dingo schreef: ↑22 feb 2020 20:36
Het twistpunt dat hij in Galaten beschrijft en dat in Handelingen beschreven wordt komt in ieder geval wel overeen.
Veel zaken gaan er anders uitzien wanneer je de teksten heel nauwkeurig leest, aangevuld met een kritische instelling ipv. gelovige.
Galaten 2 laat inderdaad horen dat Paulus na verloop van 14 jaar naar Jeruzalem ging. Maar let op om welke reden: "Het was mij in een openbaring opgedragen", of in een meer letterlijke vertaling "Ik ging op grond van een openbaring". Dus exact op dezelfde manier als Paulus alle informatie over het evangelie zei te hebben ontvangen, namelijk via goddelijke leiding, absoluut zonder enige opdracht die hij van mensen zou hebben gekregen. Dit is in volledige tegenstijd met Handelingen 15, waar men kan lezen: "En er kwamen enkele leerlingen uit Judea, die betoogden dat de broeders zich moesten laten besnijden, omdat ze anders niet konden worden gered. Dit leidde tot grote onenigheid met Paulus en Barnabas en mondde uit in een felle woordenstrijd. Besloten werd dat Paulus en Barnabas, samen met enkele andere leerlingen, naar Jeruzalem zouden gaan om deze kwestie voor te leggen aan de apostelen en de oudsten."
Galaten 2:5 is een corrupt vers dat alternatieve, tegengestelde betekenis geeft. Sommige manuscripten geven de versie:
"Wij zijn voor hen zelfs niet voor een ogenblik gezwicht"
In andere manuscripten ontbreken de woorden οἵς οὐδὲ (hois oude = voor hen zelfs niet), hetgeen exact het tegendeel oplevert:
"Wij zijn voor hen een ogenblik gezwicht".
De eerste versie geeft een Paulus die geenszins naar Jeruzalem komt om zich te onderwerpen aan de uiteindelijke uitspraak van de Jeruzalem leiders, maar van begin tot eind absoluut zeker is van zijn eigen gelijk.
De tweede versie zou geschreven kunnen zijn door iemand die de opvattingen van Paulus wil harmoniseren met wat in Handelingen 16:1-3 wordt verteld, namelijk dat Paulus een leerling op reis wilde meenemen, maar hem "terwille van Joden" eerst liet besnijden.
Galaten 2:6 is het meest veelzeggende vers van allemaal. De leiders in Jeruzalem hebben geen titel, maar worden aangeduid als "die in zeker aanzien waren". Paulus laat hier in onmogelijk mis te verstane woorden horen dat hij geen enkele autoriteit aan hen schenkt: "hun positie interesseert me niet".
Vers 7-9 is duidelijk een latere interpolatie. Ze onderbreken abrupt de lijn die gaat van vers 6 naar vers 10:
6: Mij hebben zij die in aanzien waren verder tot niets verplicht. 10: Alleen moesten wij de armen (de ebioniem, oftewel de gelovigen in Jeruzalem) gedenken, en dat is precies waarvoor ik me heb ingezet.
Dat vers 7-9 een latere interpolatie is kan men ook hieraan opmerken dat de schrijver een slippertje maakt en opeens de naam Petrus schrijft, terwijl er daarvoor en daarna enkel over Kefas gesproken wordt. Deze passage is er later bijgeschreven om het in overeenstemming te maken met het poëzie-album plaatje dat in Handelingen wordt geschilderd, waar Petrus de apostel onder de Joden is en Paulus de apostel onder de heidenen.
Wat vers 10 betreft, Paulus geeft hier
de enige voorwaarde die werd gesteld aan de gelovigen uit de heidenen, en hij rept dus niet van de vier verplichtingen die in Handelingen 15:29 opgesomd worden:
-onthouding van offervlees dat bij de afgodendienst is gebruikt
-onthouding van bloed
-onthouding van vlees waar nog bloed in zit
-onthouding van ontucht
Waaruit men kan opmaken dat deze voorwaarden nooit met Paulus afgesproken zijn, maar een poging van de schrijver van Handelingen is om via een compromis de onenigheid tussen Joodse en heidense gelovigen te verzachten.