Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Geef hier je mening over boeken die je hebt gelezen.

Moderator: Moderators

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 17 jul 2013 12:38

Waarom negeerde Paulus de historische Jezus?

Nogmaals wordt Strengholt geconfronteerd met deze verstrekkende zaak. Aangezien de doorsnee christelijke gelovige geen enkel besef heeft van mysteriereligies, de gnostieke geloofsbeleving, en hoe dit zich uitstrekt tot in het Nieuwe Testament zelf via Paulus en de Hebreeënbrief en in een andere variant ervan in het Johannesevangelie, en hij dus de hele vraag niet begrijpt, kan hij niet anders dan deze geïrriteerd afdoen in drie zinnen: “Wat een zalige cirkelredenering. Ja, inderdaad, Paulus negeerde de historische Jezus, zoals geconstrueerd in de twintigste eeuw. Maar de werkelijke Jezus kende hij en verkondigde hij.”

Terwijl hij het omgekeerde wil zeggen (dus een affirmatie wil geven van de historische Jezus zoals we die kennen uit de evangeliën) laat Strengholt in deze bewoordingen geweldig goed zien hoe inderdaad de vork in de steel zit: Paulus heeft helemaal geen boodschap aan een historische Jezus. Zoiets zou voor hem volkomen beside the point zijn, aangezien het geloof voor hem beleving is. Jezus kennen heeft niets te maken met feiten over een persoon die ooit geleefd heeft in Palestina, maar betekent dagelijks omgang hebben met een geestelijke realiteit en die gestalte geven in zijn eigen leven. Een geestelijke realiteit die af en toe via visioenen doordringt tot deze aarde.

De werkelijke Jezus is voor Paulus dus van begin tot eind een product van de geest (die hij uiteraard met een grote G zou schrijven).
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 23 jul 2013 17:27

Paulus heeft zijn eigen informatie uit visioenen en noemt God als zijn getuige. Heeft hij dus zelf zijn boodschap verzonnen?

Deze vraag staat in verband met de vorige, namelijk met de tegenwoordige concensus onder bijbelgeleerden dat het christelijk geloof oorspronkelijk op sterk van elkaar verschillende manieren beleefd werd en verschillende vertakkingen ervan later tot één zijn gesmeed. De historische Jezus uit de evangeliën die we uit de bijbel kennen is een product van een latere tijd, die geplakt werd op een mystieke Christus die eerder gepredikt werd door apostels als Paulus en waaraan een historische Jezus volledig ontbreekt. Strengholt wijst deze zienswijze af door te wijzen op het boek Handelingen, waarin we kunnen lezen dat Paulus volledig samenwerkte met en onder toezicht stond van een groep leiders van een Jeruzalemse kerk, waaruit het allemaal zou zijn ontstaan en die fungeerde als centrale autoriteit voor wat het christelijk geloof behelsde. En die Jeruzalemse kerk zou direct ontstaan zijn als vervolg op waar de synoptische evangeliën mee besluiten.
Dit antwoord staat echter gelijk aan het volkomen negeren van de bijbelwetenschap. Dat de evangeliën allemaal late producten zijn en niets met ooggetuigeverslagen te maken hebben is in het voorgaande al beargumenteerd. Dat Handelingen geen betrouwbare geschiedschrijving is is al meteen duidelijk uit het cruciale feit, dat de schrijver (dezelfde als het evangelie van Lucas) weet heeft van het evangelie van Marcus, dat eindigt met de woorden: ‘Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd’”, maar deze woorden eenvoudig negeert en ervoor in de plaats het christelijk geloof in Jeruzalem laat ontstaan, vanwaaruit het zich verspreid zou hebben (Matteüs borduurt wel op Marcus verder en laat zijn Jezus in Galilea ten hemel varen). Hieraan alleen al kan men zien dat Handelingen een poging is om het christelijk geloof een geschiedenis te geven die de latere kerk zichzelf wilde geven. Centraal hierin staat dat Paulus verbonden moest worden aan het christendom dat na het jaar 70 zich ontwikkelde via de mythe aangaande een historische Jezus. De Paulus in Handelingen evangeliseert dan ook voortdurend door met een verhaal te komen dat slaat op de historische persoon die Lucas al in zijn evangelie beschreven heeft. Het heeft niets te maken met de echte Paulus die in een geheel andere tijd leefde. Dat Lucas/Handelingen wel tenminste 50 jaar later geschreven is dan waarin Paulus leefde komt ook hieruit tot uiting dat speurneuzen hebben ontdekt dat hij de geschiedschrijving van Josefus kende (die op het eind van de eerste eeuw schreef).
Een ander onderdeel van deze verbinding tussen Paulus en wat wij nu kennen als het latere orthodoxe christendom, was het produceren van nieuwe epistels die zogenaamd door Paulus geschreven waren, maar waarin de radikale Paulus opeens spreekt als een reaktionair die kan worden beschouwd als de schepper van de latere kerkregels (pastorale epistels).

Indien een apologeet als Strengholt algemeen geaccepteerde resultaten van de bijbelwetenschap geheel links wil laten liggen en net wil doen alsof de laatste niet van relevantie is, is dat natuurlijk zijn goed recht, maar het wordt dan wel onbegrijpelijk dat hij kan denken dat zijn boekje vrijdenkers van dienst zou kunnen zijn. Het verschil tussen een gelovige en een vrijdenker is nou net dat de laatste zich nooit bij ‘geloof alleen’ neerlegt, maar de redelijkheid ervan bij ieder onderdeel wat ter sprake komt uitgebreid wil overdenken, oftewel de wetenschappelijke studie van de bijbel voorop zet.

Zoals al eerder opgemerkt heeft Paulus geen weet van of interesse voor de historische Jezus. Voor Paulus had ‘evangelie’ niets te maken met wat wij er tegenwoordig onder verstaan, het verhaal van de vier evangeliën uit het Nieuwe Testament. Om dit goed te kunnen zien kan men kort op een rijtje zetten wat het evangelie voor hem (en anderen zoals de schrijver van de Hebreeënbrief die ook in de bijbel belandde) dan wél betekende:

-…omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de waarheid verkondigd werd en het evangelie u bereikte. Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij u, vanaf de dag dat u over Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep… Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.
Beeld van God, de onzichtbare, is hij,
eerstgeborene van heel de schepping:
in hem is alles geschapen,
alles in de hemel en alles op aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
vorsten en heersers, machten en krachten,
alles is door hem en voor hem geschapen.
Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem.
Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk.
Oorsprong is hij,
eerstgeborene van de doden,
om in alles de eerste te zijn:
in hem heeft heel de volheid willen wonen
(Colossenzen)


-Nu de tijd ten einde loopt heeft hij tot ons gesproken door zijn Zoon, die hij heeft aangewezen als enig erfgenaam en door wie hij de wereld heeft geschapen. In hem schittert Gods luister, hij is zijn evenbeeld, hij schraagt de schepping met zijn machtig woord; hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit, ver verheven boven de engelen omdat hij een eerbiedwaardiger naam heeft ontvangen dan zij. Zo is hij dan bemiddelaar van een nieuw verbond… onze Heer Jezus, de machtige herder van de schapen, … een hooggeplaatste hogepriester die alle hemelen is doorgegaan (Hebreeën)

-Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest…Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen, naar het eeuwenoude plan dat hij heeft verwezenlijkt in Christus Jezus, onze Heer.. Hij die is afgedaald tot onder de aarde is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen (Efeziërs)

-Als de dood heeft geheerst door de overtreding van één mens, is het des te zekerder dat allen die de genade en de vrijspraak in zo’n overvloed hebben ontvangen, zullen heersen in het eeuwige leven, dankzij die ene mens, Jezus Christus. Kortom, zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en daardoor zullen leven…. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu hij leeft, leeft hij voor God. Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God…Wie zich door zijn eigen wil laat leiden, kan God niet behagen. Maar u leeft niet zo. U laat u leiden door de Geest, want de Geest van God woont in u…Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door onze eigen wil. Als u dat wel doet, zult u zeker sterven…Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister…De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten…Omdat ik één ben met Christus spreek ik de waarheid (Romeinen)

-Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader…. Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood….ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen en één met hem zijn…Met de kracht waarmee hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal hij ons armzalig lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkt lichaam….(Filippenzen)

Paulus' evangelie bestaat volledig uit wat hij via direkte openbaring heeft ontvangen, een religie dat van begin tot eind gebaseerd is op mystiek en aan hem geopenbaarde mysterie. Wanneer Paulus iets te bewijzen heeft haalt hij het Oude Testament erbij om het te laten zien. Nergens heeft zijn boodschap raakvlakken met iets wat letterlijk gebeurd is op aarde of baseert het zich op wat een Jezus op aarde ooit leerde of wat hij via ooggetuigen gehoord heeft. Het gaat zelfs zover dat Paulus kan tegenspreken wat we weten uit de evangeliën. Eerder wees ik er al op dat hij laat weten geen wonderwerker te prediken. Wanneer Paulus een antwoord probeert te geven op de vraag waarom de joden geen gehoor geven aan het evangelie (Romeinen 9), bekijkt hij het van vele kanten, maar nu juist niet dat een historische Jezus het zelf gepredikt heeft onder hen! Hij laat nota bene horen: ”Maar dan is mijn vraag: hebben ze de boodschap soms niet gehoord? Natuurlijk wel, want er staat: ‘Hun roep klinkt over heel de aarde, hun woorden tot de uiteinden van de wereld.’" Oftewel dat het Oude Testament laat horen dat het overal verkondigd is! Blijkbaar zouden ze er kennis van kunnen hebben door het Oude Testament maar goed te bestuderen en de boodschap daaruit op te vissen.

Volgens Strengholt heeft Paulus een hoop informatie gehad aangaande de historische Jezus via ooggetuigen die hij ontmoet zou hebben. Maar deze bewering is een holle kreet want nergens in zijn brieven laat Paulus zien dat hij over zulke informatie beschikt. Paulus komt nooit aan met woorden die Jezus ooit gezegd zou hebben. Paulus beroept zich vier keer op wat hij ”van de Heer” ontvangen heeft, en in geen van die gevallen citeert hij woorden van de Jezus die ons bekend is uit de evangeliën. Zelfs het allereenvoudigste feit dat Jezus ooit op aarde heeft rondgelopen kunnen we niet opmaken uit de woorden van Paulus.

Wanneer men christenen met deze vreemde zaak confronteert komen ze aan met enkel twee zaken die dit alles zouden kunnen tegenspreken. Maar aan beide zaken waarmee ze aankomen kleven grote vraagtekens.

De eerste zaak is dat Paulus het over de instelling van het avondmaal heeft:

-U komt niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren…Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, 24 sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ 25 Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’ 26 Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt.
27 Daarom maakt iemand die op onwaardige wijze van het brood eet en uit de beker van de Heer drinkt, zich schuldig tegenover het lichaam en het bloed van de Heer. 28 Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt, 29 want wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf. 30 Daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen en zijn er al velen onder u gestorven.
(1 Cor. 11)

Ogenschijnlijk gaat dit over een avondmaal waarover we ook in de evangeliën horen. Maar juist dit is zeer aanvechtbaar. Paulus schrijft niet dat dit informatie is die hij overgeleverd heeft gekregen van andere christenen, maar informatie die hij direct van de Heer heeft, dus alweer via een visioen. Dit is uiteraard absurd indien er een overlevering was waar alle christenen weet van hadden. Daar komt bij dat de mysteriegodsdiensten algemeen een heilig maal kenden. Paulus gebruikt de term ’de maaltijd van de Heer’ die direct uit de mysteriecultussen komt. Deze heilige maaltijden zijn zo algemeen dat Paulus er een hoofdstuk eerder al voor waarschuwt: ”… ik wil niet dat u één wordt met demonen. U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen.” (1 Cor. 10)
Paulus laat bovendien niet weten dat hij ermee bekend is dat het een maaltijd was die Jezus met zijn discipelen genoot. Wanneer hij erop wijst dat men zijn eigen veroordeling uitroept wanneer men de heiligheid van dit maal niet beseft, geeft hij geen verwijzing naar Judas, het ultieme voorbeeld. Eerder heb ik er al op gewezen dat ook de schrijver van de Hebreeënbrief niet bekend is met het avondmaal.
Voorts komen de woorden die Paulus gebruikt niet overeen met wat de evangeliën Jezus laat zeggen. Al die versies verschillen ook met elkaar. Matteüs bijvoorbeeld verzint de frase ’ter vergeving van zonden’ erbij. Het evangelie van Johannes maakt het nog moeilijker. Volgens hem is er nooit een instelling van zo’n heilige rite geweest. Zelfs geen pesachmaal, aangezien Jezus daarvóór al werd gearresteerd. Hij verwijst wel naar het mystieke concept van eenwording met Jezus of identificatie met hem, door Jezus redevoeringen te laten houden waarin hij uitspreekt ”Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’
Nu begonnen de Joden heftig met elkaar te discussiëren: ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!’Daarop zei Jezus: ‘Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem.
(Jh. 6: 51-).

Alles bijelkaar genomen lijkt het het waarschijnlijkst dat het concept van de heilige maaltijd eerst ontstond via de mysteriereligies, en dat daar later een verhaal van is gemaakt dat het verbond aan een historische Jezus die een laatste joodse pesachmaaltijd genoot met zijn discipelen.

De tweede zaak waar men altijd mee aankomt is de frase ”de broer van de Heer”, die we vinden in Galaten 1:19: ”Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.”
Het probleem hier is dat Paulus op geen enkele wijze enig respect betoont voor deze Jacobus. Terwijl Strengholt ons steeds vertelt dat Paulus zich zou onderwerpen aan en in overeenkomst zou zijn met de leiders-apostelen Petrus, Johannes en Jabobus, krijgen we uit Paulus’ brief aan de Galaten juist exact het tegendeel voorgeschoteld. De zogenaamde ’steunpilaren’ betekenden totaal niets voor hem, en hij kijkt juist op ze neer en schoffeert ze. Lees het volgende aandachtig:

1:15 Maar toen besloot God, die mij al vóór mijn geboorte had uitgekozen en die mij door zijn genade heeft geroepen, 16 zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd 17 en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus. 18 Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken. 19 Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer. 20 God is mijn getuige dat ik u de waarheid schrijf. 21 Daarna ging ik naar het kustgebied van Syrië en van Cilicië. 22 De christengemeenten in Judea hadden mij nog nooit ontmoet, 23 maar iedereen had over mij horen vertellen: ‘De man die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij toen probeerde uit te roeien.’ 24 En zij prezen God om mij.
2:1 Na verloop van veertien jaar ging ik opnieuw naar Jeruzalem, samen met Barnabas en Titus. 2 Dat was mij in een openbaring opgedragen. In besloten kring legde ik de belangrijkste broeders het evangelie voor dat ik aan de heidenen verkondig, want ik wilde me ervan overtuigen dat mijn inspanningen, toen en nu, niet voor niets waren. 3 Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij toch een Griek is. 4 Dat wilden alleen een paar schijnbroeders, die als spionnen waren binnengedrongen om erachter te komen hoe wij onze vrijheid, die we in Christus Jezus hebben, gebruikten. Ze wilden slaven van ons maken. 5 Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het evangelie moest in uw belang behouden blijven. 6 De belangrijkste broeders – hun positie interesseert me trouwens niet, God slaat geen acht op het aanzien van een mens – hebben mij tot niets verplicht. 7 Integendeel, toen ze inzagen dat mij de verkondiging onder de heidenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus de verkondiging onder de besnedenen 8 – want zoals God Petrus kracht had gegeven voor zijn werk onder de Joden, zo had hij mij kracht gegeven voor mijn werk onder de onbesnedenen –, 9 en ze dus de genade onderkenden die mij geschonken was, toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die als steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen gaan, zij naar de besnedenen. 10 Onze enige verplichting was dat we de armen ondersteunden, en dat is ook precies waarvoor ik mij heb ingezet.
11 Maar toen Kefas in Antiochië was, heb ik me openlijk tegen hem verzet, want zijn gedrag was verwerpelijk. 12 Hij at altijd met de heidenen, maar toen er afgezanten van Jakobus kwamen, trok hij zich terug en at hij apart, uit angst voor de voorstanders van de besnijdenis. 13 De andere Joden deden met hem mee, en zelfs Barnabas liet zich meeslepen door hun huichelarij. 14 Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas, in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?’


Ten eerste kan men uit deze passage opmaken dat Paulus geen enkele behoefte had om informatie te verkrijgen via zogenaamde ooggetuigen van de carrière van Jezus. Hij ging pas drie jaar nadat hij christen werd voor het eerst eens een kijkje nemen in Jeruzalem, en verbleef er enkel twee weken. Daarna kwam hij veertien jaar later nog eens terug, en nota bene enkel omdat het nu eenmaal moest. Hij werd daartoe via weer een visioen opgedragen. Ten tweede beschrijft hij zijn bekering als een innerlijke ervaring, hem werd het christelijk geloof geopenbaard; hij schrijft er nog uitdrukkelijk bij dat hij van niemand raad nodig had!
Maar het blijft hier niet bij. Vervolgens laat Paulus hier nog in buitengewoon scherpe taal weten dat die zogenaamde belangrijke figuren in Jeruzalem wat hem betreft nobodies zijn, en ze hem totaal niets te leren hebben. Integendeel, ze moeten zich af en toe schamen en vooral naar hem luisteren! Hoe kan dit mogelijk zijn? Uiteraard enkel wanneer hun relatie tot Jezus op geen enkele manier verschilt van zijn eigen relatie! Men kan hieruit dus opmaken dat voor hem die steunpilaren niet betekende dat zij ooit een carrière hadden meegemaakt als discipelen van een historische Jezus, noch dat zij getuigen waren van een opstanding van een aardse Jezus, dus op een andere meer vooraanstaande manier ooggetuige dan hijzelf, laat staan dat ze een broer van Jezus zouden zijn. Indien Paulus weet zou hebben van díe zaken, zou hij zich nooit zo onbeleefd uitgedrukt hebben. Op grond hiervan concludeert men dat het aannemelijker is dat de frase ’de broer van de Heer’ oorspronkelijk een kanttekening is geweest van een kopiïst, een verklarende kanttekening die er in later tijd bij is geschreven, zoals men in NT-manuscripten tientallen kanttekeningen aantreft. Zo’n kanttekening kon door een volgende kopiïst dan weer gemakkelijk opgevat worden als deel uitmakend van de hoofdtekst (die de vorige kopiïst per ongeluk overgeslagen had), waar ook vele voorbeelden van zijn. Aangezien de oudste extante manuscripten van (gedeelten van) de Galatenbrief pas dateren uit de derde eeuw is dit zeer wel mogelijk. De opvatting dat Jezus een broer had die Jacobus heette is ook al verdacht aangezien ook de brief van Jacobus dit niet laat zien. De brief van Jacobus kan men zelfs lezen als een puur joods geschrift, waar niets christelijks aan te herkennen valt, net als de brief van Judas, die zegt een broer van Jacobus te zijn, maar ook al niets christelijks te melden heeft, laat staan iets persoonlijks over Jezus te vertellen heeft.

In 1 Cor. 9:5 komt nog eenmaal de term ”broeders van de Heer” voor. Deze term kan men alweer heel natuurlijk interpreteren als een bepaalde groepering christenen die zich ’de broeders des Heren’ noemde, dus geen letterlijke broers, maar broeders in figuurlijke zin, zoals christenen elkaar altijd aanspreken.

Ook de zogenaamde geloofsbelijdenis van 1 Cor. 15 die Paulus citeert, waarin de verschijningen van de opgestane Jezus op een rij worden gezet, geeft aanleiding tot de opvatting dat de vork geheel anders in de steel zit dan latere evangeliën en Handelingen ons vertellen. Hier wordt eerst Kefas (=Petrus) genoemd, dan de twaalf, dan 500 broeders, dan Jacobus, dan ”alle apostels”, en tenslotte Paulus. Deze formulering doet vermoeden dat ”de twaalf” een geheel andere groep was dan Kefas en Jacobus, ook dat met ”alle apostels” weer een andere groep bedoeld wordt. De Essenen van Qumran hadden bijvoorbeeld ook een bepaalde groep van 12 mebaqqerim (dat in het grieks met bisschop wordt vertaald). Dat Paulus zichzelf ook in de lijst zet laat al zien dat hij niet aan letterlijke verschijning van een historische Jezus denkt, maar aan visioenen zoals hijzelf had ervaren.

Overigens worden deze 500 broeders die getuigen waren van de opstanding van Jezus altijd gretig door apologeten aangehaald. Vreemd, aangezien apologeten ook altijd Handelingen serieus nemen, en daar wordt nu juist verteld dat er niet meer dan 120 gelovigen waren in de beginfase (Handelingen 1:15). Of Paulus óf Lucas geeft ons dus verkeerde informatie, want beiden kunnen onmogelijk waar zijn. Blijkbaar spreekt Paulus hier over iets waar niemand in latere tijden toen de evangeliën werden opgeschreven nog enige weet van had. Hadden die latere evangelisten er over geweten dan is het uitgesloten dat ze het niet de moeite waard vonden te vermelden. Sommige bijbeluitleggers hebben het geprobeerd aan elkaar te lijmen door te veronderstellen dat Lucas de ’vijfhonderd’ (pentakosiois) omgewerkt heeft tot ’van pinksteren’ (tês pentêkostês).

Maar veronderstel nu eens dat Strengholt gelijk heeft: Paulus heeft weet van alles wat ons verteld wordt over de historische Jezus in de evangeliën en Handelingen, plus nog veel meer. Hij heeft weet van broers van Jezus, en dus van Jezus’ jeugd, van zijn eigen wonderlijke bekeringservaring die in Handelingen in geuren en kleuren wel driemaal verteld wordt, van de maagdelijke geboorte, de getuigenissen van Maria, de gebeurtenissen die vertellen over de machtige wonderen van Jezus, plus nog vele andere wonderen die Jezus heeft uitgevoerd, zoals Johannes het ons laat weten, een enorme voorraad aan leringen die Jezus onderwees en hij uit het hoofd heeft geleerd, plus de verhalen van honderden ooggetuigen aangaande zijn herrijzenis uit het graf en zijn uiteindelijke hemelvaart, de ongelovige Thomas enz. Stelt u zich voor dat u dit allemaal wist. Zou u dan de brieven van Paulus geschreven hebben zoals we die nu voor ons hebben liggen? Zou het voor u mogelijk zijn, zelfs indien u er bewust uw best op deed, om het zo te schrijven dat zelfs de kleinste verwijzing naar de historische Jezus er niet in voor zou komen?
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 24 jul 2013 06:52

Vraag 33 De Duivel

We zijn nu aangekomen op een wat grappiger en luchtiger onderwerp van christelijk geloof. Een verademing.
Christenen, - net als de menigte moslimbijgelovigen, die hem al helemaal op z'n middeleeuws uitdossen -, geloven in de duivel! Strengholt legt uit dat de duivel de verpersoonlijking is van het kwaad. Het leuke van het op zo’n deftige domineemanier te zeggen is dat je dan erkent dat het een wezen is, maar aan de andere kant een hint geeft dat zo je wil je het kan beschouwen als een metafoor, enkel een manier van spreken die de bijbel gebruikt. Een geloof dat van duivel en god metaforen maakt en zoiets toch christelijk noemt, is natuurlijk een stuk minder leuk. De aanhangers van dit soort zoutloze soep zijn over het geheel genomen ergerlijk. Zulke mensen doen geen recht aan het primitieve, antieke wereldbeeld waarin het christelijk geloof is ontstaan, maar vervalsen het alsof het een moderne boodschap is, zodat ze de bijbel opportunistisch kunnen gebruiken om hun eigen moderne gevoel aan leegte en zinloosheid te doorbreken.

Gelukkig mogen we er van op aan dat Strengholt de onvervalste versie van het christelijk geloof hoog houdt, dus zoals een 9 tot 13 jarige nog goden, duivelen, engelen, wonderen, Harry Potter, My Little Pony en de éénhoorn serieus kan nemen. Om lezers die van dit enge onderwerp benauwd geworden zijn enige opluchting te schenken hier een echte bijbelse eenhoorn, gefotografeerd door Job voordat God en de duivel hun spelletje met hem gingen spelen:


Afbeelding




Als de duivel zo sluw is als de christenen denken dan heeft hij intussen vast wel geleerd hoe hij de strijd tegen God kan winnen?
Het eerste wat een christen moet doen wanneer hij het over de duivel gaat hebben, is zeggen dat die een traptrede lager staat dan de God waarin hij gelooft. Dit behoort uiteraard tot de formaliteiten van een monotheïstisch godgeloof. Men moet hieraan niet te zwaar tillen. Het gaat er bij de christen enkel om dat hij kan zeggen dat zijn geloof niet dualistisch is. Op dezelfde manier als hij er behoefte aan heeft om Jezus als God te aanbidden en dan erachteraan iets moet verzinnen om toch te kunnen zeggen dat hij in maar één God gelooft.

Strengholt vervolgt met te laten weten dat de duivel volgens de bijbel wel sluw is, maar niet oppermachtig. Dat zoiets ook niet al te serieus moet worden opgevat kan men zien aan het feit dat de aardse Jezus volgens de bijbel ook niet alles weet en kan, maar dit feit christenen er nooit van heeft weerhouden hem als God te betitelen.

Vreemd genoeg geeft Strengholt verder helemaal geen antwoord op de vraag die eigenlijk geen vraag is: iemand die een beetje slim is moet toch kunnen leren? Uiteraard kan een apologeet dit niet beantwoorden, want in de christelijke religie gaat het erom dat de duivel wel zo almachtig is dat hij onsterflijkheid heeft en ieder mens kan bespelen, maar toch wel altijd zo dom blijft om maar nooit te leren dat God oppermachtig is en hij het uiteindelijke onderspit delft. Wellicht heeft hij deze houding omdat het moment van ’uiteindelijk onderspit’ enkel maar een belofte is, en men nergens zo zeker van kan zijn dan dat een goddelijke belofte wat betreft een happy end dat eeuwig duurt nooit en tenimmer uitgevoerd kan worden. Menselijke fantasie moet men kunnen onderscheiden van werkelijkheid. Men moet uiteraard over enig denkvermogen beschikken om te kunnen vatten dat indien God de eerste keer geen paradijs kon onderhouden, hij ook de tweede keer zoiets onmogelijk kan doen zolang hij met mensen te maken heeft. Het kenmerk van de christen is nu juist dat hij het verkiest dit denkvermogen niet aan te wenden wanneer een bijbeltekst een fantasie schept van een eeuwig happy end.
De duivel heeft ook geen slimheid genoeg om in te zien wat vele mensen juist heel gemakkelijk in kunnen zien, dat men eenvoudig een keer berouw kan krijgen en tot het inzicht komen dat men verkeerd deed. Je zou denken dat het voor een duivel nogal gemakkelijk zou zijn om tot het inzicht te komen dat de God van het Oude Testament een toffe verschijning is. Ook dat een God van het Nieuwe Testament die op het idee gekomen is er een eeuwige hel op na te houden, geprezen kan worden voor zijn goedheid! Er zijn natuurlijk naargeestige loslopende denkers die vermoeden dat de duivel zich - goedmoedig als hij is - opoffert om God de gelegenheid te geven zijn goedheid op dit punt uit te laten voeren. Zoals Gullit een van Basten nodig heeft, en omgekeerd, om doelpunten te kunnen maken. Dat hij in feite dus de trouwste dienaar is van God, maar dit soort gedachten worden door christenen doodzonden genoemd, en daar zijn ze dus als de dood voor.

Waar komt Satan vandaan? Hoe kan je nou geloven dat hij een persoonlijkheid is en de dienst uitmaakt op aarde?
Oei, dat zijn wel drie vragen tegelijk. Voor de apologeet iets teveel om allemaal te beantwoorden. De eerste vraag slaat Strengholt dus maar over. Hij haakt direct in op de laatste: ”Wie zegt dat de duivel op aarde de dienst uitmaakt?” Blijkbaar heeft hij niet begrepen dat de vrijdenker de bijbel altijd beter heeft gelezen dan hijzelf. In het Johannesevangelie noemt Jezus de Satan tot driemaal toe "de overste dezer wereld" (Zie Joh. 12:31; 14:30 en 16:11). Men hoeft maar deze frase op google in te typen om een hoop commentaar van christenen te kunnen lezen. Dit is de eerste die ik aanklik: ”En vandaag aan de dag kunnen wij zien, hoe vorsten en volken, staatslieden en rechtsgeleerden, politieke leiders en godsdienstige leiders, kapitalisten en communisten, zowel aan deze als aan gene zijde van het ijzeren gordijn, allen en allen, op slechts enkele uitzonderingen na, geïnspireerd worden door deze 'vorst der duisternis'; en zelfs die uitzonderingen ontkomen niet altijd aan zijn greep." ( http://www.hetwoord.nl/studie_wieRegeer ... Wereld.htm" onclick="window.open(this.href);return false; )

Blijkbaar is het voor veel christenen en ook Jezus moeilijker om het diepe inzicht van Strengholt op te doen, dat God de dienst uitmaakt op aarde.

De vraag hoe een christen kan geloven dat de Satan een persoonlijkheid is beantwoordt Strengholt gevat door op te merken dat voor iemand die in God gelooft, die men bovendien nog kan onderverdelen in een Vader, een Zoon en een Heilige Geest, en in een myriade engelen gelooft, en in de mens als onsterfelijk wezen, … geloof in nog een Satan erbij een peuleschilletje is.

Welk geslacht heeft de Satan?
Strengholt antwoordt dat Satan een gevallen engel is en engelen geen geslacht hebben. Met het eerste antwoord wordt het lekker spannend, maar het tweede maakt hem vreselijk saai. :(

Hoe kan een schepsel als de duivel die weet heeft van de almacht van God nou in opstand tegen Hem komen?
”Om dezelfde reden als dat mensen ook besluiten dat ze God niet willen gehoorzamen terwijl ze het beter zouden moeten weten” is Strengholts korte wederwoord.

Volkomen onbevredigend, want engelen leven in de hemel, de verblijfplaats van God, terwijl God voor de mens maar een vraagteken is, zijn almacht een nog groter vraagteken en zijn wil een reuzenvraagteken.

Er wordt zoveel rondgetoeterd over God. Hoe weet een mens nou wat Gods wil is en wat niet? De God van het Oude Testament laat weten dat hij besnijdenis op prijs stelt en niet toestaat dat zijn volk kleren van tweeërlei stof draagt. Hieraan te gehoorzamen zou voor mij gelijkstaan aan de lof der zotheid. De God van het Nieuwe Testament laat weten dat Hij een menselijk zoenoffer nodig heeft om zijn toorn tot bedaren te laten komen. Ik kan niets bedenken dat nog godslasterlijker is dan zoiets over een God uit te kramen. Volgens de God van de moslims zijn alle niet-moslims ongehoorzaam aan God. De christelijke God van 50 jaar geleden zei nog dat alle vrouwen stil moeten zijn in de kerk, en nu staan ze opeens overal op de kansel. Paulus schreef 50 jaar geleden zijn brieven nog aan de broeders, en tegenwoordig staat er in de bijbel dat hij ze aan 'broeders en zusters' adresseert. De wil van God schijnt nogal wispelturig te zijn.

Eén keer liet ik aan de schoolkindertjes astanga joga oefeningen zien, en de volgende dag kwam er een verontruste moeder op school klagen dat ik kinderen met de duivel in contact breng. Toegegeven, na vijf maal surya namaskara B breekt het zweet me vreemd genoeg altijd uit, maar als ik eerlijk ben denk ik dat die christelijke moeder de enige is die een kind in contact met de duivel brengt.

Terwijl we beter zouden moeten weten? Ik weet het nota bene bijna altijd beter. :D Als ik Strengholts boekje zou hebben geschreven of uitgegeven zou ik mijn leven lang me schamen voor mijn simplisme.
Hoe weet Strengholt het allemaal beter alsof Gods wil een uitgemaakte zaak is?

Het goede van de één is het kwade van de ander. Dát is de wereld waarin wij mensen leven. Hoe groot moet je tunnelvisie wel niet zijn indien je zelfs dat niet overdenkt?

Waarom heeft Satan geen mensen nodig om zijn woord te verspreiden, zoals God? Waarom kan hij wel alles zelf?
Leuke vraag van de freefluiter. Het antwoord van Strengholt is dat God zich kwetsbaar opstelt. Dat is een beetje hetzelfde als wanneer het jongetje van vijf aankomt met zijn vader die volgens hem absoluut de sterkste is, maar die ieder ander kent als de persoon met de bierbuik die het merendeel van zijn leven languit op de comfortabele bank verslijt om van daaruit naar de TV te kijken.
En meteen erachteraan herhaalt Strengholt weer dat Satan niet alles kan, hij is niet almachtig. Alsof het erom gaat deze kreet vooral zoveel mogelijk te herhalen wanneer de werkelijkheid je geloof steeds tegenspreekt.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 24 jul 2013 19:47

Vraag 34 Gebed en wonderen


Volgens onderzoek heeft bidden geen positief effect op zieken. Soms kan weten dat er voorbede wordt gedaan zelfs een negatief effect hebben. Is bidden een nutteloze bezigheid?
In dit hoofdstuk vertelt Strengholt dat om een goed christen te zijn je over een flinke hoeveelheid goedgelovigheid moet beschikken. Een gebroken arm bijvoorbeeld werd in het gips gezet, maar de gelovige vond het daarna toch verstandiger om geloofsgenoten te vragen of ze voor die arm wilden bidden, en ja hoor, arm genas meteen. Blijkbaar werd er een röntgenfoto van gemaakt en kon het gips er meteen af, want de foto’s van vóór en na konden worden bekeken. En hoewel dit volgens Strengholt een belachelijk wonder was, was het toch waar, hij heeft het zelf meegemaakt. Tezelfdertijd overleed een gemeentelid aan kanker, waarvoor heel veel gebeden was. God had jammergenoeg daar weer geen zin in of tijd voor. Strengholt zegt dat het dus nutteloos is enige redelijkheid proberen te ontwaren in de wonderwerking van God. Maar volgens hem geeft dat helemaal niet: ”Een christen kan leven met een niet-sluitend wereldbeeld”. Hij herinnert ons eraan dat ons verstand tenslotte maar beperkt is. Daarom kan een zo dom mogelijk optredende God toch zeer wel passen in het christelijke wereldbeeld. Inderdaad, dit sluit goed aan op zijn opmerking dat een God die redelijk, dus te begrijpen zou zijn, tenslotte de schepping van de mens zou zijn. Denk aan de voorschriften die God ooit zijn eigen volk voorschreef, zoals de idiote voorschriften voor wanneer men een vrouw verdenkt van overspel, en wel tweemaal voorschrijven dat men een geitenbokje niet mag koken in de melk van zijn moeder. God schreef zijn volk zelfs voor dat het verboden is een kruipend beestje (wurmpje) te eten tesamen met de vrucht, alsof wij mensen daar op uit zouden zijn. We leren hieruit dat enige domheid en clowneske streken in goddelijk optreden zelfs te prefereren is en altijd een sterke aanwijzing is dat de ware God hier aan het werk of aan het woord is.

Opvallend bij genezingswonderen is dat het vaak over vage ziekten gaat die worden genezen, en zelden om het aangroeien van een geamputeerd been. Is het wel geloofwaardig?
Strengholt zegt dat hij een vriendelijk kritische houding heeft wat betreft gebedsgenezing in massabijeenkomsten. Hij geeft toe dat er wellicht een hoop psychologie komt kijken bij genezingen. Hij ziet dat echter niet als een ondermijning van zijn geloof. Want zelfs echt wonderlijke genezingen zullen een ongelovige niet bewijzen dat er een God is.

De vraag omzeilt hij wel volkomen. Wonderen en gebedsverhoringen zijn pas wonderen en verhoringen wanneer we nep, toeval en goedgelovigheid kunnen uitsluiten. En juist dat lukt niet in religieus geloof. Vandaar dat men de christen met een geamputeerd been confronteert.
God heeft bij mijn weten nog nooit een geamputeerd been of arm per wonder kunnen laten aangroeien. Zoiets ondermijnt wel degelijk het geloof, want voor God zou zoiets net zo gemakkelijk zijn als ieder ander wonder. Dat het Hem nooit lukt zou wel eens kunnen komen omdat dat nu net een wonder zou zijn dat voor eenieder te controleren is.
Ook de tweede bewering van Strengholt klopt niet. Indien er echt soms sprake zou zijn van zoiets als een geamputeerd been dat op gebed weer aangroeit, zou menig ongelovige die er ooggetuige van is op andere gedachten over God komen.

Bij een ernstig busongeval komen vijftien mensen om het leven. Gelukkig overleeft een oude dame de ramp. ’Een wonder’, wordt geroepen. Maar wat zeg je dan over de vijftien die dan dood zijn?
”Wie zelf net aan de dood ontsnapt, heeft toch het volle recht om God te danken? Ik weet niet waarom God niet ingreep om de vijftien anderen te redden, maar dat doet niets af aan de wonderlijkheid van het overleven van die ene”, is Strengholts ergerlijk ontwijkende antwoord. Begrijpt hij misschien de vraag niet? De vragensteller wijst erop dat men onterecht over wonder spreekt, net als in de vorige vraag.
Misschien moeten we het helemaal uitspellen voor hem. Een wonder is een bovennatuurlijke gebeurtenis die door goddelijke krachten wordt veroorzaakt. Het woordje ’wonderlijk’ waarmee Strengholt antwoordt betekent echter heel iets anders. Wonderlijk is een natuurlijke zaak, zij het iets vreemds, iets heel bijzonders, heel onverwachts.
Indien Strengholt niet beschuldigd kan worden van onwetendheid dan doet hij dit ontwijken blijkbaar bewust. Blijkbaar was in ieder geval zijn christelijke uitgever tevreden met zo’n gewiekst antwoord. Misschien kan men 9 tot 13 jarigen ook nog op deze manier om de tuin leiden.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 25 jul 2013 11:53

Vraag 35 Andere religies

Waarom zijn veel christenen zich niet bewust van de inbreng van Keltische en Germaanse rituelen en gebruiken in hun geloof?

Strengholt antwoordt dat veel christenen zich hier van bewust zijn en het juist prachtig vinden. ”Zo schoot het evangelie wortel in heidense grond. Wat is er mis met Kerst vieren op een dag die oorspronkelijk gewijd was aan een afgod? Het onderstreept dat Jezus Christus de overwinnaar is over de vroegere goden. Zo werd dat toen beleefd, en zo zijn er leuke Germaanse gebruiken blijven bestaan. Die overigens helemaal niets met de inhoud van mijn geloof te maken hebben.”

Ik sympathiseer hier met Strengholt, hoewel hij natuurlijk onzin praat wanneer hij denkt dat Jezus Christus ’de afgoden’ overwon. Het is uiteraard precies andersom. De aanbidding van ’afgoden’ gaat gewoon door, het christelijk geloof is enkel de volgende afgod en een volgende kermiskraam die bij het feest hoort. Het wordt ahw. door ’de afgoden’ opgeslokt. De kersttijd is de uiting van de behoefte aan licht in het donker, het overleven van de winter. Juist het feit dat Kerst een allegaartje is van allerlei gebruiken en geloofsopvattingen passen de christelijke brokstukjes die er toe behoren er, net als witte sneeuw, prachtig bij om het geheel een sfeer van sprookjes, folklore en vooral gezelligheid te geven. In Finland waar ik woon komt dit bijzonder sterk naar voren. Niemand is hier christelijker dan dat de meesten bij de kerk staan ingeschreven. Maar Kerst moet uitbundig gevierd worden, December heet zelfs Joulukuu, dwz. kerstmaand! Het is een veel groter feest dan Juhannus, het midzomerfeest. Voor mij en ik denk alle Finnen die in Joulukuu in het pikdonker moeten leven, is kerst het feest waarin de mens de duisternis en kou overwint door zelf voor het licht en warmte te zorgen. Letterlijk, via de uitbundige lichtversiering die iedereen binnen en buiten aanbrengt, en figuurlijk via de gezelligheid en het denken aan en opzoeken van vrienden en familie. Op het schoolkerstfeest is een groot deel van de folklore grappige toneelstukjes en dansuitvoeringen van de joulutonttuja (kerstkabouters, de dwergen met de rode pakjes en puntmutsen die de kerstman helpen) en wordt het feest beëindigd met de komst van de Joulupukki, de heel heidense Kerstman uit Lapland. Ertussendoor kan ook nog een uitvoering worden bezien van Jozef en Maria en het kindje in de kribbe, met een hoop zingende engeltjes en wijzen uit het oosten met mooie kleren. Voor kinderen van 6 tot 13 jaar past het allemaal heel goed bij elkaar, vooral als er op het eind een zak snoep aan iedereen wordt uitgedeeld. De nieuwe moslimimmigranten hebben af en toe wat moeite met de kabouters, maar ze hoeven die echt niet serieuzer te nemen dan ze de grote profeet Jezus vereren. ;) Toen ik eens met iemand erover sprak die rector was op een basisschool waar veel moslimimmigranten zaten, zei ze dat men de moslimleerlingen leert dat je heel goed mag zeggen dat kabouters niet bestaan (de Finse kinderen zullen zoiets nooit toegeven), en de hele zaak zelfs mag uitlachen, en het schijnt dat die formule uitstekend werkt. Ze hebben dan niet meer het idee dat ze zondig zijn als ze eraan meedoen.
Toen ik het hoorde begreep ik meteen dat dat de oplossing is voor alle religieus bijgeloof. Laat het vooral dienen als folklore die niemand echt serieus neemt. Zo geef je geloofsverslaafden waar ze nu eenmaal niet zonder kunnen, maar heb je het tevens onschadelijk gemaakt. Ach, de amerikaanse TV doet de rest wel. Rudolph the Red-Nosed Reindeer is als Paulus, de laatste die aan de show meedeed (hij werd pas in 1939 uitgevonden), maar de show steelt.
De Kerstman woont overigens niet in Rovaniemi, zoals Wikipedia ons probeert wijs te maken, maar in Korvatunturi. Maar voor iedere brief aan de kerstman volstaat als er enkel maar Finland als adres wordt opgegeven. De Finse post bezorgt iedere brief naar het huis van de kerstman in Korvatunturi.

Als er zoveel religies zijn, waarvan de beoefenaars ervan allemaal overtuigd zijn van hun gelijk, waarom weet jij dan zo zeker dat jouw religie de ware is?
Strengholt schijnt niet te beseffen dat deze vraag in verband staat met wat men in de sociologie heeft opgemerkt: een wereldbeeld heeft des te meer autoriteit naarmate er geen concurrenten zijn. Maar hoe meer alternatieve zienswijzen opgang doen, des te moeilijker wordt het voor de aanhangers van eenieder van die zienswijzen om geloofwaardigheid te behouden. De geloofwaardigheid wordt voortdurend betwist, aangevallen, zelfs geridiculiseerd. De gelovige krijgt dan te maken met cognitieve dissonantie, de spanning tussen de overtuiging en allerlei feiten die de overtuiging tegenspreken. Er komt dan een psychologisch proces op gang dat die spanning probeert te verminderen door zich des te verbetener op het geloof te concentreren (en zich af te scheiden van de wereld) of (het alternatief) het aan te passen. Beide alternatieven heffen de spanning niet op, maar laten de gelovigen een gespleten leven leiden.

Strengholt overdenkt deze zaak in het geheel niet, maar komt onmiddellijk met de vergelijking dat een mens ook keus heeft uit 20 politieke partijen, die allemaal heel andere oplossingen aandragen voor maatschappelijke problemen. Toch kan een mens met aanwending van redelijkheid het één tegen het ander afwegen en zijn keus maken.
Strengholt beseft niet dat politieke partijen niet vergeleken kunnen worden met de waaier van religies, zeker niet met een religie zoals de christelijke, die de unieke en enige waarheid beweert te zijn. Politiek is bij uitstek een zaak van compromissen sluiten. In de politiek is het zelfs een wet dat mensen niet eens gewenst achten dat één politieke partij geheel gelijk zou hebben. Wanneer één partij maar lang genoeg aan het bewind is geweest wint de oppositie de volgende verkiezing vrijwel automatisch. Van politieke partij wisselen kan zo gemakkelijk zijn als verhuizen naar een andere plaats en daar een fan van de plaatselijke voetbalclub worden. Bij een wereldbeeld gaat het echter om de basis van het bestaan. Een verandering in wereldbeeld behoort tot de meest dramatische zaken die een mens in het leven maar kan meemaken.

Het verwerpen van andere godsdiensten gebeurt altijd op rationele gronden. Zoals Bertrand Russell ooit eens antwoordde op de vraag hoe hij zich zou verontschuldigen tegen God als hij ooit voor Hem zou komen te staan: ”Not enough evidence, sir, not enough evidence”, is in zo’n pluralistische situatie ongeloof het redelijkste standpunt. Verwerp je op rationele gronden alle andere religies behalve die van jezelf dan heb je duidelijk de rationaliteit nog niet toegelaten op je eigen geloof, vanwege psychische behoeften die je eraan vast laten houden, want iedere buitenstaander zal jouw geloof met dezelfde rationele argumentering afwijzen als jij alle anderen. De moeilijkheid om het toe te passen op je eigen overtuiging is het probleem van partijdigheid, je subjectieve binding en verknochtheid aan je eigen religieuze cultuur, net zoals een mens een voorliefde heeft voor zijn eigen land, en een buitenlander vaak een betere analyse kan geven van de plussen en minussen van het land waar je woont.

Strengholt komt nog met twee tegenwerpingen. Ten eerste zegt hij dat het christelijk geloof van alle anderen positief verschilt omdat het zich baseert op historische gebeurtenissen. Maar in plaats van dit als een pluspunt te beschouwen is het juist een minpunt in vergelijking met godsdiensten zoals het boeddhisme, dat in wezen een filosofie is. Want met een filosofie kun je het tot in het oneindige eens zijn, terwijl iets wat gebaseerd is op historische gebeurtenssen ingekleurd wordt naar gelang de mens die historie interpreteert, en erger nog, kan zijn geloofwaardigheid geheel verliezen wanneer men op goede gronden aan de betrouwbaarheid van de overleveringen kan twijfelen. Dit laatste is nu juist precies wat de afgelopen 200 jaar met het christelijk geloof gebeurd is, en de oorzaak ervan dat het christelijk geloof in het ontwikkelde Europa langzaam maar zeker afsterft.

De tweede tegenwerping is dat hij de vrijdenkers ervan verdenkt de religies nooit te bestuderen. ”Heb je wel eens gekeken naar de interne consistentie van waarin ze geloven? Naar de uitwerking ervan op zijn aanhangers? Naar de invloed ervan op de samenleving? Wie is vergelijkbaar met Jezus?” Hij besluit met de fantastische claim: ”De vraag lijkt me dus vooral voort te komen uit gebrek aan kennis van de godsdiensten.. Ik kan je aanraden die studie te doen en besluit dan voor jezelf welke religie je de geloofwaardigste vindt.”
Zelfs hier komt Strengholt nog niet op het idee dat de vrijdenker dat allang gedaan heeft en allang besloten heeft om ze daarom allemaal aan de kant te leggen.

Zijn raad komt bijzonder komisch over wanneer men zijn Kleine Catechismus voor Freethinkers ook maar enigszins als maatstaf mag beschouwen voor zijn eigen niveau. Dit diep droevige niveau wordt nog versterkt door de karikatuur die hij als laatste woorden nog even geeft van de andere godsdiensten: ”Je kunt natuurlijk ook wierook gaan branden voor een beeld van een olifant, of voor een dikke Boeddha, of een religie adopteren waarvan de oprichter tegelijk acht vrouwen had, en die het met kleine meisjes en jongens deed. Je kunt ook geloven dat leuk gekleurde stenen mysterieuze invloed op je leven hebben.” Bij het lezen van deze passage vraag ik me af of het de man die anderen de raad geeft om kennis op te doen zelfs ontbreekt aan de meest elementaire kennis omtrent wat een vrijdenker is. Hij adresseert zijn boekje tenslotte aan vrijdenkers. Een vrijdenker is uiteraard niet de flierefluiter waarmee ik hem af en toe voor de grap heb betiteld om recht te doen aan wat Strengholt voor ogen heeft, maar iemand die zich via denken heeft vrijgevochten van de religie. Via rationeel bezig zijn en wetenschappelijke studie is hij uitgekomen op atheïsme, agnosticisme of ten hoogste nog een God waarvan de vrijdenker zelf zijn eigen bijbel over schrijft. Een vrijdenker is vaak atheïst geworden omdat hij juist veel meer dan anderen over God heeft nagedacht. Want nadenken laat goden en allerlei geloof dat eromheen verzonnen is door de mand vallen.

Doen gelovigen dan niet aan nadenken? Wel, iedere gelovige kan dit voor zichzelf overdenken, maar laat ik me nu enkel maar beperken tot Strengholt. Hij heeft inmiddels opgemerkt dat ik een commentaar op zijn boekje schrijf. En gaat hij er over nadenken? Laat ik hem het voordeel van de twijfel geven. In ieder geval spreekt zijn eerste reactie boekdelen:

Freethinker beleeft veel pret aan mijn boekje!
Mooi zo.

Ik zie nu pas dat http://www.Freethinker.nl" onclick="window.open(this.href);return false; veel plezier beleeft aan het boekje Kleine Catechismus voor Freethinkers dat ik schreef als antwoord op een hele rits vragen die ze daar aan christenen stellen. HIER de link naar hun reactie. Ik had nimmer de gedachte dat ze onder de indruk zouden zijn van mijn antwoorden, maar grappig is hoe ze rollend van het lachen zichzelf lijken te benatten. Onze minuscule intellectuele avant garde van atheïsten heeft het niet meer. Blij dat ik ze een genoegen doe :-)
(http://strengholt.blogspot.fi/2013/07/f ... -mijn.html" onclick="window.open(this.href);return false; )

Een pluim voor hem dat hij ze inmiddels als ’minuscule intellectuele avant garde’ kan bezien. Beter laat dan nooit tenslotte.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 26 jul 2013 11:45

Vraag 36 Evolutie allang bewezen

We hebben twee hoofdstukken voor de boeg waarin Jos Strengholt een pleidooi houdt om zowel de evolutieleer aan te hangen als ook creationisme. Of men zou kunnen zeggen dat hij een pleidooi houdt om zowel de evolutieleer af te wijzen als ook het creationisme.

Op een of andere manier moeten bepaalde delen van de kool en de geit van beide zienswijzen worden gespaard, maar wanneer we het eindresultaat zorgvuldig bekijken lijkt het er verdacht veel op dat om het te kunnen doen Strengholt zowel van het evolutionisme als het creationisme een dusdanige karikatuur heeft gemaakt dat men geen van beiden nog met duidelijkheid kan herkennen.

Het creationisme moet hij aanhangen voor zover het een God oplevert die hij schepper kan noemen, want een christen moet nu eenmaal geloven in een God die schepper is. Maar meer wil hij van het creationisme niet weten, aangezien het duidelijk is dat de creationisten via de informatie die ze uit de bijbel menen te kunnen opvissen een jonge aarde aanhangen en dit zo indruist tegen alle wetenschappelijke onderzoeksresultaten dat hij voelt dat het een nar van hem zou maken indien hij dát zou aanhangen. Er rolt uiteindelijk een God uit de bus die de geschiedenis van het universum en de wereld - die de wetenschap beschrijft als een proces van miljarden jaren - volgens hem bestuurt. Intelligent Design moet wel het logische antwoord zijn want ”leg eens uit hoe een blind wezen geleidelijk gaat zien?” Aangezien hij blijkbaar er niet mee bekend is dat dit door wetenschappers zeer goed uitgelegd kan worden, meent hij dat er een God moet zijn geweest die op een gegeven moment in de eindeloze evolutie besloot wezens met het design van ogen uit te rusten. Strengholt voegt hier nog aan toe dat een hart, lever of darmen dat even een paar dagen niet optimaal werkt een dood wezen oplevert. Hij legt niet uit of er een God nodig is om op een gelukkige dag in de eindeloze evolutie dat Hij met nieuwe, frisse ideeën wakker wordt, een kant en klaar hart, lever en darmen af te leveren, of dat Hij tijdens de evolutie van miljarden jaren voortdurend wakker is geweest en het sturen van de evolutie inhield dat hij op ieder moment de zich elementair ontwikkelde harten, levers en darmen van ontelbare wezens een handje hielp wanneer ze een paar dagen niet zo optimaal werkten. Beide zaken getuigen tenslotte van intelligentie, en dat is nu net waaraan het de evolutietheorie zonder God aan ontbreekt: ”Het is leuk in een theorie te verklaren dat de mensheid zich vanzelf en langzaam heeft ontwikkeld, maar hoe is dat in vredesnaam mogelijk zonder sturende hand? Je moet voor de gedachte dat dit ’vanzelf’, of ’door toeval’, of door ’milieu’ is gebeurd net zo’n groot geloof hebben als wie gelooft dat achter ons bestaan een God zit.” Het lijkt mij duidelijk dat men hieruit kan concluderen dat Strengholt nog nooit een ’verklarende theorie’ onder ogen heeft gehad, of anders het woord ’verklaren’ niet goed begrijpt. Strengholt ontkent of heeft geen idee van de meest centrale gedachte van de evolutieleer, namelijk dat het mechanisme van natuurlijke selectie verantwoordelijk is voor de gehele evolutie. Als goede apologeet kan hij het nog wat aandikken: ”Of eigenlijk nog een groter geloof, als je het mij vraagt. De eenvoudigste verklaring is toch de meest voor de hand liggende? Er is een God die de hemel en aarde maakte”. Hij schijnt er niet bij stil te staan dat met de eenvoudigste verklaring niet wordt bedoeld dat het antwoord van een kind altijd het antwoord van een intelligente volwassene overtreft. In de wetenschap moet alles wat naar voren wordt geschoven zich onderwerpen aan rationaliteit. In dit geval wordt dus geconcludeerd dat een concept van natuurlijke selectie, een eindeloos proces waarbij genetische variaties die optreden in stand blijven wanneer het voor het overleven van een wezen voordeel oplevert, maar doodlopen indien het dat niet doet, eenvoudiger is dan het concept van de veronderstelling dat een eindeloos de menselijke complexiteit en intelligentie overtreffend Wezen aan de basis zou staan van en verantwoordelijk zijn voor alles. Want ten eerste is het oplossen van een raadsel door middel van het scheppen van een groter raadsel helemaal geen oplossen, en ten tweede is er voor het bestaan van zo'n God in het geheel geen empirisch bewijsmateriaal. Wat ervoor door gelovigen aangedragen werd en wordt (wonderen en de bijbel) is door de wetenschap als niet deugdelijk genoeg bestempeld. Voor de alternatieve hypothese is echter wél empirisch bewijsmateriaal voorhanden. Iemand met enige intelligentie weet dat de manier om van een probleem af te komen die door de struisvogel uitgevonden werd, hoewel in eenvoud wellicht niet te overtreffen, niet die van wetenschappelijk methode overtreft. Overigens is de struisvogelmethode, - alle overvloedig beschikbare informatie zoveel mogelijk vermijden en negeren om overal maar een God uit de bus te kunnen zien rollen -, iets wat inderdaad goed ervaren kan worden als een ’leuke verklaring’ van het leven. Zoiets kan men op een zonnige middag aan het strand wel eens gaan bekijken ter verpozing en vermaak.

Strengholt wordt vervolgens geconfronteerd met een vraag die ervan uitgaat dat de evolutie alles kan verklaren zonder God, maar geen antwoord geeft op ’de eerste oorzaak’. De vraagsteller vraagt of God als eerste oorzaak waarschijnlijker is dan de opvatting dat iets uit niets ontstaat. Ik voor mij kan met beide denkbeeldige antwoorden niets aan, hoewel ik wel Victor Stenger er op heb nagelezen, een natuurkundige die het laatste aan de man probeert te brengen. En God als eerste oorzaak is eenvoudig een grap, want een oneindig intelligent Wezen postuleren dat je per definitie zonder oorzaak laat zijn staat eenvoudig gelijk aan de problematiek dat ieder gevolg een oorzaak moet hebben via menselijke verbeelding in het niets te laten verdampen. Strengholt antwoordt nota bene dat het antwoord God de meest logische is, op grond van het feit dat ieder gevolg een oorzaak moet hebben. Alsof je God daarvan dan kan vrijspreken gewoon door het woord te definiëren als een Wezen dat geen oorzaak heeft. Nou ja, dan kun je toch beter geloven dat het universum eeuwig is en geen oorzaak heeft, desnoods door een universum met een Big Bang te laten beginnen en een proces te verzinnen waarmee het uiteindelijk weer op een nieuwe Big Bang uitloopt, hetgeen zich eindeloos herhaalt. Van het universum weten we tenminste met zekerheid dat het bestaat. Strengholt ziet dat ook wel in, want hij zegt er meteen achteraan: ”Tenzij je gelooft in een eeuwig universum (dat dan dus goddelijk is)”. Een eeuwig universum is iets wat ik me veel gemakkelijker kan voorstellen dan een God met intelligentie. Want een eeuwig universum werkt onpersoonlijk en zonder moralistische oogmerken, dus precies op de manier waarop ik parasieten en aardbevingen, en tinnitus, en hartaanvallen en lepra en dementie en kanker, schadelijke radioaktieve radon, borreliosis en geboorten van siamese tweelingen, down syndromen en spastische mensen, en zo ongeveer alles wat er onder de zon te zien is, goed kan begrijpen. Hoewel ik op de moeilijkste vraag die iemand kan stellen geen antwoord heb denk ik dat ik toch stiekem uitga van een eeuwig universum. Ik lach dan wel altijd om mezelf, want ik heb best wel door dat ik als mens zo gebouwd ben dat ik op alles een antwoord moet hebben, en ik het dus eigenlijk helemaal niet weet. Het is een geloof waartoe ik gedwongen wordt omdat alle alternatieven voor mij nog moeilijker zijn om te kunnen geloven. En omdat het een geloof is heeft het bijgevolg niet veel om het lijf. Ik begrijp dan ook totaal niet waarom Strengholt mensen die aannemen dat het universum eeuwig is tussen twee haakjes weer met een soort God moet opzadelen. Indien het universum goddelijk is heeft goddelijk zijn betekenis verloren, want ’alles is God’ is hetzelfde als ’niets is God’. Of eigenlijk begrijp ik het wel, want Strengholt wil postuleren dat de logica gebiedt dat men wel uit móet komen op een God. Dat zijn God in het tweede geval (het universum is eeuwig en dus God) vervalt tot inhoudsloos is voor een apologeet blijkbaar geen probleem.

Strengholt vervolgt met een zeer vreemde redenatie: ”Ik zou zeggen, overweeg eens of de christelijke hypothese wel zo vreemd is: een Schepper-God, en een parallel geestelijk universum. Maar dat is natuurlijk de enige hypothese die niet mag, want dan heb je Degene weer binnengehaald die je zo graag bestrijdt.”

Begrijpt Strengholt dan niet dat de doorsnee vrijdenker tegen wie hij spreekt deze zaak juist heel uitgebreid heeft overwogen? Denkt hij in alle serieusheid dat het voor ongelovigen een leuke hobby is om koste wat kost een denkbeeldige God te bestrijden? Alsof het die mensen helemaal niet te doen is om de waarheid te achterhalen? Alsof ze niet serieus met belangrijke vraagstellingen in het leven bezig willen zijn? Waar zou iemand die zich met deze problematiek bezighoudt opeens een ’parallel geestelijk universum’ uit kunnen fantaseren? Uiteraard kan dat alleen indien we de bijbel bezien als een soort openbaring van God, en bezien als een bron van betrouwbare informatie. Wanneer ik Strengholts God bestrijd is dat dan ook omdat ik ervan overtuigd ben dat waar hij mee aankomt een God onwaardig is. Als ik vanwege logica al een God zou moeten postuleren in mijn denken dan kan ik wat het bijbelgeloof betreft niet anders concluderen dan dat het primitief, contradictoir en godslasterlijk is en dus niet in aanmerking komt als hypothese. Voor de rest is de kwestie van een hypothetische God een volkomen neutrale zaak. Met of zonder God als uitleg voor het bestaan is van geen enkele consequentie voor mijn leven. Indien er al een God is die er uiteindelijk voor verantwoordelijk is of mij in stand houdt, is die even ver van mijn bed als mijn wereld boven die van de bacterie in mijn buik.

De link met de bijbel komt opeens als een duveltje uit een doosje achter de vorige woorden van Strengholt die ik citeerde aan: ”Het christelijk geloof zegt dat de allereerste oorzaak niemand minder is dan God, de Vader van Jezus”. Ik zal er in het volgend hoofdstuk uitgebreid op ingaan hoe theïstisch evolutionisme onmogelijk aan wat de bijbel ons wil zeggen kan verbonden worden. Hier volstaat het met op te merken dat de eerste zin waarmee Strengholt zijn ’hypothese’ begint al een contradictie en onwaarheid is. Het christelijk geloof maakt om te beginnen van de eerste oorzaak al een potje. Het Oude Testament mag dan nog heerlijk eenvoudig zeggen dat God de hemel en de aarde schiep, maar het Nieuwe Testament laat weten dat niet God de Vader de schepper van het universum is, maar Jezus Christus:

Beeld van God, de onzichtbare, is hij,
eerstgeborene van heel de schepping:
in hem is alles geschapen,
alles in de hemel en alles op aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
vorsten en heersers, machten en krachten,
alles is door hem en voor hem geschapen.
Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem. (Kol. 1)


Het christelijk geloof heeft ook altijd volgehouden dat de zoon niet is ontstaan uit de vader, maar van alle eeuwigheid is geweest. Maar tezelfdertijd wordt hij hier in de Kolossenzenbrief wel aangeduid als ’eerstgeborene van heel de schepping’. Er valt eenvoudig geen touw aan vast te knopen. Woordspelletjes met vader en zoon, en beeld of afdruk van iets onzichtbaars, maken het enkel nog verwarder, want dat de mens ook al beeld van dat onzichtbare is werd in het Oude Testament al geopperd. Christelijk geloof staat gelijk aan in een eeuwige draaimolen te zitten waar je nooit uitkomt. Voor ieder probleem waar je tegenaan loopt moet je voor straf weer driemaal in het rond verder om je nog duizeliger te maken.

En waar komt deze ’christelijke hypothese’ uit de Kolossenzenbrief opeens vandaan? Waar zijn de ooggetuigen waar Strengholt zich altijd zo op beroept dit keer? Is het een openbaring van God? Nee. Heeft Jezus zo over zichzelf gesproken? Nee. Moeten we uitgaan van deze hypothese eenvoudig omdat het in de bijbel staat? Blijkbaar. Omdat een groep mensen overeen kwam dat het wel leuk is hierin te geloven? Blijkbaar.
Moet zoiets komen te staan tegenover de wetenschappelijke methode? Blijkbaar.
En presteert de christen het om zijn betoog nog voort te zetten met een preek over hoe ineffectief en onvolkomen en oppervlakkig de wetenschap is? Uiteraard. ”Ingewikkelde dingen ontstaan uit eenvoudige? Zomaar vanzelf? Alleen wetenschappers die evolutie denkbaar moeten maken zonder die sturende hand kunnen het verzinnen. Een wereld waar zo’n complexe samenhang is tussen de afzonderlijke onderdelen, dat als er maar een minimaal chromosoompje te veel in het DNA van de huidige wetenschappers had gezeten, ze nu met hun blokkendoos zouden spelen.” Kan de apologeet de wetenschap nog iets meer neerzetten als iets minderwaardigs? Absoluut, tot uw dienst: ”Natuurlijk blijf ik rekening houden met God. En bovendien, het paradigma van vandaag, dat bestaat uit het grote raamwerk van onze wetenschappelijke visies op de werkelijkheid, ligt volgens mij over een tijdje weer op de schroothoop.” Is het misschien nog mogelijk om de wetenschap helemaal buitenspel te zetten wanneer het om religieus geloof gaat? Goed idee! Op uw wenken: ”Veel belangrijker en fundamenteler nog is de vraag hoe wetenschap überhaupt een rol zou kunnen spelen om God onnodig te maken.” Dat een eenvoudige uitvinding als je handen wassen, de bliksemafleider, of iets meer kennis aangaande kometen, of een penicillinepil te ontwikkelen, al laat zien hoe zoiets in zijn werk gaat is blijkbaar niet iets wat ooit tot Strengholt is doorgedrongen.

Strengholt besluit zijn apologetische fietsen in de lucht met een passage die zo uit een boekje van Willem Ouweneel zou kunnen komen: ”Ik onderstreep gaarne nog maar eens dat de meeste zaken die in het leven van werkelijk belang zijn, niets met wetenschap te maken hebben”. Het enige verschil is dat Ouweneel er tenminste nog een heel hoofdstuk aan kan wijden, dat becommentarieerd kan worden: http://www.kolumbus.fi/volwassengeloof/ ... eneel8.htm" onclick="window.open(this.href);return false;

Strengholt maakt mij niet duidelijk hoe het feit dat liefde belangrijk is voor de doorsnee mens – een groepsdier met intelligentie - van enige relevantie is voor de vraag of de wereld geëvolueerd is via puur onpersoonlijke natuurlijke processen of gecreëerd door een superieure intelligentie, die vooral in zijn schik is met gekrioel van leven met zo weinig mogelijk hersens.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 26 jul 2013 20:56

Vraag 37 Evolutie en mensbeeld

In het vorige hoofdstuk antwoordde Strengholt op de vraag of de bijbelschrijvers creationisten waren of evolutionisten prachtig ontwijkend door erop te wijzen dat ze geen van beiden waren, aangezien het debat van vandaag de dag moderne beschrijvingen zijn van het ontstaan van de wereld. Uiteraard geloofden ze wel dat God de aarde geschapen had, voegt hij eraan toe. Blijkbaar wil hij de lezer het idee geven dat de bijbel niets te vertellen heeft over het hoe ervan. Deze opinie bevestigt hij in dit hoofdstuk door ons te vertellen dat Genesis 1 ”geen wetenschappelijke beschrijving” is van de schepping, maar ”een gedicht met een boodschap”.

Hoewel Strengholt zich theoloog noemt heeft hij blijkbaar geen idee wat wetenschappelijke analyses over Genesis 1 en over de drie verschillende scheppingsverhalen in de bijbel in het algemeen zeggen. Genesis 1 is een latere tekst, behorend tot de zogenaamde Priesterlijke bron. Vanaf de 19e eeuw hebben oud-testamentici er al op gewezen dat Genesis 1 niet een gedicht is met enkel een religieuze boodschap dat God alles schiep:

Wellhausen aangaande Genesis 1-11 schreef:Yet for all this the aim of the narrator is not mainly a religious one. Had he only meant to say that God made the world out of nothing, and made it good, he could have said so in simpler words, and at the same time more distinctly. There is no doubt that he means to describe the actual course of the genesis of the world, and to be true to nature in doing so; he means to give a cosmogonic theory. Whoever denies this confounds two different things—the value of history for us, and the aim of the writer. While our religious views are or seem to be in conformity with his, we have other ideas about the beginning of the world, because we have other ideas about the world itself, and see in the heavens no vault, in the stars no lamps, nor in the earth the foundation of the universe. But this must not prevent us from recognizing what the theoretical aim of the writer of Gen. 1 really was. He seeks to deduce things as they are from each other: he asks how they are likely to have issued at first from the primal matter, and the world he has before his eyes in doing this in not a mythical world but the present and ordinary one….The graduated arrangement in separating particular things out of chaos indicated the awakening of a ’natural’ way of looking at nature, just as this is manifest in the attempts of Thales and his successors.

Het priesterlijke verslag van Genesis 1 waarmee de bijbel begint is antieke geleerdheid, wetenschap op de manier dat dat in de oudheid gebezigd werd; tegenwoordig gebruikt men hiervoor de term natuurfilosofie (philosophia naturalis, natural philosophy). Het hield in dat men via speculatie (redeneringen die redelijk toeschenen) de stoffelijke wereld verklaarde. Het is geen mythe (=heilig verhaal waarin bovennatuurlijke wezens met de mensenwereld in aanraking zijn). Het verslag komt geheel overeen met speculaties die de oude Grieken ontwikkelden. Net als zij zat de priester uit Genesis er naast, maar hij zou het wellicht geen ramp gevonden hebben. Zijn verslag is tenslotte geenszins een godsopenbaring. Het is eenvoudig het beste wat hij kon verzinnen over hoe de werkelijkheid in elkaar zit met de informatie waarover hij beschikte. Net zoals Anaximander 'wetenschappelijk' kon uitspreken dat de mens uit een ander dier, namelijk de vis, ontstaan was (volgens Hippolytus). Volgens Plutarchus had Anaximander uit het feit dat de mens eerst een lange tijd gevoed moet worden om zelfstandig te kunnen leven, in tegenstelling tot alle andere dieren (uiteraard voorzover hij ze kende), de conclusie getrokken dat de mens een verdere ontwikkeling is van dieren. De wetenschap (oftewel observaties van de natuur) van Anaximander was net zo primitief als die van de hebreeuwse priester, maar het was wel degelijk (naar de maatstaven van die tijd) gebaseerd op redelijkheid en rationele overdenkingen, en beslist geen gedicht.

Wat betreft een heleboel zaken zat de schrijver van Genesis 1 er uiteraard naast. Hij dacht bijvoorbeeld dat licht werd voortgebracht door het van de duisternis te scheiden, oftewel dat duisternis een ding of een stof was, dat met licht vermengd en door licht geabsorbeerd kon worden, en dat men die twee zaken slechts van elkaar behoefde te scheiden. In zijn verbeelding zag de schrijver God waarschijnlijk stukken en brokken duisternis aan de ene kant en lichtstralen, lichtgolven aan de andere kant neerzetten. Dat men dacht dat de duisternis een bepaalde materie was kun je ook nog even later zien in de bijbel. In het exodusverhaal wordt verteld dat er een duisternis viel op Egypte zo dik dat men die betasten kon. Ingersoll (in 1879) laat weten dat men lang geleden in Rome nog een fles had waar een restje dat van die duisternis van Egypte nog over was gebleven ten toon gesteld werd.
De schrijvers van het OT dachten ook dat de hemel (=sky) boven ons een gewelf in de vorm van een koepel was, een gewelf dat het water boven de aarde vasthoudt en waar God ook handig op kon wonen en waar sommige uitverkoren mensen ook soms naartoe worden gehaald. Vandaar dat 'de sluizen' of 'poorten' van de hemel opengaan in het verhaal van de zondvloed. En met een ladder die maar lang genoeg is kun je er komen (Genesis 28). En God moet een stuk afdalen om te kunnen zien wat er precies gebeurt op aarde (Genesis 11). De schrijver van Genesis 1 ziet de zon, maan en sterren letterlijk aan het gewelf hangen om als lampen te dienen. En dat de aarde gegrondvest is op pijlers vind je veelvuldig elders in het OT. De schrijver van Genesis 1 had een idee dat dag en nacht in principe onafhankelijk waren van het bestaan van de zon. Even later in het verhaal krijgen de zon en maan de taak toegewezen om over de dag en de nacht te heersen. Hij laat God zelfs het water gebieden naar één plek te stromen, zodat er droog land kan zijn.
Maar dat de schrijver van Genesis 1 al een stuk ontwikkelder was dan mensen uit vorige tijden kan men opmerken uit het feit dat de priester aan demythologiseren doet. De alleroudste scheppingsverhalen die in de bijbel bewaard zijn gebleven via flarden ervan die we in Job, sommige psalmen en Jesaja tegenkomen, hebben het nog over het grote gevecht dat God moest aangaan met de grote draken van de chaos, de Leviathan (=reuzenslang), het monster van de rivier, de Behemoth, draak van het land, en Tiamath, het grote zeemonster. Volgens de alleroudste mythe van Israel had Jahweh zich aangeboden om de strijd met ze aan te gaan. Toen hij overwon werd hij automatisch El Elyon, de hoogste god onder de goden. Deze verhalen zijn bewaard gebleven omdat ze deel uitmaakten van de kroningsriten van de koning, die als representant van God werd gezien.
Voor de priester van Genesis 1 zijn deze verhalen al zo tot mythe geworden dat hij ze kan 'demythologiseren' en omturnen tot iets abstracts: Tiamat verandert hij in 'de oervloed' (tehom) en 'woest' (tohu), en Behemoth in 'ledig' (bohu).

Nu we het oudste en jongste scheppingsverhaal al wat becommentarieerd hebben, kunnen we meteen ook het scheppingsverhaal van Genesis 2 vanaf vers 4 becommentariëren. Hier hebben we inderdaad te maken met een mythe, maar zelfs wanneer de gelovige die alweer interpreteert als 'een gedicht met een boodschap' komt er via de wetenschappelijke studie ervan een heel andere boodschap uit de bus dan die de gelovigen ons altijd voorschotelen. De oude Gnostieken hadden het vrijwel zeker bij het juiste eind toen ze beweerden dat Jahweh en de andere goden (die Jahweh in paniek aanspreekt aan het eind van Genesis 3) probeerden te voorkomen dat het eerste mensenpaar zou te weten komen over voortplanting. De Boom der Kennis staat voor kennis van de seksuele daad en voortplanting, zoals het werkwoord 'kennen' (eng. 'to know') wel tien maal in het OT gebruikt wordt als eufemisme voor geslachtsgemeenschap. Jahweh dreigt ermee dat ze sterven wanneer ze het toch doen. De mens en zijn vrouw zijn dan ook volkomen onwetend van seks, hetgeen uitgedrukt wordt in de opmerking dat ze naakt waren en zich toch niet schaamden voor elkaar. Maar de slang vertelt hen dat het juist andersom is: wanneer ze het doen zullen ze als de goden zijn. De Boom van Kennis van goed en kwaad is exact hetzelfde als de Levensboom. Ervan eten garandeert namelijk onsterfelijkheid, daarom wandelt God ook in de tuin en eet Hij ervan (op dezelfde manier als de Griekse goden ambrosia dronken om onsterfelijkheid te onderhouden). Te denken dat die boom waarvan de mens niet mocht eten een soort stunt was zoals waar het TV-programma Verborgen Camera ons op tracteert is het verhaal totaal misverstaan. De mens werd geschapen als slaaf van God om de tuin te onderhouden die aan God behoort om erin rond te wandelen en van de vrucht van de Levensboom te eten. Zo behoeven de goden zelf geen werk te doen. Daarom wordt Adam ook geschapen zonder vrouw in het verhaal. Daar had God helemaal geen behoefte aan. Ze wordt pas geschapen als een afterthought, omdat het nu eenmaal moet (Adam is depressief alleen). Daarom heeft God ook helemaal geen mensenras op het oog, zoals het latere scheppingsverhaal van Genesis 1 vertelt. Hij had genoeg aan één mens.
Vandaar ook dat van alle straffen die bedacht hadden kunnen worden de straf van Jahweh dan ook is dat Eva zal moeten baren met vreselijke pijn. God kon niet voorkomen dat ze de kennis van voortplanten opdeden, maar kon nog wel wraak nemen door de gevolgen heel erg te maken als ze het toch deed.
De slang in het verhaal heeft niets te maken met wat het latere christendom van die slang maakte. Het was de Leviathan, de God die in de oudere religie vereerd werd, en waarvan de Levieten oorspronkelijk de priesters waren. De mythe is bijna een exacte parallel met de Griekse mythe van Prometheüs. Iemand die nog steeds loyaal was aan de oude religie waarin de Titanen nog vereerd werden heeft nadat deze religie vervangen werd door Zeus en co. het verhaal geconstrueerd, waarin hij moet toegeven dat Zeus inderdaad nu de baas is (Prometheüs moest voor zijn daad duur betalen), maar dat Prometheüs toch de eigenlijke held is en het goede belichaamt. Op dezelfde manier is de eerste verteller of schrijver van de mythe van Genesis 2 en 3 vast een Leviet geweest. Men neemt aan dat de omwenteling gebeurde ten tijde van Hizkia (2 Kon. 18). De Leviet kon de nieuwe realiteit niet ontkennen. Jahweh heerste nu. De slang was out, en werd omgeturnd tot iets dat Mozes gebruikte ter genezing. Maar hij wist de slang toch nog de eer te geven die hij volgens de Leviet verdiende, namelijk dat hij de eigenlijke helper van de mensheid was, terwijl de hoogste God maar een tiran was die jaloers zijn eigen goddelijkheid beschermde en – blijkbaar uit bangheid - niets ervan wilde delen met de mensheid. Vandaar ook dat de verteller de slang gelijk geeft (Gen 3:7: En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten (vertaling van 1951; de nieuwste bijbelvertaling heeft deze boodschap weggemoffeld) ...Toen gingen hun beiden de ogen open). Vandaar ook dat de verteller alwetend is, hij weet bijvoorbeeld precies wat Jahweh dacht (Gen. 3:22)! Vandaar ook dat hij Jahweh laat optreden alsof hij voor een totaal onvoorziene gang van zaken geplaatst wordt. De verteller staat aan de kant van de man en vrouw en de slang. Hij schildert Jahweh zo slecht af als maar mogelijk is. Hij laat Jahweh zelfs liegen tegen de mens: het was helemaal niet waar dat ze zouden sterven de dag dat ze van de vrucht zouden eten (Genesis 2:17, de nieuwste vertaling heeft het detail ’de dag dat jullie daarvan eten’ weggemoffeld via de vertaling ’wanneer jullie daarvan eten’). De uitleg van de christenen die altijd gegeven wordt – dat er een geestelijke dood mee bedoeld werd en de mens vanaf die tijd ’gevallen’, ’van nature zondig’ was – was geen gedachte waar de mens in OT-tijden mee leefde en doet geen enkel recht aan het verhaal. Het vervelende voor de 'bijbelgetrouwe gelover' is dus dat juist God loog en de slang de waarheid sprak, zoals velen hebben opgemerkt.

Het verheugt mij dat Strengholt als goed theoloog in hoofdstuk 39 deze mening is toegedaan: ”De [bijbel]tekst gaat niet over wat ik denk, niet over wat ik me kan voorstellen, niet over wat ik wil geloven, maar de tekst gaat erover wat de schrijver ermee wilde zeggen aan zijn beoogde publiek. We moeten dus zorgvuldig onderzoeken wat bijbelse teksten betekenen in hun oorspronkelijke contekst. De vraag moet altijd zijn wat de schrijver wilde communiceren naar zijn beoogde doelgroep van zijn eigen tijd. Dat betekent de tekst, en niets anders.”

Het lijkt mij dat hij de implicatie van zijn eigen woorden maar eens goed moet overdenken.

Strengholt hangt als christen natuurlijk dit aan: ”de joods-christelijke visie is dat er een dramatische cesuur plaatsvond in het mooie verleden. De allereerste mensen maakten er een potje van en de zaak werd er niet beter op.” Deze uitleg is gebaseerd op wat Paulus theologiseert naar aanleiding van het verhaal over Adam. Het oorspronkelijke verhaal heeft echter totaal niet de strekking die de christenen eruit hebben gehaald. Het bewijs ervan is dat Adam en Eva in het hele OT verder nooit meer aandacht krijgen, en de joodse religie tot op de dag van vandaag niets over een zogenaamde erfzonde weet.

Het grappige van Strengholt is dat je via bovenstaande woorden van hem zou kunnen denken dat Strengholt toch een creationist is in de zin van iemand die het meeste van het bijbelverhaal toch wel letterlijk neemt. Want hoe kan een theïstisch evolutionist nu spreken over ’de allereerste mensen’? En hoe kan een God die via evolutie alles aanstuurt op wat hij beoogt het resultaat krijgen van een mensennatuur die niet naar zijn zin is? Fossielen van hominiden worden zelfs gedateerd tot 6 miljoen jaar oud. De soort Homo Sapiens wordt geschat op zo’n 200.000 jaar oud. Strengholt vraagt aan iemand op zijn blog "En waarom zou het idee dat de wereld onder Gods leiding langzaam ontwikkelde het onmogelijk maken dat er eerste mensenpaar was?" alsof het een vanzelfsprekendheid is in evolutie die langzaam gaat. Het komt eenvoudig niet in hem op dat juist daarom het een onmogelijkheid is. Welk punt Strengholt ook zou nemen om het over "het eerste mensenpaar" te hebben, dat paar zou met geen mogelijkheid hun eigen ouders kunnen beschouwen als ’geen mensen’. Iemand die denkt dat het wel kan heeft eenvoudig niets van evolutie begrepen. Ook denken dat de menselijke natuur ooit anders is geweest dan zoals we die kennen en dat er op een beslissend moment 'een cesuur' plaatsvond is een fantasie die volstrekt geen benen heeft om op te staan.

Uit het feit dat Strengholt eigenlijk helemaal niets over de evolutie te vertellen heeft, en aan alle vragen die ten aanzien daarvan opkomen maar een paar luttele bladzijden schenkt, waarvan een groot deel ervan het heeft over heel andere zaken dan de kwestie van de wetenschappelijke evolutieleer en de bijbel, en hij er voortdurend alles aan doet om de wetenschap van tafel te vegen als van enige relevantie concludeer ik dat Strengholt in feite nooit deze hele zaak heeft overdacht, en hij gewoon een fundamentalist is die zijn bijbel letterlijk leest, met uitzondering van een paar zaken die zelfs hem te gortig worden, waarvoor hij dan een gemakkelijke oplossing verzint (het is dichterlijke taal) om het te kunnen negeren.

Hij schrijft: ”Te denken dat de huidige wetenschap met zijn paradigma’s de waarheid in pacht heeft, is ordinaire overmoed”. Wat moet de lezer nu uit zo’n zin in een hoofdstuk dat over evolutie moet gaan afleiden? Dat een volgende generatie het hele idee van evolutie zo maar weer van tafel kan schuiven als ’oeps, helemaal fout’? Wat anders kan men hieruit concluderen dat we met iemand te maken hebben die de wetenschappelijke evolutietheorie nooit bestudeerd heeft en uit grove onwetendheid spreekt?
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 27 jul 2013 13:23

Vraag 38 Religie en wetenschap op gespannen voet

Religie wordt ontmanteld door de archeologie, tekstkritisch onderzoek en door de natuurwetenschappen. Is er niet een duidelijke trend die wijst op atheïsme?
”Ja, in de dunbevolkte westerse wereld zijn traditionele vormen van religie minder populair geworden, maar in de rest van de wereld is geen sprake van sterke afname van religie”, is het commentaar van een meesterapologeet. Let op hoe hij deze zaak op alle manieren probeert te bagatelliseren, zodat het uiteindelijk van geen enkele consequentie is.
Hij kan het zelfs nog wat aandikken door het te vervolgen met dat ’Je moet goed kijken om ’een onzichtbare trend die wijst op atheïsme’ te zien”.

In plaats van een religie steun te geven geeft een apologeet die enkel als propagandist optreedt en niet in staat is de strekking van een argument te overdenken de indruk dat hij de vraag niet begrijpt, blind is voor het centrale feit waarmee hij geconfronteerd wordt, namelijk dat de geloofwaardigheid van de christelijke religie in dezelfde mate afneemt naarmate iemand wetenschappelijke scholing genoten heeft of kennis neemt van de wetenschappelijke onderzoeksresultaten aangaande de christelijke religie. Dat de meeste mensen in de wereld hiertoe geen kans hebben gekregen, hier niet toe in staat zijn of niet in geïnteresseerd zijn is bepaald niet iets waarvoor men de vlag kan uitsteken. Hoe grondiger deze wetenschappelijke ontmanteling uitgevoerd wordt, des te scherper de contouren zichtbaar worden waar religieus boekgeloof op een gegeven moment een synoniem wordt voor ongeschoold en ignorant.
Strengholts boekje is een uitstekende illustratie van het niveau waarboven het christelijk geloof zich in onze tijd zich blijkbaar niet kan verheffen. Het intellectuele gewicht ervan is zo beschamend laag en zijn inzicht in de doelgroep freethinkers die hij zich verbeeldt aan te kunnen spreken zo nihil, dat het imho komisch aandoet dat de schrijver zijn titels theoloog en historicus zelfs wel twee maal voorbij laat gaan.

Religieuze emoties hebben een fysiologische basis. Het is bijvoorbeeld gemakkelijk om gevoelens op te wekken die als bovennatuurlijk worden ervaren. Waarom een zoektocht buiten het hoofd als de verschijnselen op deze manier te verklaren zijn?
Strengholt antwoordt op deze vraag dat

"onmeetbare zaken zoals liefde, vrede, vriendschap, trouw en commitment, de meest fundamentele zaken in ons bestaan zijn. En ik voeg daar aan toe dat ook religie en God zelf tot die onmeetbare zaken behoren, die wel fundamenteel zijn voor ons bestaan."

Verwarder en onjuister zou hij het niet hebben kunnen zeggen. Er is namelijk volstrekt niets onmeetbaars aan liefde, vrede, vriendschap, trouw en commitment. Er is ook niemand die behoefte heeft dit soort zaken te reduceren tot chemie.
Het enige wat inderdaad volkomen onmeetbaar is is de claim dat er een God bestaat. Ten eerste is er geen enkele reden om zo’n entiteit te veronderstellen, en ten tweede is het bepaald geen basisbehoefte in een mensenleven. Dat het begrip God, opgevat als een persoonlijk wezen dat zich via een boek en zogenaamde historische gebeurtenissen openbaart, overbodige franje is in het leven bewijst bijvoorbeeld de Chinese of Japanse cultuur van alle millennia. Dat vrome gelovigen aan een godverslaafdheid lijden moge duidelijk zijn, maar dat is nog helemaal geen reden om zoiets tot basisbehoefte in het leven uit te roepen. Overigens ben ik in de eerste helft van mijn leven zelf zo’n godverslaafde geweest. Het was voor mij al die jaren absoluut zeker dat ik mijn leven niet zou kunnen indenken zonder dat het begrip God centraal stond. Ik wist dat het verslaafdheid was toen ik opmerkte dat ik het christelijk geloof al op zoveel manieren had ontmaskerd, maar ik toch nog steeds maar niet kon uitspreken dat ik helemaal niet geloof in een God. Ik zat er echter naast. Op een gegeven moment was het geloof verdampt en was er volstrekt niets meer dat mij er nog behoefte aan gaf. Je God opgeven is hetzelfde als stoppen met roken. Het is heel moeilijk, maar wanneer je eenmaal van de verslaafdheid af bent komt het niet meer in je op om telkens cigaretten te gaan kopen en er één op te steken.

Maar het hele antwoord van Strengholt slaat kant noch wal. Alweer geeft hij de indruk dat hij zelfs de vraag niet eens begrijpt. De vragensteller confronteert hem met het feit dat ervaringen die men als bovennatuurlijke religieuze gebeurtenissen interpreteert geen bewijs zijn van een religieuze werkelijkheid die op de mens inwerkt, maar heel eenvoudig hallucinaties kunnen zijn, dus het niet optimaal functioneren van de hersenen. Zoals iedereen weet kan men via allerlei drugs en technieken zulke ervaringen opdoen, visioenen ontvangen, of in trance komen. Het is ook bekend dat bijvoorbeeld langdurig vasten zoiets kan opwekken.

Is religie in overeenstemming te brengen met de grondgedachte van elke wetenschapper, dat hij dingen toetst en onderzoekt, ook als de uitkomsten tegenvallen?
”Wat denken atheïsten toch eigenaardig over christenen. Alsof christenen niet zouden nadenken over waarheidsvragen ten aanzien van wat ze geloven.”
Heel vreemd dat Strengholt de vraag meteen afdoet alsof enkel een atheïst die zou kunnen vragen. Terecht vervolgt Strengholt door erop te wijzen dat christenen eeuwenlang serieuze studie hebben verricht en theologen echt niet van gisteren zijn. Maar hij omzeilt daarmee de vraag, want voor talloze christenen is dit al eeuwenlang een gigantisch dilemma geweest. Sommigen hebben via aanpassen van hun geloof een soort van geloof weten te behouden, anderen hebben de spanning niet kunnen opheffen en hebben uiteindelijk hun geloof erdoor verloren. David Hume durfde zijn beroemde essay Dialogues Concerning Natural Religion niet eens uit te geven tijdens zijn leven. Thomas Hardy schreef een beroemd gedicht God's Funeral, waarin hij bijna wanhopig betreurt wat hij tegen wil en dank verloren heeft. Julius Wellhausen, de vader van de wetenschappelijke documentaire hypothese, kon zijn baan na tien jaar niet meer volhouden. Hij trad vrijwillig af vanwege dat de wetenschappelijke studie tot gevolg had dat studenten hun geloof verloren: "I became a theologian because the scientific treatment of the Bible interested me; only gradually did I come to understand that a professor of theology also has the practical task of preparing the students for service in the Protestant Church, and that I am not adequate to this practical task, but that instead despite all caution on my own part I make my hearers unfit for their office. Since then my theological professorship has been weighing heavily on my conscience." ( http://en.wikipedia.org/wiki/Julius_Wellhausen" onclick="window.open(this.href);return false; ). Feuerbach was oorspronkelijk van plan in dienst van de kerk te treden. Hij kwam uiteindelijk via studie tot deze overtuiging: " "Theology I can bring myself to study no more. I long to take nature to my heart, that nature before whose depth the faint-hearted theologian shrinks back; and with nature man, man in his entire quality"..."Christianity has in fact long vanished not only from the reason but from the life of mankind, that it is nothing more than a fixed idea". Nietzsche wilde zijn leven in dienst van de kerk stellen, maar verloor via studie zijn geloof.
Dezelfde worsteling van geloof versus wetenschap hebben duizenden, misschien wel miljoenen gelovige mensen ervaren. Bart Ehrman en Robert Price zijn bekende theologen van vandaag de dag die erover hebben geschreven hoe zij vanuit een evangelicale achtergrond hun studie begonnen en langzaamaan gedwongen werden hun geloof te verliezen.

"En wat te denken van de talloze natuurwetenschappers die overtuigd christen zijn? Zouden die allemaal hun hersens uitschakelen zodra het over hun levensvisie gaat?”
Maar wie beweert dat? Natuurlijk schakelen zij het niet uit. Michael Shermer (alweer een ex-born-again Christian, 'who took up the cause with considerable enthusiasm, including witnessing to non-believers') heeft in zijn boek Why People Believe Weird Things zelfs nog een apart hoofdstuk ervoor uitgetrokken om zich bezig te houden met de vraag Why Smart People Believe Weird Things. Een intellectueel kan zijn intellect aanwenden om de meest wonderlijke goocheltoeren en acrobatie uit te voeren om bizarre opinies maar hoog te houden. Het lijkt mij hoogst interessant om ooit nog eens het boek van de evolutionistische theïst, bioloog en evangelicaal René Fransen te lezen en uitgebreid te becommentariëren om te zien hoe hij deze kunst en vliegwerk uitvoert.
Het punt van belang is echter dat het voor het overgrote merendeel van de natuurwetenschappers onmogelijk is om het christelijk geloof serieus te nemen. Doen ze dit wel, dan hebben ze er buitengewoon veel moeite mee om een apologie voor het geloof onder woorden te brengen waarvoor een ongelovige de pet kan afnemen. Om eerlijk te zijn moet ik zeggen dat ik er al jaren naar zoek en die nog niet ben tegengekomen. Apologieën zijn altijd schrijfsels die de God die ze verdedigen welhaast wanhopig beschaamd moeten maken.
Overigens zijn de psychologen van alle universitair geschoolden het minst gelovig volgens een studie uit 1971. Het zal niet moeilijk vallen te overdenken waarom.

Een probleem wegwuiven dat wel degelijk een formidabel probleem is, werkt averechts, beste christelijke apologeten.

Vrij onderzoek en fundamentalisme gaan niet samen. Welke stroming heeft de voorkeur?
De vraag is simpel genoeg, en het antwoord ligt zo voor de hand dat het niet eens gegeven hoeft worden. Punt van belang is uiteraard of een fundamentalist zichzelf als fundamentalist beschouwt. Strengholt valt dan ook met de deur binnen en antwoordt: ”Ik beschouw mezelf niet als een fundamentalist en ben een voorstander van vrij onderzoek. Maar wat een bizarre tegenstelling wordt hier geponeerd. Alsof vrij onderzoek en fundamentalisme de enige opties zijn.” Volgens hem bijten religie en wetenschap elkaar niet.

Iedere fundamentalistische gelovige houdt zichzelf en zijn gesprekspartner op deze manier altijd voor de gek. Ik heb een goede manier bedacht om erachter te komen of iemand fundamentalist is of niet. Vraag de gelovige eens of hij een paar punten kan aangeven waarop hij het oneens is met Jezus, of waarin hij de leer van de bijbel verwerpt of de informatie van de bijbel onbetrouwbaar acht. Het boekje dat Strengholt geschreven heeft laat de bijbel geen enkel steekje vallen, waaruit men kan concluderen dat hier duidelijk een fundamentalist aan het woord is, die zelfs nog nooit met onderzoeken is aangevangen, hoe blind hij zelf ook voor deze feiten is.

Overigens staat vandaag Desmond Tutu in het nieuws met deze uitspraken:
Nieuwsbericht schreef:He leaves no doubt about his opinions regarding LGTB rights, declaring:

I would not worship a God who is homophobic and that is how deeply I feel about this.

He added:

I would refuse to go to a homophobic heaven. No, I would say sorry, I mean I would much rather go to the other place.
Voor een christen die zijn God kastijdt kan ik nog wel mijn pet afnemen.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 27 jul 2013 17:32

We zijn aangekomen op een hele leuke vraag:

Op welke existentiële vragen geeft religie een antwoord?

”Het geeft mij antwoorden op vragen als waarom besta ik, wat is de grond van mijn bestaan, wat is de bestemming van het leven. Dat vind ik tamelijk existentieel.”

Voor een ex-christen als ikzelf ben is dit antwoord het toppunt van saaiheid, want Strengholt laat niet weten wat deze antwoorden zijn. We kunnen ze uiteraard wel raden, want het christelijk geloof is nooit iets anders dan een aaneenrijging van clichees die al millennia herhaald worden. Het antwoord is nietszeggend:

-Waarom besta jij?
-God wilde het.

-Wat is de grond van je bestaan?
-God.

-Wat is de bestemming van het leven?
-Eeuwig met God.


Het lijkt als twee druppels water op een psychische stoornis die psychologen fixatie noemen. Strengholt laat nog dit weten, hetgeen de psycholoog die dit moet aanhoren al wel verwacht natuurlijk: ”Voor mij is dit heel werkelijk”.

Ik voor mij vind het veel interessanter om eens een psychologisch onderzoek op God uitgevoerd te zien. Gelukkig kon ik Hem een keer interviewen. Toen ik Hem voorzichtig vroeg of Hij wel eens met existentiële problemen te kampen heeft antwoordde hij: "Dat jij nou net mijn zwakste plek weet te vinden! Verdorie, wat is nu in godsnaam mijn doel? [knijpt verbeten zijn beide handen met kracht tot vuist, maar tevergeefs; ze weten de eeuwigheid maar niet te vinden]. Zou voor Mij nou een mooi tropisch eiland soelaas bieden? Zou Ik nou een gunstige wind nodig hebben? Of door iets aangenaam verrast kunnen worden? Is er ook maar iets waar een God trots op kan zijn? Wat rest er na een schepping nou voor een God? Na zo'n 14 miljard jaar kan Ik jou wel zeggen: enkel nog een hart dat moe is en driest; een ongedurige wil; trillende vleugels; een gebroken ruggegraat. Dit zoeken naar mijn thuis: o, besef je het wel, dit zoeken is mijn eeuwige bezoeking, het vreet me totaal op. Waar is mijn thuis? Daarnaar vraag en zoek en zocht Ik, Ik heb het nooit gevonden. O eeuwig overal, o eeuwig nergens, o eeuwig tevergeefs! Sorry dat Ik hier even de woorden van Nietzsche aanhaal. Hij kon mijn troosteloosheid beter uitdrukken dan ik het kan.”

Indien u, beste gelovige, het waarom, de grond en uw bestemming niet zonder God weet te vinden, reken er dan maar niet op dat God het u wél kan geven. God schiep juist omdat hij wanhopig was van zijn doelloosheid. En aan de omvang van het universum kan eenieder wel afmeten hoe oneindig zijn wanhoop wel geweest heeft moeten zijn. Neem deze waarschuwing maar heel serieus: er is geen grotere marteling dan ooit eeuwigheid te moeten ervaren.

Overigens verwacht ik niet dat Strengholt dit kan bevestigen. Die sluit immers a priori elke verwijzing naar God die niet met zijn bijbeltje overeen komt uit.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 28 jul 2013 07:22

Vraag 39 Bijbel en Wetenschap

Archeologen hebben bewezen dat de exodus nooit plaatsvond. Hoe beïnvloedt dit het christelijke geloof?


Strengholt laat terecht weten dat men onmogelijk kan bewijzen dat iets niet gebeurde in het verleden. De vraagsteller had beter kunnen vragen hoe een gelovige omgaat met het feit dat er voor de exodus, - waar het hele joodse geloof op gebaseerd is, want zonder exodus ook geen godsopenbaring op de Sinaï – geen enkel spoor van archeologisch bewijs gevonden is. Maar uiteraard zou Strengholt dan geantwoord hebben met het argument hij al zeer vaak aangewend heeft: dat er geen sporen zijn gevonden dat het plaatsgevonden heeft bewijst geenszins dat het niet gebeurd is.

Hij voegt er nog aan toe: ”Maar centraal in mijn geloof staat de opstanding van Christus, niet de exodus”. De relevantie van deze opmerking ontgaat mij. De enige relevantie die de opmerking zou kúnnen hebben is dat zijn geloof blijft staan, zelfs al zou de exodus nooit plaatsgevonden hebben. Indien men zich echter deze situatie voorstelt, dus dat de gelovige de basis voor het Oude Testament moet opgeven, maar zijn Jezus - die nota bene die basis voor zijn bestaan had - wil behouden, blijkt maar weer eens te meer hoe weinig zijn geloof te maken heeft met verstandelijke redeneringen. Voor Strengholt is het de gemakkelijkste zaak van de wereld om uit te spreken: "Als vast zou staan dat de exodus nooit heeft plaatsgevonden, zou ik mijn geloof wel grondig moeten herzien", aangezien hij weet dat zoiets in alle eeuwigheid niet kan vaststaan! De opmerking dient dus enkel om zijn geloof de schijn van redelijkheid te geven.

Dit is uiteraard het grappige van fundamentalistisch geloof: dat het volstrekt geen boodschap heeft aan redelijkheid. Regelmatig uitspreken dat geloof en wetenschap op geen enkele manier in tegenstrijd zijn met elkaar dient enkel als apologetisch argument. Uiteraard zijn ze niet in strijd met elkaar indien je er geen enkele conclusies aan behoeft te verbinden wanneer bijvoorbeeld de archeologie zegt met lege handen te staan, of de tekstkritiek beweert dat een pastorale brief onmogelijk door Paulus geschreven kan zijn, of de natuurwetenschap uitspreekt dat er geen wonderen gebeuren. Het enige waar ik Strengholt erop kan betrappen dat hij de wetenschap hem laat gebieden op welke manier hij zijn geloof moet aankleden is wanneer hij toegeeft dat de wetenschap bewezen heeft dat de aarde ouder is dan een paar duizend jaar. Maar daar heeft hij een gemakkelijke oplossing voor: eenvoudig zeggen dat Genesis nooit bedoeld is als historie. Alsof het dus het geloof is dat altijd al zo sprak als de wetenschap.

Voor het geval de zaken zich opstapelen en de gelovige opeens het gevoel krijgt dat hij nog maar met moeite een stortvloed aan akelige implicaties van de wetenschap kan tegenhouden, hebben moderne apologeten zoals Strengholt een nieuw argument gevonden dat met regelmaat van de klok uit de kast gehaald kan worden en altijd werkt op momenten van vertwijfeling: er is ooit eens ene Thomas Kuhn geweest (bless his soul!) die erop gewezen heeft dat de paradigma’s van wetenschap ook zo maar opeens kunnen veranderen: https://en.wikipedia.org/wiki/Paradigm_shift" onclick="window.open(this.href);return false; . Zoiets pakt iedere christelijke apologeet uiteraard met beide handen aan. Er volgt duidelijk uit dat het dus allemaal maar ogenschijnlijke tegenstrijdigheid is. De wetenschap is zeker niet betrouwbaarder dan de geloofsuitspraken. Over honderd jaar kan de wetenschap het namelijk allemaal precies andersom zeggen dan ze nu beweert. Kijk maar naar de illustratie van een optical illusion op die Wikipage, waarmee het je duidelijk zal worden.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 30 jul 2013 12:22

De bijbel wordt in discussies gebruikt als bron van autoriteit. Zijn de schrijvers van de bijbel kennisexperts die goed gevalideerde kennismethoden hebben gebruikt? Zo niet, moeten we de bijbel dan maar wegstrepen als bron van autoriteit?

Strengholts antwoord: ”De kerk heeft door alle eeuwen heen gezegd dat de bijbel onze bron van kennis is over God en verlossing. Nimmer heeft de kerk gepretendeerd dat de bijbel een vakwetenschappelijke kennisbron is. Tot in de 19e eeuw Amerikaanse christenen, in een tijd van alom heersend positivisme en geloof in de wetenschap, de bijbel wel zo ging behandelen.”

Dit komt neer op exact hetzelfde verhaal als dat van iemand die dacht goed verzekerd te zijn, totdat zijn huis afbrandde en hij ternauwernood de dood ontsnapte, en het antwoord kreeg: ”Ja meneer, u hebt een levensverzekering met inderdaad een bijzonder hoge uitkering, maar aangezien u het overleefde komt er daarvan nu niets op uw rekening. Uw inboedel was tenslotte niet verzekerd. Daar is nooit sprake van geweest. Dat hebt u blijkbaar uzelf maar wijsgemaakt toen uw huis in brand stond.”

Het ergste is nog wel dat Strengholt zich historicus noemt. Ik vraag me nu werkelijk af wat zijn deelgebied is geweest. De geschiedenis van de Azteken? De geschiedenis van de Hottentotten wellicht? Zou het echt zo zijn dat hij van de christelijke geschiedenis van bijbelinterpretatie niets weet van vóór de 19e eeuwse Amerikanen?

Zelfs de verwijzing naar Amerikaanse christenen klopt niet. Fundamentalisme werd in Amerika pas geformuleerd als kreet vanaf 1922. De term was geïnspireerd door een serie essays genaamd ”the Fundamentals” die een aantal protestantse Amerikaanse conservatieve theologen hadden geschreven van 1910 tot 1915. Waar ze toe opriepen was totaal niets nieuws, maar een noodkreet om terug te keren naar de overtuiging die de kerk van alle eeuwen altijd hoog in het vaandel heeft gehad, namelijk de goddelijke inspiratie van de bijbel en het verwerpen van de vrijzinnigheid. Voor een gereformeerde Hollander aan het begin van de 20ste eeuw had het Amerikaanse fundamentalisme dus zelfs niet het kleinste nieuws item wat betreft de hermeneutiek van de bijbel te vertellen. Het was juist de vrijzinnigheid die vanaf de 18e eeuw een volkomen nieuw verschijnsel was in het christelijk geloof: mensen die hun conclusie hadden getrokken uit de onderzoeksresultaten van de wetenschap en de bijbel bijgevolg niet meer als betrouwbare bron van informatie konden beschouwen aangaande allerlei zaken. Ze leerden via de nieuwe wetenschappelijke inzichten dat Genesis 1-11 geen waargebeurde geschiedenis kon zijn, de wonderen van Jezus niet letterlijk gebeurd konden zijn, noch zijn maagdelijke geboorte, noch zijn letterlijke opstanding, noch zijn letterlijke wederkomst (leringen die de serie The Fundamentals hoog wilden houden) letterlijk waar zou kunnen zijn. Waar vrijzinnigen nog aan vast wilden houden was het christelijk geloof als een sociale en existentiële boodschap van hoop.

Uiteraard zijn er wat betreft fundamentalisme en vrijzinnigheid allerlei gradaties. En dat is nu net waar deze Strengholt zelf zo’n prachtige illustratie van is. Want hij is een fundamentalist in zo ongeveer alles wat ik onder ogen heb gehad van hem, met uitzondering van een opmerking dat de creationisten de scheppingsmythe als letterlijk gebeurde geschiedenis lezen, waar hij het niet mee eens is. En deze fundamentalistische Strengholt laat ons nu weten dat hij in het geheel geen fundamentalist is. Wel, dat zijn de Amerikanen ook niet. Al in de 40-er jaren van de vorige eeuw wilde zowat geen Amerikaan meer een fundamentalist zijn, aangezien het zich al gauw had ontpopt tot extremisme. Men noemde zich vanaf die tijd liever ’evangelicaal’. Geen enkele fundamentalist met een greintje verstand heeft behoefte aan een bijbel verdedigen die een pi tot op de dertigste decimaal nauwkeurig weergeeft. Uiteraard gaat het in het christelijk geloof om de ’goede boodschap’. Maar wat precies honderd jaar geleden in ’the Fundamentals’ naar voren werd gehaald was eenvoudig het christelijk geloof van alle eeuwen, dat vóór en na deze episode eenvoudig de ruggegraat van het christelijk geloof is geweest en het altijd zal zijn, of het nu katholiek, oosters-orthodox of protestant is.

Nooit heeft het christelijk geloof inspiratie opgevat als woordelijk dicteren van de heilige geest. Maar dat wil nog niet zeggen dat het geloof van alle eeuwen niet de betrouwbaarheid van de bijbel in alle opzichten hoog hield.

Strengholt is inmiddels honderd jaar verder en heeft, net als ik vroeger als fundamentalistische christen, al best door dat Genesis 2 en 3 een mythe is waar hij niet omheen kan. Maar zelfs wat het bestaan van Adam en Eva betreft blijft hij nog verdacht fundamentalistisch, aangezien hij bijbelwetenschap volkomen links laat liggen en zo ongeveer tien maal een opmerking maakt hoe onbetrouwbaar überhaupt de wetenschap is, terwijl hij zo’n opmerking over de bijbel nooit en tenimmer maakt.

Ofwel Strengholt speelt een slinks spelletje, ofwel hij speelt het spel zo slecht dat ik welhaast moet opmerken dat hij zijn eigen spelregels nooit eens goed bestudeerd heeft.

Laat ik de koe eens bij de horens vatten en eens laten zien hoe christenen van vóór die zogenaamde 19e eeuwse Amerikaanse fundamentalisten hun bijbeltje lazen. Laat ik me beperken tot het scheppingsverhaal en het zondvloedverhaal. Hier een tekst van Maarten Luther, uit zijn commentaar op Genesis:

”De auteur van Genesis [voor Luther was dat Mozes] wil ons niet onderwijzen over allegorische wezens en een allegorische wereld, maar over echte wezens en een zichtbare wereld die men met de zintuigen kan opmerken. Daarom noemt hij een schop een schop, zoals het spreekwoord het zegt, dwz. gebruikt hij de termen ’morgen’ en ’avond’ zoals wij gewend zijn te doen, zonder allegorie.”

Even later spoort hij christenen aan

”verschillend te denken van de filosofen omtrent de manier waarop deze dingen veroorzaakt werden. Indien sommige zaken al onbegrijpelijk zijn voor ons (zoals de zaak die nu voor ons ligt aangaande ’de wateren boven de hemelen’), dan moeten we ze toch geloven en liever toegeven dat het ons aan weten ontbreekt dan kwaadaardig en hoogmoedig ertegenin gaan en ze interpreteren naar wat ons verstand juist lijkt. We moeten aandachtig de uitdrukking van de Heilige Schrift in acht nemen, en blijven bij de woorden van de Heilige Geest, die het behaagde zijn creaturen op deze manier te plaatsen: in het midden was het uitspansel (firmament), dat voortgebracht werd uit de ongevormde hemel en de ongevormde aarde, en dat door het Woord werd uitgespannen. Voorts, zowel boven als onder het uitspansel waren wateren, die ook uit deze ongevormde massa werd afgescheiden.” (Lezing over Genesis, h. 1)

Luther was blijkbaar duidelijk een 19e eeuwse Amerikaanse fundamentalist.

Mensen die met Strengholt met de 19e eeuw aankomen wijzen er vervolgens altijd op dat allegorie de geliefde methode van de kerkvaders was om de goegemeente aan te spreken. Maar er is nooit iemand geweest die dit ontkend heeft! Hoewel allegorische betekenissen eruit halen alle eeuwen een geliefde methode van preken is, doet dit feit helemaal niets af aan het feit dat men ook wel degelijk in de letterlijkheid van de bijbelse informatie geloofde. Het enige wat sommige kerkvaders in niet altijd letterlijk kon geloven was het denkbeeld van een scheppend werk dat letterlijk zes dagen duurde. Op filosofische gronden, dus op basis van de gedachte dat het niet goddelijk genoeg is wanneer een God moeizaam in stukjes en beetjes creëert, waren hooggeleerde schriftuitleggers vanaf de joodse Philo van Alexandrië er al wel over eens dat alles in werkelijkheid toch wel in een ondeelbaar ogenblik geschapen moet zijn. En zelfs die hellenistische geleerdheid vindt men enkel maar bij een paar kerkvaders, Origenes en Augustinus, om precies te zijn. Vrijwel alle kerkvaders nemen de tekst eenvoudig letterlijk. Augustinus was ook wel wel zo wijs om zijn eigen opinie zoveel mogelijk te verhullen, om vooral maar geen problemen te krijgen met de letterlijke tekst: ”Wat voor soort dagen ze waren is iets verschrikkelijk moeilijks, misschien wel onmogelijk, voor ons om voor te stellen, laat staan er iets over te kunnen zeggen!” (Stad van God, boek 11, h. 6). Dat Augustinus het merendeel letterlijk neemt blijkt uit een volgende passage in hetzelfde boek (Stad van God, boek 12, h. 10) waarin hij stelt dat de geschiedenis van de wereld minder dan 6000 jaar oud is, en men geen gehoor moet geven aan opinies die gebaseerd zijn op spurieuze manuscripten en speculaties die stellen dat de aarde vele duizenden jaren oud is.

Eigenlijk blijft alleen Origenes over als kerkvader die werkelijk geleerdheid en geestelijke ontwikkeling gehad moet hebben. Hij is zonder meer de enige interessante kerkvader. Behalve dat hij niet in zes letterlijke dagen geloofde was het voor hem ook te moeilijk om zich een God voor te stellen die in de tuin van Eden wandelde, bomen met zijn eigen handen plantte, en dat het letterlijk eten van een vrucht voor de zonde verantwoordelijk zou zijn. Origenes was zelfs zo ontwikkeld dat hij de restitutieleer (apokatastasis) uitvond, hetgeen inhoudt dat hij van mening was dat de hel maar tijdelijk was, en uiteindelijk alles en iedereen, inclusief de Satan, met God verzoend zal worden. Hij geloofde ook in de pre-existentie van alle menselijke zielen voordat God de wereld schiep. Alle intelligenties hadden al een pre-existentie. Oorspronkelijk hadden ze allemaal de liefde voor God centraal staan. Sommige weken daar echter van af, en gingen er, misschien wel uit verveling, zelfs tegenin! Dat werden demonen. Anderen maar een heel klein beetje, dat werden engelen, en weer anderen werden een beetje half-half, dat werden uiteraard mensen. Er was er maar één die het heel perfect bleef doen, en dat was de Logos die zich later incarneerde als Jezus Christus... Origenes geloofde ook in een soort karma: wat ze uitgespookt hadden in hun pre-existente bestaan was oorzaak voor hoe hun aardse leven eruit zou zien. Het grappige was dat hij een bijzonder fanatiek bijbelgelover was. Hij deed geen uitspraak of kon en moest het via een bijbelvers bevestigen.
Zo’n besserwisser die maar alles zelf meent te kunnen bepalen past natuurlijk duidelijk niet bij het christelijk geloof. Origenes werd later dan ook door de Kerk als een ketter veroordeeld.
Maar voor iemand die hem erbij wil halen om te laten zien dat pas het 19e eeuwse christendom de bijbel letterlijk begon op te vatten kan ik nog wel even laten zien hoe Origenes met de bijbel omging meteen wanneer er voor hem geen onoverkomelijke bezwaren aan de letterlijke opvatting kleefden. Met de grote geleerde Philo die ook dol was op de diepere betekenis van de bijbel geloofden ze beiden in een letterlijk gebeurde zondvloed:

"De Hellenistische Jood Philo van Alexandrië vatte de vloed van Noach op als een wereldwijde gebeurtenis. De vloed bedekte alle bergen, alle eilanden en alle continenten, en vernietigde alle dieren en mensen buiten de ark. Philo beklemtoonde zelfs dat de zondvloed de gehele mensheid, zelfs alle planten, dieren en alles wat de mens gebouwd had (op natuurlijk één object na). De wortels en het zaad werd echter niet vernietigd, omdat ze onder het oppervlakte van de aarde was, en God enkel beloofde dat hij zou uitroeien ’alles wat zich op de aarde roert’."

Dat laatstgenoemde detail laat uitstekend zien hoe naief letterlijk vroegere geleerden de teksten veelal lazen!

Origenes schreef zelfs zeer uitgebreid over de zondvloed:
"In his second Homily on Genesis Origen told his congregation that he intended first to relate to them the literal sense of the account of Noah’s Ark, and then “...ascend from the historical account to the mystical and allegorical understanding of the spiritual meaning...” Even in his literal account there are elements not found in the original Hebrew (such as the reference to the construction of ‘nests’ for the animals) which are drawn from Philo of Alexandria. He described the dimensions of the Ark (giving it 5 decks instead of 3) and (again apparently following Philo) thought that the Ark was shaped like a pyramid. The reason for this being that they misunderstood the meaning of the phrase in Genesis 6:16 “finished to a cubit above”, which is better translated “finish the ark within a cubit of the top.” The result of this mistake is bizarre:

In the first place, therefore, we ask what sort of shape and form we should understand the appearance of the ark. I think, to the extent that it is manifest from these things which are described, rising with four angles from the bottom, and the same having been drawn together gradually all the way to the top, it has been brought together into the space of one cubit. For thus it is related that at its bases three hundred cubits are laid down in length, fifty in breadth, and thirty are raised in height, but they are brought together in a narrow peak so that its breadth and length are a cubit.

It did not occur to either Philo or Origen that such an ark would only float upside down! On the contrary, he considered that the pointed top would allow the rain water to flow off more easily and the four corners act like a foundation! Origen refuted the accusation of Apelles, a disciple of the Gnostic Marcion, that the ark was not large enough to hold all the animals. Rather than resorting to allegory he defended the literal meaning by arguing that Moses meant geometrical cubits - equal to 6 ordinary cubits. This argument was later taken up at a later date by Augustine to answer the same challenge. Celsus likewise pours scorn upon the account of the Flood, especially on the dimensions of the Ark. Origen’s answer is that the dimensions stated and the time given to build the Ark were all reasonable and can be taken literally."
(Dit citaat en ook het vorige dat ik vertaalde: https://robibradshaw.com/chapter6.htm" onclick="window.open(this.href);return false; ; De tekst die Origenes schreef over de zondvloed is ook online te lezen (klik op boek en ga naar bladzijde 72 en volgende bladzijden): http://books.google.fi/books/about/Homi ... edir_esc=y" onclick="window.open(this.href);return false; )

Wikipedia laat dan ook weten: "He was also the greatest biblical scholar of the early Church after Jerome, having written commentaries on most of the books of the Bible, though few are extant. He interpreted scripture both literally and allegorically."
( http://en.wikipedia.org/wiki/Origen" onclick="window.open(this.href);return false; )

Zelfs de ontwikkeldste gelovigen in de Romeinse tijd hadden geen moeite met vrijwel alles letterlijk te nemen. In ieder geval laat het Nieuwe Testament zelf zien dat het de scheppingsverhalen en de zondvloed letterlijk neemt. De tweede brief van Petrus laat bijvoorbeeld duidelijk zien dat de schrijver in een letterlijke zondvloed geloofde die de gehele aarde eenmaal verwoestte. Ook Jezus in de evangeliën ziet de zondvloed als een letterlijk gebeurde geschiedenis. En Paulus geloofde in een letterlijke eerste mens Adam.
De brief van Petrus is interessant, aangezien die goed laat zien dat de toenmalige gelovigen de verhalen ook wel konden interpreteren als een voorafbeelding van iets in hun eigen geloof. Zo laat de schrijver van de Petrusbrief daar horen dat de redding van het water van de doop voorafschaduwd wordt door die redding van acht mensen van de watervloed. Paulus interpreteert een gebeuren in het OT ook wel eens zo. Dit zoeken naar meerdere betekenissen bleef alle tijden in het christelijke geloof een populaire bezigheid, en er is de gehele geschiedenis door dus nimmer sprake van reduceren tot enkel de letterlijke betekenis. Men kan goed stellen dat men deze geestelijke betekenis zelfs als veel belangrijker beschouwde; nogal logisch wanneer de bijbelboodschap actueel gemaakt moet worden voor een gelovige die duizenden jaren later leeft. Maar in geen enkele tijd voor de 19e eeuw ontkende men het letterlijke, en dat is uiteraard logisch aangezien de geestelijke interpretatie anders geen basis heeft om op te staan.

Hoe de oude joden tegen de verhalen aankeken komt goed tot uiting in de Talmoedtractaten aangaande de zondvloed. Dat men tot in details in het letterlijke geloofde kan men hieruit opmaken dat allerlei problemen in de tekst werden opgelost met nieuw verzonnen vertellingen van wat er toen gebeurd zou zijn:

"Volgens één Midrash was het God (of de engelen) die zowel de dieren als hun voedsel bij de ark verzamelde. Aangezien er vóór dit tijdstip geen reden was om onderscheid te maken tussen reine en onreine dieren, maakten de reine dieren zich bekend aan Noach door bij het betreden van de ark en buiging voor hem te maken. Volgens weer een andere lezing was het de ark zelf die het onderscheid maakte: de ark liet 7 paar van reine dieren toe, maar slechts één paar van onreine.
Volgens Sanhedrin 108B was Noach dag en nacht bezig met het voeden van en zorgen voor de dieren, en sliep hij niet gedurende het hele jaar van zijn verblijf op de ark. De dieren waren de beste exemplaren van hun soort, en gedroegen zich daarom voorbeeldig. Ze onthielden zich van voortplanting, zodat het aantal dat de ark uit kwam exact hetzelfde was als het aantal dat aan boord ging. De raaf schiep problemen, hij vertikte het de ark uit te vliegen toen Noach hem eruit wilde laten gaan omdat hij de stamvader ervan beschuldigde zijn soort uit te willen roeien, maar zoals in commentaren is uiteengezet wilde God de raaf redden omdat zijn afstammelingen bestemd waren om de profeet Elia ooit te voeden. ( http://en.wikipedia.org/wiki/Noah's_Ark" onclick="window.open(this.href);return false; )


De latere hellenistische wereld is natuurlijk sowieso een volkomen andere wereld dan die wereld waarin de oorspronkelijke oudtestamentische bijbelschrijver leefde. Dat deze verhalen door de oorspronkelijke schrijver letterlijk bedoeld zijn is echt iets wat door geen theoloog van naam ontkend wordt en vanaf Johann Semler, de vader van de moderne bijbelkritiek, juist benadrukt wordt. Ik heb hierboven al de woorden van Wellhausen aangehaald aangaande Genesis 1-11. Hier nog de opvatting van één van de beroemdste oudtestamentici, Gerhard von Rad:
Although von Rad excluded Genesis 1:1-2:4a from this analysis, he judged concerning the rest of Genesis 1-11 that with the Jahwist it would be misdirected theological rigorism not to recognize that what he planned was, as far as might be with the means and possibilities of his time, a real and complete primeval history of mankind. No doubt, he presented this span of history from the point of view of the relationship of man to God; but in the endeavor he also unquestionably wanted to give his contemporaries concrete knowledge of the earliest development of man's civilization, and so this aspect too of J's primeval history has to be taken in earnest.

Terug naar de vroegste christelijke tijd: zowel Justinus Martelaar als Augustinus en Theophilus van Antiochië geloofden dat de zondvloed letterlijk plaatsvond. Ze vermelden allemaal dat het water tot vijftien el boven de hoogste bergen kwam te staan om de lering van Plato die een plaatselijke overstroming voorstond tegen te staan. Tertullianus geloofde in een letterlijke zondvloed. Als bewijs geeft hij dat men schelpen hoog in de bergen tegen kan komen.

Justinus Martelaar (één van de allervroegste kerkvaders, ca. 150) verwijst ook driemaal naar Genesis 1-3 in zijn Dialoog met Trypho. Adam ziet hij als de eerste mens, en met Eva als de eerste zondaars. Hij verwijst er zelfs naar dat Eva uit Adams rib geschapen werd (dialoog 84). Er bestaat daarom geen twijfel over dat ook hij een 19e eeuwse Amerikaanse fundamentalist was. Tertullianus schreef geen commentaar op het boek Genesis, maar al zijn uitspraken erover zijn prachtig bijeenverzameld door een Amerikaan die nog niet weet dat de 19e eeuw al voorbij is: http://litteralchristianlibrary.wetpain ... +Chapter+2" onclick="window.open(this.href);return false;
Er is alweer geen twijfel aan: Tertullianus is een 19e eeuwse Amerikaanse fundamentalist!


Hier nog wat uitgebreider over Augustinus' kijk op de zondvloed: ”De mening van Augustinus was dat het verslag van de zondvloed historisch is, maar hij voegde er aan toe dat het verhaal ook een allegorische interpretatie heeft, en verwijst naar Christus en de Kerk. Hij vervolgt met een verdediging van de historiciteit van de ark en de wereldwijde omvang van de zondvloed. Hij concludeert:

...no one, however stubborn, will venture to imagine that this narrative was written without an ulterior purpose; and it could not plausibly be said that the events, though historical, have no symbolic meaning, or that the account is not factual, but merely symbolical, or that the symbolism has nothing to do with the Church. No; we must believe that the writing of this historical record had a wise purpose, that the events are historical, that they have a symbolic meaning, and that this meaning gives a prophetic picture of the Church."
( https://robibradshaw.com/chapter6.htm" onclick="window.open(this.href);return false; )

Bovenstaande tekst laat goed zien dat de letterlijke betekenis voor iedereen een vanzelfsprekendheid was maar Augustinus de symbolische betekenis moet beargumenteren.

Hier is wat Thomas van Aquino schreef in zijn Summa Theologicae:

"The multiplicity of these senses does not produce equivocation or any other kind of multiplicity, seeing that these senses are not multiplied because one word signifies several things, but because the things signified by the words can be themselves types of other things. Thus in Holy Writ no confusion results, for all the senses are founded on one — the literal — from which alone can any argument be drawn, and not from those intended in allegory, as Augustine says (Epis. 48). Nevertheless, nothing of Holy Scripture perishes on account of this, since nothing necessary to faith is contained under the spiritual sense which is not elsewhere put forward by the Scripture in its literal sense. "

Wat hij in de moeilijke tekst hierboven wil zeggen is dat hij niet ontkent dat men dezelfde tekst op vele manieren kan uitleggen, maar dat dat niet betekent dat één en hetzelfde woord meerdere betekenissen zou hebben en het woord van God dus onduidelijk zou zijn, maar dat ze allemaal gegrond zijn in de letterlijke betekenis, en dat letterlijk gebeuren soms een type kan zijn van een geestelijke zaak in het geloofsleven van de christen. Het verhaal heeft dus vele lagen, die dus allemaal waar zijn. En als een bepaalde 'geestelijke toepassing' ons ontgaat dan geeft het niet, aangezien alle essentiële leringen ook al in het letterlijke naar voren komen. Of anders gezegd: een tekst geestelijk (allegorisch) interpreteren is OK, maar enkel wanneer ook in de letterlijke betekenis geloofd wordt, de letterlijke betekenis heeft voorrang boven alle andere betekenissen omdat het de fundering is voor alle andere betekenssen.
Zie hier voor meer over de vier lagen van bijbelinterpretatie in de middeleeuwen.

Hier nog wat andere oude kerkvaders:
"Enkele kerkvaders hadden er behoefte aan een oplossing aan te bieden voor de logistieke moeilijkheden van een jaar moeten doorbrengen op de ark. Efraïm de Syriër loste het probleem van de opslag van fris drinkwater op door te stellen dat het water van de aarde niet zout was voordat het door de zeeën overspoeld werd. Voor Johannes Chrysostomus was de grootste vraag hoe al die dieren het klaarspeelden te overleven gedurende zo’n lange tijd in zo’n benauwde ruimte. Stel je de stank voor! Het was dan ook voor hem duidelijk dat enkel een godswonder een redelijke uitleg hiervoor kon zijn.”
(http://www.robibrad.demon.co.uk/Chapter6.htm" onclick="window.open(this.href);return false;)

Hier nog wat over de middeleeuwen:
"In Europe, the Renaissance saw much speculation on the nature of the ark that might have seemed familiar to early theologians such as Origen and Augustine. At the same time, however, a new class of scholarship arose, one which, while never questioning the literal truth of the Ark story, began to speculate on the practical workings of Noah's vessel from within a purely naturalistic framework. In the 15th century, Alfonso Tostada gave a detailed account of the logistics of the ark, down to arrangements for the disposal of dung and the circulation of fresh air. The 16th-century geometrician Johannes Buteo calculated the ship's internal dimensions, allowing room for Noah's grinding mills and smokeless ovens, a model widely adopted by other commentators" ( http://en.wikipedia.org/wiki/Noah's_Ark" onclick="window.open(this.href);return false; )

Laten we vervolgen met nog een rijtje protestanten: Luther nam Genesis bijzonder letterlijk. In Calvijn treffen we alweer een 19e eeuwse Amerikaanse fundamentalist aan: http://www.dswpieters.nl/wp-content/upl ... ummerd.pdf" onclick="window.open(this.href);return false;

Calvijn was het roerend eens met Luthers waarschuwing tegen geleerde praat. Wanneer hij de pratende slang van Genesis becommentarieert schrijft hij:

"Als het ongelooflijk schijnt, dat op Gods bevel dieren gesproken hebben…, vanwaar komt bij de mens de spraak anders, dan doordat God zijn tong heeft gevormd? Kortom, iedereen die stelt dat God in de hemel de wereld bestuurt, kan Hem ook de macht over de dieren niet ontzeggen om naar Zijn goedvinden stomme dieren te leren spreken, zoals Hij soms sprekende mensen stom maakt. Zeer gevaarlijk is de verzoeking, als men ons aanraadt, God alleen te gehoorzamen, voor zover de reden van Zijn bevel ons duidelijk is. De ware regel van gehoorzaamheid is, dat wij (tevreden met het bevel alleen) geloven dat al wat Hij beveelt, recht en goed is. Wie boven de maat wijs wil zijn, die zal de satan - omdat hij alle eerbied voor God afgeworpen heeft – tot openlijke opstand vervoeren."

Een eeuw later (1642) berekende de beroemde theoloog John Lightfoot dat de creatie van de wereld in 3928 BC plaatsvond. Hij wist zelfs dat het gebeurde bij het vallen van de nacht in de buurt van de herfst-equinox, iets waar ook de beroemde theoloog Ussher (die op 4004 BC uitkwam) van overtuigd was.

Thomas Burnet schreef in 1690 een geleerd boek "A Review of the Sacred Theory of the Earth and its Proofs in Scripture", waarin hij het zondvloedverhaal volkomen letterlijk neemt:

"The next Phænomenon to be consider'd, is the Deluge, with its adjuncts. This also is fully explain'd by our Hypothesis, in the 2d. 3d. and 6th. Chapters of the first Book. Where it is shewn, that the Mosaical Deluge, that is, an universal Inundation of the whole Earth, above the tops of the highest Mountains, made by a breaking open of the Great Abyss, (for thus far Moses leads us) is fully explain'd by this Hypothesis, and cannot be conceiv'd in any other method. There are no sources or stores of Water sufficient for such an effect: that may be drawn upon the Earth, and drawn off again, but by supposing such an Abyss, and such a Disruption of it, as the Theory represents."
( http://www.marathon.uwc.edu/geography/burnet/Review.htm" onclick="window.open(this.href);return false; )

Weer een eeuw verder, laat de grote engelse evangelische prediker John Wesley in een commentaar horen dat Genesis 1-11 van begin tot eind letterlijke geschiedenis was. Wat de slang betreft schreef hij in 1765: ”The devil chose to act his part in a serpent, because it is a subtle creature. It is not improbable, that reason and speech were then the known properties of the serpent. And therefore Eve was not surprised at his reasoning and speaking, which otherwise she must have been. Adam Clarke, en Richard Watson geloofden allemaal in een zeer letterlijke opvatting van Genesis 1-11.


Dit wiki-artikel somt de ontwikkeling van zaken goed op hoe het ging met de bijbelinterpretatie aangaande het verhaal van de zondvloed:
"Various editions of the Encyclopædia Britannica reflect the collapse of belief in the historicity of the ark in the face of advancing scientific knowledge. Its 1771 edition offered the following as scientific evidence for the ark's size and capacity: "...Buteo and Kircher have proved geometrically, that, taking the common cubit as a foot and a half, the ark was abundantly sufficient for all the animals supposed to be lodged in it...the number of species of animals will be found much less than is generally imagined, not amounting to a hundred species of quadrupeds". By the eighth edition (1853–1860), the encyclopedia said of the Noah story, "The insuperable difficulties connected with the belief that all other existing species of animals were provided for in the ark are obviated by adopting the suggestion of Bishop Stillingfleet, approved by Matthew Poole...and others, that the Deluge did not extend beyond the region of the Earth then inhabited". By the ninth edition, in 1875, no attempt was made to reconcile the Noah story with scientific fact, and it was presented without comment. In the 1960 edition, the article on the ark stated that "Before the days of 'higher criticism' and the rise of the modern scientific views as to the origin of the species, there was much discussion among the learned, and many ingenious and curious theories were advanced, as to the number of animals on the ark".



Kortom: Laat Strengholt mij één christelijke theoloog vóór de 19e eeuw aanwijzen die niet verdacht veel lijkt op zijn 19e eeuwse Amerikaanse christenen die hun bijbeltje letterlijk geloven.

Conclusie:
Het is juist exact andersom als Strengholt de lezer wil wijsmaken: sinds de 19e eeuw, en vooral na Darwin, moesten de gelovigen toegeven dat niets van de oerverhalen echt gebeurd kon zijn en indien men niet bereid was het christelijk geloof op te geven moest de bijbel op die punten dus geïnterpreteerd worden alsof het de oorspronkelijke schrijvers nooit te doen was om ook maar iets van een letterlijk ware geschiedenis te geven. Dat is het principe volgens welke bijbelinterpretatie werkt bij christenen, al vanaf de kerkvaders die moeite hadden met de zes dagen omdat het een God betaamt het in één ondeelbaar ogenblik te kunnen doen. Augustinus merkte zelfs op dat het zeer te vermijden is dat een christen de bijbel zo interpreteert dat een geleerd persoon daarbij in de lach schiet. Maimonides, de beroemde middeleeuwse joodse geleerde, had dan ook deze regel: als de Torah en de wetenschap met elkaar in strijd zijn, dan is ofwel de wetenschap onjuist, of moet de Torah op een andere manier geïnterpreteerd worden.
Uiteraard is sinds de opkomst van de moderne wetenschap enkel sprake van het laatste, hoewel Strengholt zijn best doet om ons te vertellen dat de wetenschap ons op elk moment weer het tegendeel kan gaan vertellen van wat ze nu met stelligheid zegt.
Daarbij negeren mensen zoals Strengholt volkomen wat de oorspronkelijke bijbelschrijver bedoelde te zeggen en bovendien verdraait en oversimplificeert Strengholt de geschiedenis van de bijbelhermeneutiek nog. Van iemand die zich zowel theoloog als historicus noemt mogen deze twee zaken wel als een doodzonde beschouwd worden.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 30 jul 2013 17:01

Vraag 40 Christenen zijn hypocriet

Dit hoofdstuk is onderverdeeld in verschillende vragen, waaruit ik niet kan opmaken dat de originele vrijdenkersvraag de aanklacht deed dat christenen hypocriet zijn.

Ik zou die aanklacht in elk geval niet doen, want het is te saai om op te merken. Dat christenen hypocriet zijn is nogal wiedes. Dat niet-christenen het zijn al eveneens. Wanneer iemand niet hypocriet is, - bijvoorbeeld aan zijn vrouw waarvan hij weet dat zij er geen prijs op stelt - telkens vertelt hoe hij ervan droomt met een ander naar bed te gaan -, dan zal het waarschijnlijk gaan om Woody Allen of een karakter uit zijn films. Daar lachen we dus om.
Slechts zelden is in mijn leven een christen voorbijgegaan die Jezus' gebod opvolgde: "Zo geldt ook voor jullie: wie geen afstand doet van al zijn bezittingen, kan mijn leerling niet zijn".

Maar dan: wie kan zijn eigen idealen uitvoeren? Idealen zijn leuk om idealen te zijn. Iemand met hersens leeft met de realiteit en maakt er het beste van.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 31 jul 2013 08:01

Jezus zegt dat hij niet is gekomen om de wetten van de Torah af te schaffen, maar om ze te vervullen. Waarom houden christenen zich dan niet aan die (eigenaardige) wetten?

Strengholt begint zijn antwoord hiermee: ”Jezus lapte zelf heel wat van die wetten aan zijn laars als dat goed was voor de mensen”.
Je vraagt je af hoe in vredesnaam het goed kan zijn om God-gegeven wetten aan je laars te lappen! Dat staat gelijk aan een contradictio in terminis. Om het nog maar niet te hebben over de onvergeeflijke zonde hem in laarzen uit te dossen. ;)

Wellicht kent Strengholt de bijbel niet zo goed als de vrijdenker die de vraag stelt. Het desbetreffende vers waarnaar hij verwijst kan men lezen in Matteüs 8:17-19: Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.

Deze woorden zijn toch duidelijk genoeg. Iemand die zegt dat Jezus de wet van Mozes aan zijn laars lapte heeft er volgens het evangelie van Matteüs niets van begrepen. Bij deze krijgt Strengholt de titel "kleinste in het koninkrijk van de hemel", door zijn eigen held uitgereikt.

”Hij raakte onreine mensen aan, Hij at met onreine mensen, Hij at dus ook onrein eten, om maar een paar voorbeelden te noemen”, vervolgt Strengholt.

En waar staat het dan dat de wet van Mozes verbiedt een onreine aan te raken? Helemaal nergens. Er is een wet die verbiedt dat de Hogepriester een lijk aanraakt (Lev. 21:11), een wet die iemand verbiedt om een lijk aan te raken wanneer hij voor een bepaalde periode een nazireeërbelofte gedaan heeft (Num. 6:7), er is een wet die stelt dat iemand die het kadaver van een kruipend dier aanraakt tot de avond onrein is (Lev. 11:29). Dit is alles wat in de wet van Mozes gezegd wordt over ’aanraken’. Een vrome jood zou er nog aan toevoegen dat ’je niet inlaten met afgoden en afgodenbeelden’ ook betekent dat je die afgodenbeelden niet eens mag aanraken. Maar dan heb je het toch echt wel gehad.

En waar staat het in de wet van Mozes dat een jood niet mag eten met onreine mensen? Er is een wet die het verbiedt een Pesach-maaltijd te eten met een onbesnedene (Ex.12:43,45). Er is ook nog een wet die verbiedt een verbond te sluiten met afgodenvereerders. Letterlijk staat daar ’een verbond eten en drinken’ met ze (Ex. 34:12), want zoiets werd gevierd met een gezamenlijke maaltijd, maar iedereen met hersens, zoals ook de bijbelvertalers, begrijpt dat dit een verbod is op een verbond met ze sluiten, niet op een maaltijd delen met een onbesnedene.

”Hij at dus ook onrein eten”. Inderdaad, het schijnt dat hij in het Marcusevangelie deze mening toegedaan is: "Niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken, het zijn de dingen die uit de mens naar buiten komen die hem onrein maken.’ Toen hij een huis was binnengegaan, weg van de menigte, vroegen zijn leerlingen hem om uitleg over deze uitspraak. Hij zei tegen hen: ‘Begrijpen ook jullie het dan nog niet? Zien jullie dan niet in dat niets dat van buitenaf in de mens komt, hem onrein kan maken omdat het niet in zijn hart, maar in zijn maag komt en in de beerput weer verdwijnt?’ Zo verklaarde hij alle spijzen rein". (Mc. 7:15-19)

Maar Marcus laat Jezus dan ook niet die woorden van Matteüs uitspreken over de wet van Mozes. Marcus geeft ons dus volkomen andere informatie en schetst ons dus een andere Jezus dan Matteüs. Matteüs heeft zorgvuldig de uitspraak van Marcus, die Jezus al het voedsel voor rein laat verklaren, weggezuiverd. Ze zijn het dus duidelijk niet eens met elkaar.
Behalve dat we via Marcus dus terecht komen op een contradictio in terminis (een zogenaamde jood die de wet vervult door de van godswege gegeven wetten aan zijn laars te lappen), zitten we nu ook nog opgescheept met contradictoire informatie aangaande Jezus. En het gaat hier niet om een niemandalletje. Het joodse geloof staat gelijk aan de wet van Mozes.

Terwijl Strengholt zijn Jezus de joodse wet aan zijn laars laat lappen, en hij van plan is om hetzelfde te doen, vervolgt hij door als een expert wat uit te wijden over de joodse wet. ”Er zijn drie soorten wetten in het Oude Testament. Liturgische reinigingswetten, nationaal culturele wetten, en morele wetten. Jezus vervulde de liturgische wetten door voor eens en altijd het reinigingsoffer te zijn, dat de zonden van de mensen wegwast, de nationaal-culturele wetten hebben buiten dat land geen directe betekenis. De morele wetten werden door Jezus zeer hoog gehouden.”

Eenieder die wat gaat studeren op de joodse religie zal zien dat Strengholt dat bepaald niet gedaan heeft. De joden kennen helemaal niet zo’n indeling. Zij kennen enkel de wet van de Torah die in al zijn geboden tot op de punt op de i en de komma nageleefd dient te worden. Tot in eeuwigheid. Exact zoals Jezus in het Matteüsevangelie uitspreekt.
De joodse religie onderscheidt inderdaad drie soorten wetten (mitzvot): de Chukkim, de Mishpatim en de Eidot: zie bijvoorbeeld: http://www.hebrew4christians.com/Articl ... aryag.html" onclick="window.open(this.href);return false;
De Chukkim zijn de grappigste voor de moderne mens, namelijk goddelijke voorschriften waar geen enkele redelijkheid aan vastgeknoopt kan worden. Bijvoorbeeld dat je de randen van je baard niet mag knippen, of niet-geschubde zeedieren niet mag eten of geen kleren van tweeërlei stof mag dragen (wollen sokken onder een katoenen broek en nog een linnen overhemd: [-X ).
Ze worden onderhouden omdat God het nu eenmaal vereist.

De Mishpatim zijn rationele, logische wetten. Ze worden onderhouden omdat ze moreel zijn.

De Eidot zijn de instellingen, rituelen en gebruiken, zoals de sabbat, het pesachfeest, het met blauwpurperen draad bevestigen van kwastjes (tzitzit) aan de zoom van kleren (Num. 15:38). Volgens de joden zijn die, mits je er goed op oefent, ergens in het midden tussen redelijk en absurd. ;)

Een gelovige jood haalt het niet in zijn hoofd om te zeggen dat enkel de Mishpatim maar eeuwig onderhouden behoeven te worden en de rest wel afgeschaft kan worden, alsof ze er minder toe zouden doen. Indien ze al niet onderhouden worden (verwoesting van tempel en diaspora van joden), dan is dat enkel uit noodzaak en tijdelijk. En terecht, want wie kan het nu in zijn hoofd halen om wat God ooit persoonlijk geboden heeft aan zijn laars te lappen? Dat kan enkel de mens die de mening is toegedaan dat die wetten helemaal niet door God gegeven zijn, maar eenvoudig uit de waan van de primitieve mensheid voortkomen (overigens is er niet veel intelligentie vereist om tot die conclusie te komen).

Een vrome jood en een ongelovige heeft iets van logica in zijn houding. Het christelijk geloof is echter warhoofdig. Men zou het hoogstens nog kunnen zien als een knap staaltje waarmee hellenistisch heidendom een joods sausje gegeven wordt.

Ondanks dat volgens Strengholt door Jezus ”de morele wetten zeer hoog werden gehouden”, komt er van hem zelfs geen antwoord waarom dan een hoop van die morele wetten van Mozes niet door christenen onderhouden worden. Wetten zoals dat men tovenaressen om moet brengen (Ex. 22:17), eveneens mensen die geslachtsgemeenschap hebben met een dier (Ex. 22:18), en wie een offer brengt aan een andere God dan Jahweh moet ook al uitgeroeid worden (Ex. 22:19), om over de homo’s nog maar te zwijgen. ”Als je geld leent aan iemand van mijn volk die armoede lijdt, gedraag je dan niet als een geldschieter en vraag geen rente van hem”. Sinds wanneer heeft ooit een christen deze moraal onderhouden? Overigens zijn er in de geschiedenis van het christendom wel stromingen en perioden geweest dat men de wetten beter onderhield. De joden die in Europa woonden werden dan ook bankiers omdat het geen probleem is rente te vragen wanneer iemand niet tot Gods volk behoort. De christenen konden niet aan het bankwezen meedoen, totdat ze deze vervelende wet gingen interpreteren als een verbod om meer rente te vragen dan wettelijk is. ;)
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 01 aug 2013 07:38

Waarom houden de christenen zich niet aan de wet van Mozes over het stenigen van overspelige vrouwen, maar verzetten ze zich wel tegen het homohuwelijk?

Ik vergiste me in de eerste opmerking van de vorige laatste paragraaf. Strengholt had een aparte vraag ervoor uitgetrokken om te beantwoorden waarom de christenen bij sommige zaken nog wel een band, - zij het een zeer losse - met de OT-wetgeving behouden.
Hij begint met de opmerking: ”Misschien zijn christenen inconsequent.” Hij laat niet weten om welke redenen hij hieraan meent te kunnen twijfelen. Hij vervolgt wel met te zeggen dat ze daar dan wat aan moeten doen. Dat zijn opmerking komt nadat het christelijk geloof al 2000 jaar lang in de praktijk is gebracht, brengt hem blijkbaar niet op een idee dat zijn opmerking gelijk staat aan een loze kreet. Niemand zal hem er zelfs maar in de kleinste mate van verdenken heimelijk het stenigen van overspelige vrouwen een goede maatschappelijke maatregel te vinden, al geeft hij er met deze opmerking wel reden toe en al is hij vrijwillig in een moslimland gaan wonen.

Strengholt vraagt in dit verband wel: ”Wat zegt dit over de waarheid van hun geloof?” Hoe verraadt hij hier dat dit de enige zaak is waar het de apologeet om gaat. Wel, aangezien de apologeet het als retorische vraag aangeeft en het dus niet begrijpt zonder het uitgespeld te krijgen: uiteraard volgt eruit dat christelijk geloof op z’n minst nogal verward is. Wel een wetgeving meeslepen waarvan de christen beweert dat die direct van God afkomstig is, maar er met de pet naar gooien omdat we inmiddels beter weten. Hij maakt het nog bonter:

”Dat veel christenen het homohuwelijk afkeuren is niet alleen omdat het Oude Testament het afkeurt, maar omdat dit expliciet in het Nieuwe Testament wordt herhaald.”

Is Mozes dan zo onduidelijk geweest dat de afkeuring nog eens ’expliciet’ herhaald moest worden? Strengholt vervolgt, - als een meestercabaretier die zijn publiek voortdurend aan het schaterlachen brengt, maar zelf geen spier vertrekt:

”De vraag is trouwens grappig”.

Aangezien de lezer beslist niet inziet waarom de vraag grappig zou zijn vervolgt hij met de uitleg:

”Ja, in het Oude Testament moesten die vrouwen gedood, maar homseksuelen evengoed! Ze zijn eigenlijk helemaal niet zo inconsequent.”

Dus de christenen zijn consequent in het niet opvolgen van de wet? Volgens mij heeft Strengholt een rare opvatting van wat grappig is.

”Ze zijn tegen seks buiten het huwelijk, en dat huwelijk is tussen man en vrouw.”

Hoezo dan? Er staat in de Mozaïsche wetgeving dat indien je met een meisje dat nog niet uitgehuwelijkt is naar bed gaat, je met haar moet gaan trouwen (Ex. 22:15). Daaruit kun je opmaken dat de wet helemaal niet tegen seks buiten het huwelijk is, maar het lot van de vrouw wil redden die na seks gehad te hebben in die bepaalde maatschappij op de huwelijksmarkt niets meer waard is.
En de seks die deze man had met dat meisje is ook al geen probleem in het geval dat hij al getrouwd was, want een man kan met net zoveel vrouwen trouwen als hij zich maar kan veroorloven in de maatschappij waaraan de wet gegeven werd.
Er staat in die wetgeving ook nog dat je een vrouw kunt krijgen via het opkopen van een slavin. Die kan de meester ’voor zichzelf bestemmen’, dus zonder haar te trouwen. Er wordt wel bij gezegd dat wanneer hij er geen zin meer heeft met haar naar bed te gaan, ”omdat ze hem niet meer aanstaat”, hij haar de kans moet geven om weer teruggekocht te mogen worden (dwz aan haar vader). En hij mag haar niet aan een derde doorverkopen. Mocht hij het in zijn hoofd gehaald te hebben ermee te trouwen toen ze er nog leuk uitzag, dan mag hij er later wel een andere vrouw erbij nemen, maar moet hij de eerste vrouw toch net zoveel voedsel, kleren en seks kunnen schenken, zodat ze niets tekort komt.
De wet schrijft ook nog voor dat een man kan scheiden van een vrouw om welke reden dan ook, behalve met die ongetrouwde maagd waarmee hij seks had, en ook niet van de vrouw die hij ooit valselijk beschuldigd heeft van ontrouw. Aan die vrouwen zit de man voor eeuwig vast. We begrijpen dat de wet weer de vrouw in bescherming neemt hier. ;)

Als men die reglementering zo doorleest krijgt men toch een iets ander gevoel dan dat een huwelijk 'een zaak is tussen een man en een vrouw'. Het lijkt verdacht veel op een wetgeving die enkel de vrije man toespreekt. En het lijkt ook veel op hoe wij tegenwoordig een hond kopen en daar op verantwoordelijke wijze mee omgaan.

Kan men van een God een grotere karikatuur maken dan te beweren dat dit een goddelijke wetgeving is? Kan een christen in alle serieusheid met dit boek als leidraad door het leven gaan?

Maar nu naar de volgende zaak. Strengholt spreekt over ’het Nieuwe Testament’ alsof daarin één en dezelfde stem klinkt. Maar dit is verre het geval.

Jezus behoorde tot de joodse cultuur. Indien er ooit een historische Jezus heeft rondgelopen dan heeft hij zich aan de wet van Mozes gehouden. Eindeloze discussies en geharrewar over de Wet stonden hierbij centraal, maar op geen enkele manier zou Jezus uit zijn gekomen op waar het christendom via Paulus op uitkwam, dat men de gehele wet aan de kant kon zetten.
Dat Jezus bepaald niet liberaal was wat die wet van Mozes betreft, kan men bijvoorbeeld opmaken uit het feit dat Mozes een man recht geeft om te scheiden om welke reden dan ook, maar Jezus dat als een zonde ziet. Hij geeft als enige geldige reden voor echtscheiding ontrouw. Zo heeft hij het voor de vroomste gelovigen onmogelijk gemaakt om aan een ongelukkig huwelijk ooit een eind te maken en een nieuw leven te beginnen. Hij is dus strikter dan de wet van Mozes.

En indien Paulus nu aankomt met een tekst waarin hij homoseksuele praktijken afkeurt als een schande (Rom. 2), waarom moet iedere gelovige dit ook van mening zijn? Sinds wanneer is de opinie van een evangelist een godsopenbaring? Volgens Paulus is ook lang haar voor een man een schande. Blijkbaar had hij niet bijster veel culturele ontwikkeling. Hij gebruikt ook 'onnatuurlijk' als onderbouwing van zijn opinies, alsof dat een argument zou kunnen zijn. Zolang mensen verwoed prachtige tuinen aanleggen, de mooiste tulpen en rozen kweken en hondenrassen ’veredelen’, van geluidsklanken symfonieën maken en Picasso en van Gogh ’mooi’ vinden, is onnatuurlijk nog altijd waar de mens juist het meeste waarde aan geeft.

Maar stel nou dat Strengholt gelijk heeft, en Jezus de Mozaïsche wet aan de kant kon schuiven indien dat goed was voor een mens, en dat Paulus de hele wet van Mozes aan de kant kon schuiven vanwege ’hoger inzicht’. Waarom mag een modern mens via hoger inzicht dan niet op dezelfde manier een streep zetten door de regels van het Nieuwe Testament? Paulus wist niets van homoseksualiteit als een geaardheid. Zelfs een vrij natuurlijk geaardheid, aangezien het overal bij zo'n 8 procent van de bevolking schijnt aangetroffen te worden. Vrouwen in een westerse maatschappij hoeven ook niet meer onderhouden te worden. Ze zijn bovendien soms al hoger opgeleid dan de man. Er zijn inmiddels ook voorbehoedsmiddelen. Enzovoort, enzovoort. In vrijwel niets kan men de tegenwoordige westerse maatschappij vergelijken met die van de ijzertijd.

Strengholt komt een klein beetje tegemoet, namelijk wanneer hij er voor zijn geloof maar voordeel uit kan halen:

”Dat wij nu een andere visie op mensen, hun persoonlijke vrijheden en op het strafrecht hebben is duidelijk. Die andere visie heeft mede te maken met de nieuwtestamentische nadruk op liefde en barmhartigheid.”

Gelukkig gebruikte hij nog het woordje ’mede’. Iemand die wat van geschiedenis weet, weet ook dat behoudende christenen altijd de laatsten zijn die de absolute koning afkeuren, de slavernij afkeuren, lijfstraffen bij de opvoeding afkeuren en de vrouw laten emanciperen. En Strengholt zal de geschiedenis ingaan als iemand die tot diezelfde fundamentalistische christelijke kliek behoorde, de groep die homoseksuelen het recht op een huwelijk tot het laatste toe wilden ontzeggen op bijbelse gronden.

Maar indien Strengholt wil beweren dat ’liefde en barmhartigheid’ volstaat als leidraad voor de moraal, dan heeft hij daarmee grondig laten zien dat de bijbel voor de rest juist volstrekt overbodig is, want hij laat door homoseksuelen het recht op huwelijk te ontzeggen goed zien dat de bijbel enkel een blok aan het been is vanwege dat het via de primitievere opvattingen uit de ijzertijd steeds een streep dreigt te zetten door dit principe van ’liefde en barmhartigheid’.
Born OK the first time

Gebruikersavatar
Rereformed
Moderator
Berichten: 14270
Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
Locatie: Finland
Contacteer:

Re: Jos Strengholt brengt woestijngeloof tot leven

Bericht door Rereformed » 01 aug 2013 11:49

In de Verenigde Staten is het echtscheidingspercentage onder christenen hoger dan dat onder atheïsten. Christenen zijn dus gewoon praatjesmakers?

Terecht laat Strengholt weten dat het percentage mensen die samenwonen bij atheïsten hoger is dan bij christenen. Hoe vaak gaan die samenwonende stellen uit elkaar? Dat wordt in de statistiek niet gemeten.
De conclusie die hij hier uit trekt dat hij niet veel waarde hecht aan de vergelijking is echter niet gerechtvaardigd, want ten hoogste zou je uitkomen op dat er vrijwel geen verschil zal zijn tussen atheïsten of christenen. Uiteraard laat Strengholt nog horen dat niet allen die zich christen noemen ook christen zijn, maar dat is nu net het punt wat de vrijdenker al in aanmerking heeft genomen door met de Verenigde Staten aan te komen, het land met het hoogste percentage aan mensen die zeggen dat ze 'born again' zijn. Men kan ook nauwkeuriger statistieken bekijken, van evangelische groepen of opwekkingsbewegingen, dus groeperingen die de nadruk leggen op volledige overgave aan de zaak, waarbij je dan diezelfde statistieken van hoog percentage aan echtscheiding tegenkomt.
En dit wordt nog regelmatig bevestigd door berichten van pedofiele geestelijken, evangelisten die zich aan homofilie schuldig maken en predikers die scheiden. Als men hieruit geen conclusie mag trekken dat het praatjesmakers zijn, wanneer dan wel? Hier vindt men een lijst van enkele bekende gevallen in de VS.
Wanneer je dan zoiets nog van dichtbij volgt bijvoorbeeld via dit interview is het bovendien duidelijk dat de christelijke moraal een mens meer schaadt dan baat.

En het punt waar het om gaat is niet enkel dat het ingaat tegen de vrome woorden die christenen voortdurend oplepelen, dat Gods wil zus of zo is. Het christelijk geloof predikt tezelfdertijd ook nog voortdurend dat 'born again', of overgave aan het geloof juist betekent dat men sterft aan zijn eigen natuur, en dat iemand een tempel van de Heilige Geest wordt. Dat christenen werktuigen zijn in Gods hand en dat zij 'geheel anders' zijn dan de ongelovige, omdat men zijn hele leven 'wandelt in de Geest'. Indien een geloof zo hoog van de daken schreeuwt moet daar wel iets indrukwekkends voor neergezet worden waaraan men dat objectief kan zien. Wanneer de realiteit deze prediking zo grof tegenspreekt is inderdaad geen andere conclusie te trekken dan dat het hier om praatjesmakers gaat.
Born OK the first time

Gesloten