Ik zie ons verschil van opvatting. Dat wat ik Niets noem is letterlijk Niets en stel ik gelijk aan Zijn. Geest is van een geheel andere orde: de geest (ook onze eigen geest) is een scheppend principe. De geest heeft ook ruimte nodig om zaken te verwezenlijken. Dat is vrij gemakkelijk aantoonbaar, als ik iets bedenk, heb ik ruimte nodig om hetgeen ik bedacht heb tot uitvoering te brengen. Als ik in droomslaap ben schept mijn geest een wereld die ruimte nodig heeft. In de droom hebben Jan en Piet ruimte nodig om ze onafhankelijk van elkaar te kunnen laten bestaan. Hetzelfde zie ik in de wereld om mij heen. Ik heb de omgeving nodig om iets waar te kunnen nemen (contrast). Ik probeer het geestelijk vatten te vatten met jawel, mijn geest. In dat vatten heb ik ontdekt dat er zaken zijn die geestelijk niet te vatten zijn, júist omdat ik weet dat de geest tegenstellingen nodig heeft om te kunnen existeren. Zijn de tegenstellingen afwezig dan kom je uit bij het Zijn en ook het Zien zélf.Barl schreef: ↑18 feb 2019 01:49Vroeger zou ik het hier altijd met je eens zijn geweest. De ommekeer kwam toen ik afgelopen jaar de geest zelf ook gelijkstelde aan leegte, vacuüm, Niets etc.—de geest is immers per definitie ook onvoorstelbaar voor zichzelf? (Ik pleeg over "geest" en niet over "menselijke geest" te spreken, terwijl ik juist over "menselijke rede" en niet simpelweg over "rede" pleeg te spreken. Geest conform menselijke rede...) Maar Aristoteles is het hier met "ons" oneens: zijn God is noêsis noêseôs, het geestelijk vatten van het geestelijk vatten. Dit bereikte ik afgelopen herfst tijdens een truffeltrip, waarin ik wat Leo Strauss "[t]he difficulty inherent in the will to power" doordacht (Strauss, What Is Political Philosophy, blz. 55):Hopper schreef: ↑17 feb 2019 16:30Inhoudelijk ben ik het eens *), maar zaken als leegte, vacuüm, Niets zijn niet voorstelbaar voor de menselijke geest. Evenmin is het Zijn voorstelbaar voor de menselijke geest. Dat komt omdat de menselijke geest zich alleen 'iets’ kan voorstellen wat een tegenstelling heeft. Dat maakt het begrijpen van deze materie lastig, want eigenlijk schrijf ik dat je er niet bij kan met de menselijke geest. (Eerst dient men dus de werking van de eigen geest te kennen) Zelfs over het eigen persoonlijke zijn kan niet nagedacht worden, we zijn er immers al voordat de geest kan beginnen met nadenken.
Resumerend is ruimte dus (in mijn optiek) de ruimte waarin de geest opereert. En geheel wat anders dan Niets. Niets is niet te begrijpen, maar dient ervaren te worden.