Mullog schreef: ↑22 okt 2018 15:33
Je manipulaties hieronder begrijp ik niet goed. De Hubbleconstante is snelheid / afstand (in de dimensies (km/s)/(megaparsec)). Wat dan opeens afstand / tijd^2 is, is mij volstrekt onduidelijk.
Het wordt wat duidelijker als je de verwarrende eenheid megaparsec vervangt door lichtjaren.
Een lichtjaar is de afstand die het licht in een jaar aflegt. Die kun je uitdrukken in meters, maar ook in secondes! (de tijd dat het licht er over doet).
In het ene geval heb je dan de snelheid (m/s) gedeeld door de afstand (m) = 1/s.
In het andere geval heb je de snelheid (m/s) gedeeld door de tijd (s) = m/s^2.
Ik weet niet welke aanwijzingen er zijn dat er inderdaad een periode van hyperinflatie is geweest. (dat wordt nooit ergens uitgelegd) maar ik zie niet in dat het de rekensom daadwerkelijk oplost.
De tijd die het licht nodig heeft om ons te bereiken blijft hetzelfde. De tijd sinds de hyperinflatie is korter. maar als de hyperinflatie voor - bijvoorbeeld - de helft van de totale uitdijing heeft gezorgd, kom ik tot de volgende uitkomst.
Een stelsel op 7 miljard lichtjaar afstand is sinds de hyperinflatie 3,5 miljard lichtjaar van ons verwijderd. Met een snelheid van 1/2 van de lichttsnelheid heeft het daar 7 miljard jaar over gedaan. Tijd sinds de Big bang = 14 miljard jaar,
Een stelsel om 3,5 miljard lichtjaar is sinds de hyperinflatie 1,75 miljard lichtjaar van ons verwijderd. Met een snelheid van 1/4 van de lichtsnelheid heeft het daar 7 miljard jaar over gedaan. Tijd sinds de Big Bang = 10,5 miljard jaar. Omdat het tijdsverschil gelijk blijft aan de afstand tussen beide stelsels, en de totale tijd korter is, Is de discrepantie naar verhouding alleen maar groter,
Dat de uitdijing versneld is, helpt ook al niet, Dat houdt in dat het verder verwijderde stelsel, er verhoudingsgewijs langer over heeft gedaan om haar huidige afstand te bereiken, en dat maakt de discrepantie nóg groter dan ze al was.
Om het kloppend te krijgen zou de tijd sinds de Big Bang gelijk moeten zijn: Stel die op 14 miljard lichtjaar. Dan bewoog een stelsel op 7 miljard lichtjaar zich al 7 miljard jaar van ons af, en moet dat dus gedaan hebben met de lichtsnelheid. De Hubble factor moest derhalve 1 / 7 miljard jaar zijn.
Het stelsel op 3,5 miljard lichtjaar afstand zou daar 10,5 miljard jaar over gedaan hebben. Ergo 1/3 van de lichtsnelheid. En de Hubble factor is derhalve 1 / 10,5 miljard jaar.
Idem voor het voorbeeld met 50% hyper-inflatie, Dus stelsel op 7 miljard lichtjaar waarvan 3,5 na inflatie, snelheid 1/2 c, hubble factor 1/14 miljard jaar En stelsel op 3,5 miljard lichtjaar, waarvan 1,75 na inflatie snelheid. ergo 1/6 van de lichtsnelheid. En de factor derhalve 1/21 miljard jaar.
Waargenomen wordt echter een veel constantere Factor. Het leidt wel tot een hogere Hubble factor voor nabij gelegen stelsels. Die kan dus illusionair zijn. (alleen een gevolg van het negeren van de ongelijktijdigheid. Nu geldt die constante factor alleen op korte afstand, en niet voor de door mij gekozen 7 miljard jaar. (dat is best heel ver) Laat ik het dus eens met 1 en 2 miljard jaar proberen. We weten nu al dat de Hyper-inflatie er niet toe doet. Die beinvloed wel de uitkomst maar volstrekt proportioneel. Weet iemand trouwens hoe ver de stelsels direct na de inflatie ten opzichte van nu uiteen stonden? (daar hoor ik ook nooit iets over).
Stelsel op 2 miljard jaar 12 miljard jaar onderweg snelheid 1/6 van de lichsnelheid. Hubble factor 2/12 : 2 = 1/12 miljard.
Stelsel op 1 miljard jaar 13 miljard jaar onderweg snelheid 1/6,5 van de lichtsnelheid. Hubble factor 1/13 : 1 = 1/13 miljard.
De constante factor dient uiteraard 1/14 miljard te zijn, maar deze afwijkingen (16,7% en 7,7% respectievelijk blijven nog binnen de waarschijnlijke meetfout. Bij nog grotere afstanden is dat niet langer het geval,
Dus hoewel het beeld niet precies klopt, levert dit bij beperkte afstanden geen significant verschil op. Slechts bij zeer grote afstanden wreekt zich het feit dat we op ongelijke tijdstippen meten en levert dat een Hubble factor op die aanzienlijk toe lijkt te nemen in de tijd. Maar zou je de afstand corrigeren voor de voorspelde afstand tot het stelsel nú, dan valt dat verschil weg. Zie maar
Stelsel op 7 miljard lichtjaar 7 miljard lichtjaar geleden. Afstand nu 14 miljard lichtjaar. Snelheid 14/14 c Hubble factor 14/14 : 14 = 1/14 miljard.
Stelsel op 3,5 miljard lichtjaar 3,5 miljard lichtjaar geleden, Afstand nu 7 miljard lichtjaar. Snelheid 7/14 c. Hubble factor 7/14 : 7 = 1/14 miljard.
Stelsel op 2 miljard lichtjaar 2 miljard jaar geleden, Afstand nu 4 miljard lichtjaar. Snelheid 4/14 c. Hubble factor 4/14 : 4 = 1/14 miljard.
Mogelijk is de versnelde uitdijing dus een illusie. Maar waarschijnlijk hebben de geleerden wel degelijk met een gecorrigeerde afstand gewerkt, en het ons alleen maar niet verteld, (blijkbaar te lastig om uit te leggen) en is de versnelling dus écht. Mogelijk zelfs dat hun meetwijze de correctie al vanzelf meeneemt. De helderheid die men meet wordt immers beïvloed door de roodverschuiving.
Uiteraard ben ik vergeten te corrigeren voor relativistische effecten, Dat werd me wat te ingewikkeld. Ik heb het nog wel even bestudeerd, de waargenomen snelheid bij 7 miljard lichtjaar is niet de lichtsnelheid maar slechts 76% daarvan. Evenzo voor 3,5 miljard lichtjaar niet 25% maar slechts 23,4%. Maar bij dat verschil (6,4%) zitten we weer binen de foutmarge. Als de geleerden op de juiste manier rekenen kán het ook nog zijn dat ze dat over het hoofd hebben gezien want ze meten pas boven ongeveer 7 miljard lichtjaar een lagere Hubble-factor. Kan dus ook zijn dat ze de relativiteit hebben genegeerd, denkende dat die pas bij 12 miljard lichtjaar echt van belang wordt. (19,8%), maar dat geldt dus al bij iets meer dan 6 miljard lichtjaar. (omdat het stelsel inmiddels al veel verder is) Maar waarschijnlijk hebben ze ook dát goed gedaan. Ik mag het hopen.
Al met al een heel gedoe ook al valt het qua logica wel mee.
Een krentebol is simpeler.