Giovedico delle Fate schreef: ↑08 mar 2018 16:21
Ik ben een taalliefhebber.
Dat leidt ook tot mijn onhebbelijke neiging om de taalpolitieagent uit te hangen, waarvoor bij voorbaat (of achterbaat) mijn excuses. Maar genoeg daarover.
Ik ben heel erg dol op taalgrapjes. Ik kan er niet mee ophouden ze te bedenken. Mijn voorkeur gaat momenteel uit naar het verwarren van zelfstandige naamwoorden en werkwoorden die tamelijk onbepaald of ongedefinieerd zijn. Om het beter uit te leggen geef ik hieronder enkele voorbeelden van wat ik bedoel.
Het barst hier van de omgeving
Dit gerecht proeft nadrukkelijk naar smaak
Heeft u dat kastje ook in verfkleur?
Ruik ik hier nou een geur?
Deze kaas bestaat voor 100% uit ingrediënten
Ik hoop natuurlijk op een karrenvracht aan nieuwe voorbeelden van jullie!!! Ik kan niet wachten.
1 vork, 2 vorken
1 vark, 2 varken
Schapen werpen lammeren
en herten werpen reeën
Beren werpen bammeren
en kwallen werpen kweeën
De mensen werpen in't gemeen
elkander, met een grote steen
(John O' Mill)
Vilaine schreef: ↑08 mar 2018 19:00
Een beetje vergelijkbaar: Ik vermaak me altijd met mensen, die (geheel onbedoeld) spreekwoorden en gezegden verhaspelen. Vaak hebben ze de klok wel horen luiden, maar weten niet wie aan het touw hangt.
Vaak is het aandoenlijk. Maar als een bekende Nederlanders er een beetje naast zit, staat die toch wel voor Jan met de korte lul.
Leuk wordt het ook om zelf verhaspelingen te bedenken.
Zo las ik een aantal weken geleden op GeenStijl het volgende pareltje :
"Hij spit het onderdelft".
Een paar van mijn favoriete verhaspelingen uit mijn privécollectie (lees: van mijn vrouw):
• Ik kan ook geen ijzer met handen smeden.
• Je mag hier je kop niet boven het Malieveld uit steken.
• Dat kan de pret niet deren.
• Dan weet je al hoe de bui staat.
• Ze zaten met hun handen in hun maag.
Laatst gewijzigd door Giovedico delle Fate op 09 mar 2018 17:05, 2 keer totaal gewijzigd.
Wim_1946 schreef: ↑09 mar 2018 16:25
"Hij spit het onderdelft".
Ja, hij is onbetaalbaar.
Ik heb ook ooit ergens gelezen dat iemand zei: "Ze gaan het Delft onderspitten".
Voor mij begon het verhaspelen van spreekwoorden allemaal bij Pietje Bell, die ergens zei: "Hij heeft de kok horen fluiten want die wist niet waar de lepel hing".
Wij baden als laatste regels van het 'Onze Vader' i.p.v.:
"En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade, Amen" bij wijze van grap altijd:
"En leid ons niet in bekeuring, maar verlos ons van de kwade dame".
Mijn zwager heeft minstens tot zijn 25e oprecht gedacht dat in het 'Wees gegroet Maria" de zin "Bid voor ons zondags" i.p.v. "Bid voor ons zondaars" voorkwam.
Mijn vader maakte het nog bonter, want die bad als kind: "Wees maar zoet, Maria"...