Rereformed schreef:Job, er is je nu drie, vier, nee, vijf maal gevraagd om uit te leggen hoe jij de verzen uitlegt die ik je voor de voeten gooide aangaande de letterlijke opstanding van Jezus.
Je laat wel dit weten: "Mijn opvatting is dat lichamelijke opstanding aangeeft wat er gebeurd is met de directe volgelingen van Jezus.
Hoe zij de kruisdood van Jezus achteraf ervaren.
Het is niet een levend worden van een lijk."
Maar dit had je al eerder opgemerkt en kan bovendien onmogelijk een uitleg zijn van de verzen die ik naar voren haalde, aangezien die verzen duidelijk aangeven dat zij die opstanding juist ervoeren als een letterlijk levend worden van een lijk. De opgestane Jezus kon volgens de verslagen namelijk betast worden en kon zelfs eten.
Graag dus ingaan op wat nu voor de zesde maal aan je gevraagd wordt, een uitleg van desbetreffende verzen.
Om je wat op weg te helpen concreet antwoorden hierop:
Hoe kunnen twee evangelieschrijvers die (volgens jou) niet geloven in een letterlijke opstanding het in hun hoofd halen om in het verslag van de opstanding van Jezus uitgerekend de details erbij te vermelden dat hij bestast kon worden en kon eten?
Het ging juist wel om een 'letterlijke' opstanding van Jezus, maar niet in de letterlijke betekenis in wat jij er in ziet.
Het ging niet om de letterlijke verschijning van Jezus. Want dat staat er helemaal niet.
En dat doelt het verhaal van Thomas ook niet op. Het woord lichaam had voor Jezus dood betrekking op hemzelf. Na zijn kruisdood heeft het woord 'lichaam' betrekking op zijn gemeenschap van volgelingen, die zelf ook vervolgt werden, net zoals Jezus.
De volgelingen als 'lichaam' van Christus. Dit heeft betrekking op de werkelijkheid, op het lijden, de vervolgingen van de eerste Christenen, later de goijim (Zie handelingen (Efeze 3). Zij vormen één lichaam.
Een levend lichaam...
Jezus spreekt over de tempel (zijn lichaam) die wordt afgebroken en na drie dagen weer zal herrijzen. Opstaan dus.
Job