrijk deel van de ontwikkeling? Is het bijvoorbeeld, als we het bij het biologische (dus ook biochemische / biofysische) paradigma houden, niet ook belangrijk wat het brein van de tegenstanders deed? Of wat het brein van de bekeerlingen deed? En is het biologische paradigma los te zien van bijvoorbeeld sociologische, of breder psychologische paradigma's? Of hebben deze beschrijvingsniveaus een interactie met elkaar?
Voor het christendom zijn hallucinaties (aangenomen dat ze aannemelijkerwijs hallucinaties waren) noodzakelijke voorwaarden om zich te vormen volgens jou. Is het daarmee de / een basis of onderdeel van de basis? Mogelijk is de specificatie voor het christendom hier al een belangrijke factor in, in een veranderd antwoord op die vraag. Maar dan nog is de vraag of het beschrijvingsniveau van de hallucinatie, los gezien kan worden van andere beschrijvingsniveaus uit verschillende onderzoekbare paradigma's. Het is mijn conclusie dat als je dat gaat doen, het beschrijvingsniveau / paradigma een paradox dreigt te worden, zeker als je het gaat beschrijven als "basis", zonder de verdere hierarchie weer te geven en te onderbouwen.Duidelijk is dat veel van de inhoudelijkheid van religies en niet het minst het christendom zich heeft ontwikkeld aan de hand van dit soort belevingen.
@Allen
1. Het woord basis geeft een zekere hierarchie aan, stellen dat zonder bepaalde geschriften het christendom anders was geweest, doet mij afvragen of het begrip christendom, laat staan het begrip religie niet te breed is om met zo'n paradigma te beschrijven. Het is natuurlijk niet zo dat alle hierarchische waarderingen / (cor)relaties in modelvorm weergegeven moeten worden, maar andere mogelijke / waarschijnlijke hierarchische niveaus dienen wel weergegeven te worden, of op zijn minst in overweging genomen worden. Anders zou het immers niet de basis zijn maar "alles".
Gegeven alternatief: Of is misschien "veul meer, of zelfs alles" basis aan religie. In een interactie-dominante benadering zou je dat evenwel kunnen betogen.(ik wil daar in een later stadium best voor pleiten, maar dat staat niet het hoogst op mijn prioriteiten lijst, eerst wil ik ingaan op redeneringen)
2. Interpretatie: Basis is een aanduiding voor noodzakelijke (niet voldoende) voorwaarde binnen een causale relatie.
Aangenomen dat causaliteit betekent dat iets niet kan bestaan voor zijn / haar oorzaak, is de ontwikkeling in de tijd een belangrijke factor om in kaart te brengen. Dan nog bestaat er natuurlijk altijd een risico op een post-hoc-ergo-propter-hoc redenatie (heb ik al eerder betoogd). Indien de associatie in de tijd niet onderzocht of beschreven kan worden, wordt de kans op redeneerfouten alleen maar groter (grote afhankelijkheid van sum-hoc-ergo-propter-hoc redeneringen). Maar goed: als iets er eerder was, kan het dus nog altijd zo zijn dat dit toeval was en er geen causale relatie is tussen beide (post-hoc-ergo-propter-hoc drogreden).
Nu lopen we dus al tegen een probleem op. Was er eerder de omgeving (of context), of eerder de verklaring / associatie in de hallucinatie / psyche? Stelling: ALS er causaliteit is dan moet de oorzaak er eerder geweest zijn dan de interpretatie van die oorzaak. Het toeschrijven van materie aan god, vereist 1. materie voor de toewijzing 2. materiele eigenschappen die de toewijzing mogelijk maken (het brein). Onbegrepen ervaringen worden geinterpreteerd door bekende fenomenen te generaliseren (patroonherkenning: ik hoor stemmen, dus er zal wel iemand gesproken hebben, ik zag niemand, dus het moet wel iemand geweest zijn die ik niet kon zien).
Religie: Het is lastig de eerste oorzaak van de religieuze context te achterhalen, daarover zijn geen toetsbare middelen bekend om de mate van hallucinatie aan te geven.
Christendom: De hallucinaties toewijden aan een goddelijkheid is niet mogelijk geweest zonder de perceptie dat in "de omgeving (lees context!) al een goddelijkheid zweefde".
Problemstelling punt 2: Er is niet duidelijk of hallucinaties noodzakelijke voorwaarden zijn om de ervaring aan goden toe te schrijven.
Empirie: Mensen schrijven toevalligheden aan zaken toe die er geen relatie mee hebben, zonder last te hebben van hallucinaties.
Empirie: Mensen schrijven ervaringen die niet hallucinaties zijn toe aan goden (mooie bomen, rust, etc.), geesten, etc.
Empirie: Er zijn mensen die hallucinaties van zichzelf toeschrijven aan goden.
Empirie: Er zijn mensen die hallucinaties van zichzelf toeschrijven aan goden en hiermee anderen proberen te overtuigen
Empirie: Er zijn mensen die hallucinaties van anderen toeschrijven aan goden
Empirie: Er zijn mensen die hallucinaties van anderen toeschrijven aan goden en hiermee anderen proberen aan te tonen
Empirie: Niet ieder waanidee is een hallucinatie.
Empirie: Niet iedere hallucinatie wordt een waanidee (ik heb ooit na een maximale duurlooptraining op een warme vermoeiende dag bizarre koeien gezien, nu geloof ik niet in die rare koeien, niet iedere LSD gebruiker blijft denken dat hij formule 1 coureur is).
Zekere conclusies: Hallucinaties kunnen aan goden toegeschreven worden, maar het is geen voorwaarde voor religie, of het christendom in zijn algemeenheid (Volgt uit het feit dat ook ervaringen die niet-hallucinaties zijn aan dezelfde goden of geesten toegeschreven worden, en vaker dan met hallucinaties het geval is, zonder duidelijk onderscheidt in mechanisme. Hallucinaties kunnen dus ingewisseld worden voor niet-hallucinaties).
3. Zijn er waarnemingen beschreven in het christenlijke geloof die hallucinaties zijn?
Om het kort te houden mogelijk. Diverse verklaringen zijn hiervoor mogelijk. Of die hallucinaties de basis zijn voor het christendom, dat is lastig, vanwege eerder genoemde problemen met de begrippen: "Basis" "Christendom / christenlijk geloof", etc. Maar ook, indien er een interactie is tussen verschillende factoren is het nog de vraag of je kunt spreken van "basis" (premisse: voorwaarde van dat er een basis is, is dat er een niet-basis is). Ik zou om redenen pleiten voor een interactie tussen de gelovige, de profeet, de (sociale) context, etc. En dus het woord basis vermijden, als het om een genuanceerd beeld gaat van religie.
Het betoog dat er hallucinaties in de bijbel staan, laat ik even voor wat het is. Dat deze hallucinaties iets kunnen creeeren, zonder de gemiddelde materiele omgeving, lijkt mij een overblijfsel uit het dualisme. Dat niet iedere hallucinatie evenveel kracht heeft, dat is natuurlijk zo, als het gaat om het bepalen van de historie van deze wereld. Ik zie hallucinaties zoals de steen in de stromende rivier, die de stromende rivier volgens mij wel bepaald, maar zeer marginaal. "Cogito ergo sum" (=dualisme) gaat minder op, want die steen in een rivier gooien die niet stroomt (of droog ligt) zal geen effect hebben op de stroming. De steen niet in het water gooien heeft dus net zoveel effect op de stroming van die rivier, als de steen gooien in die rivier als deze niet stroomt. Of die steen na het erin gooien dus de basis is voor de stroming, als je dat zo wilt zien, kun je dat betogen. Maar of je met die steen alle stromingsvariabelen wilt verklaren (wat toch mijn idee is bij het woord basis, dan zou ik meer kiezen voor een basisaspect, ofzo) dat vind ik nogal een claim.windsurfer schreef: Uiteraard, maar de mens is wel altijd een niveau dat je mee moet nemen. Dat wat zich onderscheid is inderdaad in die sociaal- ecologische context, die kleuring geeft aan hoe de betekenisverlening uitpakt. Maar ik stel dus dat er hieraan vooraf iets in het brein niet goed is gegaan bij de mens die ik beschreef.
Groet,
Bob
