Henry II schreef: ↑12 jul 2023 16:17
Tijdens de Bar Kochba opstand waren er ook Joden die geloofden dat hij de messias zou zijn. Hij had immers de stad Jeruzalem bevrijd van de Romeinse overheersing, wat één van de voorspellingen is over wat de messias zal doen. Zelfs belangrijke rabbijnen geloofden dat hij de messias zou kunnen zijn. Maar op het moment dat Bar Kockba werd gedood door de Romeinen, geloofde niemand meer dat hij de messias zou zijn. En datzelfde gebeurde ook toen Jezus stierf. De mensen die geloofden dat hij de messias was, wisten na zijn dood meteen dat dit niet het geval kon zijn. Sterven is nu juist één van de dingen die de messias nooit zou mogen doen. Dat is geen onderdeel van de voorspellingen in de Tenach.
Een zij opmerking is dat er in de Tenach (ik wil heus niet dwepen met vreemde woorden, maar ik weiger het nog het OT te noemen, omdat dit impliceert dat de Joodse bijbel een secondair en achterhaald boek zou zijn, wat zeer zeker niet het geval is) iets van 37 keer het woord messias wordt gebruikt. Cyrus, de koning die de Joden terug liet gaan naar Israël, werd bijv. ook een messias genoemd. In 35 gevallen wordt dit woord vertaald in het NT met gezalfde, wat het ook betekent, maar op twee plaatsen wordt het zomaar vertaald als 'de Messias'. Opmerkelijk, want dit soort vertalingen door christenen vanuit de Tenach wordt vaker gebruik gemaakt van hoofdletters, een fenomeen dat onmogelijk en onbestaand is in het Hebreeuwse schrift.
Ander voorbeeld hiervan is deze regel uit Psalm 110:1. De Statenvertaling vertaald hier de tekst als 'De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten.' Heel bijzonder omdat er in het Hebreeuws iets heel anders staat. Het eerste woord HEERE is zoals verwacht יְהֹוָ֨ה (YHWH, het Tetragrammaton) maar het tweede woord is לַֽאדֹנִ֗י (lo-adonai, tot mijn heer). Dit woord 'adonai' wordt door de gehele Tenach gewoon gebruikt voor iemands heer of meester en in dit geval verwijst het gewoon naar David die de heer was in deze psalm, maar vanwege de verbinding die vanuit het NT wordt gemaakt met Jezus, heeft men bedacht dat men daarom deze tekst mag aanpassen zodat het duidelijk lijkt alsof in Psalm 110 vermelding van Jezus wordt gemaakt.
Het is in recente Engelse vertalingen zo dat dit soort mis-vertalingen eruit wordt gehaald, maar in bijna alle Nederlandse vertalingen staan nog tientallen van dit soort Jezus-implicaties. Vreemd genoeg vaak weer correct vertaald in de JG vertaling.
Alles wat je schrijft klopt (indien je interesse mocht hebben, staat er veel uitgewerkt in m'n topic
"Jezus, een midrasjische messias"), behalve de eerste alinea waar je schrijft: "
En datzelfde gebeurde ook toen Jezus stierf". Allereerst bestonden er heel wat messiassen en velen staan er in de T'NaCH, maar de Davidische koning uit 'achariet haJamiem die in de T'NaCH de specifieke eindtijds-profetieën vervult die exact in de T'NaCH beschreven staan, wordt nergens in de T'NaCH "de messias" genoemd. De term "de messias" (haMasjiach)/"de messiaanse koning" (melech haMasjiach) is een term uit de Talmoed, de Midrasj en de Targoemiem waarmee men naar de persoon verwees die deze specifieke profetieën zou gaan vervullen. "De messias" is simpelweg degene die de specifieke eindtijds-profetieën vervult die expliciet in de T'Nach staan over 'achariet haJamiem, zoals het herstellen van de soevereiniteit in Israel, het verdrijven van de heidense overheersing, het terugbrengen van de joden naar het land van Israel en het bouwen van de fysieke Tempel van Jechezki'el.
Sjim'on bar Kochba was de grootste messias-claimant binnen het jodendom, omdat hij veel van de messiaanse profetieën wist te vervullen, maar na z'n dood werden deze weer door de Romeinen ongedaan gemaakt: de tijdelijk teruggewonnen soevereiniteit en de nieuw herkregen munt-eenheid in Israel werden weer door de Romeinen afgepakt, de verdreven Romeinen herstelden hun eigen hegemonie, de terugkerende Joden werden in de pan gehakt en de plannen voor het bouwen van de Tempel van Jechezki'el werden niet verwezenlijkt. Rabbijnen zoals Rabbi Akiva met z'n school van 24.000 discipelen werden op een vreselijke manier gedood. De deceptie was groot.
Voor de joden was Jezus gewoon een weinig bekende claimant zoals zovelen en na zijn dood is er onder de joden weinig van de joodse sekte overgebleven dan een uiteindelijk heidense religie. Maar zijn joodse volgelingen geloofden nog tot hun dood dat hij de messias zou zijn -- ook na zijn kruisiging, hetgeen automatisch impliceert dat hij de profetieën zou gaan vervullen na zijn geclaimde opstanding. Het vervullen na de dood was in het Farizeesche jodendom geen bijzonderheid. Ook de mitswah van het geven van de Teroemah (bijdrage die vrijwillig wordt gegeven voor religieuze, priesterlijke of liefdadige doeleinden) aan Aharon werd gezien als een vervulling na de opstanding van Aharon en - als gezegd - was een messias uit de doden geen probleem zolang hij maar de messiaanse profetieën vervult zoals ze expliciet in de T'NaCH geschreven zijn. Als reeds eerder aangehaald, staat in de Bavlie Sanhedrien 98b bijv. de volgende passage:
Sanhedrien 98b schreef:
אמר רב נחמן אי מן חייא הוא כגון אנא שנאמר (ירמיהו ל, כא) והיה אדירו ממנו ומושלו מקרבו יצא אמר רב אי מן חייא הוא כגון רבינו הקדוש אי מן מתיא הוא כגון דניאל איש חמודות
Rabbi Nachman zei: 'als hij [de Messias] een van degenen is die leven, zou het iemand kunnen zijn zoals ik, zoals er staat geschreven, "en hun edelen zullen uit zichzelf zijn, en hun gouverneurs zullen uit hun midden voortkomen".' De Rab zei: "als hij van de levenden is, zou het onze Rabbi zijn, maar uit de doden zou Daniël de meest begeerlijke man zijn".
Essentieel is slechts dat de Davidische messias de messiaanse profetieën vervult.