Een beetje late reactie, maar Peter heeft hier zowel gelijk als ongelijk.Peter van Velzen schreef: ↑28 nov 2017 14:23Wat is het verschil? Je kunt nog altijd x+yi niet anders beschrijven dan met twee getallen, die je met geen mogelijkhied rekenkundig kunt sommeren. Je kunt niet anders dan ze ten alle tijden uit twee afzonderlijke delen laten bestaan. Je kunt dat wel als één getal definiëren, maar het blijft daar verder bij. Tenzij je het geluk hebt dat je het met x-yi kan vermenigvuldigen. Ik neem aan dat die mogelijkheid wel een reden is, om het toch als eén getal te bezien. Maar waarom spreekt men dan toch ook van een complex vlak? Dat zou je dan weer achterwege moeten laten, Tenzij je dat alleen doet als je het punt op oneindig meeneemt. (want dat ligt evident niet op dezelfde lijn). Zoals het nu op wikipedia staat vind ik het behoorlijk onduidelijk.TIBERIUS CLAUDIUS schreef: ↑28 nov 2017 09:45Dan zie je dat wiskundig verkeerd.Peter van Velzen schreef: ↑28 nov 2017 07:44De verwarring wordt weer minder. 3+7i zie ik niet als 1D. Dus ik snapte niet wat er werd bedoeld. Het lijkt slechts een kwestie van spraakgebruik.
Het is geen spraakgebruik maar definitie.
Een vectorruimte wordt altijd gedefinieerd over een lichaam van zogeheten scalairen. Als je voor dat lichaam de complexe getallen zelf kiest, dan vormen de complexe getallen een 1-dimensionale vectorruimte. Als je de reële getallen als dat lichaam kiest, dan vormen de complexe getallen een 2-dimensionale vectorruimte (en dat komt omdat je elk complex getal met twee reële getallen beschrijft). Er is overigens ook nog een derde keuze voor een lichaam mogelijk, namelijk de breuken. Dit levert een zeer exotische situatie op, de complexe getallen vormen in dat geval een oneindig-dimensionale vectorruimte (dit komt omdat je sommige reële getallen zoals pi niet als een breuk kan beschrijven, maar wel als een de limiet van een oneindig rijtje breuken. Aangezien de reële getallen een deelverzameling van de complexe getallen vormen, volgt dat de complexe getallen over de breuken dus oneindig dimensionaal zijn. Ook de reële getallen vormen een oneindig-dimensionale vectorruimte over de breuken).
Tenslotte is er ook nog iets als de topologische dimensie. Topologisch slaat in dit geval op dat je kijkt naar welke punten in de ruimte dichtbij elkaar liggen. Ongeacht of je de complexe getallen als vectorruimte over de reële getallen of als vectorruimte over de complexe getallen ziet, is de topologische dimensie van de complexe getallen altijd 2. Die van de reële getallen is 1. Dat de reële getallen topologisch gezien anders zijn dan de complexe getallen volgt uit het topologische begrip "samenhangendheid" wat voor concrete meetkundige objecten precies is wat je zou verwachten. Haal een punt weg uit de verzameling van reële getallen, en je houdt twee losse stukken over. Haal een punt weg uit de complexe getallen, en je hebt nog steeds een samenhangende verzameling (omdat de complexe getallen een vlak vormen).
Overigens wordt de topologische dimensie in natuurkunde niet of nauwelijks gebruikt (behalve misschien in avant garde natuurkunde zoals snaartheorie). Als natuurkundigen het over dimensie hebben, hebben ze het vrijwel altijd over de dimensie van een vectorruimte. Die ook meestal over de reële getallen als lichaam van scalairen is.