Devious schreef: Ik acht het waarschijnlijk dat er een Jezus heeft geleefd die een charismatische uitstraling had en volgelingen had die geloofden dat Hij een messias was, maar waar het om gaat is dat men slechts kan spreken van waarschijnlijkheden; harde bewijzen ontbreken.
En hiermee is naar mijn idee het probleem adequaat onder woorden gebracht: er zijn tal van ‘wetenschappelijke oplossingen’ geformuleerd maar géén daarvan kan
bewezen worden. Die bewijzen hebben trouwens voornamelijk kracht voor degene die ze hanteert, niet voor degene die ze betrijdt.
Ellegård toont - voor wie hem gelooft - in zijn ogen onweerlegbaar aan dat Jezus van Nazareth in feite Jeshu ben Pandera is, de ‘Leraar der gerechtigheid’, stichter van de Essenen, die zich ‘volgelingen van de Weg’ noemden. Hij leefde ± 100 v.C. en stierf niet later dan 61 v.C.
Carotta wijst op de verbijsterend gelijke compositie van a) het leven van Julius Caesar (J.C.) door Asinius Pollio (± 30 v.C.) en b) het evangelie van Marcus (± 60 n.C.), het levensverhaal van Jezus Christus (J.C.). En de laatste suggesties zijn dat de schrijver van het Marcusevangelie een tweede, wellicht derde generatie allochtone Jood in Rome was, die het Latijn al zó goed beheerste dat hij ten gerieven van zijn stadgenoten zijn verhaal schreef in simpel allochtoons Latijn. En dat laatste zou aan de Griekse vertaling, die wij kennen, te merken zijn.
Vermeiren maakt op dezelfde manier duidelijk dat Jezus in 70 n.C. de kruisdood overleefde.
En dit is maar een greep uit de 'wetenschappelijke bronnen' of 'dito referenties'.
Het wonderlijke is dat de ‘christelijke’ geschriften uit het begin van onze jaartelling (1Clemens, de Herder van Hermas, Didachè, Barnabas, Hebreeën en Openbaringen), allemaal van vóór 60 n.C., nergens blijk geven ook maar enige kennis te hebben van de ‘historische feiten’ die wij 'kennen' uit de vier evangeliën.
Ik denk dat in deze dagen er niet één ‘deskundige’ is te vinden die nog durft te beweren dat de evangelisten tijdgenoten of getuigen waren van Jezus’ leven in Judea.
Het is allemaal met verhalen (!) begonnen, met mondelinge overlevering met alle kenmerken van dien. Er waren nog geen kranten (wie konden er trouwens allemaal lezen?) en geen journaals. Het nieuws ging van mond tot mond en je mag inschatten wat er dan gebeurt. Sterke verhalen worden sterker. Ze ‘groeien’.
De evangeliën horen als literatuur bovendien niet tot het
geschiedenisgenre maar tot het
verkondiginggenre. Het zijn ‘heldenverhalen’ met de daarbij horende kenmerken: wonderen etc. Ook Julius Caesar is niet 'gewoon' geboren, ook hij deed wonderbaarlijke dingen, ook hij is drie dagen na zijn dood 'verschenen', ook hij is 'goddelijk' verklaard en overal in het Romeinse Rijk verschenen tempels, hem ter ere.
Heeft Jezus écht bestaan? In de Joodse literatuur is Jeshua ben Pandera wel bekend, een 'alternatieve' rabbi. Hij werd op een Esseense sabbat door zijn aartstegenstanders, de Farizeeën, uit zijn huis gehaald, gestenigd en ‘aan het hout gehangen’ als afschrikwekkend voorbeeld. Mogelijk is hij de gezochte en is 'het' dáár allemaal begonnen.
Wie weet leiden alle ‘wetenschappelijke ruzies’ over wie gelijk heeft ooit eens tot de algemene, gezamenlijke conclusie: we 'weten' het niet. Alweer een wetenschappelijk probleem opgelost!

Dan kunnen we onze energie eindelijk eens spenderen aan het in de praktijk brengen van wat zijn boodschap of zijn leer zou zijn geweest. De samenleving zou er beslist van opknappen.
Maar... ook dat zal eerst wel weer '
wetenschappelijk bewezen' moeten worden!
Groeten.
Fons.
Een theoloog die naar exactheid streeft, heeft de eerste stap gezet naar het atheïsme. Een atheïst is geen naïeveling, maar iemand die god nauwkeurig 'kent', voor wie dus veel zo niet alle godsvoorstellingen hun betekenis hebben verloren.