Theoloog schreef:
Nou, als elke ideologie een (in potentie) agressief extremisme is, dan wordt die term betekenisloos, in ieder geval ter beoordeling van monotheisme.
Ik ben helemaal niet van mening dat elke ideologie een in potentie agressief mechanisme is.
Ongelovige schreef:In de zeventiende eeuw waren er niet echt christelijke pressiegroepen nodig. Misschien is het woordje 'druk' wat onnauwkeurig. Waar het me om te doen is dat 'monotheisme' geen objectief wetenschappelijk begrip is.
Theoloog schreef:Je vindt de term niet accuraat genoeg omdat monotheisme in de regel het godsconcept aanduid van de drie grote wereldreligies die één ware God vereren, en jij meent dat die méér zeggen dan alleen dat er slechts één God is, die onafhankelijk van de wereld bestaat. Anders zou er ook de deus otiosus ondervallen, en de god van de stoicijnen. Okee, prima, doe maar een voorstel. Hoe zou jij het stelsel van jodendom, christendom en islam willen noemen?
Correctie: ik vond het woordje 'druk' niet accuraat. Ik heb geen problemen om 'monotheisme' hier te gebruiken in zijn gewone dagelijkse betekenis: de verzameling van de drie godsdiensten die op de bijbel steunen. Ik betoog dat deze term niet neutraal is en is ingevoerd met onwetenschappelijke bijbedoelingen. Die belangrijkste van die bijbedoelingen heb ik al eens geillustreerd (
http://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?t=5466). Waarom zou ik een andere term voorstellen, deze term is net het onderwerp van mijn betoog.
Theoloog schreef:Het gaat niet om psychologie, maar om systematisch denken. Je schakelt hierboven over van een systematische, logische gevolgtrekking
1. Aangezien de wereld veranderlijk is en iedereen goede en kwade ervaringen kent, moet één almachtige god wel totaal willekeurig en onverantwoordelijk omspringen met zijn aardse schepselen.
Naar wat blijkbaar een godsdienstpsychologische observatie is:
2. Feitelijk is er maar één theorie die zulk een cynische god kan doorslikken, en dat is particularisme. Particularisme is de gedachte dat de eigen groep een voorkeursbehandeling verdient. Het is feitelijk de verzamelnaam die alle vormen van discrimatie groepeert.
Waarbij me nog steeds niet duidelijk is hoe particularisme het mogelijk maakt voor mensen een willekeurige god verteerbaar te maken. Hoe lost dit het probleem op van een willekeurige god?
Ik ben dus een ongelovige. Blijkbaar heeft een aantal beschavingen nood aan een opperste god die samenwerkt met het gezag in die beschaving. Deze beschavingen hebben telkens problemen om aan hun bevolking uit te leggen dat het volk gesteund wordt door de opperste godheid. Want het lijkt voor de mensen in die beschaving dat de opperste godheid willekeurig tewerk gaat. Om deze anomalie in hun verhaal weg te werken, moeten de klerken van deze beschaving een extra verhaal verzinnen. God die zijn eigen schepselen straft omdat ze niet volmaakt zijn is zo een verhaal. Als verzachting staat dat de klerken beloven dat de gelovigen later dubbel en dik beloond zullen worden. Dat noem ik dus feitelijk particularisme. (PS: een godsdienstpsychologische observatie, moi?)
Theoloog schreef:Ongelovige schreef:Er was geen monotheisme in Canaän vóór de ballingschap. Cyrus heeft Ezra (een klerk aan zijn hof!) naar Jeruzalem gezonden om in te voeren wat wij nu monotheisme noemen.
1. Definieer nu eerst eens even wat jij onder monotheisme verstaat.
2. Laat dan eens zien hoe het zoroasterisme past in die definitie.
3. Laat dan eens zien hoe het zoroasterisme de Hebreeuwse ballingen heeft beinvloedt, hoe de religie van de weggevoerde ballingen van Juda door het zoroasterisme muteerde in het jodendom, en waar het 'monotheistisch werd'.
4. Toon eens aan dat Cyrus Ezra naar Jeruzalem zond met de bedoeling daar het judaisme in te voeren (het bijbelboek Ezra spreekt namelijk gewoon over een terugkeer van de ballingen en het herstel van de tempelcultus.) .
Ik zal trachten je bevelen te gehoorzamen. Hoop maar dat dit ons niet te ver leidt, dit is tenslotte geen godsdienstige site?
Heel wat teksten uit de avestas en de bijbel kunnen naast elkaar gelegd worden. Isaiah is zeer verwant aan de Perzische godsdienst. In Isaiah krijgen de joden voor de eerste keer een beeld van een hiernamaals (26.19) en van het einde der tijden (25.8 ) voorgeschoteld naar Perzisch model
Zoroaster had aan Ahura Mazda gevraagd: Zeg me waarlijk Heer (Ahura), wie schiep licht en duisternis? Wie maakte slaap en waken, ochtend, middag en nacht? (Avesta Yasna 44.5 )
En de God van de bijbel zegt: Ik vorm het licht en schep het duister. Ik maak vrede, en schep het kwaad; ik de HEER doe al die dingen. (Isaiah 45.7 )
In zoroastrianisme heeft vuur een bijzondere plaats en werd zelfs aanbeden. Het stelde het goede, het licht voor, en het werd altijd brandend gehouden om het eeuwig leven voor te stellen. Het zal niemand verbazen dat de beschikbaarheid van aardolie hier een rol in speelde. In de bijbel staat dat hetzelfde vuur werd ingevoerd in Jeruzalem. Toen de tempel voltooid was gaf de Gouverneur Nehemia (eerder een zoroasteriaan dan een jood) opdracht te zoeken naar het vuur dat Jeremia zou verborgen hebben vóór de ballingschap. Ze vonden een dikke vloeistof die wonderbaarlijk ontbrandde op het altaar, en noemden het naphta (2 Maccabeeën 1:19-36) Nehemiah voerde ook Zoroastrische reinigingsriten in. (zie Prof. Mary Boyce, A History of Zoroastrianism).
De etymologie van Jahweh is onzeker. Ik vind de meest waarschijnlijke uitleg dat Jahweh oorspronkelijk de Egyptische maangod Yah is, meegebracht door Mozes (ook een Egyptische naam). Tot aan de Babylonische ballingschap bleef Yah een stamgod, daarna werd hij samengesmeed met de wereldgod Ahura Mazda, de Heer van Kennis.
Mozes leefde lang in de Sinai woestijn, en Sin is de Assyrische vertaling van het Egyptische Yah. Een psalm zegt:
"Prijs hem die rijdt op de hemelen met zijn naam Yah, en bejubel hem" (68:4 )
En Genesis "Ik zet mijn boog in de wolken" (9:13) wordt gewoonlijk begrepen als een regenboog, maar het zou ook de nieuwe maan kunnen zijn. Het oude testament staat vol verwijzingen naar de maan, maar nergens naar een regenboog. Vandaag reciteren joden nog steeds de "hallel" psalmen bij nieuwe maan. "Halleluja!" betekent letterlijk "Hallel Yah!" of "prijs Yah!" De Islamitische wassende maan, en de Islamitische maankalender (ook gebaseerd op de nieuwe maan), zouden een overblijfsel kunnen zijn van deze traditie. Allah is gewoon het Arabische woord voor God (Aramees Alaha, Hebreeuws Eloha) . "Allah" wordt ook gebruikt door Arabisch sprekende joden en christenen in Arabische landen.
Yahweh werd uitwisselbaar met Ahura Mazda. Beiden schiepen ze de hemel; water; aarde, planten, dieren en mensen in zes dagen. Ahura Mazda instrueerde Zoroaster over goed en kwaad zoals Yahweh Adam en Eva instrueerde in het paradijs (een perzisch woord trouwens).
Je hebt zelf al aangeduid dat Jahweh geen alleenheersende god was. Inderdaad, er waren ook altijd El of Dagon (vb. 1 Samuel 5:2–7) en Baal (vb. 1 Koningen 18 ) geweest, en Tammuz (vb Ezekiel 8:14 ), Anat (vb. Richteren 3.31;5:6 ) en Ashtoreth (vb. 2 koningen 23:13 ), allen genoemd in de bijbel. De naam Israel is trouwens verwant aan El, terwijl samenstellingen met Baal te vinden ziijn in geslachtslijsten (vb. Baalhanan in Gen. 36:38 ).
We hebben zelfs een getuigenis hoe Yahweh in de bijbel terechtkwam, nadat Canaän veroverd was: "Ik ben de HEER die aan Abraham, Izaak en Jakob verscheen als El Shaddai, maar zij kenden mijn naam Yahweh niet. En met hen heb ik het verbond gesloten dat ik hen Canaän schonk, het doel van hun zwerftocht, waarin ze vreemden waren (Exodus 6.2.)
Het doet er voor mij niet toe of zoroasterisme en 'echt' monotheisme is. Diskussies over 'echt' monotheisme laat ik aan missionarissen over. Het is belangrijk dat de oorsprong van het bijbels monotheisme in Persie ligt.
De kern van de bijbel is een decreet van Cyrus II, Koning van Perzie(Kronieken 2 36:23 ea.) die in de bijbel de "Gezalfde" (Grieks Christos) genoemd wordt (Isaiah 45:1 ).
Cyrus veroverde Egypte en Azie van de Middellandse zee tot de Indus, en maakte Perzie bijgevolg tot het centrum van de toenmalige wereld. In deze ééngemaakte wereld floreerde het geloof in één Heer van de schepping, het Mazdaianisme. Eén God (Ahura Mazda) regeerde de wereld, zoals één koning het Perzische rijk. Hij zou nog negenduizend jaar mer Ahriman (het kwaad) moeten vechten. Dan zou hij overwinnen. De zon zou dan voor eeuwig op het hoogste punt blijven staan, en de duisternis zou voorgoed uitgeroeid zijn.
Vandaag noemt men Mazdaianisme (of zoroasterisme, naar zijn profeet) een dualistische godsdienst, in tegenstelling tot de later afgeleide 'monotheismen' van de bijbel. De reden is natuurlijk het Judeo-christelijke discours van superioriteit veilig te stellen. Monotheisten maken het dikwijls heel ingewikkeld om het kwaad uit te leggen, maar het lukt nooit echt. De religies van Joden, Christenen en Moslims zijn schatplichtig aan het Mazdaianisme.
Het Mazdaianisme had een groot politiek voordeel voor Cyrus. Eén universele god kon de onderworpen volken verenigen. Zijn voorgangers, de Babyloniers, hadden opstanden tegengewerkt door bevolkingsgroepen te deporteren. De politiek van Cyrus was deze groepen te verzoenen door hun god op te nemen in Ahura Mazda, de Wijze Heer, terwijl naar het volk toe niet te veel verschil mocht opvallen.
Zo werd ook een groep bannelingen naar Juda 'terug'-gezonden met een dekreet dat is opgenomen in de bijbel (Ezra 1:1) Of het hier echt om de oorspronkelijke bewoners ging is niet zeker, vooral omdat er veel onenigheid was met de lokale bevolking. Maar deze nieuwelingen hadden een godsdienst nodig die aanleunde bij de Perzen en toch een eigen karakter had.
Ezra werd als Koninklijk secretaris naar Jerusalem gezonden omstreeks 400 BCE, om de Gouverneur Nehemiah bij te staan. Ezra (Arabisch 'Uzair, Hebreeuws Afar-Yah) betekent "Yah helpt", dus ongeveer hetzelfde als Jozua en Jezus. Alle huwelijken van inwijkelingen met lokale bevolking werden ontbonden en verboden. Het bouwen van de tempel werd eindelijk ernstig aangepakt. De thorah werd toevallig gevonden in de ruines en voorgelezen... zegt Ezra. Dit is het feitelijk begin van het "monotheisme" in Canäan.
Volgens de geleerde Friedman (in "Who wrote the bible?") was Ezra de man die de Torah (en andere boeken) zelf schreef met knip- en plakwerk. Behalve zijn eigen bijdrage putte uit volgende bronnen (de letters worden door bijbelgeleerden gebruikt om op verzen te "plakken":
- oude geschriften van priesters uit het Israel van voor de Assyrische verovering. Hun heiligdom was in Siloh, ze waren bekend als Levieten of Mushieten (volgelingen van Mozes). ("E", gebruikt steeds' Elohim' om de goden aan te duiden)
- oude geschriften van priesters uit Judah ("J", bekend om meer mens gerichte vertellingen, gebruikt steeds 'Yahweh' als godsdnaam)
- geschriften van priestes onder Hezekiah (zogezegd nageslacht Aaron, een anti-Mozes beweging) ("P", meer kosmologische denkwijze)
- geschriften van hervormers ten tijde van Josiah ("D", schrijver van de wetten (voedsel, eredienst) in vb. Dueteromium)
- oude wijsheidslitteratuur, die een grote verspreiding kende, aanhoudend evolueerde en overeenkomsten heeft met sommige Egyptische, Babylonische en Griekse teksten.
- oude strijdliederen en kronieken
- perzische poezie (vb. zondvloedverhaal, hooglied, sommige psalmen)
Het scheppingsverhaal is bijvoorbeeld een mix van een scheppingsverhaal van "P", met een dag-op-dag verslag met de schepping van de mens naar gods beeld en een rustdag.
Het andere, van "J", begint met een verlaten woestenij en maakt Adam uit stof en uit adem van God.