Beste Peter,
Dank voor je uitgebreide reactie. Het is waar dat ik met mijn verhaal over natuurwetenschap en materie niet direct inga op jouw vraag. Het is overigens wel zo dat ik moderne natuurwetenschap beschouw als een vorm van filosofie, namelijk een filosofie die in hoge mate zelfstandig is en die geen (expliciet) beroep hoeft te doen op andere filosofie of op een confrontatie daarmee.
Het perspectief dat jij lijkt te kiezen is echter dat van een bijzondere natuurwetenschap, namelijk dat van de evolutie-theorie. Binnen die theorie worden zowel fysieke als mentale processen begrepen onder het aspect van hun 'geschiktheid' om door de natuur te worden 'uit-geselecteerd'.
Peter van Velzen schreef:
Misschien ben ik geen echter fysicalist, want “Alle gedrag die het lichaam toont en alle ondervindingen die het lichaam ondergaat zijn volgens het fysicalisme te verklaren als effect van hersenactiviteit, zonder tussenkomst van enig 'ingrijpen' dat niet natuurwetenschappelijk kan worden geformuleerd als herleidbaar tot hersenactiviteit.”
Dat vindt ik – letterlijk genomen – onzin. Een orkaan kan natuurwetenschappelijk niet worden geformuleerd als herleidbaar tot hersenactiviteit, maar ze zal duidelijk effect hebben op het gedrag en de ondervindingen die het lichaam ondergaat. Ik veronderstel dus dat je iets anders bedoeld en hoop dat je dat nog zult uitleggen.
Wat ik stel is slechts dat alles dat men “Idee”, “mentaal”, “geestelijk”, of “spiritueel” noemt kan worden opgevat als de werking van fermionen en bosenen, met als enig verschil dat het om die fermionen en bosonen gaat, die de werking van de hersenen veroorzaken.
Het bewustzijn dat voor onze waarnemingen en handelingen kenmerkend is, heeft in mijn idee zeker een grote meerwaarde. Maar vooral in zaken waarvoor het bedoeld is. Het hanteren va nsymbolen (Merlin Donald), het praten (Daniël Dennet) en natuulijk ook het luisteren (maar daar zijn we minder goed in). Het is een zeerv interessant onderwerp, maar het probleem is dat bij symbolen (woorden) de fysieke vorm niet alles bepalend is voor het nut ervan (al is “gaaf” meestal te prefereren boven “supercalifragilisticexpialidocious” )
Nog erger is het gesteld met de hersentoestanden die bij gedachtes horen. Mogelijkerwijs vbersut hetzelfde idee in jouw hersenen op een totaal andere toestand van totaal andere neuronen dan exact hetzelfde idee(even veronderstellend dat wij dat zouden kunnen hebben) in mijn hersenen.
Mentalisme.
Wederom is het mij om het even of je het woord mentaal, geestelijk, psychisch., spiritueel of ideeëel gebruikt.
Ik ben het met je eens dat je niet al te veel moeite moet doen op het eerste persoonsperspectief (wat een moeilijk woord om in te tikken!) niet consistent moet betrekken op een derde persoonsperspectief. Het nut van het eerste persoonsperspectief ligt van nature in het tweede persoonsperspectief. De mogelijkheid om de gedachten van een ander te volgen. Objectiveren is een vrij recente gewoonte waartoe de meeste mensen maar amper in staat zijn.
Ik vermoed dat wij het bewustzijn niet direct tot doel heeft het lichamelijk voortbeataan veilig te stellen, maar dat het dat wel met een omweg doet. Die omweg is de onderlinge samenwerking tussen indviduen. Met Dennet vermoedt ik dat het individuele denken, er wel een gevolg van is, maar niet de drijvende kracht erachter. Het is dee grotere ov erlevingskans van de samenwerkende individuen die – denk ik - de motor is geweest achter de ontwikkeling van het bewuste denken.
Ethiek speelt in dit geheel de rol van motivator tot samenwerking. Ethische ideeën leiden doorgaans tot betere samenwerking dan zuiver egoistische.
De symbolen die wij hanteren om onze samewerking te bevorderen, kunnen al of neit enige overeenkomst hebben met de werkelijkheid die we ermee aanduiden. Het is vaak handig om – zoals een Thai – een dier dat miauwt “meeuw” te noemen, maar nodig is het niet. Kat of poes werkt ook, zolang je elkaar maar verstaat. Het perspectief van de tweede persoon is maar waar het om gaat.
-Mijn formulering van het fysicalisme was inderdaad ongelukkig. Wat ik bedoelde te zeggen is dat zowel de hersenactiviteit als het gedrag waartoe dit leidt, als ook datgene wat zintuiglijk wordt ondervonden door dezelfde wetenschap en met dezelfde beginselen wordt beschouwd, beschreven en verklaard. Er kan niet iets van buiten het natuurlijk systeem in ingrijpen (een vrije wil of een inspiratie). Daarmee is het gedrag nooit te verklaren als
vrije handeling of is een waarneming nooit te verklaren als een schoonheidsoordeel waarin ik een subjectieve aanspraak maak op de algemeen-geldigheid van mijn beleving dat de
Kunst der Fuge van Bach mooi
is.
-Ook in evolutionistisch perspectief is het schoonheidsoordeel niet te verantwoorden, zelfs niet "via een omweg" waarlangs het mijn voortbestaan of dat van mijn soort veilig stelt. Schoonheid is niet te herleiden tot een werking in een fysiek systeem. Het schoonheidsoordeel vooronderstelt weliswaar hersenactiviteit, maar is op geen enkele manier ermee identiek. De zin ervan is gelegen in iets anders dan iets wat voorwerp kan zijn van moderne wetenschap, anders dus dan bij voorbeeld 'fitness'. Volgens mij misken je de kunst wanneer je die in functie begrijpt van iets anders, of dit functie-begrip nu materialistisch is in termen van de evolutionaire waarde of idealistisch als gestalte van iets waarin een religie zich uitdrukt. Of als je het toch zo wil begrijpen dan zal het inderdaad
systematisch moeten, zodat recht wordt gedaan aan de eigen zin. Zo heeft Hegel
het gehele systeem van werkelijkheid begrepen, waarvan natuur, kunst en religie enkele structuurmomenten zijn (maar voor dat systeem-inzicht volstaat het modern wetenschappelijk perspectief niet meer, hiervoor is dialectisch denken nodig).
Overigens kan het wel! Je kan een muziekstuk verklaren als langs een omweg van nut voor je overlevingskansen. Maar een mogelijkheid is niet vanzelf de enige of de enig-juiste mogelijkheid... Mensen doen altijd meer dan overleven, ze leven! En in dat leven is heel wat zinvol dat niet herleidbaar is tot een functie voor het overleven. De eigenlijke functie van de natuur is volgens mij juist een ondergeschikte aan de zin van allerlei cultuur (ons overleven is een
voorwaarde (let op de woordspeling) voor realisatie van hogere waarden, bij voorbeeld mijn zelfontplooiing tot wat ik als individu meer ben dan als natuurwetenschappelijk objectiveerbaar wezen.
Waar ik mij het minst in kan vinden in jouw betoog is het volgende citaat daaruit:
"Wat ik stel is slechts dat alles dat men “Idee”, “mentaal”, “geestelijk”, of “spiritueel” noemt kan worden opgevat als de werking van fermionen en bosenen, met als enig verschil dat het om die fermionen en bosonen gaat, die de werking van de hersenen veroorzaken."
-Ik snap de zin allereerst niet helemaal. Waartussen ligt het verschil dat je wil aangegeven? -Maar los van die vraag, begrijp ik dat je toch, hoe dan ook, het geestelijke wil herleiden tot hersenactiviteit. Maar wij denken helemaal niet met onze hersenen. Eerder denken wij in en met taal, of: in of met verbeelding. We laten ons aanspreken door anderen, onze gesprekspartners hebben hun uitwerking op ons denken, hersentoestanden of wisselingen daarin
niet. Ze kunnen wel aanwijsbaar samengaan met die uitwerking, maar samengaan betekent geen identiteit.
Het is precies om deze stelling dat ik je denken in verband breng met wat onder filosofen bekend staat onder 'mentalisme'. Je houdt vast aan een eigen betekenis en bestaan van het geestelijke, maar niet zonder het op een of andere manier te reduceren tot fysieke processen. Dit is inderdaad iets anders dan het te functionaliseren in termen van evolutie, dat je ook doet en waar het je vooral om gaat, maar principieel is het verschil niet groot, hoewel ik het evolutionisme belangwekkender vind omdat het dichter komt bij een uitleg van wat voor ons relevant is. We herkennen 'aanpassing' beter in ons leven dan het exclusieprincipe.
Hiermee kom ik op de vraag wat voor ons fundamenteel moet zijn. Moderne natuurwetenschap levert allerlei 'fundamentele' verklaringsmodellen. We moeten echter niet vergeten dat ze
fundamenteel zijn met betrekking tot de natuur en niet met betrekking tot onszelf (en ons bewustzijn). Heidegger heeft fenomenologisch beschreven hoe we allereerst en meestal betrokken zijn op de dingen binnen onze praktijken, waarin we ze laten funktioneren als onze werktuigen. Pas wanneer ze stuk zijn, gaan ze ons opvallen als dingen en nemen we ze voorhanden, om ze te repareren. In derde instantie kunnen we wat voorhanden is objectiveren, als beantwoordend aan bepaalde natuurwetten. Op die wijze kunnen we ze in relatie tot de natuur verbeteren of vervangen door andere middelen... Maar ondertussen raken we steeds verder verwijderd van hun oorspronkelijke functie, namelijk hun betekenis in de zorg voor onszelf. Die zorg is het fundamentele aan de dingen. De taal waarin we ons op die zorg bezinnen en waarin we die met elkaar bespreken is daarom ook fundamenteler dan enige natuurwetenschappelijke taal, ook die van de evolutietheorie... Daarbij moet worden opgemerkt dat Heidegger de zorg voor jezelf anders begreep dan in termen van de evolutie, om misverstanden te vermijden... Trouwens in mijn ogen vatte hij die zorg nog veel te beperkt op, alsof een timmerman de voorbeeldige mens bij uitstek zou zijn en niet bijvoorbeeld ook de genietende mens die genoegen schept in het behaaglijke (maar dat voert tot een andere discussie).
In dit verband acht ik de interpreterende menswetenschappen van groter, fundamenteler belang dan alle natuurwetenschappen, omdat deze zich meer met de zin van ons bestaan bezig houden en niet slechts met de natuurlijke factoren van ons bestaan. ...En uiteindelijk is ook de reflectie op de natuurwetenschap zelf een menswetenschap...
...Je zal er misschien niet van houden. Maar ik neem een vraag soms graag als aanleiding om een betoog te houden waarin het antwoord slechts een passage vormt of zelfs helemaal niet (direct) wordt gegeven...