* Ergens - ik weet niet meer waar (Achter het Nieuws?) - ging het over allochtone moslimgezinnen met een enkel of dubbel gehandicapt kind. Die roepen volgens de ‘zorgende instanties’ te weinig of te laat professionele hulp in. Gevolg: in de pubertijd van de gehandicapte loopt de situatie doorgaans gierend uit de klauwen.
Eén van de redenen voor het niet inroepen van professionele hulp was een gevoel van schaamte. De Koran zou leren dat een gehandicapt kind een straf is van Allah Akbar en het is niet prettig als familie en buren er achterkomen dat je straf hebt verdiend.
De verslaggever was bij zo’n familie met dubbel gehandicapte dochter van een jaar of tien. Schat ik zo in. Ze zat in een kinderstoel spastische bewegingen te maken en zo nu en dan vreemde klanken uit te stoten.
De vader zei: “Ik vind het niet erg, deze gehandicapte kind. Ik vind het niet erg. Allah Akbar heeft haar aan mijn zorgen toevertrouwd en dat vind ik niet erg”.
De moeder legde het wat royaler uit: “Allah Akbar houdt aan alle mensen. Allah Akbar heeft lief ook mij. Hij heeft mij deze kindje gegeven om aan haar te houden en goed voor te zorgen en dan ik kan laten zien dat ik van Allah Akbar houd”.
Wat moet je daar nu op zeggen?
= Dat dat meisje toch gedoopt moet worden, rooms of hervormd of gereformeerd of evangelisch (want dat maakt een heel verschil!) omdat het anders niet goed met haar afloopt?
= Of moet je zeggen dat Allah Akbar helemaal niet bestaat en alleen maar een hersenschim van mensen is?
= Of moet je laten blijken dat je oog en begrip hebt voor hun probleem en met hen meeleeft en vragen of ze al eens gedacht hebben aan professionele begeleiding, hulp van mensen die veel ervaring hebben met gehandicapten?
Hoe reageer je in zo’n situatie?
Verder koester ik veel meer sympathie voor het gebeuren waar onze koningin optrad temidden van de vertegenwoordigers van die bonte verzameling religieuze overtuigingen die ons land rijk is. ‘Ieder zijn manier’ denk ik dan! ‘Leven en laten leven’!
*Om 20.30 uur begon Debat op 1 (EO/NCRV) Levensbeschouwelijk debatprogramma over het nieuws van de week. Presentatie: Jacobine Geel (NCRV) en Andries Knevel (EO). Piepklein beetje oecumenisch programma dus.
Het nieuws van de week was deze keer een voorstel van een gemeenteraadslid van de VVD in Amsterdam: De ontmoetingsplaatsen (?) en 'afwerkplekken' (getver!) voor de homosien moesten beter worden ‘gereguleerd’. Het ging om het Oosterpark, het Westerpark, het Sarfatipark en nummer vier ben ik vergeten. Daar moesten condoomautomaten komen, afvalbakken voor de gebruikte rubbers en meer politietoezicht om de potenrammers in te tomen. De motivatie van het raadslid was: de explosief stijgende HIV- en SOA-bemettingsgevallen. Elk geval kost € 3.000 per jaar (als het niet veel meer was).
En… Amsterdam moest 'terug op de kaart' als ‘veilige’ Europese of Wereld homostad.
De tegendiscussiant was iemand uit de homosien. NB!
Van de dertig minuten waren beide discussianten ruim twintig minuten tegelijkertijd aan het woord en soms deden Andries of Jacobien alleen of samen ook nog eens mee. Nogal verwarrend kwartet dus.
- Wat dachten de omwonenden van die parken ervan? Die laten ‘s avonds hun hondje uit en worden ongevraagd geconfronteerd met een stel neukende homo’s of seksueel in de weer zijnde lesbiennes; duetten, trio’s, alles komt voor. Meestal tussen de struiken, maar daar zit momenteel niet zoveel blad meer aan. Kunnen die niet binnenshuis aan de slag? Op de Wallen gaan de gordijnen toch ook dicht als ze bezig zijn!
Raadslid: er zijn ook getrouwde mannen bij en… die kunnen nergens anders heen!
- Wat, denk je, dat de invloed is op spelende kinderen want het is een 24-uurs bedrijf in die parken?
Dat was voornamelijk de verantwoordelijkheid van de ouders.
Nou meen ik zeker te weten dat onzedelijk gedrag in het openbaar óók slaat op seks in het openbaar en dat het bij wet is verboden. En ik ben het met die wet volledig eens! Neuken doe je niet in het openbaar! Mag je van mij een taboe noemen, dat zal me worst wezen! Afgelopen zomer zijn op het strand van Almere in het openbaar neukende hetero’s ook geverbaliseerd. Voor mij: terecht dus!
Het mág gewoon niet, net zo min als door rood licht of te hard rijden, burengerucht maken, je vuilniszak te vroeg buiten zetten en zo.
Je mag in dit land zeggen wat je wilt (vrije meningsuiting), maar als het om té grove persoonlijke belediging, laster of iets dergelijks gaat, kun je naar de rechter.
Je mag in dit land ook doen wat je wilt, maar als het bij de wet is verboden, dan is het verboden en dan mag het niet. Waarom dán níet naar de rechter?
Soms heb ik de behoefte om te vloeken. Dit is zo’n moment.
Ik vind dat het raadslid van de ratten is besnuffeld en dat hier en daar wat lieden aan het malen zijn. Wat hun reden is? Bij politici weet ik dat nooit en zit ik vol wantrouwen.
Andries en Jacobien hielden zich uitgesproken op de vlakte en kozen voor geen van beide standpunten. Zij waren dan ook de gespreksleiders van wat in feite een poging om elkaar luidruchtig te overstemmen was.
* Uit het interview met Wouter Bos:
Gelooft u in God?
“Ik denk dat ik me houd aan de formulering die ik in mijn boek gebruik: dat ik daar nooit meer van afkom en dat ik dat niet erg vind”.
Dat klinkt als een ziekte. Waarom doet u zo schimmig?
“Omdat het een heel persoonlijke zoektocht is naar wat zin geeft aan mijn bestaan. Die zoektocht vind ik al complex genoeg om voor mezelf helder te formuleren, laat staan voor een lezend publiek”.
Beïnvloedt het geloof uw politiek denken?
“Mijn vader komt uit de doorbraaktraditie waarbij levensbeschouwing en politieke overtuiging heel nauw met elkaar zijn verbonden. Mijn vader zat in het kerkelijke verzet tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Beyers Naudé, Boesak en Tutu kwamen bij ons thuis, die zaten in die kerkelijke sfeer. Van het begin af aan is het politieke in mijn opvoeding verbonden geweest met het levensbeschouwelijke. Het heeft mij gemaakt tot wie ik nu ben. Mijn idealen zijn mede tot stand gekomen doorat ik christelijk ben opgevoed. Ik merk hoe op cruciale momenten in mijn leven allerlei calvinistische oergevoelens bovenkomen, of dingen die te maken hebben met soberheid: dat je je vooral voor de wereld moet inzetten en niet voor jezelf”.
U zat bij Youth for Christ…
“Dat was zo’n ongelooflijk vrolijke boel. Ik vond dat een verademing na het sombere kerkelijke leven waarin ik was opgegroeid”.
… en bij de Evangelicals en bij het Studentenpastoraat. Bent u nu nog steeds zoekende?
“Ik zal nooit uitgezocht raken”.
Denk, denk, denk. Ik bedoel mezelf.
Groeten.
Fons.