Exact! Men doet zijn uiterste best om een aanvaring/conflictsituatie met iemand te vermijden.axxyanus schreef: ↑02 jul 2020 09:55Mag ik hier uit afleiden dat in Finland een raad-cultuur heerst (guess culture).Rereformed schreef: ↑01 jul 2020 13:28Maar wat betreft het tweede heb je een belangrijk streepje voor op vrijwel alle andere toeristen. Wanneer ze met hun schoenen een Fins huis naar binnen lopen zie je de huisvrouw doodsbleek worden vanwege deze ultieme lompheid, maar haar Finsheid verbiedt het haar er iets van te zeggen. Maar wanneer een buitenlander meteen bij het binnenkomen blijk geeft zo geciviliseerd te zijn heb je kans op een huisvrouw die je glimlachend verwelkomt. Maar goed onthouden: niet zoenen hoor! Dan verstijft ze weer voor tenminste een uur.
Waarbij als men een verzoek heeft voor iemand dat men dat nooit rechtstreeks vraagt maar eerder subtiele sinjalen geeft die dan opgevangen worden. Op die manier kan je iets krijgen of geholpen worden zonder dat dat expliciet uitgesproken word. En als je niets krijgt of niet geholpen wordt hoeft niemand zich daar ongemakkelijk bij te voelen want er was nooit een expliciete vraag.
En dat was voor mij heel moeilijk om aan te wennen, of te leren die signalen op te vangen. In Oost-Finland (Savo) waar ik ooit tien jaar woonde was het het sterkst. Ik herinner me dat ik een oud huis gekocht had en eerst de bouwondernemer in het dorp vroeg om te komen kijken wat er allemaal gedaan moet worden en voor welke prijs hij het karwei zou willen doen. De man kwam kijken met zijn jonge zoon. Met z'n drieën gingen we het hele huis door, en toen ze weggingen had ik totaal geen idee welke mening ze waren toegedaan. Daaruit had ik moeten begrijpen dat ze het helemaal niet zagen zitten en er niet aan wilden beginnen. Zoiets spreek je niet uit, maar moet men begrijpen via dat ze niet meteen aankomen met een concreet voorstel. Omdat ik dat dus niet begreep wachtte ik wekenlang vergeefs op hun antwoord, want dat kwam natuurlijk nooit.
Een ander voorbeeld. De rector van de muziekschool hoorde ervan dat mijn broer clavecimbels bouwt. Hij stelde voor dat ik hem er heen breng. Hij had altijd al een clavecimbel gewild. Ik moet autorijden, hij betaalt de reis. We kwamen tegen de avond aan, en mijn broer liet hem twee clavecimbels zien waar hij uit zou kunnen kiezen, een getrouwe kopie van een Vlaamse of een gemaakt naar Italiaans voorbeeld. Hij speelde er wat op om het geluid te laten horen. Later op de avond zei mijn broer even de buurman van twee huizen verderop te bellen. Die is een clavecinist, zelfs één die de clavecimbelmuziek in de originele stijl, dwz. zonder gebruik van de duim, speelt. Deze buurman hoorde dat het vanwege een gast uit Finland was die misschien een clavecimbel koopt, en kwam met een stapeltje Italiaanse muziek en muziek van Jan Pieterszoon Sweelink om op de Vlaamse te spelen. "Leek me wel leuk om onze gast te tracteren op Nederlandse muziek. Dat zal hem minder bekend zijn." Aan het eind van de avond kwam er nog steeds geen reaktie, zo van "díe wil ik", of "nee, toch maar niet, ze vallen me een beetje tegen". De volgende morgen moesten we weer weg, en vroeg mijn broer bij het koffiedrinken voor het weggaan aan me hoe het zit. "Blijkbaar ziet hij het toch niet zitten. Hij heeft ze niet eens met z'n eigen vingers aangeraakt en bespeeld", zei hij tegen me. Ik antwoordde dat ik het niet weet. Erkki had tegen mij enkel gezegd dat hij er niet op hoeft te spelen. (Pas later op de terugreis zei hij tegen mij dat het te intimiderend was om ook maar iets op die instrumenten te spelen nadat mijn broer, zogenaamd "een weg- en waterbouw ingenieur" en de buurman, zogenaamd "een wiskundeleraar aan de middelbare school", concerten van zo'n professionaliteit hadden gegeven dat men heel Finland kan doorkruisen zonder ooit zulke vaardigheid tegen te komen.) Ik vroeg Erkki dus aan de koffietafel of hij er één koopt. "Ja, natuurlijk", zei hij in opperste verbazing, "daar waren we toch voor gekomen!"
Ik had van tevoren al moeten raden dat het voor een Fin te vernederend is of te genant om na zo'n lange reis en warm onthaal te zeggen dat hij van de koop afziet. De koop was al gesloten op het moment dat hij besloten had er één van mijn broer te kopen, om het even wat er voor zijn neus gezet zou worden.