Maar dat is exact wat Bart Ehrman naar voren wil brengen. Matteüs put uit een traditie die ouder is dan waar zijn huidige gemeenschap in gelooft (waar men via Marcus onder de 12 al een verrader erbij heeft verzonnen, een afvallige). Oftewel hij verzint die uitspraak van Jezus niet zelf.Peter van Velzen schreef:Ook Paulus sprak van “De twaalf” Blijkbaar was de vroegste “Jezus”- gemeente ook op die manier ingedeeld.Rereformed schreef: ↑01 jul 2023 11:17Maar om niet te negatief te zijn over Ehrman, ik krijg helemaal op het eind toch nog wel een heel goed argument van hem voor een historische Jezus. Beluister het zelf: https://youtu.be/2STiabRV8TE?t=5270 . Zoals ik hierboven al opmerkte vind ik het ook moeilijk om te veronderstellen dat Matteüs al dat materiaal dat niet in Marcus staat zelf bedacht heeft.
Er is dus alle reden om aan te nemen dat de schrijver van "Mattheüs" een Griekssprekende Judeër was, net als de leden van die vroege gemeenschap. En uit DIE traditie heeft geput.
Maar je hebt gelijk dat het geen bewijs voor authenticiteit is, want "de twaalf", inclusief Jezus' uitspraak erover, zou in het vroegste christendom heel gemakkelijk vanwege de symbolische betekenis bedacht kunnen zijn.
Men blijft wel met de vraag zitten waarom Matteüs Jezus een uitspraak laat doen die in het licht van wat er daarna [volgens zijn eigen verhaal] gebeurde niet correct was. Ehrman stelt dat de enige reden waarom men zo'n tegenstrijdigheid niet aanpast gelegen moet zijn in het feit dat een historische Jezus nu eenmaal zoiets gezegd zal hebben, en men uit eerbied voor zijn woorden zoiets dan zou hebben laten staan. Maar deze argumentering is niet erg sterk, want Matteüs verdraait op verschillende plaatsen vanwege theologische overwegingen woorden die Jezus in Marcus uitspreekt. Matteüs geeft zelf dus het bewijs dat hij niet ervoor terugschrikt om Jezus' woorden indien nodig aan te passen.
Eén mogelijkheid is wellicht dat Matteüs eenvoudig zijn eigen tegenstrijdigheid niet opmerkte.
Je leest de tekst op een bijzondere en interessante manier die ik nooit eerder ben tegengekomen. De tekst wordt in de regel zo gelezen:Peter van Velzen schreef:De vraag is waarom hij naast “de 12” Cephas en Jakobus, apart noemt. Hoorden zij er dan niet bij? Jakobus blijkbaar niet. Want hij wordt pas na “de 12” genoemd. Cephas tevoren en waarom zou men moeten verwachten, dat Paulus de moeite zou nemen om “de overige 11 elf” te schrijven, alsof hij dacht dat zijn lezers (en hun toehoorders) niet zouden weten dat Cephas er bij hoorde.
"Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalf [=waaronder ook Kefas, die hem voor de tweede maal zag, en ook aan Jacobus die één van de twaalf was]. Vervolgens aan....Vervolgens [ook nog een keer aan alleen één van de twaalf] Jacobus, daarna [nog een keer] aan alle apostelen."
Paulus heeft duidelijk geen enkele weet van een verrader die zelfmoord pleegde. Paulus' opvatting van wat een apostel is omschrijft hij blijkbaar in de aanhef van de Romeinenbrief: "Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God".
Dus apostel = afgezonderd tot verkondiging van het evangelie, blijkbaar via het ontvangen van een visioen van de opgestane Jezus. Oftewel een groep groter dan "de twaalf".
Je verwart twee opvattingen: de opvatting dat er sprake is van eerst één van de discipelen van Jezus, Jacobus, die na zijn dood later vervangen werd door een letterlijke broer van Jezus, die ook Jacobus heette, die leider werd van de gemeente in Jeruzalem.Peter van Velzen schreef:Richard Carrier is op zijn beurt wel wat onduidelijk omtrent Jacobus. Hij duidt het aanduiden van Jacobus als “broeder des heren” als zou het betekenen dat hij dus geen Apostel was. Maar elders rekent hij hem er blijkbaar wel bij. Wellicht verving hij een van de eerdere 12, en verkreeg daarna een hoge(re) positie. En waarschijnlijk fungeerde hij (als enige?) niet als “zendeling”. Maar hoe dan ook, de gemeenschap leek gebouwd op drie “pilaren” en twaalf “stamleiders”.
En de opvatting dat er helemaal geen sprake is van een broer van Jezus die leider werd. Dat is Carriers standpunt. Volgens Carrier is de Jacobus waar Paulus het over heeft dezelfde waar ook Lucas het steeds over heeft: één van de twaalf, en wel één van de drie (Petrus, [en de broers] Jacobus en Johannes) die in de evangeliën en in Handelingen een prominente plaats innemen, blijkbaar omdat ze later "de steunpilaren" van de geloofsgemeenschap werden.
Dit houdt geenszins in dat hij geen apostel was. Carrier legt uit op pagina 524 dat voor Paulus het woordje 'apostel' betekent: "Iemand die, net als hij, openbaringen van de Heer heeft ontvangen (1 Kor. 9:1, Gal 1:1 etc.) en zijn status kan bevestigen door te laten zien dat God hem bijzondere gaven heeft geschonken (2 Kor. 12:12: De tekenen van een apostel zijn onder u verricht, tekenen, wonderen en krachten)." Daarna legt hij het volgende nog heel duidelijk uit:
Richard Carrier schreef:Dus wanneer Paulus de leden van de gemeente rangschikt in volgorde van autoriteit, zegt hij: 'God heeft sommigen in de geloofsgemeente aangesteld, eerst als apostelen, ten tweede als profeten, ten derde als leraren, dan degenen met krachten [waarschijnlijk exorcisten], dan charismatische genezers, dan assistenten, bestuurders en sprekers in tongen.' (1 Kor. 12:28)
Discipelen staan niet op zijn lijst. Ze bestaan niet. In plaats daarvan zijn de eersten in rang gewoon 'alle apostelen', zoals Paulus. Een speciale categorie van degenen die Jezus in het leven kenden en toen persoonlijk door hem werden uitgekozen, of zijn familie waren, is geheel afwezig.
O zeker. Vandaar dat ik hem saai noem. Hij geeft goed door wat alle theologen al 100 jaar lang gezegd hebben, zonder ooit dieper op zaken in te gaan. Voor personen die niet over de basisinformatie beschikken kan hij heel nuttig zijn. Hij geeft les aan Amerikaanse christelijke studenten. Hij komt daarom ook steeds over als een theoloog die de elementaire bijbelwetenschappelijke zaken aan fundamentalistische christenen moet uitleggen.Peter van Velzen schreef:Ik denk dat zolang je Ehrman niet op zijn ietwat wankele “historische” standpunt aanvalt, hij een heel goede informatiebron is. (ook voor de “mythicistische” theorie).