Waar de zon dan was? Goede vraag. Onder de aarde door naar de andere kant als waar hij was verdwenen. Als de zon onder de aarde stond kon je hem niet zien. Dan kon je niets zien trouwens. Als hij er wel stond kon je er beter niet in kijken want dan was je voor een poosje verblind en zag je weinig.
Met de maan was het heel anders. Die kwam elke nacht, niet altijd meteen als het donker was geworden en een enkele keer kwam ze helemaal niet. Op 02.01.2004 stond ze er zelfs ‘overdag’!
Maar.. er was iets heel bijzonders: de maan veranderde voortdurend van gedaante en dat deed de zon niet! (Je moet wel de kunst verstaan om je over de meest 'normale' dingen te kunnen verwonderen!!!)
Eerst was de maan helemaal rond, dan ging er aan de rechterkant steeds meer af tot zij helemaal donker was en dan begon hij weer van de rechterkant groter te worden tot zij weer vol was enzovoort.
Vragen: Hoe kwam dat? Waarom was dat? Wat betekende dat? Grootste vraag: Wie zat daar achter, wie deed dat? Geen mens zoals jij of ik. Wie dan wél? Een… god! Vanwege de veranderlijkheid: een godin! (Grapje!!!)
En van de meest noordelijke plaats op deze aarde waar mensen woonden tot de meest zuidelijke plaats werd de nieuwe maan verwelkomd. Het was een tijd van zingen en bidden, van eten en drinken. Maan en feest, dat ging hand in hand.
Eskimo’s richtten uitbundigheden aan, hun tovenaars vertoonden hun kunsten, ze doofden hun lampen en ruilden onderling hun vrouwen.
Afrikaanse Bosjesmannen zongen een gebed: “Heil aan de jonge maan”. In het licht van de volle maan wilde iedereen dansen.
En de maan bezat vele krachten. De oude Germanen, zoals Tacitus beschreef, hielden hun vergaderingen bij nieuwe of volle maan omdat die momenten het meest geschikt waren om zaken te doen.
En in welke cultuur je ook gaat kijken, nergens heeft de maan een onopvallend bestaan geleid.
En intussen zitten we met deze verhalen alweer vele duizenden jaren na de eerste mens. Toen waren er immers nog geen Eskimo’s, Bosjesmannen, Germanen en… noem maar op! Dus... terug naar het begin!
Van de taalhistorici, beoefenaars van de linguïstiek (een wetenschap die aan het einde van de 19de eeuw ontstond en in de 20ste eeuw tot een grote bloei kwam) heb ik begrepen dat het woord ‘maan’ (‘moon’, ‘Monat’) zijn wortel heeft in de stam ‘me’ en langs die weg verbonden is met het woord ‘meten’ (‘maat’, ‘meter’, ‘Masz’, ‘measure’).
We weten niet welke naam de primitieve mens aan de maan gaf maar hij is op de duur (na hoeveel jaren/eeuwen?) wel de maan en haar gedaanten als een eerste ‘maatstaf’ gaan gebruiken voor het meten van wat wij ‘tijd’ noemen.
‘Maan’ kreeg zo een tweede betekenis, die bij ons het woord ‘maanD’ heeft. En die tijdspanne kende vier onderdelen, vier gezichten: rechterhelft van de maan verlicht: ‘eerste kwart(ier)’, hele maan verlicht: ‘twee kwarten(ieren), linkerhelft verlicht: ‘laatste kwart(ier)’, eventjes helemaal donker en dan begon het weer van vooraf aan..
Wij zeggen tegenwoordig: eerste kwartier, volle maan, laatste kwartier en nieuwe maan.
En nu vooral niet vergeten dat de eerste mensen er geen flauwe notie van hadden dat de maan een bol was, die in een ellipsvormige baan om de aarde draaide.
De maan zelf draait zó langzaam (één volledige draai kost 27,321661 dagen) dat altijd dezelfde zijde naar ons is toegekeerd. Voor die eerste mensen draaide zij dus niet.
De maan doorloopt bovendien een elliptische baan en de aarde staat in één van de brandpunten. De maan is dus soms dichterbij (en groter?) dan op andere tijden.
Ook niet vergeten dat men niet wist dat de maan alleen ‘leek’ op te komen en ‘leek’ onder te gaan. De oorzaak van dit verschijnsel is immers het draaien van de aarde.
Kortom: de maan was één en al mysterie en er werd van alles over dat hemellichaam gedacht en beweerd.
Ondanks of omdat de maan een gemakkelijke manier was om de tijd te meten bleek de maan toch een valkuil te zijn. De gestalten van de maan waren dan wel wereldwijd te zien maar ze boden weinig ‘praktische’ hulp. Wat eerst de jagers en later de landbouwers veel meer nodig hadden was een kalender van de 'seizoenen', een manier om te kunnen voorzien wanneer de regentijd zou komen, wanneer het zomer en wanneer het winter zou zijn, wanneer hun prooidieren zouden wegtrekken of weer terugkomen, jongen krijgen en eieren leggen etc
Het eerste dat de primitieve mens ontdekte was dat de menstruatiecyclus van de vrouw ‘1 maan’ duurde en wat later (hoeveel later?) ontdekte hij dat een zwangerschap ’10 manen’ duurde.
En nu is het de vraag: hoe kom je van ‘1 maan’ = ‘28 zonnen’ naar ‘1 jaar’ = ongeveer 365 ¼ ‘zonnen’? Zo lang duurt een jaar immers.
Maar daarover een volgende keer.
Groeten.
Fons.