De bijbel als mythe

Geef hier je mening over boeken die je hebt gelezen.

Moderator: Moderators

Frodo
Forum fan
Berichten: 470
Lid geworden op: 06 feb 2006 18:15
Locatie: Amsterdam

Bericht door Frodo »

collegavanerik schreef:nog een recensie
http://www.skepp.be:8080/skepp/tijdschr ... zog_bijbel

Dit is wat archeologen geleerd hebben uit hun opgravingen in het bijbelse land: de Israëlieten waren nooit in Egypte, hebben nooit in de woestijn rondgezworven, hebben hun land niet veroverd in een militaire campagne en hebben het daarna nooit doorgegeven aan de 12 stammen van Israël. Misschien nog moeilijker te verteren is het feit dat de verenigde monarchie van David en Solomon, beschreven in de bijbel als een grote gewestelijke macht, zelfs op het hoogtepunt van die macht niets meer was dan een klein, stamgebonden koninkrijk. Ook komt het voor velen als een onzalige verrassing dat Jahwe een vrouwelijke metgezel had en dat het monotheïsme in Israël haar intrede deed tijdens de zwakke periodes van de monarchie en niet op de berg Sinaï.

De meeste geleerden die werk verrichten in de vage overlappende wetenschappelijke disciplines van bijbelstudie, archeologie en de geschiedenis van het Joodse volk en dit laatste wilden ondersteunen met reële bewijzen, zijn het er over eens geworden dat de historische gebeurtenissen in de verschillende stadia van de exodus, radicaal verschillen van wat de bijbel vertelt. Wat volgt is een kleine samenvatting van de korte geschiedenis van de bijbelse archeologie, met de nadruk op de crisissen en de “big bang” van het voorbije decennium. De kritische conclusie, uitgaande van deze archeologische revolutie, is nog niet tot in het publieke bewustzijn doorgedrongen, maar mag daarom niet genegeerd worden.
Ja, Herzog heeft ook een prachtig overzichtswerk geschreven over archeologie in Israel Op een ander forum had ik daar juist nog een discussie over.

Overigens zit er een verschil tussen 'er zijn geen aanwijzingen gevonden voor het plaatsvinden van de exodus' en 'er zijn aanwijzingen gevonden dat de exodus niet heeft plaatsgevonden'. Kritici draaien dat te vaak en te makkelijk om. Onterecht. Zeker als je wetenschappelijke principes hoog wil houden.

doeidoei
Frodo
anders is niet hetzelfde als slechter; anders is ook niet hetzelfde als beter
Gebruikersavatar
collegavanerik
Superposter
Berichten: 6347
Lid geworden op: 31 mar 2005 22:59
Locatie: Zuid Holland

Bericht door collegavanerik »

nog een linkje naar een boekbespreking:

http://www.theosofie.net/sunrise/sunris ... licht.html
Bijbelgeleerden plaatsen de Exodus in de late dertiende eeuw voor Christus, en tot dat moment wordt de naam Israël maar één keer genoemd, ondanks de vele Egyptische optekeningen die er over Kanaän bestaan. Noch is er enig archeologisch bewijs voor een omvangrijke populatie in de woestijn en de bergen van de Sinaï in de late bronstijd:
In het exodusverhaal genoemde plaatsen zijn reëel. Een paar ervan waren welbekend en kennelijk bewoond in veel vroegere en veel latere perioden – nadat het koninkrijk Juda was gesticht toen de tekst van het bijbelverhaal voor het eerst op schrift werd gesteld. Jammer genoeg voor hen die op zoek zijn naar een historische uittocht uit Egypte, waren deze plaatsen juist in de tijd dat zij volgens het bijbelverhaal een rol speelden bij de gebeurtenissen tijdens de zwerftocht van de kinderen Israëls door de woestijn onbewoond.
– blz. 83
Afbeelding Hebr 6:
5 wie het weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft 6 en vervolgens afvallig is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd.
Als er een almachtige god bestaat, dan is hij een sadist.
Tsjok45
Bevlogen
Berichten: 3132
Lid geworden op: 15 feb 2006 13:57
Locatie: gent
Contacteer:

Bericht door Tsjok45 »

Bijbel en archeologie een zeer kleine poging tot een overzicht
( uit mijn persoonlijk archief )



De allereerste opgravingen in het Heilig Land, veelal in opdracht van christelijke universiteiten en instituten — later aangevuld door Israelische onderzoeksinstellingen — moesten aantonen dat de bijbel historisch juist was.

Het was werken met de spade in de ene hand en de bijbel in de andere.
Steden, muren, poorten, huizen — alles werd geïdentificeerd aan de hand van de bijbelse tradities.
Nederzettingen van Jozua, muren van David, forten van Salomo:
zie je wel, de bijbel heeft tóch gelijk. Dat was ook de titel van de bestseller die de Duitse journalist Werner Keller hierover in de jaren vijftig publiceerde:
Und die Bibel hat doch Recht.
God was níet dood.

Moderne Israelische reisgidsen lepelen deze verleidelijke identificaties nog steeds moeiteloos op.
Archeologen zélf kijken tegenwoordig met een zekere schaamte op deze periode terug.
Zij weten maar al te goed dat de oogst van al dat geploeter opmerkelijk schraal is geweest.
Al die identificaties zijn weinig meer dan wishful thinking.
Er is geen spoor te vinden van een uittocht uit Egypte, inclusief een verdronken farao, ook niet van een invasie door vreemde stammen in Palestina, ergens na 1500 voor Christus.
De resten laten geen culturele breuk zien, al die eeuwen niet, en de streek was toen trouwens stevig in Egyptische handen.
Geen spoor ook van een verovering (Jericho was toen al vele eeuwen
een ruïne) en
geen spoor van een koninkrijk onder David en Salomo.

Deze «emancipatie» van de bijbelse archeologie is nog in volle gang.
De vooraanstaande Israelische archeoloog Ze'ev Herzog kreeg een storm van
kritiek over zich heen toen hij het koninkrijk van David en Salomo een «mythe» durfde te noemen.
Toch heeft ze nu al geleid tot belangrijke nieuwe impulsen voor het tekstonderzoek.
De traditionele opvatting luidde dat de oudste delen van de bijbel geschreven zijn aan het hof van Salomo, zo rond 1000 voor Christus — voor de goede orde: dat is nog altijd vier eeuwen voordat er elders vergelijkbare literatuur ontstond.

Nu Salomo's rijk onvindbaar blijft, wordt deze opvatting steeds moeilijker houdbaar.
De toekomst lijkt aan de zogenoemde nihilisten die ervan uitgaan dat de bijbel wellicht
snippers oude overleveringen bevat, maar verder grotendeels in de laatste vier eeuwen voor het begin van de jaartelling is geschreven. Dat hierbij sprake zou zijn van geschied schrijving zoals wij die kennen, achten zij uitgesloten.

De bijbelse geschiedenis, het historische «bewijs» voor een oeroud verbond tussen God en zijn volk, is niet meer dan vrome fictie.

En als er geen uitverkoren volk bestaat, dan ook geen
zoon van God, en ook geen wonderbaarlijke verrijzenis
.

De bijbelse archeologie die het geloof had moeten redden van de negentiende-eeuwse bijbelkritiek zette uiteindelijk zelf nieuwe vraagtekens bij de kern van het christelijk geloof.

Nu het ernaar uitziet dat de bijbel veel later is ontstaan dan tot nog toe werd gedacht, wordt het interessant hem te vergelijken met de klassieke Griekse literatuur die om streeks dezelfde tijd, vanaf de zevende eeuw voor Christus, tot stand kwam. Gingen bijbelkundigen en classici elkaar tot voor kort uit de weg — de bijbel was immers naar ieders overtuiging eeuwen ouder dan de Ilias en Odyssee —, tegenwoordig weten ze elkaar steeds vaker te vinden, en de vergelijking leidt tot opmerkelijke resultaten.

Buitengewoon intrigerend bijvoorbeeld zijn de parallellen tussen de bijbelse en Griekse
tradities over het veroveren en besturen van nieuw land, die onlangs zijn aangestipt door de Amerikaanse oudtestamenticus Moshe Weinfeld. Griekse kolonisten die van plan waren een nieuwe stad te stichten vroegen eerst advies aan de beschermgod van de stad over waar ze naartoe moesten. Eenmaal aangekomen werd het land door middel van het lot verdeeld over verscheidene «stammen» — volgens Homeros en Plato was twaalf hierbij het ideale aantal.
Weinfeld wees erop dat deze vestigings traditie (voor de goede orde: het gaat hier om een ideaal; de werkelijkheid was heel wat ruiger) nergens in het Nabije Oosten voorkomt.
Niet in Egypte en Babylonië, niet bij de Hittieten en de Assyriërs.
Alleen in de bijbel, in de verhalen over de verovering van Palestina.


Een directe beïnvloeding vanuit de Griekse wereld is de enige redelijke verklaring.
Dat vereist stevige culturele contacten en een zekere jaloezie aan joodse kant ten opzichte van de indrukwekkende expansie die de Grieken op deze manier hadden bereikt.
Beide voorwaarden suggereren dat de geschiedenis van de verovering van Palestina pas in de vierde eeuw te boek is gesteld naar Grieks voorbeeld.



zie verder ook
--->
http://www.religioustolerance.org/chr_arhs.htm

http://groups.msn.com/anti-creato/creaarcheologie.msnw
Bijbel ( 12 berichten )
Heilige boeken (1bercht )
Geschiedenis en archeologie ( 1 bericht )
De oorsprong van de menselijke beschaving (1 bericht )





De bijbel herbekeken /
De bijbel: wat we weten, wat we niet weten, en wat dat betekent


Eerst kwam, met 11 september2001, de islam in de belangstelling.
Nu keert de aandacht zich, naar de joods-christelijke traditie.

Heeft Abraham bestaan, en zo ja, wisten zijn nazaten David en Salomo van zijn bestaan af?
Is het Israëlisch-Palestijnse conflict gewoon een voortzetting van de onteigening van Ismaël ten voordele
van Izaäk?
Heeft Mozes de bijbel geschreven?

Bruce Feiler /Abraham, in Search of the Father of Civilisation
Bruce Feiler /De Bijbel achterna /Walking the Bible: a Journey by Land through the Five Books of Moses
John Dominic Crossan & Jonathan L. Reed /Excavating Jesus, beneath the Stones, behind the Texts
Israel Finkelstein & Neil Ascher Silberman : The Bible Unearthed



--
Nicolaas Matsier / De Bijbel volgens Nicolaas Matsier

Jeruzalem is in meer dan één opzicht het centrum van de monotheïstische wereld. Tot ze zich bedachten en zich naar Mekka keerden, richtten de moslims hun gebeden op die stad. Salomo liet er zijn tempel bouwen en Jezus ging er dood. De simpelste wandeling door de oude stad leidt tot bijbelse verwarring.
Want is Jezus begraven op de plaats waar hij gekruisigd werd?
Kon Het Laatste Avondmaal plaatsvinden op dezelfde locatie waar nu het graf van koning David wordt gesitueerd?
Plaats is schaars in Jeruzalem, elk huis lijkt op meer dan één wijze miraculeus of dan toch bijzonder te moeten zijn willen alle tradities aan hun trekken komen. Je gaat op zoek naar iets om je dorst te lessen en je passeert in afwachting van de dichtstbijzijnde cola twee staties van de kruisweg. Of je zoekt een telefooncel en men stuurt je naar de klaagmuur.
Archeologen weten van de meeste benoemde plaatsen in Jeruzalem dat ze allicht niet zijn wat ze geacht worden te zijn, en eigenlijk doet dat er ook niet toe. In de beroemde lappendekenkerk kussen gelovigen non-stop het graf van Jezus. Als het allemaal echt was - als de steen echt het graf van Jezus toedekte - zou er geen geloof nodig zijn. De steen overdekt nu een imaginair graf van Jezus. De devotie is er niet minder om.
Maar dat onderscheid tussen echt en verzonnen blijft een controversiële aangelegenheid.
Het boek The Bible Unearthed snijdt nogal fluks in de historische waarheden van de bijbel en dat leverde de auteurs (Israel Finkelstein en Neil Asher Silberman) enkele woeste kritieken op van fundamentalistische christenen. Want als bijna alles Dichtung wordt (als Abraham niet bestaan heeft bijvoorbeeld, en de Exodus een zwaar overtrokken versie is van wat in het beste geval een migratie was die zich mondjesmaat voltrok) dan krijgt het geloofssysteem een deuk, en dan is dat voor mensen die zelfs het scheppingsverhaal (om juist te zijn de twee versies van het scheppingsverhaal) letterlijk blijven nemen niet minder dan heiligschennend.
Het helpt de gelovige als de bijbel toch af en toe de letterlijke waarheid verkondigt, en al enkele honderden jaren probeert men bewijzen aan te voeren voor de bijbelse verhalen:
het manna bestaat en smaakt inderdaad zoet, kwartels komen in de Sinaï af en toe uit de lucht gevallen, als je de juiste omstandigheden weet te vinden wil de zee weleens wijken voor Mozes en de zijnen, en waarom zouden de muren van Jericho niet tijdens het geschal zijn ingestort?
Deze 'bewijzen' bewijzen natuurlijk niet dat de bijbelse verhalen echt gebeurd zijn. Ze bewijzen in het beste geval dat enkele elementen ervan niet onmogelijk zijn.
Niettemin maakt dat ontbreken van een letterlijke waarheid de bijbel rijker. In zijn boek Abraham toont de Amerikaanse schrijver Bruce Feiler hoe de grote onduidelijkheid rond de status van deze aartsvader de drie grote monotheïstische tradities de mogelijkheid gaf om hem een centrale rol in hun geloof te geven.
Feiler legt uit hoe de bijbelschrijvers tot enkele eeuwen voor Christus schaafden aan diens verhaal. Ze brachten er anachronistische elementen in (de bijbel beschrijft hoe Abraham tamme kamelen verhandelde, terwijl kamelen wellicht pas honderden jaren na de vermeende tijd van Abraham werden getemd), maar ze maken het verhaal ook complex en interessant. Voor de joden was Abraham de eerste ware monotheïst, een man die de wereld van zijn vader, een maker van 'afgodenbeelden', verliet zonder bekende bestemming, omdat God hem dat had opgedragen en omdat hij op God vertrouwde. Met Abraham ontstond, in de woorden van Feiler, een draagbare God, een universele God, terwijl tot dan goden een vaste stek en een vast publiek plachten te hebben. Met Abraham begon ook een lange traditie van contracten met God.
God belooft weelde, kroost, een natie - en de mens belooft te gehoorzamen aan God of aan diens regels. In de joodse traditie is Abraham degene aan wie voor het eerst een volk en een land werden beloofd - het beloofde land, al werd die term toen nog niet gebezigd.

Abraham is, op aanstichten van God alweer, de uitvinder van de besnijdenis.
Voor de christenen werd Abraham een voorafspiegeling van wat Jezus zou overkomen. Abraham kreeg van God de opdracht om zijn zoon Izaäk te offeren. Zonder veel tegen te sputteren (en in andere gevallen heeft Abraham wel degelijk tegengesputterd, toen God Sodom en Gomorra wou vernietigen, onderhandelde Abraham uitvoerig met zijn opperwezen) ging hij op weg naar het punt waar het offer moest plaatsvinden, wat Abraham in een bepaalde interpretatie ook de voorloper maakt van het fundamentalisme (alles moet wijken voor God).

Dat offer zou een eerste versie kunnen zijn van wat uiteindelijk Jezus overkwam. God hield Abraham tegen toen hij Izaäk wou doden (al is dat niet helemaal zeker, volgens enkele exegeten heeft Abraham wel degelijk zijn zoon gedood), wat nog eens in de verf zet hoe straf het latere offer van Jezus wel was.

Voor vele moslims is Abraham (of Ibrahim) de eerste moslim, de eerste die zich onherroepelijk aan de wil van God onderwierp.
De naam van het bedoelde slachtoffer van Abraham wordt in de koran niet genoemd, maar over het algemeen gaan moslims er tegenwoordig vanuit dat God gevraagd had om Ismaël te slachten en niet Izaäk. Ismaël leefde volgens de koran later in Mekka, waar Ibrahim/Abraham hem enkele keren kwam bezoeken. Volgens de moslimtraditie heeft Abraham de Kaäba hersteld, waardoor hij een rechtstreekse voorloper van de profeet Mohammed werd. Zowel Jezus als Mohammed stammen volgens hun volgelingen rechtstreeks af van Abraham.

Zijn oudste zoon Ismaël, op aanstichten van zijn vrouw Sara verwekt bij een Egyptische slavin, en later op aanstichten van diezelfde Sara verbannen, werd de oer-Arabier, terwijl Izaäk, de zoon die hij bij de negentigjarige Sara verwekte, de vader werd van Jakob, de oer-Israëli.

Daardoor ligt Abraham, zelfs als hij niet bestaan heeft (en Feiler citeert een expert die beweert dat het best mogelijk is dat de koningen David en Salomo niet op de hoogte waren van het bestaan van de aartsvader, dat die met andere woorden een latere uitvinding is), eigenlijk ten grondslag aan het huidige conflict in het Midden-Oosten.

Feiler hoopt dat hij ook kan bijdragen tot de oplossing van dat conflict, dat de grote tradities elkaar vinden in de gemeenschappelijke aartsvader.

De Abraham van de bijbel is een boeiende, volgens Feiler wat verwaarloosde figuur (over Mozes werden films gedraaid, Jozef werd de held in een musical, op Jezus bedacht Monty Python een parodie, maar wie bezong Abraham?).

Hij reist een half leven rond met de belofte dat hem weelde, land en ontelbare nazaten wachten, maar behalve de weelde die hij vindt, lijkt niets bewaarheid te worden.
Hij blijft maar kinderloos en landloos.
Zijn echtgenote is honderd wanneer ze uiteindelijk Izaäk baart.
Het eerste stuk land dat de halfnomade Abraham bezit, is een plotje in Hebron waar hij zijn vrouw begraaft.

Abraham is behalve onderworpen aan God en radicaal ook verzoenlijk en billijk, wat hem dan misschien wel tot voorbeeld maakt van wie religieuze conflicten wil ontzenuwen. Hij lost een ruzie met zijn neef Lot op door grootmoedig aan hem de eerste keuze te laten: "Als u naar links gaat, ga ik naar rechts; als u naar rechts gaat, ga ik naar links." Lot kiest voor Sodom en Gomorra...

De vertaling uit van Feilers vorige boek, Walking the Bible (De Bijbel achterna, de titel van de vertaling is juister, er wordt in het boek maar weinig gewandeld).
Het Abraham-boek is boeiend omdat het actualiteit verworven heeft, omdat, in de lezing van Feiler, Abraham zowel de verdeeldheid als de mogelijkheid van verzoening van godsdiensten belichaamt, maar het vorige boek is omvattender en biedt meer inzichten.

Het is geriskeerd een 'reisboek' over de bijbel te schrijven - dat wordt algauw anekdotisch tot nietszeggend, of het toont een persoonlijke verdieping van het geloof van de schrijver. In het geval van Feiler biedt de reis bijna alleen voordelen. De boeken die hij beschrijft en achternareist (voornamelijk genesis en exodus), zijn zelf reisboeken. De protagonisten worden verbannen of slaan op de vlucht, ze dolen.

Feiler doolt met hen, en komt zo tot enkele conclusies die hem anders misschien zouden zijn ontgaan.

Hij vindt de wortels van de bijbel - daar is hij natuurlijk niet de enige - in twee rivierculturen, eerst Mesopotamië (waar een vergelijkbaar scheppingsverhaal de ronde deed, en waar in ettelijke versies over de zondvloed werd verteld), dan Egypte, waarna God zijn bijbelse volgelingen een land beloofde dat niet kon rekenen op een gulle rivier. God maakte zijn volgelingen dus afhankelijk van zijn grillen en zijn regen, van de cont
racten die hij met hen afsloot.


De reis is ook op een ander niveau relevant.
Feiler argumenteert dat
Feilers relatief snelle tocht door de bijbel (het boek is toch nog altijd ongeveer 500 bladzijden dik) toont de lezer ook patronen.

De zondeval wordt steeds herhaald,
God verleent gratie, de mens beschaamt zijn vertrouwen en wordt bestraft, tot er een nieuwe periode van gratie volgt.

Hoewel hij Abraham later naar voren zal schuiven als een potentiële verzoener van de drie grote tradities, wordt Feiler in zijn voorgaande boek moedeloos als hij merkt hoe Mozes, ook weer een figuur die een belangrijke positie inneemt in de drie tradities, totaal anders begrepen wordt door Jordaanse moslims met wie hij discussieert (Feiler is zelf een jood).

In de koran wordt het bijbelse verhaal vertaald tot bijna een succesverhaal.
Het element beloofde land is uitgegomd, en ook het feit dat Mozes er niet in slaagt dat beloofde land zelf te bereiken maakt dus niet langer deel uit van het verhaal.

De koran heeft Mozes zijn tragiek ontnomen.
Maar wat Feiler erger vindt: de moslims met wie hij discussieert, die op een boogscheut van het Israëlisch-Palestijnse conflict wonen, hebben zelfs geen flauwe notie van wat het beloofde land inhoudt voor joden.
Ze wonen zo dicht en toch zien ze enkel hun eigen waarheid.

Feiler bewandelt een immense materie.
Hij laat zich gidsen door experten (af en toe doet zijn boek denken aan The Songlines van Bruce Chatwin) die zijn eigen inzichten meteen in een kader laten plaatsen.

Feiler legt weliswaar uit wat hij behandelt, maar beginnende bijbellezers zoeken misschien een makkelijker, systematischer introductie.

Wie een overzicht, en niet noodzakelijk controverse zoekt, kan terecht De bijbel volgens Nicolaas Matsier. Dat l boek is allicht het meest handige voor mensen die hun bijbellectuur willen verdiepen.
Matsier loopt systematisch bijbelboeken af en geeft commentaar (het materiaal in dit boek verscheen eerder columngewijs in onder meer de krant Trouw).

Nieuwe inzichten heeft hij niet op het oog, maar Matsier is zeker nuttig voor wie de oude inzichten nog niet kende. En hij telt graag (Jozef, zoon van Jakob en vooral bekend als voorspeller van de plagen van Egypte, barst tot zeven keer toe in tranen uit, wat hem de grootste huilebalk van de bijbel maakt). Matsier is geneigd de gruwelen in de verf te zetten, die door leraren godsdienst weleens vergeten worden: de aanslagen tegen families van tegenstanders, David die als bruidsschat honderd voorhuiden van (gedode) Filistijnen moet tonen. Bij lezing van Matsier kom je, hoewel daar niet op gewezen wordt, tot de conclusie dat de wreedheden die God beval of zelf uitvoerde, niet onvergelijkbaar zijn met de wreedheden die zijn volgelingen nu bijvoorbeeld in de Palestijnse gebieden uitvoeren. De bijbel is niet minder wreed dan de huidige realiteit.

De God van de joden is wreder dan de succesrijkste Palestijnse zelfmoordenaar - God doodt tijdens de exodus zijn eigen, weliswaar twijfelende en soms tegenpruttelende volgelingen met een gretigheid die aan sadisme grenst.

De God van het eerste bijbelboek, Genesis, valt, daar wijst Feiler ook al op, blijkbaar beter te pruimen dan de God van het tweede boek, Exodus.

De God van het tweede boek is een nukkige god, die zijn volgelingen in leven houdt met kwartels en manna, en uit rotsen spuitend water, maar die niet of minder vatbaar is voor onderhandeling en toegeving (anders zou hij toch op het laatste moment Mozes de kans hebben verleend om het beloofde land te zien), die niet terugschrikt voor een bloedbad meer of minder, en die geregeld koudweg onze noties van mensenrechten en billijkheid met voeten treedt. De God van Exodus is een wrede god.

Ook een inzicht dat Matsier deelt met Feiler: God wordt sterker naarmate het zijn volgelingen slechter vergaat. Ook dat mechanisme valt nu nog te merken in de Arabische wereld.

De strikt archeologische boeken zijn veel minder geschikt voor een breed publiek.
In Excavating Jesus wordt gezocht naar historische vondsten, stenen of teksten, die een licht werpen op de stichtende figuur van het christendom.
Gespecialiseerde recensenten bejubelen het werk maar voor een buitenstaander valt het vooral op hoe weinig betrouwbaar materiaal er te vinden is.

The Bible Unearthed is interessant maar gaat helemaal in op controverses waarvan de niet zo bijbelvaste lezer misschien het bestaan niet eens vermoedde.

De algemene stelling van het boek is dat de bijbel veeleer de wereld weergaf van wie hem schreef dan van wie beschreven werd.
En dat Mozes niet de auteur was van de Pentateuch (de eerste vijf bijbelboeken), schijnt niemand van de hier vermelde auteurs meer aan te vechten.

Slotsom: de bijbel komt uit deze serie boeken tevoorschijn als een interessant, gruwelijk, veelvoudig te interpreteren, bijwijlen contradictorisch boek (de koran, hoewel ook niet contradictievrij, is veel gerichter, hij bevat minder intern conflict, minder emotie, wat hem mijns inziens als literatuur ook armer maakt).

Feiler laat in zijn De Bijbel achterna een expert aan het woord die het boek onvergelijkbaar beter en rijker noemt dan Shakespeare.
Niet iedereen zal het daarmee eens zijn, maar het boek verdient zijn populariteit, het verdient met een frisse neus gelezen of herlezen te worden.

(Rudi Rotthier )


Nicolaas Matsier is geneigd de gruwelen in de verf te zetten, die door leraren godsdienst weleens vergeten worden: de aanslagen tegen families van tegenstanders, David die als bruidsschat honderd voorhuiden van (gedode) Filistijnen moet tonen
Een inzicht dat Matsier deelt met Feiler:
God wordt sterker naarmate het zijn volgelingen slechter vergaat




De Bijbel op de grens tussen fictie en non-fictie

Dat de wereld door God geschapen is in zeven dagen, geloven enkel nog fundamentalistische christenen en Joden die ieder Bijbels woord letterlijk nemen. Maar wat met de rest van de verhalen uit het Oude Testament? Bestond de oervader Abraham echt? Klopt het dat het onderdrukte Joodse volk uit Egypte vluchtte om zich in het beloofde land te vestigen?

De archeologen Israël Finkelstein en Neil Silberman legden feiten naast verhalen en stelden vast dat de Bijbelauteurs een goede pen hadden, maar heel vaak kort door de bocht gingen.

Stel dat de Bijbel gerangschikt moet worden in onze hedendaagse boekenlijstjes. Behoort het dan tot de fictie of de non-fictie?
"Goede vraag, maar niet evident om te beantwoorden", zegt Neil Silberman, coauteur van het pas gepubliceerde boek De Bijbel als mythe, eigenlijk een Nederlandse vertaling van het boek The Bible Unearthed, dat in 2001 voor veel ophef zorgde in (vooral) de Angelsaksische wereld.

De auteurs leggen in het boek de archeologische vondsten en feiten uit het Midden-Oosten naast de verhalen uit het Oude Testament. Hun conclusie is duidelijk. Het eerste stuk van de Bijbel is een document dat in de zevende eeuw voor Christus moet zijn geschreven. En niet, zoals de meeste verhalen doen uitschijnen, in de periode van 2.200 tot 500 voor Christus.

Silberman:
"In het Oude Testament staan zeker verhalen en zaken die historisch kloppen, maar vaak gaat het toch om mythes en metaforen. De werkelijkheid werd vaak 'gedramatiseerd' en simpeler gemaakt voor de lezer. Neem nu het verhaal van de oervader Abraham en zijn zonen, uit het boek Genesis, dat zich afgespeeld zou hebben tussen 2.200 en 1.800 voor Christus. Er is echter geen enkel archeologisch bewijs gevonden dat hij heeft bestaan."
Alle specifieke gegevens die in het verhaal staan, werden door de archeologen gecheckt: plaats- en persoonsnamen, lokale gebruiken... geen enkel spoor van de oervader.
In de Bijbel staat wel dat hij een kameel gebruikte als lastdier.
"Maar dat gebruik werd pas in de zevende eeuw voor Christus ingevoerd", zegt Silberman.

Opgravingen in dorpen die in het boek Genesis als belangrijk werden omschreven, toonden ook aan dat ze ofwel niet bestonden ofwel heel klein waren en pas in de achtste of zevende eeuw voor Christus van belang werden. Judea bijvoorbeeld werd al in die vroege periode een grote maatschappelijke en politieke rol toebedeeld, maar die kreeg het pas veel later.

Heeft Abraham dan nooit echt bestaan? Silberman:

"Het zwakke punt van archeologie is natuurlijk dat we nooit met individuele bewijzen kunnen komen. De sterkte is dat we een breder verhaal kunnen vertellen over de samenleving van toen. Wellicht zijn de oervaders en hun verhalen een samenstelling van verschillende historisch bestaande figuren en families met een complexe familiegeschiedenis. Hun verhalen en belevenissen zijn metaforen, mythes. Verhaallijnen worden simpeler en sterker gemaakt om meer te imponeren. Niet vergeten dat er in die tijd sowieso geen strikte scheiding bestond tussen fictie en non-fictie, tussen literatuur of politieke, maatschappelijke of theologische teksten."

Een ander voorbeeld van een iets te sterke en scherpe pen, vindt de archeoloog in het verhaal van de exodus, de vlucht van het onderdrukte Joodse volk uit Egypte. Onder leiding van Mozes zou het dan, na een lange tocht door de woestijn, het beloofde land Kanaän bereiken.

Silberman is sceptischer over de exodus.

"Er zijn geen bewijzen voor één grote migratiegolf, geleid door één man. Wel zijn er door de eeuwen heen heel wat kleinere verhuizingen geweest. Een complexe sociale transformatie dus, met verschillende soorten volkeren en leiders." Ook de heroïsche daden van David of Salomon moeten met een flinke korrel zout genomen worden.
Het Oude Testament afdoen als pure fictie, is ook veel te kort door de bocht, oordeelt de Amerikaanse archeoloog, die sinds een aantal jaar het Ename Expertisecentrum voor Erfgoedontsluiting vzw, nabij Oudenaarde, leidt.

Of zoals de auteurs in het boek schrijven:

"De kracht van het Bijbelverhaal schuilt in zijn boeiende en samenhangende verwoording van de tijdloze thema's van de bevrijding van een volk, het onophoudelijk verzet tegen de onderdrukking en het zoeken naar sociale gelijkheid. De welsprekende taal van de Bijbel geeft uitdrukking aan het diepgewortelde gevoel van een gemeenschappelijke oorsprong, ervaring en bestemming die elke menselijk gemeenschap nodig heeft om te kunnen overleven."

Na de publicatie van de Engelstalige versie in 2001 kregen de auteurs bakken kritiek over zich heen gestort. Die kwam vooral uit fundamentalistische hoek, die de Bijbel letterlijk interpreteert.

"We waren zogezegde cultuurbarbaren die de Joods-westerse hoekstenen van de samenleving onderuit probeerden te halen. Alsof de wereld eindigde na de publicatie van ons boek. Maar er waren ook heel wat positieve en geïnteresseerde reacties."

Maar wat antwoordt hij dan op de visie dat de Bijbel niets minder is dan het woord van God zelf.

"Natuurlijk is de Bijbel het werk van mensen die iets te vertellen hadden, maar je kunt ook zeggen dat hun inspiratie goddelijk is. Zoals de werken van Shakespeare ook door een goddelijke muze zijn geïnspireerd. Kijk, er zijn al sinds eeuwen discussies over de historische waarde van de Bijbel. Bijna iedereen aanvaardt nu dat God de wereld niet heeft geschapen in zeven dagen, dat Adam en Eva niet de eerste mensen waren.
Sinds de evolutieleer van Darwin weten we wel beter; het zijn metaforen die je niet letterlijk mag interpreteren. De wetenschap en de archeologie zijn telkens mee opgeschoven in het onderzoeken van de verhalen. Natuurlijk is en blijft de Bijbel heel waardevol, anders zou ik er als archeoloog ook niet zoveel tijd van mijn leven in hebben gestoken."


Israël Finkelstein en Neil Silberman, /De Bijbel als mythe,.
Laatst gewijzigd door Tsjok45 op 25 jul 2006 09:30, 1 keer totaal gewijzigd.
Ni dieu , Ni maitre
Ni , Ni , Ni ( The knight of Ni )
Tsjok45
Bevlogen
Berichten: 3132
Lid geworden op: 15 feb 2006 13:57
Locatie: gent
Contacteer:

Bericht door Tsjok45 »

Waarheid en verzinsel in de bijbel volgens bijbelarcheoloog Neil Asher Silberman door Geert Lernout

'De bijbel is het verhaal van de overwinnaars. Daarom is alles wat met het Noordelijk Koninkrijk te maken had als zondig beschreven'




Samen met Israel Finkelstein schreef Neil Asher Silberman The Bible Unearthed, een uitermate leesbaar boek over de manier waarop recente archeologische vondsten juist níét bevestigen wat er in de bijbel staat. Silberman is redacteur van het tijdschrift Archaeology, auteur van verscheidene boeken over de bijbel en directeur van historische interpretatie in het Ename Centrum voor Openbare Archeologie en Patrimonium.

Hoe de bijbelarcheoloog in Oost-Vlaanderen terechtkwam


? "Toen ik aan mijn doctoraalscriptie begon, realiseerde ik me al vlug dat ik voor een breder publiek wilde schrijven. Ik had een idee voor een geschiedenis van de archeologie in Israël, waarvan ik eerst dacht dat het een reeks romantische verhalen zou worden over de Victoriaanse ontdekkingsreizigers die door de woestijn trekken en koningsgraven ontdekken. Maar na een tijd ontdekte ik dat er onder die archeologische avonturen een heel ander verhaal zat. Het is zelfs zo dat als je de geschiedenis van Europa in de negentiende eeuw niet zou kennen, je ze zou kunnen reconstrueren op basis van welke archeoloog ruzie had met welke andere archeoloog, waar welk land meer invloed wilde krijgen, welke religie belangrijk was. Zo leerde ik de archeologie lezen als een tekst en niet als een verzameling harde feiten en ik schreef een reeks boeken over de relatie tussen archeologie en politiek, vooral in het Midden-Oosten. Op het einde van de jaren negentig had ik over dat onderwerp zo ongeveer alles gezegd wat er te zeggen was en ging ik op zoek naar nieuwe uitdagingen. En zo kwam ik in Ename terecht, waar ik de theorie in de praktijk kan omzetten.

"Rond dezelfde tijd had ik samen met mijn vriend Israel Finkelstein het plan opgevat om voor een breed publiek een boek te schrijven over een aantal nieuwe inzichten in de bijbelse archeologie. Dat was eerder ook al zo met mijn boek over de Dode-Zeerollen. Ik wou als journalist het verhaal vertellen over die fascinerende vondst van documenten waarmee een klein groepje geleerden bijna een halve eeuw lang bezig was. Ik vroeg me dit af: als al die grote geleerden uit Harvard en Yale het nu eens bij het verkeerde eind hebben?

"Net als in het boek over de Dode-Zeerollen ga ik in The Bible Unearthed omgekeerd te werk. Zevenennegentig procent van wat we denken te weten over de vroege geschiedenis van de joden komt uit de bijbel. Het is dus niet de bedoeling om de betrouwbaarheid van die teksten te testen, maar om de verhouding tussen die tekst en de archeologische vondsten fundamenteel anders te stellen. Tot nu was het nog altijd zo dat de archeologen het verhaal van de bijbel nemen en dan overal op zoek gaan naar illustraties van dat verhaal. Wij hebben met dit boek net het omgekeerde gedaan, en dat is niet meer dan normaal. Je gaat uit van de archeologie en de reconstructie van hoe de wereld er toen uitzag en dan probeer je wat er in de bijbel staat daarin een plaats te geven.

"Het eerste deel van de bijbel met het scheppingsverhaal en de zondvloed is mythologisch, maar met Abraham krijgen we voor het eerst een mens van vlees en bloed. Traditioneel ziet men in zijn emigratie uit Mesopotamië naar het Heilige Land een verwijzing naar de joden die oorspronkelijk uit het oosten kwamen en pas later gewapenderhand Israël hebben veroverd. Dat is nu net een van die bijbelse 'feiten' waarvoor totaal geen archeologische basis is. Het verhaal van Abraham en van de patriarchen is een mythe zoals zoveel andere volkeren die hebben. Het idee dat dat verhaal gebaseerd zou zijn op een massale migratie vanuit Mesopotamië is typisch voor de negentiende eeuw: toen was zowat alles het gevolg van massale migraties. Bovendien wijzen heel wat elementen van het verhaal op een oorsprong in de zevende eeuw voor Christus, niet bijna vijftien eeuwen eerder, zoals de bijbel ons wil laten geloven. De kamelen waar men het voortdurend over heeft bijvoorbeeld, werden pas in de zevende eeuw echt als lastdieren gebruikt. Natuurlijk zitten er ook oudere verhalen in, maar het geheel is veel jonger.

"Het historische verhaal van de joden begint niet met een verovering maar met een andere manier van leven. De manier van leven van de mensen die zich in het hoogland ten westen van de Jordaan vestigden, verschilt niet van die van andere gemeenschappen in de vroegste ijzertijd (rond 1.000 voor Christus). Of toch wel, in één detail: we weten dat ze geen varkensvlees aten.

"]Wat we nooit mogen vergeten als we die eerste boeken van de bijbel lezen, is dat dat het verhaal is van de mensen die in het Zuidelijk Koninkrijk woonden en dat alles wat ons wordt verteld in dat licht moet worden gelezen. Het is het verhaal van de overwinnaars. Daarom is alles wat met het Noordelijk Koninkrijk te maken had altijd als onvolmaakt en zondig beschreven. Het was de elite van het Zuidelijk Koninkrijk die de mythe van David en Salomon creëerde met Jeruzalem als centrum van een rijk dat even belangrijk was als Egypte en Perzïe, terwijl we zeker weten dat Jeruzalem in die periode niet groter was dan een dorp. Het hele verhaal van David en Salomon is typische koninklijke propaganda uit de ijzertijd.

We hebben veel kritiek gekregen, vooral van rechts in Israël en van conservatieve joden en christenen in de VS. Maar dat zijn mensen die zo overtuigd zijn dat alles wat in de bijbel staat letterlijk waar is dat er geen enkel argument bestaat waarmee je ze kunt overtuigen.

Wat we proberen aan te tonen in het boek is dat de bijbel veel jonger is dan de auteurs zelf beweren, maar dat ze een belangrijke ontdekking hebben gedaan. In de wetboeken formuleerden zij voor het eerst in de geschiedenis het idee dat mensen individuele rechten hebben en dat de zwakken recht hebben op bescherming. Al is de uittocht uit Egypte niet historisch, het zinnetje 'Let my people go' heeft daarom niet minder een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis, bijvoorbeeld in de strijd van de zwarten in de zuidelijke staten van de VS. Tot vandaag kun je de geschiedenis niet begrijpen zonder de bijbel, maar dat wil nog niet zeggen dat hij daarom buiten de geschiedenis staat
Ni dieu , Ni maitre
Ni , Ni , Ni ( The knight of Ni )
Gebruikersavatar
lanier
Superposter
Berichten: 6824
Lid geworden op: 14 sep 2004 23:20

Bericht door lanier »

De kamelen waar men het voortdurend over heeft bijvoorbeeld, werden pas in de zevende eeuw echt als lastdieren gebruikt.
Uit 'de bijbel als mythe' pagina's 51 en 52:
In recenter decennia hebben de Amerikaanse bijbelwetenschappers John van Seters en Thomas Thompson nog meer twijfel gezaaid aan de veronderstelde archeologische bewijzen voor de historische aartsvaders in het tweede millennium voor onze jaartelling. Zij stelden dat zelfs als de latere teksten enkele vroege tradities bevatten, de selectie en bundeling van de verhalen eerder uitdrukking geven aan een duidelijke boodschap van de bijbelbewerkers uit de tijd waarin deze verhalen werden geschreven, dan dat ze een betrouwbaar historisch verslag bieden.
Maar wanneer vonden die selectie en bundeling plaats? De bijbeltekst geeft enkele duidelijke aanwijzingen die de tijd kan begrenzen waarin dat uiteindelijk gebeurde. Neem bijvoorbeeld de herhaalde vermelding van kamelen. De verhalen over de aartsvaders zijn vol kamelen, gewoonlijk kudden kamelen, maar kamelen worden, zoals in het verhaal over de verkoop van Jozef als slaaf door zijn broers (Genesis 37:25), ook genoemd als lastdier in een karavaan. Op grond van archeologisch onderzoek weten we intussen dat dat men kamelen pas op zijn vroegst tegen het eind van het tweede millennium voor onze jaartelling las lastdieren ging gebruiken en dat men ze in het Nabije Oosten van de oudheid pas ver na 1000 voor onze jaartelling algemeen als zodanig ging inzetten. En uit een nog merkelijker detail - de kamelenkaravaan die in het verhaal van Jozef' gom, balsem en hars vervoerde - blijkt een duidelijke bekendheid met de voornaamste producten van de lucratieve handel, die onder de controle van het Assyrische rijk bloeide in de achtste en zevende eeuw voor onze jaartelling.
Uit opgravingen te Tell Jemmeh in de zuidelijke kustvlakte van Israël - een uiterst belangrijke stapelplaats op de voornaamste karavaanroute tuseen Arabië en de Middelandse Zee - bleek dan ook dat in de zevende eeuw voor onze jaartelling het aantal kamelenbotten een drastische toename vertoonde. De beenderen waren bijna uitsluitend afkomstig van volwassen dieren, wat erop leek te wijzen dat het beenderen van reizende lastdieren waren en niet van plaatselijk gehouden kudden (want dan zouden ook de botten van jonge dieren zijn gevonden). Trouwens, precies in die tijd vertellen Assyrische bronnen dat er kamelen werden gebruikt als lastdieren in karavanen. Pas toen werden kamelen een voldoende gewoon element in het landschap om als incidenteel detail in een literair verhaal te worden opgenomen.

Vervolgens wordt ingegaan op de Filistijnen (Genesis 20:1 en 26:1). Zij verstigden zich echter pas na 1200 voor onze jaartelling in de kustvlakte van Kanaän. Tegenwoordig wordt Gerar geïdentificeerd met Tel Haror en uit opgravingen is gebleken dat het in eerste instantie een onbeduidend dorp was. Maar aan het eind van de achtste en in de zevende eeuw voor onze jaartelling was het een belangrijk en zwaar versterkt Assyrisch bestuurscentrum geworden in het zuiden, een duidelijk oriëntatiepunt.
Wat het probleem is met religie? De mens. Voor elke heilige lopen er 2 miljoen zondaars rond - Raymond Reddington
Gebruikersavatar
lanier
Superposter
Berichten: 6824
Lid geworden op: 14 sep 2004 23:20

Bericht door lanier »

Wat het probleem is met religie? De mens. Voor elke heilige lopen er 2 miljoen zondaars rond - Raymond Reddington
Gebruikersavatar
Fish
Ontoombaar
Berichten: 11211
Lid geworden op: 14 sep 2008 10:44
Locatie: Aan de kust.

De bijbel als mythe.

Bericht door Fish »

Ik ben bijna halverwege en vraag mij af waarom je zo weinig over dit boek hoort?
Als het OT gewoon mythe is blijft er van de Abramitische religies weinig over.
Waarom je nog druk maken ove het NT, of de Koran? :?
Het goddelijke onderscheidt zich niet van het niet bestaande.
Gebruikersavatar
Kitty
Ontoombaar
Berichten: 11282
Lid geworden op: 23 aug 2006 17:31

Bericht door Kitty »

Dat ligt eraan wat die mythes wilde zeggen, en waarom ze zijn geschreven. Ik heb het boek niet gelezen trouwens, dus weet niet wat de invalshoek is.
Alle gebondenheid kan vrijheid heten, zolang de mens de banden niet voelt knellen. (naar Erasmus)

Il n’y a que les imbéciles qui ne changent jamais d’avis ... (Jacques Brel)

En de mens schiep God en dacht dat dat goed was.
Gebruikersavatar
collegavanerik
Superposter
Berichten: 6347
Lid geworden op: 31 mar 2005 22:59
Locatie: Zuid Holland

Bericht door collegavanerik »

Kitty schreef:Dat ligt eraan wat die mythes wilde zeggen, en waarom ze zijn geschreven. Ik heb het boek niet gelezen trouwens, dus weet niet wat de invalshoek is.
ik kan hem je wel lenen
Afbeelding Hebr 6:
5 wie het weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft 6 en vervolgens afvallig is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd.
Als er een almachtige god bestaat, dan is hij een sadist.
Gebruikersavatar
Kitty
Ontoombaar
Berichten: 11282
Lid geworden op: 23 aug 2006 17:31

Bericht door Kitty »

Graag, ik ben wel benieuwd naar dit boek.
Alle gebondenheid kan vrijheid heten, zolang de mens de banden niet voelt knellen. (naar Erasmus)

Il n’y a que les imbéciles qui ne changent jamais d’avis ... (Jacques Brel)

En de mens schiep God en dacht dat dat goed was.
Gebruikersavatar
Kochimodo
Bevlogen
Berichten: 2177
Lid geworden op: 14 feb 2008 14:41

Re: De bijbel als mythe.

Bericht door Kochimodo »

Fishhook schreef:Ik ben bijna halverwege en vraag mij af waarom je zo weinig over dit boek hoort?
Als het OT gewoon mythe is blijft er van de Abramitische religies weinig over.
Waarom je nog druk maken ove het NT, of de Koran? :?
Omdat de relifundi's zich niets van dit soort boeken aantrekken en doorgaan hun religieuze opvattingen door te drukken. En niet-gelovigen willen beperken in hun vrijheden als abortus, euthanasie, homohuwelijk, homo-emancipatie, zondagsopenstelling van winkels, vrijheid van meningsuiting, etc.
Gebruikersavatar
collegavanerik
Superposter
Berichten: 6347
Lid geworden op: 31 mar 2005 22:59
Locatie: Zuid Holland

Bericht door collegavanerik »

topic samengevoegd met bestaand topic
Afbeelding Hebr 6:
5 wie het weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft 6 en vervolgens afvallig is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd.
Als er een almachtige god bestaat, dan is hij een sadist.
Gebruikersavatar
PietV.
Erelid
Berichten: 14510
Lid geworden op: 21 sep 2004 20:45
Locatie: Rotterdam

De Bijbel als mythe!! (recensie theosofie net)

Bericht door PietV. »

Er zij licht: archeologie en het Oude Testament
Met dank aan Fishhook. Die deze recensie in het topic 95 stellingen neerzette. Het onderwerp kan hier verder worden besproken. Omdat het eerder aan bod is geweest, ga ik de links rond deze discussie nog opzoeken.

Afbeelding


Sarah Belle Dougherty


De archeologie is lang beschouwd als een goede vriend van de Hebreeuwse bijbel. Zoals de ontdekkingen van Heinrich Schliemann aantoonden dat de verhalen van Homerus niet alleen maar mythen waren, evenzo werden de archeologische ontdekkingen in de landen van het Oude Testament beschouwd als bewijs dat de bijbel op historische feiten berust en niet alleen op legenden. Hoewel tekstcritici zich al eeuwen realiseren dat het Oude Testament een verzameluitgave is van verscheidene teksten die in verschillende tijden door verschillende groeperingen zijn geschreven, gingen de meeste archeologen er tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw als vanzelf vanuit dat de verslagen de feiten weergaven. Omdat ze bijna allemaal christenen of joden waren die sterk overtuigd waren van de waarheid van de bijbel, interpreteerden ze hun vondsten in het licht van de schrift. Het was dan ook geen wonder dat de archeologische vondsten de bijbel leken te bevestigen wanneer onderzoekers het Oude Testament gebruikten om de dingen die ze opgroeven te identificeren en te dateren, en om het belang van steden, gebouwen, aardewerk en andere artefacten te interpreteren.

Maar na 1970 ontstond een nieuwe trend toen archeologen ontdekkingen uit het Heilige Land op dezelfde manier gingen benaderen als dat ze dat overal elders zouden hebben gedaan. Toen ze zich richtten op de werkelijke oude geschiedenis van Israël in plaats van uitsluitend op bijbelse associaties, gebruikten ze voortaan de artefacten, architectuur, de patronen volgens welke nederzettingen waren gebouwd, beenderen van dieren, zaden, bodemmonsters, antropologische modellen die ze kenden op grond van andere culturen in de wereld, en andere moderne methoden om beschrijvingen te geven die waren gebaseerd op wetenschappelijk bewijs. Israel Finkelstein en Neil Asher Silberman presenteren deze wetenschappelijke kennis in hun boek The Bible Unearthed: Archaeology’s New Vision of Ancient Israel and the Origin of Its Sacred Texts [De bijbel als mythe: opgravingen vertellen een ander verhaal] aan een breed publiek. Dr. Finkelstein is directeur van het Sonia en Marco Nadler Institute of Archeology aan de universiteit van Tel Aviv, en dr. Silberman is directeur historische interpretatie van het Ename Centrum voor Publieksarcheologie en Erfgoedpresentatie in België.

In een poging om ‘geschiedenis te scheiden van legende’ vertellen de auteurs over ‘de meest recente archeologische inzichten – die buiten wetenschappelijke kringen nog grotendeels onbekend zijn – niet alleen over wanneer de bijbel werd geschreven, maar ook over waarom dat gebeurde’, ontdekkingen die ‘de studie van het vroege Israël radicaal hebben veranderd en ernstige twijfel doen rijzen aan de historische basis van beroemde bijbelverhalen als de zwerftochten van de aartsvaders, de uittocht uit Egypte en de verovering van Kanaän, en het glorieuze rijk van David en Salomo’ (blz. 13-4). The Bible Unearthed bespreekt vrij gedetailleerd de aanwijzingen die deze aanspraken ondersteunen, en toont aan waarom, hoewel ‘geen enkele archeoloog kan ontkennen dat de bijbel legenden, personages en verhalenfragmenten bevat die ver teruggaan in de tijd, . . . de archeologie kan aantonen dat de Tora en de Deuteronomistische Geschiedenis onmiskenbaar kenmerken vertonen die erop duiden dat ze pas in de zevende eeuw voor onze jaartelling voor het eerst werden samengesteld’ (blz. 36).

De bijbel begint zijn verhaal over het joodse volk met de omzwervingen van de aartsvaders, te beginnen met Abraham. Te oordelen naar recente coverstory’s in tijdschriften zoals National Geographic en Time zou men kunnen denken dat Abraham onbetwist een historische figuur moet zijn. Men beweert dat hij een Babyloniër was, afkomstig uit Ur – dat nu in het zuiden van Irak ligt – en volgens Genesis ging Abraham in noordwestelijke richting naar Haran in het zuiden van Turkije, waar Gods stem hem gebood naar het zuiden, naar Kanaän te gaan. De bijbel voert alle naties van dat gebied terug op zijn familie. De Moabieten en de Ammonieten gaan terug op zijn neef Lot; de joden en zuidelijke Arabieren op respectievelijk Abrahams zonen Izaäk en Ismaël. Daarop volgen Izaäks zonen Esau – vader van de Edomieten en andere woestijnvolken – en Jakob; dan Jakobs twaalf zonen – ieder van hen heerste over één van de twaalf stammen van Israël. Eén zoon, Jozef, wordt als slaaf aan Egypte verkocht. Tijdens een hongersnood ontdekken de overgebleven familieleden die daar naartoe zijn gevlucht dat Jozef bij de farao in hoog aanzien is komen te staan. Na Jakobs dood blijven de kinderen van Israël in Egypte.

Welk archeologisch bewijs bestaat er met betrekking tot deze bijbelse figuren? Archeologen, van wie vele tot een kerk behoren, hebben intensief naar bewijzen over de historische aartsvaders gezocht omdat ze meenden dat tenzij deze mensen werkelijk hadden bestaan, hun eigen geloof op onwaarheid berustte. Hoewel de bijbel heel wat specifieke informatie bevat, heeft het zoeken geen resultaat opgeleverd. Tegenstrijdigheden in de details zijn van belang omdat zulke ‘specifieke verwijzingen in de tekst naar steden, buurvolken en bekende plaatsen precies die aspecten zijn die de verhalen over de aartsvaderen onderscheiden van geheel mythische volksverhalen. Ze zijn van wezenlijk belang om de tijd en de boodschap van de tekst te kunnen bepalen’ (blz. 52-3). Kamelen, bijvoorbeeld, werden in het Nabije Oosten tot de zevende eeuw v.Chr. niet algemeen als lastdieren gebruikt, en de Filistijnen hebben zich niet vóór de twaalfde eeuw in Kanaän gevestigd. Opgravingen op verscheidene locaties die in Genesis als belangrijk staan aangegeven tonen soms aan dat deze plaatsen in de vroege ijzertijd heel klein waren of niet bestonden, maar dat ze pas tegen het einde van de achtste en in de zevende eeuw nederzettingen van belang waren geworden.

Analyse toont bovendien aan dat de stambomen van de aartsvaders en de volkeren die van hen afstammen ‘vanuit het onmiskenbare gezichtspunt van het koninkrijk Israël en het koninkrijk Juda in de achtste en zevende eeuw voor onze jaartelling een kleurrijke menselijke kaart van het Nabije Oosten van de oudheid vormen. Deze verhalen bieden een heel scherpzinnig commentaar op politieke zaken in deze streek in de Assyrische en Neo-Babylonische periode’ (blz. 53). In de bijbel speelt Judea in Genesis een overheersende rol, hoewel het in die tijd nog onbetekenend was:

Intussen is duidelijk geworden dat de keuze voor Abraham, met zijn nauwe connectie met Hebron, de eerste hoofdstad van Juda, en met Jeruzalem . . . ook was bedoeld om te benadrukken dat Juda al in de vroegste tijden van Israëls geschiedenis het primaat had. Het is bijna alsof een Amerikaans boek waarin de pre-Columbiaanse geschiedenis wordt beschreven buitensporige aandacht zou besteden aan het eiland Manhattan, of aan het stuk land dat later de stad Washington, D.C., zou worden. De duidelijke politieke betekenis van het opnemen van een dergelijk detail in een breder verhaal wekt op zijn minst twijfel aan de historische betrouwbaarheid ervan.
– blz. 59

De schrijvers concluderen dat de tradities van de aartsvaders

moeten worden gezien als een soort ‘vrome’ prehistorie van Israël waarin Juda een beslissende rol speelt. Zij beschrijven de heel vroege geschiedenis van het volk, geven etnische grenzen aan, beklemtonen dat de Israëlieten buitenstaanders waren en geen deel uitmaakten van de inheemse bevolking van Kanaän en omarmen de tradities van zowel het noorden als het zuiden, terwijl zij uiteindelijk de superioriteit van Juda benadrukken. – blz. 61

Het materiaal geeft aan dat dit deel van Genesis eerder een nationaal heldendicht was dat met succes een aantal regionale legendarische voorouders tot één traditie samenvoegde en dat in de zevende eeuw v.Chr. is gemaakt, dan een kroniek of geschiedschrijving.

Een tweede reeks bijbelse gebeurtenissen speelt zich af rond de slavernij van het joodse volk in Egypte, de miraculeuze vlucht van 600.000 mensen uit Egypte onder aanvoering van Mozes, hun veertig jaar durende omzwervingen in de woestijn, hun snelle verovering van het Beloofde Land onder Jozua en de slachting die werd aangericht onder de oorspronkelijke bewoners. Deze gebeurtenissen, die op veel belangrijke joodse feestdagen worden herdacht, beslaan vier van de eerste vijf bijbelboeken, die volgens de traditie aan Mozes worden toegeschreven. Fysiek bewijsmateriaal en historische teksten bevestigen dat de Kanaänieten zich traditioneel hadden gevestigd in het welvarende gebied van de oostelijke delta van Egypte, vooral in tijden van droogte, honger en oorlog. Sommigen kwamen als landloze dienstplichtigen en krijgsgevangenen, anderen als boeren, herders en handelaren. Egyptische historici vertellen ons over de Hyksos, Kanaänitische immigranten die in een grote stad aan de delta begonnen te overheersen, en die rond 1570 v.Chr. door de Egyptenaren met geweld werden weggestuurd. Na het verdrijven van de Hyksos hield de Egyptische regering immigratie vanuit Kanaän nauwlettend onder controle en bouwde forten langs de oostelijke delta en op onderlinge afstand van een dag reizen langs de Middellandse-Zeekust tot aan Gaza. Deze forten hielden uitgebreide annalen bij, waarvan er geen enkele de Israëlieten of enige andere buitenlandse etnische groep noemt die het land binnenkwam of verliet of zich als volk in de delta ophield.

Bijbelgeleerden plaatsen de Exodus in de late dertiende eeuw voor Christus, en tot dat moment wordt de naam Israël maar één keer genoemd, ondanks de vele Egyptische optekeningen die er over Kanaän bestaan. Noch is er enig archeologisch bewijs voor een omvangrijke populatie in de woestijn en de bergen van de Sinaï in de late bronstijd:

In het exodusverhaal genoemde plaatsen zijn reëel. Een paar ervan waren welbekend en kennelijk bewoond in veel vroegere en veel latere perioden – nadat het koninkrijk Juda was gesticht toen de tekst van het bijbelverhaal voor het eerst op schrift werd gesteld. Jammer genoeg voor hen die op zoek zijn naar een historische uittocht uit Egypte, waren deze plaatsen juist in de tijd dat zij volgens het bijbelverhaal een rol speelden bij de gebeurtenissen tijdens de zwerftocht van de kinderen Israëls door de woestijn onbewoond. – blz. 83

De archeologie onthult ook dramatische tegenstrijdigheden met betrekking tot de militaire campagne van Jozua, gedateerd tussen 1230 en 1220 v.Chr., toen de machtige Kanaänitische koningen zouden zijn vernietigd en de twaalf stammen hun traditionele territoria innamen. Overvloedige Egyptische diplomatieke en militaire correspondentie en andere bestaande teksten uit de late bronstijd geven gedetailleerde informatie over Kanaän, dat toen gedurende een paar eeuwen door Egypte zorgvuldig werd bestuurd. De Kanaänitische steden waren klein en hadden geen fortificaties – Jericho en een aantal andere steden die worden genoemd bestonden zelfs nog helemaal niet – en de totale bevolking van Kanaän overschreed waarschijnlijk het aantal van 100.000 niet. Terwijl veel Kanaänitische steden in de dertiende eeuw voor onze jaartelling in feite in brand werden gestoken en vernietigd, zijn er aanwijzingen voor wijdverspreide oorzaken die ook de bloeiende culturen van Griekenland, Turkije, Syrië en Egypte beïnvloedden. Een belangrijke factor waren de mysterieuze, gewelddadige invasies door mensen die bekend stonden als het Zeevolk, waartoe ook de Filistijnen behoorden. In 1185 v.Chr. schreef de laatste koning van Ugarit (een grote haven aan de kust van Syrië): ‘vijandelijke schepen zijn aangekomen, de vijand de steden in brand heeft gestoken, en ze heeft verwoest. Mijn troepen zijn in het land van de Hittieten, mijn schepen in Lycië, en het land is aan zijn lot overgelaten’ (blz. 108-9). Een Egyptische inscriptie uit diezelfde tijd bericht dat ‘De vreemde volken spanden samen op hun eilanden . . . . Geen enkel land kon op tegen hun wapens’ (op.cit.). In hun evaluatie van het bijbelverhaal concluderen Finkelstein en Silberman:

Het boek Jozua bood een onvergetelijk epos met een duidelijke les – hoe het volk Israël, als het de Wet van het verbond wel tot op de letter volgde, geen enkele overwinning kon ontgaan. Dat werd duidelijk gemaakt met behulp van enkele van de levendigste volksverhalen – de val van de muren van Jericho, het stilstaan van de zon te Gibeon, de totale nederlaag van de Kanaänitische koningen bij de smalle bergpas van Bet-Choron – die tot één epos waren omgewerkt tegen een uiterst vertrouwde en suggestieve zevende-eeuwse achtergrond, en zich afspeelden op plaatsen die voor de Deuteronomistische ideologie van het grootste belang waren. Bij het lezen en vertellen van deze verhalen zagen de Judeeërs van de late zevende eeuw voor onze jaartelling hun diepste verlangens en religieuze overtuigingen onder woorden gebracht. – blz. 118

Maar als de Israëlieten niet uit Egypte vluchtten en Kanaän binnendrongen, wie waren ze dan wel? Na de Arabisch-Israëlische oorlog van 1967 begonnen joodse archeologen het heuvelland van Judea grondig te onderzoeken, in kaart te brengen en te analyseren, op zoek naar patronen van nederzettingen, aanwijzingen voor de levensstijl van de bewoners, demografische veranderingen en veranderingen in de leefomgeving

Deze onderzoeken brachten een revolutie teweeg in de studie van het vroege Israël. De ontdekking van de overblijfselen van een dicht netwerk van dorpen in het hoogland – die alle kennelijk in de tijd van enkele generaties waren gesticht – duidde erop dat er rond 1200 v.Chr. in het centrale heuvelland van Kanaän een dramatische sociale transformatie had plaatsgevonden. Er was geen enkel teken van een gewelddadige inval of zelfs de infiltratie van een duidelijk omschreven etnische groep. Het leek eerder op een revolutie in levenswijze. In het eerder dunbevolkte hoogland vanaf de Judese heuvels in het zuiden tot die van Samaria in het noorden verschenen op heuveltoppen ver van de Kanaänitische steden, die bezig waren ineen te storten en te desintegreren, plotseling ongeveer 250 bergdorpen. Hier waren de eerste Israëlieten. – blz. 132

Verder onderzoek wees uit dat er twee eerdere golven van kolonisatie waren geweest: de eerste in de vroege bronstijd ongeveer 3500 v.Chr., die in haar hoogtijdagen zo’n 100 dorpen en steden omvatte en die rond 2200 v.Chr. werden verlaten; en een tweede in de middenbronstijd kort na 2000 v.Chr., die uitmondde in 220 nederzettingen, van dorpen tot steden en ommuurde centra die misschien door wel 40.000 mensen werden bewoond. Deze periode eindigde omstreeks de zestiende eeuw v.Chr., en de hooglanden bleven daarna 400 jaar lang dunbevolkt. De Israëlitische nederzettingen van rond 1200 v.Chr. omvatten 45.000 mensen verspreid over 250 locaties, met een climax in de achtste eeuw v.Chr. met 160.000 mensen in meer dan 500 plaatsen. In tijden van vaste bewoning werd in het algemeen landbouw bedreven; in tijden waarin men geen vaste nederzettingen had, werden er vooral schapen en geiten gehouden, een patroon dat in het hele Midden-Oosten wordt aangetroffen. Toen de Kanaänitische steden in verval raakten, waren de herders in de heuvels gedwongen hun eigen graan en landbouwproducten te produceren, en dat resulteerde in permanente nederzettingen.

Afbeelding

De verschijning van het vroege Israël was een gevolg van de ineenstorting van de Kanaänitische cultuur, niet de oorzaak ervan. Ook kwamen de meeste Israëlieten niet van buiten Kanaän – zij verschenen van binnenuit. Er vond geen massale uittocht uit Egypte plaats. En Kanaän werd niet met geweld veroverd. Het grootste deel van de mensen die het vroege Israël vormden waren inheemse mensen – dezelfde mensen die we de hele brons- en ijzertijd door in het hoogland hebben zien. De vroege Israëlieten waren – o ironie – zelf van oorsprong Kanaänieten! – blz. 145

De auteurs huldigen in dit verband het idee dat de verhalen in het boek Richteren over de conflicten met de Kanaänieten – zoals die over Samson, Debora en Gideon – authentieke herinneringen kunnen zijn aan dorpsconflicten en lokale helden die in de vorm van volksvertellingen zijn bewaard, en voor latere theologische en politieke doeleinden werden gebundeld en bewerkt.
Ten derde vertelt de bijbel over de gouden eeuw van het verenigde koninkrijk van Israël onder bestuur van een vorst van Judea, eerst David en daarna zijn zoon Salomo. Er wordt verteld over een befaamd rijk dat zich uitstrekte van de Rode Zee tot aan de grens met Syrië, de pracht van Jeruzalem, en de eerste tempel gebouwd door Salomo, en ook over andere grootse bouwprojecten. Dit verenigde koninkrijk splitst zich dan in Israël in het noorden en Judea in het zuiden. Wordt dit beeld door de archeologie bevestigd? Ondanks overdrijving en de versierselen van de legende geloven de auteurs dat David en Salomo werkelijk hebben bestaan – maar als minder belangrijke stamhoofden uit de hooglanden die misschien over ongeveer 5000 mensen heersten. Er bestaat geen archeologisch bewijs voor Davids overwinning of voor zijn rijk in de periode van 1005 tot 970 v.Chr., en ook voor de periode van Salomo (970-931 v.Chr.) bestaat geen enkel bewijs van monumentale architectuur, of van een Jeruzalem dat groter was dan een dorp:

Voorzover wij op grond van het archeologisch onderzoek kunnen zien, had Juda tot en met de veronderstelde tijd van David en Salomo betrekkelijk weinig permanente bewoners, en was het een heel geïsoleerd en heel marginaal gebied zonder belangrijke stedelijke centra en zonder uitgesproken hiërarchie van gehuchten, dorpen en steden. – blz. 162

Er bestaat geen spoor van geschreven documenten of inscripties, noch van de tempel of het paleis van Salomo, en gebouwen die vroeger in verband werden gebracht met Salomo blijken uit andere perioden afkomstig te zijn. Het bewijsmateriaal waarover we nu beschikken geeft geen steun aan het bestaan van een verenigd koninkrijk: ‘Het glorieuze epos van de verenigde monarchie was – net als de verhalen over de aartsvaders en die over de uittocht uit Egypte en de verovering van het Beloofde Land – een briljante compositie waarin oude heldenverhalen en legenden waren verweven tot een samenhangende en overtuigende profetie voor het volk Israël in de zevende eeuw v.Chr.’ (blz. 176).

In de tweede helft van het boek schetsen de schrijvers de geschiedenis van Israël en Judea van 930 tot 440 v.Chr. op basis van archeologische bewijzen, en vergelijken die met het bijbelverhaal. Ze tonen aan dat het noordelijke en zuidelijke koninkrijk altijd van elkaar gescheiden en onafhankelijk zijn geweest. Door de geografische ligging en zijn natuurlijke hulpbronnen was Israël in het noorden altijd dichter bevolkt, kosmopolitischer en welvarender, en daardoor aantrekkelijker voor buitenlandse veroveraars, terwijl Judea lange tijd arm, dunbevolkt en geïsoleerd bleef. Het oudtestamentische materiaal over deze tijd werd geschreven vanuit het standpunt van het koningshuis van Judea en de Deuteronomistische priesters met hun religieuze hervormingen: het aandringen op de verering van één beeltenisloze God in de tempel van Jeruzalem en de volledige scheiding van een verenigd joods volk van de omringende volkeren. Er zijn veel aanwijzingen dat zulke monotheïstische verlangens iets nieuws waren voor Judea en Israël, waar aanbidding van ondergeschikte goden en godinnen zowel als van hemellichamen traditie waren. Die verlangens werden dan ook niet algemeen geaccepteerd door de mensen, die thuis voortgingen met het aanbidden van godinnen en daarbij gebruikmaakten van beelden. Volgens de auteurs is het verhaal in Deuteronomium een epos dat een waarschuwing in zich droeg en dat elementen uit verschillende streken met elkaar verbond om de zevende-eeuwse belangen van Judea te dienen. Later, na de Babylonische verbanning, werd het verhaal omgewerkt om aan nieuwe (hoewel in veel opzichten soortgelijke) omstandigheden tegemoet te komen, wat resulteerde in de verhalen zoals we die nu kennen.

In hun samenvatting van de betekenis van deze recente ontdekkingen stellen Finkelstein en Silberman dat ‘het historische verhaal dat de bijbel vertelt . . . geen bovennatuurlijke openbaring was, maar een briljant product van de menselijke verbeelding’ (blz. 11), en betogen dat

de integriteit van de bijbel en zelfs zijn historiciteit hangen echter niet af van plichtmatig historisch ‘bewijs’ van specifieke gebeurtenissen of personen die erin worden beschreven . . . De kracht van het bijbelverhaal komt voort uit het feit dat het op een meeslepende en samenhangende manier uitdrukking geeft aan de tijdloze thema’s van de bevrijding van een volk, het permanente verzet tegen onderdrukking, en het streven naar sociale gelijkheid. Het geeft welsprekend uitdrukking aan het diepgewortelde besef van een gemeenschappelijke oorsprong, gemeenschappelijke ervaringen en een gemeenschappelijke bestemming die elke menselijke gemeenschap nodig heeft om te kunnen overleven. – blz. 372-3

Eeuwenlang hebben joden, christenen en moslims geloofd dat in het Oude Testament gebeurtenissen uit hun raciale en religieuze geschiedenis staan opgetekend. Zelfs nu zijn er nog velen die geloven dat het bijbelverhaal letterlijk waar is, of dat het in ieder geval in hoofdzaak correct is. Wetenschappelijke vondsten op het gebied van de archeologie, tekstanalyse, geschiedenis en recent vertaalde oude documenten wijzen alle op een werkelijkheid die voor veel traditionele en fundamentalistische gelovigen misschien moeilijk is te verzoenen met een geloof dat is gebaseerd op bijbelse gebeurtenissen, beloften, profetieën en openbaringen als historische feiten. Niettemin betekent deze kennis een nieuw ontwaken van ons inzicht in deze godsdiensten en hun oude geschiedenis.


Afbeelding

Boekbespreking: The Bible Unearthed: Archaeology’s New Vision of Ancient Israel and the Origin of Its Sacred Texts, Israel Finkelstein en Neil Asher Silberman, Free Press, New York, 2001, 385 blz., ISBN 0684869128, gebonden; Touchstone Books, New York, 2002, ISBN 0684869136, paperback.
In 2006 is dit boek in het Nederlands verschenen: De bijbel als mythe: opgravingen vertellen een ander verhaal, Israel Finkelstein en Neil Asher Silberman, Uitgeverij Synthese, Den Haag, 2006; isbn 9062719511, 448 blz., paperback.
Religie: Jezelf elke dag voorliegen tot je erin gaat geloven!
Gebruikersavatar
Fish
Ontoombaar
Berichten: 11211
Lid geworden op: 14 sep 2008 10:44
Locatie: Aan de kust.

Re: De Bijbel als mythe!! (recensie theosofie net)

Bericht door Fish »

http://en.wikipedia.org/wiki/Biblical_archaeology" onclick="window.open(this.href);return false;

De : see also, geeft nog een wereld aan info over het historische Israël.

http://freethought.mbdojo.com/archeology.html" onclick="window.open(this.href);return false;
Thus the founders of Israel were not Abraham and Moses; but Saul and David. It was apparently Saul who consolidated the hill farmers under his rule and created fighting units capable of confronting the Philistines. It was David who defeated the Philistines and united the hill farmers with the people of the Canaanite plains, thus establishing the Kingdom of Israel and its capital city.

http://books.google.com/books/about/The ... 6ywyJr0CMC" onclick="window.open(this.href);return false;

Nog wat reviews op The Bible Unearthed.

En:
http://media.leidenuniv.nl/legacy/18-ar ... bijbel.pdf" onclick="window.open(this.href);return false;
En de kans om college te lopen in Leiden voor maar 200 euro. :wink:
Het goddelijke onderscheidt zich niet van het niet bestaande.
Gebruikersavatar
collegavanerik
Superposter
Berichten: 6347
Lid geworden op: 31 mar 2005 22:59
Locatie: Zuid Holland

Re: De Bijbel als mythe!! (recensie theosofie net)

Bericht door collegavanerik »

mijn boekbespreking uit 2006( !) en opvolgende discussie staat hier:
http://www.freethinker.nl/forum/viewtop ... =33&t=1517" onclick="window.open(this.href);return false;

De schrijvers constateren dat er archeologisch bewijs is dat ten tijde van Salomo Israel straatarm was en onmogelijk de bouw van een kostbare tempel kon financieren.
Afbeelding Hebr 6:
5 wie het weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft 6 en vervolgens afvallig is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd.
Als er een almachtige god bestaat, dan is hij een sadist.
Plaats reactie