Dit vers bevat belangrijke informatie voor diegenen die niet geloven in een leven na de dood. Het vers begint met:Hij brengt de levenden uit de dood voort en Hij brengt de doden uit de levenden voort en Hij geeft de aarde leven na haar dood en evenzo zult gij worden voortgebracht.
(Koran 30:19)
Hij brengt de levenden uit de doden voort...
De meeste interpretaties hebben een metaforische betekenis aan dit vers toegeschreven. Zij benaderen dit vers door ongeloof met de dood te vergelijken en geloof met leven. Het is noodzakelijk om er bij te zeggen dat dit vers een wetenschappelijk en biologisch aspect heeft. We noemen nu een aantal biologische fenomenen, waarin leven uit de dood voortkomt:
Sommige organismen sterven direct, nadat ze hebben gebaard. Dit is het onvermijdelijke lot van de volgende diersoorten:
a). Een bepaalde soort paling reist van de Middelandse Zee naar zijn broedgebied in de Golf van Mexico en sterft voor het jong is uitgebroed. Het is net alsof de jong uit de dood is geboren. Het wonderbaarlijke punt is, dat de jonge palingen na hun geboorte naar het gebied reizen, waar hun moeders vandaan kwamen. De afstand die zij afleggen bedraagt tienduizenden kilometers.
b) Sommige soorten spinnen en vlinders sterven een paar seconden, voordat zij hun eieren leggen. Er bestaan ook spinnen, waarbij het wijfje gedurende de paring het mannetje doodt. Het zaad van het mannetje vloeit in het wijfje na zijn dood.
c) Bij mensen komt het voor dat baby's zelfs tot 24 uur na de dood van de moeder levend worden verlost.
Eén van de belangrijkste betekenissen, van het heilige vers, is het verrijzen van organismen uit dode aarde. Het verrijzen van leven gebaseerd op DNA moleculen is werkelijk een goddelijk wonder. Het fenomeen dat vandaag de dag zelfs atheisten verbaast, is de samenstelling van het eerste levende DNA van de aarde, met name de wijze waarop de eerste levende organisme uit de levenloze aarde voortkomen. De wedergeboorte van een insekt of vlinder nadat het op de grond is gevallen, in bijvoorbeeld de vorm van een roos, is het ontstaan van leven uit de dood. De essentie van dit vers is een waar wonder voor degenen die biologie hebben gestudeerd; het stervende organisme schenkt al zijn moleculen aan de aarde en het Goddelijke geheim van 'de levenden' vervangt het door bijvoorbeeld een roos.
In feite heeft het tweede gedeelte van het vers dezelfde betekenis: een organisme ontleedt de moleculen van leven in zijn lichaam en laat deze dode structuren in de vorm van koolstofdioxide in de lucht los. Dit is, in een zekere zin, het voortbrengen van de dood uit het leven. Er kunnen geen organische overblijfselen bestaan in een lavastroom met een temperatuur die boven de 3000° Celsius uitkomt. Toch bestaan er ongekende vormen in lavagrotten die 1,5 a 2 meter in de lengte zijn die in deze kokende massa zijn gevormd.
Het voortkomen van leven uit water is ook een voorbeeld van het ontstaan van leven uit de dood.
De herhaalde uitspraken van Allah de Almachtige in de verzen van de Heilige Koran belichamen het ware antwoord van de wetenschap aan atheisten. Atheisten beweren dat 'het leven uit leven verrijst'. De bovengenoemde voorbeelden bewijzen dat zij er flink naast zitten.
De genetische codes die van elk organisme zijn vertegenwoordigd in al diens onderdelen zijn in zekere zin statisch, zelfs levenloos, zolang ze geen opdracht krijgen tot activiteit. Vele microben en virussen nemen, als ze geen water voor hun sporen en inwendige structuren kunnen vinden, een levenloze, dode vorm aan. Je kunt dit vergelijken met een bevroren kristal.
Bij de mens kan zich een soortgelijke situatie voordoen. Hoewel elke cel, bijvoorbeeld een huidcel de genetische code van een compleet mens bevat kunnen deze cellen geen mens voortbrengen. Dit komt doordat een gedeelte van de code ontbreekt. Dezelfde genetische boodschap wordt ons overgeleverd in het verhaal van de schepping van Eva. Veel mensen kunnen niet doorgronden waarom Eva uit de rib van Adam werd geschapen. Als Allah het had gewild had Hij in een oogwenk Eva, net zoals Adam, van klei gemaakt. Waarom schiep Hij Eva uit de rib van Adam?
Via de moderne wetenschap weten we nu dat de enige cellen die kunnen worden gekweekt zich in het beenmerg bevinden. Vandaag de dag kunnen deze cellen worden verwijderd en in een laboratorium worden gekweekt. Deze cellen kunnen alleen nieuw beenmergcellen voortbrengen. Maar als de gehele code ontcijferd zou kunnen worden, dan zou het lot van de mens kunnen worden opgeschreven. De schepping van Eva uit de rib (beenmerg) informeert ons over dit grote geheim van de biologie! Dus, één van de geheimen van de regel 'Hij brengt de levenden uit de doden voort...' is de schepping van Adam uit klei en Eva uit zijn rib.
De eerste gedachte die opkomt bij de zin 'Hij brengt de levenden uit de doden voort...' is de sterfelijkheid van levende wezens. We weten uit de biologie dat DNA moleculen kleine eenheden zijn die de levenskracht vertegenwoordigen. Zij reproduceren en overleven voor onbepaalde tijd Hun transformatie naar de dood, komt stand door de wil van Allah. Een ander aspect betreft het menselijke lichaam. Na de schepping in bet paradijs, was het lot van Adam niet aan tijd gebonden. Dus in tegenstelling tot wat veel mensen geloven, bezit bet lichaam wel onsterfelijkheid. Het beperkte tijdbestek werd pas ingesteld toen Allah de woorden "...daalt neer (uit het paradijs)" uitsprak. Dit is het belangrijke inzicht, dat wordt verkondigd in dit gedeelte van het vers aan degenen, die niet getoven in de wederopstanding en het eeuwige leven. Levenskracht is de manifestatie van de attributen (eigenschappen) van Allah als bron van bet leven en de essentie hiervan in continuiteit.
..Hij brengt de doden uit de levenden voort...
Een ander voorbeeld hiervan zijn de vele onverklaarbare sterfgevallen bij gezonde mensen, tefwijl zieken, die vitale levensfuncties hebben verloren, toch blijven doorleven.
..Hij geeft de aarde leven na haar dood...
Hier worden we geinformeerd dat de wederopstanding heel gemakkelijk te verwezenlijken is, dankzij de goddelijke almachtigheid en alwetendheid. De wederopstanding nadrukkelijk ontkennen, zelfs na alle bewijzen die dit vers presenteert, getuigt alleen van bet bewust negeren van biologische wetten. Allah is in staat, om bet geloof aan een dood hart te schenken. Zo kunnen levenden die symptomen van een geestelijke dood vertonen weer tot leven komen als ze de waarheid van hun Heer erkennen.
De dood in de islam betekent niet de totale dood van de mens maar een verandering van toestand en plaats. Deze verandering treedt op wanneer de ziel het lichaam verlaat. Volgens de Koran heeft de mens een ziel (nafs ) en een geest (ruh). Hoe dan ook de dood is een zeer belangrijk thema in de Koran. De mens kan alleen maar sterven met Gods toestemming. Er is een soort doodsengel die de ziel van de mens bij het sterven wegneemt. Bij ongelovigen helpen er nog andere engelen die veel harder te werk gaan. Maar de Moslim mag zichzelf echter niet doden en zelf de dood wensen is verwerpelijk. Met betrekking tot de begrafenis zijn er later door de traditie vele regels ontstaan. De stervende wordt neergelegd in de richting van Mekka en er wordt hem een geloofsbelijdenis ingefluisterd. Dit wordt gedaan omdat onmiddellijk na de begrafenis de doden worden bezocht door Munkar en Nakîr (twee zwarte engelen met blauwe ogen en grote hoektanden).
Wat gebeurt er nu tussen de dood en de opstanding ? Volgens de Koran is de tijdsduur zeer kort en over de toestand van de doden wordt er niets vermeld. Maar toch gaf 1 woord in de Koran aanleiding voor een Islamitische volksfantasie over een soort leven in het graf waarin van alles en nog wat gebeurt, een ‘tussenliggend leven’ van de doden in afwachting van de algemene opstanding. Het gaat om het woord barzakh (= versperring); het lichaam en de ziel van de dode krijgen een voorproefje van hun uiteindelijke bestemming, daarom kunnen ze horen en voelen. De toestand van de ziel en het lichaam in de barzakh bevat in de traditie vele verhalen. Het meest vertelde verhaal is dat de engelen de ziel van de gelovige meenemen naar de zevende hemel (=paradijs). Ze brengen het lichaam terug naar het graf, waarin een deur naar het paradijs wordt geopend, zodat de dode er naar kan kijken. De ziel van de ongelovige haalt niet eens de eerste hemel, want alle deuren in deze richting zijn gesloten. De engelen brengen de ziel terug naar het lichaam in het graf, waarin een deur naar de hel wordt geopend.
Voor de ondervraging in het graf gaan de zielen tijdelijk naar de lichamen. Munkar en Nakîr (zie hoger) ondervragen de dode over zijn geloof. Geven ze het verkeerde antwoord dan worden ze genadeloos geslagen en wordt het graf vernauwd zodat zijn ribben verbrijzelen. Dat allemaal als voorproef van de hel.
Geven ze het juiste antwoord dan wordt het graf wijd en helder licht gemaakt en verandert het in een tuin. Na de ondervraging verlaten de zielen de lichamen opnieuw.
Nu is het tijd voor de opstanding. Dit zal gebeuren op een door God vastgelegd tijdstip nl. ‘het Uur’ of ‘ de dag van de Opstanding’. Daarvoor zullen er eerst een aantal voortekenen verschijnen, welke in de Koran worden verzwegen. Op de dag van de opstanding zelf vindt een catastrofe plaats. Deze wordt aangekondigd door een schreeuw of door een stoot van een bazuin. Bij de eerste keer wordt iedereen opgeschrikt, bij de tweede keer sterven allen die op aarde leven en bij de derde keer worden alle doden opgewekt.
De overweldigende massa mensen wordt naar de verzamelplaats samengedreven om door God, met behulp van boeken, beoordeeld te worden. Ieder mens ontvangt zijn boek met de afrekening en wordt gevraagd om voor te lezen. De gelovige krijgt zijn boek in de rechterhand en de gelovige achter zijn rug of in zijn linkerhand. Bij het oordeel gebruikt God ook de weegschaal om de goede en slechte daden van de mens te wegen. Aan de hand van het gewicht van deze daden wordt het oordeel uitgesproken. Na het oordeel moet iedereen, gelovige en ongelovige, over de sirât lopen, de brug die fijner is dan een haar en scherper dan het lemmet van een zwaard. De sirât strekt zich uit over de hel in de richting van het paradijs. God zal het de gelovigen makkelijk maken om veilig de overkant te bereiken, de ongelovigen zullen naar de hel vallen.
De hel heeft zeven poorten: elke poort ervan heeft een toegewezen deel. De hel bestaat uit zeven verschillende lagen met toenemende hitte. In de meest gloeiende laag onderaan zitten bv. de huichelaars en in de bovenste verdieping zitten de slechte moslims. De engel Malik is door God aangesteld als opzichter van de hel, hij wordt door andere engelen geholpen bij het uitvoeren van de straffen. De straffen zijn zo erg en zo wreed dat de bewoners van de hel gaan smeken bij deze van het paradijs. Ook wordt er tevergeefs gesmeekt aan de opzichters van de hel. Sommigen mogen op een bepaald moment naargelang hun zonden, naar het paradijs gaan. Anderen zullen voor altijd in de hel blijven zonder strafverlichting.
Het paradijs en de beloning die de gelovigen daarin zullen ontvangen worden in de Koran met een schat aan beelden afgeschilderd. Het paradijs heeft ook poorten en is zo breed als de hemelen en de aarde. Het paradijs bevindt zich boven de zevende hemel en heeft acht poorten van goud en diamanten. Als beloning worden de gelukzaligen naar de tuin gebracht. Daar worden ze door de bewakers, de engelen begroet. De opzichter van het paradijs is de engel Ridwan. Het leven in het paradijs zal alle wensen van alle mensen vervullen. Bv. iedere man in het paradijs zal een kasteel van parels krijgen, ieder kasteel bevat zeventig huizen, in ieder huis staan zeventig bedden, op ieder bed wacht een vrouw op de komst van een gelukzalige. Het grootste geluk dat de bewoners van het paradijs wacht is de aanschouwing van God en een andere belangrijke geestelijke beloning voor de gelovigen is de vergeving door hun Heer.