Die ervaring is algemeen. De manier waarop de evangelieverhalen geschreven zijn garandeert het. Iedere onschuldige lezer die in het verhaal over Bartimeüs leest Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus! of in het andere verhaal waar Jezus opeens de hellenistische goochelaar-genezer is, Hij begon weer te zien en zei: “Ik zie mensen, het zijn net bomen, maar ze lopen rond.”, (Lendering beklemtoont het door het "een mooi detail" te noemen) zal vanwege het voorbijkomen van zulke details automatisch denken dat hier sprake is van verslaggeving.
Het probleem komt pas wanneer je er op gaat studeren. Dit eerste evangelie verschijnt pas een kleine halve eeuw later. Aangezien de schrijver geen ooggetuige is geweest moet men om hem een verslag te laten geven dus een mondelinge traditie verzinnen, die pakweg veertig-vijftig jaar lang zo nauwkeurig is dat die met details wordt overgeleverd. Voor Johannes zelfs 60-100 jaar, terwijl wat hij te zeggen heeft niemand vóór hem de moeite waard vond om op te schrijven!
In conservatief christelijke verdedigingen kom je vaak betogen tegen over de betrouwbaarheid van mondelinge overlevering. Probleem is echter dat er helemaal geen traditie van mondelinge overlevering van jezusverhalen aanwijsbaar is in het christendom. Als iets al lijkt op een uit het hoofd geleerde tekst is het een Christus-hymne die enkel van mythe vertelt, zoals in Fil. 2:
Christus Jezus,
die in de gestalte Gods zijnde,
het Gode gelijk zijn niet als roof heeft geacht,
maar Zichzelf ontledigd heeft,
en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen,
en aan de mensen gelijk geworden is.
En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden,
Zich vernederd heeft,
en is gehoorzaam geworden tot de dood,
ja, tot de dood des kruizes...
In plaats van een mondelinge traditie heeft het christendom een enorm rijke traditie van schriftelijke overlevering, en het feit dat de vroegste christelijke geschriften geen enkele interesse hebben voor wat Jezus zoals zei en deed toont aan dat er geen mondelinge overlevering was over wat wij kennen als de Jezus uit de evangeliën. In plaats daarvan laat het christendom eeuwenlang zien dat het vanaf Marcus naar believen geschreven verhalen kon opmaken over Jezus en de apostelen. Een hele bibliotheek aan boeken met allerlei fantastische verhalen en leringen zogenaamd over Jezus en de apostelen werd eenvoudig aan de lopende band gefabriceerd, waaronder zelfs opgemaakte brieven van Petrus en Paulus die men in het Nieuwe Testament aantreft. Men spreekt over 40 evangeliën die ooit bestaan hebben. En tel daar nog de talloze andere verzinsels over de apostelen bij op, tot aan de briefwisseling van Seneca en Paulus aan toe!
Verzinnen van verhalen en ook nog achteraf rommelen aan de teksten is in het christelijk geloof de regel.
De evangeliën van Matteüs en Lucas, bewijzen zelfs dat het fabriceren de gewoonste zaak van hun wereld is, want ze zijn voor hun informatie geheel van Marcus afhankelijk terwijl ze ook op elk moment dat ze daar een theologische behoefte aan hebben Marcus aanpassen aan hun eigen zienswijzen, waarbij de schrijvers niet schromen om met volledig door henzelf verzonnen zaken aan te komen.
Zie hier hoe Matteüs dat kan doen: In Marcus 6:45-52 loopt Jezus op het water. Maar voor Matteüs is dit nog niet spectaculair genoeg. Hij laat Petrus ook even op het water lopen, en het lukt goed zolang hij maar erin gelooft dat het mogelijk is (14:22-37). Matteüs die zo volledig afhankelijk is van Marcus dat hij het in zijn geheel kopieert, weet nu opeens veel meer details dan Marcus! De conclusie voor eenieder met intellectuele eerlijkheid is dat Matteüs deze aanvulling zelf bedacht als 'mooie stichtelijke overdenking voor de gelovige', want indien Petrus ook op het water gelopen zou hebben zou Marcus het nooit onvermeld hebben gelaten.
Neem dit volgende voorbeeld. Marcus vertelt: En meteen daarna dreef de Geest hem [=Jezus] uit naar de woestijn. En hij werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan en hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden hem.
Matteüs, die dus het hele boek van Marcus kopieert, en daarmee bewijst helemaal niets te weten van Jezus, krabt zich na het lezen van deze twee mysterieuze zinnetjes achter zijn oor en roept uit: "Dat is prutswerk, dat zal ik eens even tot in de puntjes beter uitleggen." (Zie Mt.4) Om te beginnen gooit hij die wilde dieren van Marcus weg als overbodige afval. Reptielen, roofdieren! Onreine beesten. Daar kun je Jezus echt niet tussen zetten. Hij kopieert vervolgens het begin van Marcus en schrijft: "Toen werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden door de duivel." Vervolgens slaat hij het boek Deuteronomium op, zijn lievelingsboek, en een Psalm om teksten te verzinnen die in een spannende wedstrijd "Jezus versus Satan" rondgestrooid worden en waaruit Jezus als glansrijke winnaar tevoorschijn komt en Satan kansloos verliest: 3-0! Waarna hij Marcus weer oppakt en het kopiëren weer voortzet: Toen liet de duivel hem met rust, en zie, engelen kwamen en dienden hem.
Vervolgens komt Lucas langs. Hij heeft inmiddels al zowel Marcus als Matteüs op zijn tafel liggen. "Ja, die Matteüs weet het ditmaal een stuk beter te vertellen, ditmaal kopieer ik hem". Totdat Lucas op het eind van Matteüs stuit: "Wat moet ik nou met die engelen? Voeden ze hem met hemels brood of nectar ofzo? Dat schrap ik gewoon, en bovendien kan ik het iets preciezer zeggen: "En toen de duivel alle verzoeking ten einde had gebracht, week hij van Hem tot een bestemde tijd."
Het leuke van al deze verhalen is natuurlijk dat er helemaal niemand bij was die er een verslag van zou kunnen maken. (Net zoals in het verhaal over Jezus' verzoeking in Gethsemane, waar hij weer met verzoeking te maken heeft, en opnieuw op bijstand van een engel kan rekenen). Blijkbaar moet de gelovige geloven dat Jezus deze sterke verhalen tijdens een van de gezellige avonden om een kampvuurtje aan zijn discipelen vertelde. De opschepper.
Wel, men moet zich hoeden voor een overdosis aan scepsis. We geven toe dat het detail dat er wilde dieren rondliepen in die Palestijnse halfwoestijn inderdaad op authenticiteit kan duiden.
Hier nog een prachtige overlevering die alleen Matteüs opspoorde (Mt.27:52,53): "Op hetzelfde moment [dat Jezus stierf] scheurde het zware gordijn voor de heilige plaats in de tempel van boven naar beneden in tweeën. De aarde sidderde en de rotsen scheurden. Graven gingen open en vele gelovige mannen en vrouwen die gestorven waren, werden weer levend. Na de opstanding van Jezus verlieten zij de begraafplaatsen en gingen naar Jeruzalem. Daar werden zij door vele mensen gezien."
Let op dat prachtige detail: ze werden daar door velen gezien. Oftewel daar waren veel getuigen van! Of anders gezegd, die overlevering zal zeer authentiek zijn: vanaf de tijd dat het gebeurde zal het wel overgeleverd zijn. Dat kan haast niet anders.
Zie ook nog hoe prachtig Johannes een volledig verzonnen verhaal over Lazarus kan verzinnen! "Jezus begon ook te huilen!" Dat detail, hè, dat geeft de doorslag: dat móet op authenticiteit duiden! Zo mooi ook!
Of lees wat de ooggetuige Petrus wel niet weet te vertellen over de opstanding (een fragment van het Evangelie van Petrus dat is bewaard gebleven):
Maar de schriftgeleerden en Farizeeën en oudsten, die bij elkaar waren gekomen, hoorden dat het hele volk morde en zich op de borst sloeg, en vreesden, vooral de oudsten. En zij zeiden: 'Als bij zijn dood deze zeer grote tekenen gebeurden, zie dan hoe rechtvaardig hij was!' En zij kwamen voor Pilatus, en smeekten hem: 'Geef soldaten aan ons, zodat we zijn begraafplaats voor drie dagen kunnen vrijwaren, opdat zijn discipelen hem niet komen stelen en de mensen aanvaarden dat hij uit de dood is opgestaan, en ons dan onrecht aandoen.' Pilatus gaf hun Petronius, de hoofdman over honderd, met soldaten over om het graf te bewaken. En met hen mee kwamen de oudsten en schriftgeleerden naar de begraafplaats. Nadat ze een grote steen hadden gerold, plaatsten alle aanwezigen, - tesamen met de hoofdman over honderd en de soldaten -, die tegen de opening van het graf. Ze merkten het met zeven waszegels. En nadat zij daar een tent hadden opgezet, bewaakten zij de plaats. Maar vroeg toen de sabbat aanbrak, kwam er een menigte uit Jeruzalem en de omgeving om het verzegelde graf te zien.
Maar in de nacht waarin de dag des Heren aanbrak, toen de soldaten hem twee aan twee in elke wacht bewaakten, klonk er een luide stem in de hemel; en ze zagen de hemel zich openen en twee zeer stralende mannen van daar naar beneden komen, naar het graf toe. En de steen die tegen de deur was geplaatst, rolde vanzelf weg en rolde een eindje opzij; en het graf ging open, en beide jonge mannen gingen naar binnen. Toen de soldaten dit zagen, maakten ze de centurio en de oudsten wakker (want ook zij waren aanwezig om te bewaken). En terwijl ze vertelden wat ze hadden gezien, zien ze opnieuw drie mannen die uit het graf zijn gekomen, de twee ondersteunen de ander en een kruis volgt hen, en het hoofd van de twee reikt tot aan de hemel, maar die van degene die door hen met de hand naar buiten wordt geleid tot voorbij de hemelen gaan. En ze hoorden een stem uit de hemel zeggen: 'Heb je een proclamatie gedaan aan hen die ontslapen zijn?' En vanaf het kruis werd een eerbetuiging gehoord: 'Ja.'
Als men de methode van Lendering volgt moeten we concluderen dat men uit het noemen van de naam (Petronius) en ook uit het detail dat het graf met "met zeven waszegels" bezegeld was ("dat vind ik zo mooi!") concluderen dat het zeer authentiek is. "Misschien circuleerde de overlevering al de dag na Jezus’ reis naar de hemel! Wie zou zich anders nog het aantal zegels herinnerd hebben".