Het begint eigenlijk gelijk met de vlucht van Jona nadat God hem zegt naar Nineve te gaan om aldaar te gaan vertellen dat “hun verdorvenheid is doorgedrongen” (Jona 1:2) tot God. Maar Jona doet dit niet en is, zo zou je kunnen stellen ongehoorzaam aan God. Dit deed me denken aan de farao die in Exodus Mozes, een dienaar van God, en zijn volk niet laat gaan, en daarmee de wil van God dwarsboomt. Maar wanneer iemand het voor elkaar krijgt de wil van God te dwarsbomen dan is daarmee de almacht van God ontkracht wat je niet wil natuurlijk (helemaal niet in een tekst die te vinden is in een boek dat juist die zijn bestaan en zijn almacht moet propageren).
De farao-kwestie is naar mijn weten zo uitgelegd dat de farao een instrument van God was, en dus niet Gods wil dwarsboomde, maar uitvoerde. Dit betekent dat ook met Jona (expliciet door God benaderd om zijn instrument te worden) twee kanten op kunnen; of hij is ongehoorzaam aan God; voert niet Zijn wil uit (want God wil dat Jona naar Nineve gaat en dat doet Jona niet), of Jona handelt wel in overeenstemming met de wil van God; God vroeg hem naar Nineve te gaan, maar gaf hem ook in te vluchten.
Welk alternatief je ook kiest; er klopt iets niet. Of Jona toornt met zijn vlucht aan de almacht van God, of God speelt een spelletje met Jona en wil gewoon zien hoe zijn dienaar het bevalt in de buik van de vis of iets dergelijks.
Dan nog het volgende opvallende gegeven;
Je zou kunnen wijzen op de bereidheid tot vergeving door God, maar het hebben van spijt ondermijnt in dit geval niet de almacht, maar wel de alwetendheid van God. De toekomst zou voor God geen geheimen moeten hebben, toch? Dan wist hij dat het volk spijt zou krijgen, dat hij ze zou vergeven. Zoals de definities van spijt en spijtbetuiging (Van Dale) hieronder aangeven impliceert spijt een verkeerde keuze, iets waar God niet toe instaat zou moeten zijn wanneer hij inderdaad beschikt over alwetendheid. (Overigens is dit ook weer een voorbeeld van het moeilijke samengaan van alwetendheid en almacht waar al meer mensen over gevallen zijn; is hij alwetend, dan is hij niet in staat tot spijt ergo; God is niet almachtig, want hij is niet bij machte spijt te hebben).En God zag wat zij deden; Hij zag hoe zij terugkwamen van hun heilloze wegen. En God kreeg spijt, dat hij hen met dat onheil bedreigd had. Hij bracht het niet ten uitvoer. (Jona 3:10)
Nu ben ik erg benieuwd of iemand weet hoe dit is opgelost en ik zou het leuk vinden als enkele gelovigen hierop zouden kunnen reageren. Ik heb overigens wel ergens gelezen dat (moderne) theologen het verhaal van Jona afwijzen als een mythe, maar betekent dit dat ze dit afwijzen op historiciteit en vanwege het wetenschappelijke vast onmogelijke gegeven van een man die drie dagen en nachten overleeft in de buik van een vis, of ook op basis van de moeilijkheden hierboven genoemd?spijt (de ~)
1 akelig gevoel over iets waarvan men meent dat het ook anders had kunnen zijn
spijt•be•tui•ging (de ~ (v.))
1 betuiging van spijt over iets dat men gedaan heeft en liever niet gedaan zou hebben
Vriendelijke groet,
salparadise
Hebr 6: