Tijden van toenemende Entropie
Geplaatst: 27 okt 2017 09:09
Naar aanleiding van mijn overpeinzingen omtrent de grootte van een steekproef, waarbij ik besefte dat een steekproef van één noodzakelijerwijs een antwoord opleverde dat er 50% naast zat, bedacht ik dat dit aaardig overeen kwam met Heisenbergs onzekerheidsprincipe. Waar je ook altijd slechts de helft van de informatie over een deeltje kun achterhalen. Ik heb op youtube een college van Feymann bekenen waarin hij omtrent drie aspecten een dergelijke uitspraak deed. Als je er één met 100% zekerheid kon beantwoorden dan daalde de zekerheid omtrent de beide anderen tot 25% (gemiddeld dus 1,5/3=50%). Jammergenoeg heb ik de link niet bewaard.
Het is slechts als je heel veel deeltjes tegelijkertijd bekijkt, dat de wereld voorspelbaar wordt, en dus gedetermineerd lijkt. Einstein en Bohr verschilden van mening of dit werkelijk zo was, of dat (volgens Einstein) de werkelijkheid geheel gedetermineeerd was, maar slechts voor ons niet geheel te achterhalen, of dat de wekelijkheid zelf slechts een waarschijnlijkheid betrof. Ik vraag me af of dat er iets toe doet. Immers, wat we niet kúnnen weten, zúllen we ook nooit weten.
Determineerbaarheid is in feite wat ik vroeger op school “de wet van de grote getallen” hoorde noemen. Namelijk dat als er maar genoeg dingen bij betrokken zijn, ze een vrij betrouwbaar gemiddelde opleverden. Ik heb altijd al gedacht dat de 2e wet van de thermodynamica zo’n wet van de grote getallen was, en ik zag gisteren een voordracht van Leonard Susskind, waarin die zulks in feite beweerde. De vraag die hij trachte aan te snijden was waarom de tijd maar één richting lijkt te hebben. En ik ging naar bed met de gedachte: “wat als dat niet zo is?”. Wat als er helemaal geen tijd bestaat maar alleen gebeurtenissen in de ruimtetijd? Elke gebeurtenis kon dan in de tijd twee kanten en en ook qua entropie twee kanten op. Heden/verleden en meer/minder. Voor individuele gebeurtenissen valt er geen peil op te trekken (50% onzekerheid), maar voor heel veel gebeurtenissen is misschien een zeer grote zekerheid mogelijk.
Even de entropie laten voor wat ze is. Wat als de tijdrichting omkeert? Laten we dit voor één enkel persoon bestuderen. Ik ben vergeten welke vrijdenker het ook weer was wiens favoriete tijdstip het “hiernumaals” was. Maar laten we eens drie hiernumaalsen bekijken. 1. Dat van vóór een ervaring. 2. Dat van de ervaring, 3. Dat van na die ervaring. Als we de tijdrichting omdraaien en verder niets, dan krijgen we 3. Waarin we ons een ervaring (2) herinneren en ook een tijd (1) van vóór die ervaring, waarin we die herinnering nog niet hadden, daarna 2. Waarin we ervaring opdoen. En daarna 1. waarin we nog niets wisten omtrent die ervaring. Het is moment 3 dat duidelijk maakt dat er voor ons niets veranderd is. Wij herinneren ons nog altijd 1 en 2 Ofschoon die – aangezien de tijdrichting is omgedraaid nog moeten plaatsvinden. Ergo: Het is onze herinnering die bepaalt in welke volgorde we denken te leven, en die afdwingt in welke richting de tijd in onze ogen gaat. Dus misschien gaat tijd helemaal niet! Maar herinneren we ons per definitie die minder permanente staat als voorafgaand aan de meer permanente staat. Mischien is de toename van entropie helemaal niet verassend, omdat alleen bij hogere entropie, meer herinneringen blijken te bestaan. In feite leven we altijd in een hiernumaals, herinneren ons tijden van lagere entropie – altijd in volgorde van toenemende entropie - en hebben nog geen benul van tijden met hogere entropie, ongeacht of die “tijden” in “werkelijkheid” wel een volgorde kennen.
Wie denkt dat ik de zaken teveel subjectiveer. Vergeet dat hetzelfde geldt voor een digitale camera. Ook deze nummert zijn opnames alijd in volgorde van toenemende entropie. Ook de inhoud van de camera blijft hetzelfde als we de tijdrichting omdraaien. Hetzelfde geldt voor fosielen in oude gesteentes, voor jaaringen in bomen. Het heeft dus niet zozeer met ons bewustzijn te maken als wel met de meer permanente staat die met de hogere entropie samenvalt. EN misschien bestaat die permanentie (die toenrmende entropie) helemaal niet voor een individuele quantumgebeurtenis, maar wel voor miljoenen van zulke gebeurtenissen, Net zoals een steekproef van één ons in grote onzekerheid laat. Maar een van duizenden ons meer dan 99% zekerheid geeft.
Het is zelfs mogelijk dat ons heelal qua plaats of qua tijd is verdeeld in een deel waarin de entropie toeneemt, en een deel waarin ze afneemt, maar ook dan lijkt het voor de individuele waarnemer altijd dat zij toeneemt, en leven personen die in het andere deel leven dan wij, in de tegengestelde volgorde van die welke wij ons herinneren.
Het is slechts als je heel veel deeltjes tegelijkertijd bekijkt, dat de wereld voorspelbaar wordt, en dus gedetermineerd lijkt. Einstein en Bohr verschilden van mening of dit werkelijk zo was, of dat (volgens Einstein) de werkelijkheid geheel gedetermineeerd was, maar slechts voor ons niet geheel te achterhalen, of dat de wekelijkheid zelf slechts een waarschijnlijkheid betrof. Ik vraag me af of dat er iets toe doet. Immers, wat we niet kúnnen weten, zúllen we ook nooit weten.
Determineerbaarheid is in feite wat ik vroeger op school “de wet van de grote getallen” hoorde noemen. Namelijk dat als er maar genoeg dingen bij betrokken zijn, ze een vrij betrouwbaar gemiddelde opleverden. Ik heb altijd al gedacht dat de 2e wet van de thermodynamica zo’n wet van de grote getallen was, en ik zag gisteren een voordracht van Leonard Susskind, waarin die zulks in feite beweerde. De vraag die hij trachte aan te snijden was waarom de tijd maar één richting lijkt te hebben. En ik ging naar bed met de gedachte: “wat als dat niet zo is?”. Wat als er helemaal geen tijd bestaat maar alleen gebeurtenissen in de ruimtetijd? Elke gebeurtenis kon dan in de tijd twee kanten en en ook qua entropie twee kanten op. Heden/verleden en meer/minder. Voor individuele gebeurtenissen valt er geen peil op te trekken (50% onzekerheid), maar voor heel veel gebeurtenissen is misschien een zeer grote zekerheid mogelijk.
Even de entropie laten voor wat ze is. Wat als de tijdrichting omkeert? Laten we dit voor één enkel persoon bestuderen. Ik ben vergeten welke vrijdenker het ook weer was wiens favoriete tijdstip het “hiernumaals” was. Maar laten we eens drie hiernumaalsen bekijken. 1. Dat van vóór een ervaring. 2. Dat van de ervaring, 3. Dat van na die ervaring. Als we de tijdrichting omdraaien en verder niets, dan krijgen we 3. Waarin we ons een ervaring (2) herinneren en ook een tijd (1) van vóór die ervaring, waarin we die herinnering nog niet hadden, daarna 2. Waarin we ervaring opdoen. En daarna 1. waarin we nog niets wisten omtrent die ervaring. Het is moment 3 dat duidelijk maakt dat er voor ons niets veranderd is. Wij herinneren ons nog altijd 1 en 2 Ofschoon die – aangezien de tijdrichting is omgedraaid nog moeten plaatsvinden. Ergo: Het is onze herinnering die bepaalt in welke volgorde we denken te leven, en die afdwingt in welke richting de tijd in onze ogen gaat. Dus misschien gaat tijd helemaal niet! Maar herinneren we ons per definitie die minder permanente staat als voorafgaand aan de meer permanente staat. Mischien is de toename van entropie helemaal niet verassend, omdat alleen bij hogere entropie, meer herinneringen blijken te bestaan. In feite leven we altijd in een hiernumaals, herinneren ons tijden van lagere entropie – altijd in volgorde van toenemende entropie - en hebben nog geen benul van tijden met hogere entropie, ongeacht of die “tijden” in “werkelijkheid” wel een volgorde kennen.
Wie denkt dat ik de zaken teveel subjectiveer. Vergeet dat hetzelfde geldt voor een digitale camera. Ook deze nummert zijn opnames alijd in volgorde van toenemende entropie. Ook de inhoud van de camera blijft hetzelfde als we de tijdrichting omdraaien. Hetzelfde geldt voor fosielen in oude gesteentes, voor jaaringen in bomen. Het heeft dus niet zozeer met ons bewustzijn te maken als wel met de meer permanente staat die met de hogere entropie samenvalt. EN misschien bestaat die permanentie (die toenrmende entropie) helemaal niet voor een individuele quantumgebeurtenis, maar wel voor miljoenen van zulke gebeurtenissen, Net zoals een steekproef van één ons in grote onzekerheid laat. Maar een van duizenden ons meer dan 99% zekerheid geeft.
Het is zelfs mogelijk dat ons heelal qua plaats of qua tijd is verdeeld in een deel waarin de entropie toeneemt, en een deel waarin ze afneemt, maar ook dan lijkt het voor de individuele waarnemer altijd dat zij toeneemt, en leven personen die in het andere deel leven dan wij, in de tegengestelde volgorde van die welke wij ons herinneren.