ChaimNimsky schreef: ↑27 jun 2023 00:47
Deze passage in Handelingen bevestigt dat Paulus, net als de Farizeeën, geloofde in een fysieke opstanding uit de dood.
Nog een beschouwing over deze opmerking.
Carrier, scherp als hij is, wijst erop dat bijbelgeleerden wat betreft één aspect van Jezus' leven allemaal jezusmythicisten zijn, namelijk wat betreft de opgestane Jezus. Het opstandingsgeloof
begon via geestverschijningen van de opgestane Jezus in visioenen en ontwikkelde zich
uiteindelijk tot een fysieke opstanding in evangelieverhalen.
Deze consensus is niet verwonderlijk, aangezien men de ontwikkeling heel prachtig in vier stadia kan volgen in het bijbelse materiaal:
1) Zoals men weet kenschetst Paulus het getuige zijn van de opgestane Jezus als "God openbaarde hem in mij":
Gal. 1:11-12 Ik wil dat u weet, broeders, dat het evangelie dat ik predikte niet van menselijke oorsprong is. Ik heb het van niemand gekregen en het is mij ook niet geleerd; integendeel,
ik ontving het door openbaring van Jezus Christus.
Gal.1:15 15 Maar toen God, die mij vanaf de schoot van mijn moeder had afgezonderd en mij door zijn genade geroepen had, het behaagde 16
zijn Zoon in mij te openbaren zodat ik hem onder de heidenen zou kunnen prediken, was mijn onmiddellijke reactie niet om enig menselijk wezen te raadplegen.
2 Cor. 12:1-2 Het is nodig om op te scheppen; er valt niets mee te winnen, maar ik ga verder met
visioenen en openbaringen van de Heer. Ik ken een persoon in Christus die veertien jaar geleden werd weggevoerd naar de derde hemel – in het lichaam of buiten het lichaam weet ik niet; God weet het.
Merk op dat Paulus nergens melding maakt van een zogenaamde "Damascus Road Experience", hetgeen men bijgevolg kan beschouwen als een ca. 60 jaar later verzonnen verhaal.
Het oudste getuigenis, de opsomming van Paulus van de verschijningen in 1 Cor 15, laat duidelijk zien dat Paulus geen onderscheid maakt tussen de verschijning die hij ervaren heeft en die van alle anderen. Dat is dan ook de reden waarom hij na zijn bekering niet naar Jeruzalem hoeft om informatie over Jezus te krijgen van de leiders in Jeruzalem en later wanneer hij andere zienswijzen heeft dan zij geen enkel respect voor hen toont: die anderen hadden slechts één enkel streepje op hem voor, namelijk dat ze die openbaring van Jezus eerder kregen dan hij.
2) Dertig jaar later verschijnt het Marcusevangelie. Eén van de meest bijzondere zaken aan het evangelie van Marcus is het einde ervan:
"Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen zodat ze het lichaam van Jezus konden gaan zalven. Heel vroeg op de eerste dag van de week, net na zonsopgang, waren ze op weg naar het graf en ze vroegen elkaar: "Wie zal de steen wegrollen voor de ingang van het graf?"
Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen, die erg groot was, was weggerold. Toen ze het graf binnengingen, zagen ze aan de rechterkant een jonge man gekleed in een wit gewaad zitten, en ze schrokken.
"Wees niet ongerust", zei hij. “U zoekt Jezus de Nazarener, die gekruisigd is. Hij is opgestaan! Hij is hier niet. Zie de plek waar ze hem hebben neergelegd. Maar ga heen, zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: 'Hij gaat jullie voor naar Galilea. Daar zul je hem zien, precies zoals hij je heeft verteld.'”
Bevend en verbijsterd gingen de vrouwen naar buiten en vluchtten het graf uit. Ze zeiden tegen niemand iets, omdat ze bang waren."
Men ziet dat Marcus geen verschijningsverhalen van de opgestane Jezus heeft. Uiteraard is dat omdat die er, zoals Paulus al laat zien, enkel zijn als mystieke ervaringen. Marcus
kent geen verschijningsverhalen. Men ontkomt niet aan deze conclusie, want zouden die verschijningsverhalen wel bekend zijn dan zou hij ze onmogelijk hebben kunnen weglaten, alsof ze er niet toe doen.
Voor christenen is dit zo ontluisterend dat in latere eeuwen teksten aan het evangelie van Marcus werden toegevoegd. Moderne fundamentalistische bijbelgeleerden stellen vaak een wanhoopsscenario voor dat het einde van de originele boekrol waarschijnlijk beschadigde en het einde van Marcus waar die verschijningsverhalen zouden staan is verloren gegaan.
3) De eerste verschijningsverhalen van de lichamelijk opgestane Jezus worden uitgevonden door de schrijver van Matteüs, de eerste die Marcus "corrigeert". Een gedetailleerde uitleg van
hoe Matteüs precies deze verhalen creëerde is gegeven door Randel Helms, in een baanbrekend boekje genaamd Gospel Fictions (1988). Ik heb ooit in 2008 daarvan
een verslag gegeven dat me nu doet afvragen of ik mijn tijd van leven inmiddels niet beter kan besteden.
Matteüs verzint eerst een Romeinse wacht bij het graf en de verzegeling van het graf. Daarna verdraait hij het einde van Marcus: dat van een jonge man zittend in het open graf is niet bevredigend. Dat moet een engel worden die met grote aardbevingfanfare uit de hemel komt en de enorme steen voor het graf wegduwt.
"Na de sabbat, bij zonsopgang op de eerste dag van de week, gingen Maria Magdalena en de andere Maria naar het graf kijken. Er vond een hevige aardbeving plaats, want een engel van de Heer daalde uit de hemel neer, ging naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. Zijn uiterlijk was als de bliksem en zijn kleren waren wit als sneeuw. De bewakers waren zo bang voor hem dat ze beefden en als dode mannen werden.
De engel zei tegen de vrouwen: "Wees niet bang, want ik weet dat jullie op zoek zijn naar Jezus, die gekruisigd is. Hij is niet hier; hij is opgestaan, precies zoals hij zei. Kom kijken waar hij lag."
Blijkbaar is het geen probleem dat Jezus volgens hem dus opgestaan is als een soort spook: het lichaam is namelijk verdwenen uit het graf terwijl die steen nog voor het graf zat.
Daarna wordt Matteüs gedwongen om Marcus ronduit tegen te spreken, want dat de vrouwen de opdracht kregen Petrus en de anderen te vertellen dat Jezus opgestaan was, maar ze helemaal niets zeiden omdat ze bang waren, is een einde waar geen touw aan vastgeknoopt kan worden:
"[De engel zei:] Ga dan snel en zeg tegen zijn leerlingen: 'Hij is opgestaan uit de dood en gaat jullie voor naar Galilea. Daar zul je hem zien. Nu heb ik het jullie verteld.' Dus haastten de vrouwen zich weg van het graf, bang maar toch vervuld van vreugde, en renden weg om het zijn discipelen te vertellen."
Vervolgens verzint Matteüs de eerste verschijning van een fysiek opgestane Jezus, een Jezus die je kan aanraken:
"Plotseling kwam Jezus hen tegemoet. "Gegroet," zei hij. Ze kwamen naar hem toe, grepen zijn voeten vast en aanbaden hem. Jezus zei tegen hen: ‘Wees niet bang. Ga en zeg tegen mijn broeders dat ze naar Galilea moeten gaan; daar zullen ze mij zien.”
De verschijning klinkt vreemd, want de vrouwen waren nota bene aan het rennen. Dan let je niet op omstanders, tenzij je pardoes tegen iemand aan botst. Maar goed, een kniesoor die daarover klaagt.
Vervolgens verzint Matteüs het vervolgverhaal dat de discipelen van Jezus daadwerkelijk naar Galilea gaan naar een berg waarover Jezus hen zogenaamd voor zijn dood al over ingelicht had, en ze hem daar zagen. Maar hij schrijft er nog achteraan, blijkbaar om het realistischer te maken dat "sommigen twijfelden". Maar deze toevoeging maakt de ontmoeting juist bijzonder ongeloofwaardig: een ontmoeting met een fysiek opgestane Jezus die je kan aanraken is tenslotte juist het ultieme bewijs van een opstanding, niet een reden om te gaan twijfelen.
4) Vervolgens komt Lucas. Die maakt het nog bonter. Maar dat is heel begrijpelijk. Matteüs heeft tenslotte eigenlijk maar één verschijningsverhaal, zo kort dat het nogal ongeloofwaardig overkomt:
Plotseling komen ze Jezus tegen. "Moi", zegt ie. Daarop grijpen ze zijn voeten vast, blijkbaar kusten ze die, waarna ze nog eens krijgen te horen wat ze al te horen kregen van de engel. Alsof Jezus zelf helemaal niets weet te verzinnen om wat te zeggen. Dat is duidelijk de stunteligste verbetering van Marcus die maar gemaakt kan worden! Dat kan beter!
Ten eerste moet het verhaal dat ze allemaal naar Galilea gaan veranderd worden, want Lucas wil de christelijke kerk in Jeruzalem laten beginnen. Hij is het eens met Matteüs dat de jongeman in het graf van Marcus niet goed genoeg op een engel lijkt, en maakt ervan dat terwijl de vrouwen in het lege graf zijn en "daarover in verlegenheid waren", opeens twee mannen in blinkend gewaad naast hun stonden. Ah, nu weet de lezer dat het om engelen gaat. Vervolgens geven die engelen een theologische beschouwing:
"Waarom zoeken jullie de levende bij de doden? Hij is hier niet, hij is opgewekt. Herinnert u, hoe hij, toen hij nog in Galilea was, tot u gesproken heeft. Hij zei toen dat hij overgeleverd zal worden in de handen van zondige mensen en gekruisigd worden en op de derde dag zal opstaan."
Tsja, hoe hadden ze zich dat nu kunnen herinneren! Maar de engelenpreek helpt meteen:
"En zij herinnerden zich zijn woorden, en teruggekeerd van het graf boodschapten ze dit alles aan de elf en de anderen".
Wat? Komen ze Jezus nu weer
niet tegen?
Nee, want Lucas weet veel betere verschijningen te vertellen. Hij vervolgt met een verhaal van de twee Emmaüsgangers. Op weg naar huis hebben ze het over de droevige zaken die zich in Jeruzalem hebben afgespeeld, en opeens loopt Jezus met ze mee. Ze herkennen hem niet, en Jezus houdt zich van de domme. Dan leggen de twee Emmaüsgangers alles uit. Hoe Jezus gedood werd. En hoe enige vrouwen eerder op de dag naar het graf gingen, daar engelen tegenkwamen en beweren dat hij is opgestaan. Vervolgens ontpopt Jezus zich als een theoloog en zegt hij tegen ze:
"O domkoppen en sukkels, waarom geloven jullie niet alles wat de profeten gezegd hebben? Het staat heel duidelijk voorzegd dat hij moest lijden om vervolgens in zijn heerlijkheid in te gaan. En hij begon helemaal van Mozes af aan en alle profeten bij langs te gaan om alles wat op hem betrekking had uit te leggen."
Vervolgens komen de twee aan in hun dorp en zegt Jezus hun gedag, maar ze staan erop dat hij nog wat met ze mee eet. En op het moment dat hij bij ze aanligt en het brood breekt en het ze aanreikt herkennen ze hem opeens, waarop hij pardoes als een spook verdwijnt in het niets.
Men kan zich alweer afvragen of dit een verbetering is! Het probleem is duidelijk dat Jezus van een visionaire geesteservaring in een fysiek levend lichaam veranderd moet worden. Zoiets is niet gemakkelijk. Hij vervolgt zijn verhaal dan ook met dat die twee Emmaüsgangers teruggaan naar Jeruzalem en het gaan vertellen aan de discipelen van Jezus. Die weten hen inmiddels te vertellen:
"De Heer is waarlijk opgestaan en verschenen aan Simon".
Het is duidelijk dat Lucas inmiddels op de hoogte is van de brief van Paulus, waar Kefas (Simon, Petrus) wordt genoemd als de eerste aan wie de opgestane Jezus verschenen is. Vandaar dat hij de verschijning van Jezus aan de vrouwen die Matteüs verzon wegliet!
Lucas vervolgt zijn verhaal door weer een spannend volgend verschijningsverhaal te verzinnen:
"Terwijl ze erover spraken, stond hijzelf in hun midden. En ze waren verbijsterd en bang en meenden een geest te aanschouwen. Maar hij zei tegen hen: 'Waarom zijn jullie ontsteld en hebben jullie twijfels? Kijk naar mijn handen en voeten, daaraan kun je zien dat ik het echt ben. Betast mij. Zoals jullie weten heeft een geest geen vlees en beenderen'. En toen ze het daarna nog niet geloofden zei hij: 'Hebben jullie wat te eten?' Ze gaven hem een stukje gebakken vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen."
Waarna Jezus weer zijn theologische toespraak houdt dat hij het allemaal voorzegd had en het ook allemaal voorzegd is door Mozes, de profeten en de psalmen, en dat dit alles geschiedt zodat de vergeving van zonden aan alle volken gepredikt kan worden. Tot slot gebiedt hij ze in Jeruzalem te blijven.
Na deze preek lopen ze allemaal naar Betanië, 3 km van Jeruzalem, waar hij zijn handen opheft om ze te zegenen en te verdwijnen:
"En het geschiedde terwijl hij hen zegende dat hij van hen scheidde".
Jezus is nu zowel een spook als een fysiek mens die een lichaam heeft met blijkbaar wonden van de kruisiging en die kan eten.
Heel grappig is dat wanneer Lucas het vervolgverhaal Handelingen schrijft hij blijkbaar heeft overdacht dat het einde van Lucas dat hij schreef nog niet goed genoeg is. Het kan nog wat verbeterd worden! Hij verzint nu dat Jezus wel 40 dagen lang aan zijn discipelen verscheen en les gaf in het christelijk geloof! Hij laat hen ook weten dat ze in Jeruzalem moeten blijven om op de Heilige Geest te wachten. Daarna zullen ze van hem moeten getuigen "in heel Judea en Samaria, en tot het uiterste der aarde". En let op:
"Toen hij dat gezegd had werd hij opgenomen, terwijl ze het zagen, en een wolk onttrok hem aan hun ogen. En toen ze naar de hemel staarden, terwijl hij naar boven vloog, stonden opeens twee mannen in witte kleren bij hen, die zeiden: "Galilese mannen, wat staan jullie daar te staren naar de hemel! Deze Jezus die nu van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde manier weer terugkomen als jullie hem naar boven hebben zien gaan!"
Lucas is de eerste die begrepen heeft dat een Jezus die fysiek is opgestaan ook fysiek naar de hemel moet gaan. Pienter!
Johannes heeft weer zijn eigen verschijningsverhalen. Hij verzint er nog een verschijning bij aan "de ongelovige Tomas", blijkbaar aangezien er in zijn tijd al een christelijke sekte was die zich op Tomas beriep die niets wilde weten over een opstanding, zoals men uit het Tomasevangelie zou kunnen concluderen.
Ook in Johannes verschijnt en verdwijnt Jezus als een spook, maar kan men hem ook betasten, en zijn de wonden in zijn lichaam het bewijs dat hij de echte Jezus is. Ook eet hij graag weer een hapje vis mee. Vreemd genoeg behoudt ook Johannes er een element in dat in plaats van de zaak realistischer te maken juist ongeloofwaardiger maakt. Wanneer Jezus weer een keer geheel onverwachts aan ze verschijnt wordt de ontmoeting zo beschreven: "Jezus zei tegen ze: 'Kom, laten we gaan eten. Niemand van de discipelen durfde hem de vraag te stellen: wie ben jij? Want ze wisten dat het de Heer was."
Het grappige is juist dat ze dat blijkbaar
niet wisten, aangezien de evangelieschrijver schrijft dat er blijkbaar een vraag in hun gedachten rondging die ze niet durfden stellen: "Wie is dat?"