Open je ogen, kijk in de spiegel en vraag jezelf af wie of wat je bent, wat je wílt zijn en wat je voor je nazaten wenst.
Een levend mens of een stuk handelswaar?
Voor mij gooien jullie allemaal jezelf te grabbel, met je hond ga je nog zuiniger om.
De vodden in je kast denk je nog beter over na.
En dát moet de bodem leggen voor toekomstige generaties.
Die bodem wordt nu gelegd, elke dag weer, stapje voor stapje… maak je de omslag van levend mens naar een stuk handelswaar. Tot het omslagpunt voorbij is.
Je nazaten kúnnen niet kiezen, W|IJ doen dat al voor ze. Deze huidige tijd, is de tijd waar knopen doorgehakt gaan worden. Dat je met jezelf lichtzinnig omspringt moet je helemaal zelf weten, maar als je met het hele menselijk bestaan gedachteloos omgaat kun je dat jezelf aanrekenen.
GEDACHTELOOS, tenzij je het geen punt vindt als je nazaten als voorgeprogrammeerde levenloze stukken handelswaar verdergaan, heb je er in ieder geval over nagedacht en ergens voor gekozen.
We zitten met de gebakken peren van al die andere innovatieve vindingen, ruim dat afval maar 's op, zie die opwarming van de aarde maar weer te keren, probeer die uitstervende diersoorten maar te redden, en nóg hebben we niet geleerd om ook 's vóóruit te denken.
Natuurlijk kun je het beter verwoorden als je hoogleraar bent, Dorien Pessers zegt het zo:
De posthumane mens is een gemaakte mens, en niet eens een self-made man, maar een door anderen ontworpen mens. En misschien zelfs dat niet, maar een door kunstmatige intelligentie ontworpen mens. Hoe dan ook is de posthumane mens vooral een tot zaak gemaakte mens. De verlossing en de vrijheid die werden beloofd, verkeren in hun tegendeel: de fantasie is een desastreus fantasma geworden.
Dorien Pessers studeerde rechten, ze was hoogleraar Rechtstheorie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en hoofddocent Algemene Rechtsleer aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).
Zij houdt zich bezig met de theoretische grondslagen van de publieke en private sfeer.
Daarnaast publiceert zij over tal van maatschappelijke onderwerpen in de wetenschappelijke pers.
De mens als wetenschappelijk te analyseren en modificeren object: De aanbidding van het DNA
Wat copy & paste uit haar afscheidscollege... lees liever het hele artikel, maar hier enkele knipsels.
Vanuit Silicon Valley werd de 21ste eeuw aangekondigd als de ‘gouden eeuw van de medische biotechnologie’. Dankzij de convergentie van informatietechnologie, nanotechnologie, robotica, genetica en neurowetenschappen zullen erfelijke en andere ziektes worden uitgebannen. De levensverwachting zal daardoor significant stijgen. De menselijke soort kan verbeterd worden dankzij genetische engineering. En kunstmatige intelligentie zal de cognitieve capaciteiten van de mens aanzienlijk vergroten, of zelfs vervangen, met enorme productiviteitsstijgingen als gevolg.
Toekomstvoorspellingen gaan vaak gepaard met verlossingsfantasieën. Verlossing uit de condition humaine, die er nu eenmaal ook een is van ontberingen en gebrek. Verlossingsfantasieën behoren tot de oudste fantasieën van de mensheid. Ze komen voort uit het verlangen naar een andere, betere wereld. Dit verlangen kan blijven steken in dromen en dagdromen, maar kan ook aanzetten tot handelen om die andere wereld dichterbij te brengen. Tegelijkertijd kunnen verlossingsfantasieën grenzeloos en obsessief worden en zich tot almachtsfantasieën ontwikkelen. Met name politieke ideologieën die een heilstaat beloven, blijken te ontaarden in gevaarlijke fantasma’s. Het is bij uitstek de taak van het recht om verlossingsfantasieën te kanaliseren door ze te onderwerpen aan de beginselen van de rechtsstaat en aan het democratische debat.
Ontcijfering van het DNA... De nieuwe eugenetica die mogelijk werd, had niets te maken met de oude eugenetica, zo werd beweerd. Want het zou niet meer gaan om selectie van gezonde en superieur geachte mensen, maar – dankzij genetische engineering – om het gezond maken van alle mensen en wel tot op het hoogste genetische niveau.
Staat het recht voor de nieuwe taak deze verlossingsfantasieën van de medische biotechnologie te kanaliseren? En is het recht daartoe wel in staat?
Wereldwijd liggen er inmiddels miljoenen embryo’s in vrieskisten opgeslagen, wachtend op hun bestemming. Een nogal morbide situatie, overigens.
De posthumane mens is een gemaakte mens, en niet eens een self-made man, maar een door anderen ontworpen mens. En misschien zelfs dat niet, maar een door kunstmatige intelligentie ontworpen mens. Hoe dan ook is de posthumane mens vooral een tot zaak gemaakte mens. De verlossing en de vrijheid die werden beloofd, verkeren in hun tegendeel: de fantasie is een desastreus fantasma geworden.
Laten we niet te optimistisch zijn over de principiële kracht van het recht op het terrein van de medische biotechnologie. Er bestaan weliswaar een aantal wetten en verdragen die genetische modificaties van mensen verbieden, maar tegelijkertijd doet zich een fenomeen voor dat de rechtskracht van deze wetgeving ondermijnt. Dat fenomeen staat in de sociologie bekend als het leerstuk van de ‘collectieve actie’. Die benaming zelf is overigens niet juist, want het gaat om het sluipende en collectieve effect van individuele acties. In dit geval om het collectieve, geaccumuleerde effect van individuele zelfbeschikking. Ik geef enkele voorbeelden van dit fenomeen.
De kwestie van het collectieve effect van geaccumuleerde zelfbeschikkingen is vergelijkbaar met een klassiek filosofisch probleem, dat heel eenvoudig onder woorden kan worden gebracht en toch nooit kan worden opgelost. De filosofische vraag luidt: wanneer worden een paar korreltjes zand een hoopje? Wanneer wordt een hoopje een heuvel? Wanneer wordt een heuvel een berg?
Met andere woorden: wanneer vindt de omslag van kwantiteit naar kwaliteit plaats? Logisch gezien kan die vraag niet worden beantwoord. Want de kwalitatieve omslag voltrekt zich langs een glijdende schaal.
Het argument van grensvervagingen, glijdende schalen en hellende vlakken wordt in medisch-ethische debatten vaak afgedaan als een zwaktebod of als een argument dat van denkluiheid getuigt. Maar in de praktijk blijken ze zich wel degelijk voor te doen, en moeilijk omkeerbaar of beheersbaar te zijn. Het collectieve effect van individuele zelfbeschikking stelt de samenleving voor een fait accompli.
Over de ingrijpende veranderingen die zich sluipenderwijs hebben voltrokken, is geen democratisch debat gevoerd. De burgers zijn niet in staat geweest om zelf te bepalen in wat voor een samenleving zij willen leven.
In het geval van de medische biotechnologie is dat extra verontrustend. Want de grensvervaging die zich daar afspeelt tussen mensen beter maken en betere mensen maken, dreigt de kern van onze rechtsorde aan te tasten. Kunstmatig kinderen maken, betere mensen maken en andere, posthumane mensen maken, dreigen het principiële onderscheid tussen persoon en zaak op te heffen. In de theorie van het recht mag het lichaam – op grond van het beginsel van de menselijke waardigheid – nooit tot een zaak worden gemaakt, het mag nooit worden gecommodificeerd. Want eenmaal gereduceerd tot een zaak zou het lichaam voorwerp van handel kunnen worden.
Kortom, het lichaam is sluipenderwijs het domain d’avoir, het domein van de markt en het domein van het vermogensrecht binnengebracht, hoewel flagrant in strijd met dat allereerste beginsel van onze rechtsorde:
dat van de menselijke waardigheid, dat verbiedt dat mensen en hun lichamen ooit als zaken worden behandeld.
De meeste mensen worden – zeker mondiaal gezien – in een onvrij, ongelijk en daardoor onwaardig bestaan geboren. Franse rechtsgeleerden spreken daarom over de mens van de mensenrechten als een homme revé: een gedroomde mens. En hier zien we – óók in het recht – een verlossingsfantasie opduiken. De homme situé, de mens van vlees en bloed met al zijn tekortkomingen, wordt in het recht voorgesteld als een gedroomde mens, die in waardigheid leeft. De mens van de mensenrechten is een fictie, maar wel een heilzame fictie. Want de mens wordt gesymboliseerd én beschermd als een
homo juridicus, dat wil zeggen: uitgerust met waardigheid en fundamentele rechten.
In de biotechnologische fantasma’s gebeurt het tegenovergestelde. Mensen worden daarin gereduceerd tot een wetenschappelijk te analyseren en te modificeren object.
Ze worden juist ontdaan van hun menselijke betekenis en van het morele surplus dat het recht hen toekent. Zoals de economische wetenschap de mens reduceert tot een homo economicus, zo tendeert de biotechnologie ernaar de mens te reduceren tot een homo mechanicus.
Niet de mens wordt aanbeden, maar zijn DNA. Het wordt hoog tijd dat aan die kerkdienst een einde komt en de homo juridicus in ere wordt hersteld.