Demiurg schreef:Het is niet dat ik het buiten beschouwing wil laten, maar dat er volgens mij een veel fundamentelere vraag aan vooraf gaat.
Het is evident dat er altijd gevallen zullen zijn waarbij de grondrechten van de een tegenover die van de ander staan. Op die momenten is het aan een rechter of grondwettelijk hof om een beoordeling te maken.
Wat jij doet is die grondwettelijke conflictsituaties (die volgens mij juist laten zien dat goede grondrechten hard nodig zijn) aanhalen om vervolgens te pleiten om het maar af te schaffen.
Ik laat zien dat bepaalde conflictsituaties voortkomen uit geclaimde rechten die geenszins grondrechten zijn.
Ik vraag dan aan jou:
Vind je dat de vrijheid van meningsuiting afgeschaft moet worden omdat sommige mensen misbruik maken door te lasteren of te bedreigen?
Nee.
Wat is volgens jou het verschil tussen een godsdienst en een levensovertuiging?
Uit het afschaffen van het wetsartikel voor de vrijheid van godsdienst vloeit namelijk niet automatisch voort dat je niet meer je eigen leefregels en rituelen zou mogen bepalen.
Niet automatisch, maar ze worden dan niet meer grondwettelijke beschermt, dus is het gevaar dat dat wel gebeurt serieus aanwezig. Als we geluk hebben zal er niet aan getoornd worden, maar vertrouwen op geluk of geloof in de goedheid van overheden, lijkt me een tikje naief.
Gaan we terug naar de Zwitserse minaretten, daar is de inperking van vrijheden reeel na het referendum, nu er godsdienstvrijheid heerst kan men de gang naar het Europese mensenrechten-hof maken, was godsdienstvrijheid niet bepaald, dan hadden ze geen enkele grond om het door een rechter te laten beoordelen.
Ik pleit geenszins voor de afschaffing van de vrijheid van levensovertuiging. Ik meen alleen dat je religies niet specifiek hoeft te noemen omdat die daar al onder vallen en je op grond van een religieuze levensovertuiging niet meer rechten hebt dan op grond van een seculiere levensovertuiging.
Er zou in het geval van de minaretten een beroep kunnen worden gedaan op vrijheid van levensovertuiging.
Het is nog afwachten wat het EHRM voor uitspraak zal doen. Met betrekking tot het verbod op hoofddoekjes in Turkije is de staat een paar jaar terug nog in het gelijk gesteld. Een van de overwegingen die daarbij meespeelde was de sociale druk die van dergelijke religieuze symbolen kan uitgaan.
Daaruit moge blijken dat de vrijheid van godsdienst sowieso geen garantie geeft en bovendien dat er in bepaalde situaties ook gegronde redenen kunnen ontstaan om beperkingen op te leggen.
Uit het afschaffen van het wetsartikel voor de vrijheid van godsdienst vloeit ook niet automatisch voort dat je geen gebedshuizen met specifieke kenmerken (zoals minaretten) zou mogen bouwen. Dat mag nog steeds, voor zover niet in strijd met de wettelijke bouwvoorschriften.
Dat je dit zo stelt terwijl je het voorbeeld van het Zwtitserse minarettenverbod al tot je hebt genomen, is een beetje tegen de feiten in redeneren.
Dat lijkt me niet. Ten eerste is dat verbod niet voortgekomen uit de afschaffing van de vrijheid van godsdienst en ten tweede is dat verbod er zelfs gekomen ondanks de vrijheid van godsdienst.
Dat geldt ook voor het dragen van religieuze symbolen of kleding die – deels – een dergelijke functie heeft. Daar waar het botst met de rest van de wet (zoals bijvoorbeeld bij de gezichtsbedekkende boerka) botst het nu ook al. En daar is dan ook terecht veel discussie over. Want als je dat op grond van de vrijheid van godsdienst toelaat, maar op andere – niet religieuze gronden – verbiedt, dan komt dat in de praktijk neer op een privilege voor gelovigen.
Om steeds 'recht' te vervangen voor 'privilege' als het zo uitkomt is pure demagogie. Godsdienstvrijheid is geen priviliege, iedereen kan daar aanspraak op maken.
Ik geef meerdere voorbeelden en argumenten die m.i. duidelijk aantonen dat het weldegelijk om privileges gaat; omdat mensen op grond van een seculiere levensovertuiging die rechten niet zouden hebben en zich ook op geen enkel wetsartikel kunnen beroepen waarmee ze dat recht zou eventueel zouden kunnen opeisen.
De meeste gemeentes in Nederland hebben een APV waarin een verbod op gezichtsbedekkende kleding is opgenomen. Stel nou dat jij daar – om wat voor reden - met een bivakmuts op wilt rondlopen. Op welke wet kun jij je dan op beroepen?
Je kunt niet op de gegeven argumenten ingaan, maar daarmee zijn ze geenszins weerlegd.
Je kwalificatie van demagogie gaat ‘een beetje’ richting ad hominem. Ik kan de bal even makkelijk terugkaatsen, want jij deelt een negatieve kwalificatie uit en je beargumenteert hem niet eens.
Ik denk dat het de discussie ten goede zou komen wanneer je je tot de inhoud zou beperken en op de gegeven argumenten in zou gaan.
Net zo min kunnen kluizenaars claimen dat vrijheid van vereniging een privilege is.
Deze vergelijking is een stroman. Er wordt helemaal niet gesteld dat vrijheid van godsdienst een privilege is. Er wordt gesteld dat er beroep op die wet wordt gedaan om bepaalde privileges te handhaven en/of te verwerven en dat je dat zou kunnen veranderen door vrijheid van godsdienst onder vrijheid van levensovertuiging te laten vallen.
Overigens is kleding een goed voorbeeld. Er bestaan geen discussies om bepaalde soorten kleding te verbieden als die niet met een religie samenhangen. Discussies over algemene rok-verboden, langhaar-verbod voor mannen of stropdasverboden. In Iran bestaat dat misschien, maar hier niet. Als er dan kritisch gereageert wordt op oproepen tot bijv een hoofddoekjesverbod of hoofddoekjesbelasting, dan blijkt daaruit dat het juist daar onder druk staat. Zou verbod op kleding zich ook op niet-religieuze kleding richten, dan zou ik er niet op tegen zijn om 'vrijheid van kleding' in de grondwet op te nemen. Dat klinkt tamelijk absurd geef ik toe, en dat komt omdat het vrij dragen van kleding helemaal geen issue is, tenzij het religieuze kleding betreft. Voor minaretten geldt hetzelfde. Ik heb nog nooit oproepen gehoord om bepaalde architectonische elementen algemeen te verbieden, behalve dan als het religieuze elementen betreft.
Het cruciale verschil zit hem dan ook in de symboolfunctie en de religieuze sociale druk die daarmee gepaard kan gaan. Die factoren worden in het debat nogal eens genegeerd, maar daarmee zijn ze nog niet uit beeld verdwenen.
Als een politieke partij steeds dominanter aanwezig zou worden in de openbare ruimte (door bijvoorbeeld vlaggen aan de gevels en gigantische symbolen op de daken van hun gebouwen, en expliciet uniforme kleding op straat en in functie in gemeenteraden en de Tweede Kamer), dan zouden er misschien ook wel eens gegronde bezwaren kunnen ontstaan...
Voor de overwegingen van het EHRM: zie
http://cmiskp.echr.coe.int/tkp197/view. ... 763D4D8149
En ter verduidelijking van mijn standpunt wat dit betreft:
http://satuka.blogspot.com/2010/07/hoof ... -blij.html