B.S. schreef: ↑07 mar 2023 04:55
Jona Lendering op 26 februari jongstleden over het Thomas Evangelie
https://mainzerbeobachter.com/2023/02/2 ... more-81931
Er wordt een hoop in gezegd en volgden nog twee posts.
Een paar zaken eruit. De eerste vondst van een 'proto-Thomas Evangelie' is gedaan op een plek in Egypte die eind negentiende eeuw honderdduizenden papyrus fragmenten heeft opgeleverd. Drie fragmenten in het Grieks, gepubliceerd als 'The Sayings of Our Lord'. Lendering zegt dat deze vondst het bestaan van Q aannemelijk zou hebben gemaakt, waarover in de negentiende eeuw discussie was tussen protestantse (Q aannemelijk) en katholieke (Q onwaarschijnlijk). Daarna volgt ern hoop over de vondst van het Thomas Evangelie bij Nag Hamadi, ook in Egypte in de twintigste eeuw.
Niet alles in de post lijkt even duidelijk. Lendering schrijft over de datering van de 'drie Griekse fragmenten' - die gevonden eind negentiende eeuw? Of öok bij Nag Hamadi? - dat hier nog steeds over wordt beweerd dat deze van rond 140 n. Chr. stammen, terwijl, aldus Lendering, al sinds 1975 bekend is dat deze fragmenten 'minstens veertig jaar ouder zijn' - dan moeten ze dus van minstens rond 90 n. Chr. stammen.
Haha, altijd word ik weer met Lendering geconfronteerd.
Even een opmerking vooraf:
Voor iemand die veel diepgaander

informatie wil hebben over het Thomasevangelie dan wat Lendering aanbiedt is
op dit forum een hoop te lezen.
Laat ik met het begin beginnen, Lenderings redenering over de Q-bron:
Lendering schreef:De ontdekking bewees echter dat er christelijke verzamelingen van Jezus-woorden waren geweest. Dat was een van de aannames van de (door vooral Duitse protestantse geleerden verdedigde) hypothese dat er achter de evangeliën van Matteüs en Lukas een onbekende bron, Q, zou zijn geweest. Andere geleerden, vaak katholiek, hadden tegengeworpen dat dit genre onbekend was. Zij kregen nu ongelijk.
De redenering van tegenstanders van de Q-hypothese dat verzamelingen van Jezus-uitspraken niet bestonden en
dus de Q-hypothese onwaarschijnlijk is, is even slecht en ongeldig als het omgekeerde argumenteren: dat aantreffen van een verzameling Jezus-uitspraken de Q-hypothese waarschijnlijker maakt.
Desondanks gaat dit er bij een hoop bijbelgeleerden niet in, zoals
Wikipedia laat weten:
Wikipedia schreef:Since its discovery, many scholars have seen it as evidence in support of the existence of a "Q source" which might have been very similar in its form as a collection of sayings of Jesus without any accounts of his deeds or his life and death, referred to as a sayings gospel.
Overigens maakt Lendering zich op de keper beschouwd hieraan niet schuldig, hoewel ik na eerste oppervlakkige lezing van de tekst ook, net als B.S., die indruk kreeg.
Jona Lendering schreef:De drie Griekse fragmenten, ooit gedateerd rond 140, zijn zeker een halve eeuw jonger. Dat weten we al sinds 1975 en ik begrijp niet goed waarom de datering rond 140 herhaald blijft worden.
Deze tekst is voor mij bijzonder verwarrend.
Wikipedia laat wat de Griekse fragmenten weten:
These three papyrus fragments of Thomas date to between 130 and 250 AD. Een
andere site geeft dezelfde informatie: "The three fragments of Thomas found at Oxyrhynchus apparently date to between 130 - 250 CE". Heeft Lendering weet van een datering gedaan in 1975 dat ongeveer het jaar 190 opleverde? Wat vreemd dan dat dat na een halve eeuw nog steeds niet aangegeven wordt. Volgens mij zit het getal 190 vrij exact in het midden tussen 130 en 250, en het lijkt me voor de hand liggend dat de schatting gelezen moet worden als:
190 (plus minus 60 jaar). En die ruime marge is dan, zoals Lendering opmerkt, vanwege dat men de schatting deed op basis van hoe het handschrift eruit ziet ("paleografisch vastgesteld"), hetgeen, zoals Lendering ook vermeldt "een methode is waaraan papyrologen tegenwoordig weinig waarde hechten", omdat de praktijk heeft uitgewezen dat wanneer men"paleografische vaststelling" een paar keer opnieuw uitvoert (in een andere tijd en met weer nieuwe deskundigen), men vaak op extreem verschillende uitkomsten komt.
Dat "ca. 140" vaak voorbij komt is vanwege dat men het liefst uitgaat van een zo vroeg mogelijke datum, zonder in het extreme te vallen. Het is inderdaad een zeer valselijke manier om deze datering aan te geven wanneer men weet dat de schatting bijzonder onbetrouwbaar is.
Lendering schreef:De datum van de oorspronkelijke compositie ligt natuurlijk vóór de datum van de fragmenten uit het einde van de tweede eeuw. Verschillende wetenschappers plaatsen de eerste optekening van de Jezus-woorden heel vroeg, al in de eerste eeuw. Dan zou er sprake zijn van een onafhankelijke bron voor Jezus’ leer en is het Thomasevangelie een van de belangrijkste oudheidkundige ontdekkingen uit de twintigste eeuw.
Indien de fragmenten teruggaan op mogelijkerwijs ca. 130, dan kan men zelfs voorstellen dat de oorspronkelijke compositie daarvóór geschreven is. Maar in werkelijkheid is de datering voor het origineel dus compleet giswerk.
Dat er sprake zou kunnen zijn van een onafhankelijke bron voor Jezus' leer kan men niet besluiten op basis van "naar mijn smaak dateert de originele compositie uit de eerste eeuw". Maar zelfs indien men daar redenen voor kan verzinnen wordt het daarmee nog niet tot een onafhankelijke bron, want zoals Lendering zelf aangeeft kunnen ook dan de teksten nog steeds ontleend zijn aan de synoptische evangeliën. Om het te maken tot een onafhankelijke bron en één van de belangrijkste oudheidkundige ontdekkingen uit de twintigste eeuw, zou men Thomas-evangelieuitspraken die
niet in de synoptische evangelies voorkomen, oftewel die uniek aan het Thomasevangelie zijn, moeten kunnen schatten op daterend uit de eerste eeuw, maar het tegenovergestelde is juist het geval: die uitspraken worden algemeen gezien als van later datum en verzonnen door de gnostische vertakkingen van het latere christendom. Als men er iets over zou kunnen opmerken is het wel dat het Thomasevangelie uitstekend laat zien hoe gemakkelijk christenen zelf uitspraken konden verzinnen of ergens vandaan overnemen en die in de mond van hun Jezus leggen. Jammergenoeg heeft Lendering hiervoor geen oog, want het opent je ogen voor de mogelijkheid dat
alle uitspraken van Jezus en zogenaamde gebeurtenissen in zijn leven inauthentiek zijn.
Voor de rest ben ik het helemaal eens met Lendering. Hij kan de puzzel niet oplossen en ik ook niet. Lendering komt met deze uitspraak die mij heel redelijk lijkt:
Lendering schreef:Ik voor mij denk dat niet valt uit te sluiten dat het Thomasevangelie is ontstaan doordat mensen, met de gnostische mythe in het achterhoofd, canonieke en andere (verzonnen? authentieke?) uitspraken van Jezus navertelden. Ik zeg “navertelden” omdat dit dus mondeling is gebeurd.
Oftewel dat niet uit te sluiten is dat het Thomas-evangelie enkel ruis toevoegt aan de zoektocht naar de historische Jezus.
Op het eind komt Lendering nog aan met een conclusie waar ik maar weinig mee kan:
Lendering schreef:En toch, er is iets als een conclusie mogelijk. Ik blogde een tijdje geleden over de niet-canonieke evangeliën en wees erop dat die weinig informatie bevatten die teruggaat op de historische Jezus. Dat zou ook kunnen gelden voor het Thomasevangelie, maar dit is wel de tekst die de grootste kans lijkt te hebben authentieke uitspraken te bevatten. Ik denk dat voor- én tegenstanders zich in die formulering kunnen vinden. En daarna mogen ze bakkeleien over de vraag of die kans 25% of 75% is.
Lenderings uitspraak komt overeen met die uitspraak
Adelbert Denaux, die ik op dit forum voorbij liet gaan:
De meeste onderzoekers achten de historische waarde van de apocriefe evangeliën in verband met het onderzoek naar de historische Jezus zeer gering (met uitzondering wellicht van bepaalde Jezuswoorden die, met gnostische overschilderingen, bewaard kunnen zijn in het Thomasevangelie).
Maar waarom Lendering het minimum van de kans op 25% stelt wordt en niet laat beginnen dichtbij nul is mij nog niet duidelijk.
Zou het uitdrukken in procenten erop kunnen wijzen dat hij eindelijk Richard Carrier gelezen heeft of is het een tongue-in-cheek opmerking?