Interview en Getuigenis van ex moslima Naema Tahir

Getuigenissen van kerkverlaters, ex-moslims en voormalige sektariërs.
Het is niet de bedoeling om discussies op te zetten over het afvallig worden van de topic starter.

Moderator: Moderators

Plaats reactie
Gebruikersavatar
Sebastiaan
Bevlogen
Berichten: 1591
Lid geworden op: 27 nov 2005 14:07

Interview en Getuigenis van ex moslima Naema Tahir

Bericht door Sebastiaan »

hoewel het geen echte getuigenisverslag is, vond ik het wel interesant genoeg om het interview van Naema Tahir hier te posten:

AfbeeldingAfbeelding
bron: http://www.liberales.be/cgi-bin/show.pl ... view&print
'De koran is niet heilig" : interview met Naema Tahir

In Nederland nemen steeds meer moslimvrouwen de pen ter hand om zich te verzetten tegen gewoontes en tradities die vrouwen als minderwaardig beschouwen en daarbij steunen op een letterlijke interpretatie van de islamitische religieuze voorschriften. In navolging van de Somalische Ayaan Hirsi Ali, de Marokkaanse Naima El Bezaz en de Egyptische Nahed Selim schreef de Pakistaanse Naema Tahir (foto) hierover een opmerkelijk boek onder de titel "Een moslima ontsluiert". Hierin beschrijft de auteur haar jeugd in Pakistan, de migratie van haar vader en later de rest van het gezin naar Engeland, de uitwijking naar Nederland, de terugkeer naar Pakistan en tenslotte de definitieve vestiging in Nederland. Ze schreef de voorbije jaren enkele scherpe opiniestukken in NRC-Handelsblad waarmee ze al snel de stempel van ‘kritische moslima’ kreeg opgespeld. Naema Tahir is juriste en mensenrechtenactiviste en woont en werkt momenteel in Straatsburg. Dirk Verhofstadt had een interview met haar in Den Haag bij de voorstelling van haar boek.

Je ouders zijn van Pakistaanse afkomst. Waarom zijn ze naar Europa getrokken?
Naema Tahir: Mijn vader vertelde altijd dat hij gewoon een radio wou gaan kopen. In feite wou hij gewoon reizen, wat geld verdienen en dan terugkeren naar Pakistan. Hij voelde zich alvast sterk aangetrokken door het buitenland. In de jaren zestig nodigde Engeland mensen van de vroegere kolonies uit, maar die moesten wel goed opgeleid zijn en de taal kennen. Heel wat mensen uit Faisalabad, de stad waar mijn vader toen leefde, zijn dan naar Engeland vetrokken. Mijn vader was niet arm maar het avontuur trok hem wel aan. In 1961 vertrok hij dan. Enkele jaren later trouwde hij in Pakistan met mijn latere moeder. Zij verhuisde naar Engeland in 1968 en twee jaar later ben ik daar geboren.

Hoe ben je dan terechtgekomen in Nederland?
Naema Tahir: Mijn vader werkte als postbezorger voor British Post, een geschoolde functie die niet iedere opgeleide migrant kreeg en dat hij graag deed. Maar hij kreeg wel af te rekenen met Paki-bashing, een vorm van racisme tegenover Pakistanen. Er gebeurden allerlei incidenten. Hij werd op zijn werk geridiculiseerd, ze smeten zijn postzak weg en op een dag sloegen ze hem in elkaar omwille van zijn uiterlijk. Vader was een trotse en mooie man, zo een Sean Connery type. Hij kon dat racisme niet langer verdragen en besefte dat men hem nooit op dezelfde manier als een Brit zou behandelen. Vader wilde weg uit Engeland en reisde vaak naar Denemarken, Nederland, België en Duitsland. Eind jaren zeventig vond hij werk in Nederland terwijl wij in Slough bleven. Eén keer in de paar weken kwam hij toen bij ons op bezoek. Ik herinner me nog hoe lekker hij de melk in Nederland vond en thuiskwam met een pak komkommers want die waren daar veel goedkoper. Hij vond de Nederlanders veel aardiger want ze zeiden ‘dag’ tegen hem en hij maakte er ook snel contact met de buren. In 1980 zijn we dan overgekomen naar Etten-Leur bij Roosendaal.

Op een bepaald ogenblik besloot je vader om je moeder en de kinderen terug te sturen naar Pakistan. Waarom stuurde hij jullie terug?
Naema Tahir: Eigenlijk hadden we het wel goed in Nederland. Er bestond weinig racisme en in de winkel kregen we als kinderen zelfs een snoepje aan de toonbank, dat hadden we in Engeland nooit meegemaakt. Maar vader besefte dat men hem altijd als een allochtoon zou beschouwen en wou uiteindelijk toch terugkeren naar zijn vaderland. Het deed hem ook pijn dat Pakistan geen deel meer uitmaakte van ons dagelijks leven en zag hoe wij langzaam maar zeker Nederlanders werden. In 1984 stuurde hij ons terug, maar zelf bleef hij in Nederland om de kost te verdienen voor ons.

Hoe was je eerste ervaring met Pakistan?
Naema Tahir: Voor mij was dat als een droom. Ik was er nog nooit geweest en vader vertelde er altijd aantrekkelijke verhaaltjes over, alsof het de beste plaats op de wereld was. Wat mij onmiddellijk opviel was dat alle meisjes er op mij geleken, dat had ik nog nooit meegemaakt, een echte verademing zeg maar. Maar wat tegenviel was de school. We werden er niet toegelaten omdat we de taal niet spraken en moesten er beginnen in de eerste klas wat we niet wilden. We volgden drie maanden privé-les en daarna kreeg mijn moeder ons toch op een school, maar wel in een lagere klas. Dank zijn de privé-lessen hebben mijn zus en ik ons dan snel enkele klassen omhoog gewerkt. Uiteindelijk voelde ik me er wel thuis. Ik had er veel vriendinnen, maar wel alleen uit families waarmee we contact mochten hebben. Maar Pakistan is een islamitisch land waar mannen en vrouwen gescheiden leven. Als we ergens op bezoek gingen dan waren er steeds twee huiskamers, één voor de mannen en één voor de vrouwen. Op straat droeg ik een soort chador want ik mocht vooral mijn haar niet laten zien. Je haar knippen was verboden volgens de islamitische regels, dus braken we het gewoon. We werden in de gaten gehouden door onze ooms die ons soms een mep gaven als we volgens hen niet gehoorzaam waren.

Je schrijft in je boek ‘Migratie is wreed. Het maakt dat je voor altijd nergens bij hoort’. Kan je dit toelichten?
Naema Tahir: Ik denk dat alle mensen die migreren een gevoel van verlies kennen. Migratie maakt dat je in kwetsbare positie zit, je kent de taal niet en je hebt niet meteen een huis om in te wonen. Die cultuurschok, het verlies van je moederland is gewoon wreed. Ik had periodes waarin ik mijn ouders heel wat verweet. Maar er zijn natuurlijk ook mooie kanten aan migratie. Het biedt je steeds nieuwe kansen, zeker als je in een economisch sterk land terechtkomt zoals Nederland met een sociaal-economisch heel hoge standaard, goed onderwijs, degelijke gezondheidszorgen, waar men de mensenrechten respecteert en de staat je heel wat bescherming biedt. Dat maakt dat je heel wat kansen krijgt voor je individuele ontplooiing. Je moet het natuurlijk ook zelf willen.

In je boek verwijt je de moslimgemeenschap hier een gebrek aan zelfkritiek. Waaraan is dat volgens jou te wijten?
Naema Tahir: Je hebt God, de imam en je vader, en die spreek je nooit tegen. Je wordt ook niet aangemoedigd om kritisch na te denken of boeken te lezen. Het zit niet in die cultuur om bepaalde zaken in vraag te stellen, je moet het gewoon accepteren. Het is een patriarchale machtsstructuur waarin de vader bescherming biedt. Hij regelt dan je opleiding, je huisvesting en je huwelijk. Daarbovenop komt de koran die je niet mag bekritiseren want die is absoluut heilig. Maar die is natuurlijk niet heilig. De koran is een kaft met papier ertussen die door mensen is gemaakt.

Hoe staat het met de positie van de vrouw in de moslimgemeenschap in Nederland?
Naema Tahir: Als je de cijfers bekijkt, niet goed. De arbeidsparticipatie is heel laag en de opleiding loopt achter. Nochtans zijn dit belangrijke factoren om te participeren en sociaal-economisch onafhankelijk te worden. Toch zie ik verandering. Binnen een tiental jaar komt er een grote golf van geëmancipeerde moslimvrouwen aan. Ik ben wel bevreesd voor al die vrouwen die aan moslimorganisaties gelieerd zijn, want die organisaties zijn niet gematigd en hebben veel macht dank zij de vele subsidies. Vaak gaat het om de meest benepen, minst gematigde en niet hoog opgeleide mannen die zelf weinig succes kenden in hun land van herkomst maar die de macht hebben in die organisaties. Juist daarom hoop ik dat individuele vrouwen opstaan en hun stem gaan verheffen. En dat gebeurt wel, denk ik. Steeds meer moslima’s manifesteren zich in de publieke ruimte door te studeren, te werken en te consumeren. Die geloven in hun persoonlijke ontwikkeling, ontplooiing en toekomst buiten de groep. Maar voor vrouwen die vast zitten aan hun gemeenschap is het natuurlijk moeilijker.

In je column ‘Doorbreek de maagdencultus’ roep je op tot een symbolische zelfontmaagding. Waarom is dit nodig en wat bedoel je juist met die zelfontmaagding?
Naema Tahir: Het gaat mij niet om de vraag wie maagd is of niet. Waar het mij om gaat is dat vrouwen zo vasthouden aan dat maagdenvlies en dan vraag ik me af voor wie? Voor henzelf, voor hun toekomstige echtgenoot of voor de gemeenschap? Eigenlijk worden ze door de gemeenschap afgerekend op wat er tussen hun benen gebeurt. Mijn boodschap is: doe wat je wil, of je nu een partner wil of niet, of je nu maagd wil blijven of niet, want het is jouw lichaam. Desnoods breek je dat vlies zelf als een statement dat het je eigen lichaam is en dat het niemand anders toebehoort. Veel moslima’s willen maagd blijven. Eigenlijk is het een hang om gecontroleerd te worden. Daarom dragen ze ook een hoofddoek. Ze willen als moslim worden gezien.

Je schrijft ook dat er onder moslims een taboe bestaat op seksualiteit. Is het dan zo belangrijk om dat te doorbreken?
Naema Tahir: Er zijn heel wat angsten met betrekking tot seksualiteit maar dat is niet alleen het geval bij moslims. Veel gelovige ouders willen voorkomen dat hun kinderen maar al te nieuwsgierig worden naar hun lichaam en seksualiteit. Moslimdochters behoren als maagd het huwelijk in te gaan. Maar het seksueel gedrag van de zonen blijft doorgaans onbesproken en gedoogd, zolang de meisjes maar niet dezelfde seksuele vrijheden eisen. Ik denk dat seksuele vrijheid, seksuele ontplooiing en seksuele rechten belangrijk zijn in het emancipatieproces van moslimvrouwen en dat we veel kunnen leren van de seksuele vrijheid van de autochtone vrouwen en dat we dat moeten benadrukken.

Ben je zelf nog gelovig?
Naema Tahir: Mijn moslimreligie was een angstreligie. Ik was bang voor God gelijk een puber. Ik was bang dat een jongen mij zou aanraken en dat God mij daarvoor zou straffen. Als ik nadien eens struikelde dacht ik dat het een teken van God was dat ik verkeerd handelde. Die angst had ik heel lang, zelfs tot mijn vierentwintigste. Die angst heb ik daarna kunnen overwinnen door mezelf als een individu en mens te zien en niet als het verlengde van de gemeenschap. Plots was mijn angst voor God weg. Ik geloof nu in de kracht van mijn menszijn, en misschien is die kracht wel wat men God noemt.

Ayaan Hirsi Ali krijgt niet alleen tegenkanting vanuit de moslimwereld maar ook van westerse feministes. Wat denk je daarvan?
Naema Tahir: Ayaan kan je op drie manieren bekijken, als persoon, als politica en als effect. Als persoon is het een prachtige meid. Ze is energiek, je kunt met haar lachen, je kunt met haar een goed intellectueel gesprek voeren. Als politica zoekt ze de provocatie op. Ze is snoeihard, niet één keer maar altijd weer. Ze wil gewoon de wereld redden. Als effect slaagt ze er prima in om mensen aan te zetten om de rechtsstaat te respecteren, maar dat is niet hetzelfde als mensen ertoe aanzetten om die rechtsstaat vrijwillig te erkennen en te omarmen. Haar woorden hebben niet altijd een zalvende werking, en toch heb je haar en vrouwen zoals Ayaan hard nodig. Het is alleen niet voldoende, ik denk dat je daarnaast nuance nodig hebt. Ik heb veel bewondering voor Ayaan, voor de manier waarop ze een duidelijk standpunt inneemt. Ik voel met haar mee, en wens haar het leven dat ze leidt niet toe. Ik sta achter, voor en naast haar. Alleen mijn stijl is anders dan de hare.

Pleiten voor een symbolische zelfontmaagding gaat toch ook al ver?
Naema Tahir: Ja. Vrouwen controle geven over hun eigen leven is bijzonder eng voor mannen die een lang kleed en een baard dragen en hun macht willen behouden door vrouwen te controleren. Mijn pleidooi voor de symbolische zelfontmaagding was bedoeld om vrouwen bewust te maken dat hun lichaam hen toebehoort en dat ze zelf de zelfbeschikking over hun eigen lichaam hebben. Dat veel moslima’s dit een verschrikkelijk pleidooi vonden, was voor mij een bewijs dat deze vrouwen zich nog steeds graag schikken in een door mannen bepaalde rol.

Je weigerde te huwen met de man die je ouders kozen. Waarom deed je dat?
Naema Tahir: Eigenlijk voelde ik me beledigd dat mijn vader mij op mijn zevenentwintigste een man opdrong. Ik woonde onafhankelijk, was goed opgeleid, leefde zelfstandig en dan stelde hij me voor om met iemand te trouwen die hij voor mij had uitgekozen. Mijn vader wou dat mijn toekomstige man een Pakistaan was. Ik vond het erg dat hij probeerde om mij onder druk te zetten. Toen heb ik neen gezegd.

In je boek heb je het over de marktwaarde van ongetrouwde moslims voor mannen en vrouwen uit het land van herkomst. Had je de indruk dat je op die manier behandeld werd?
Naema Tahir: Kijk, die man kende mij niet eens en hij kwam uit een cultuur waarin een gearrangeerd huwelijk normaal werd bevonden. Gewoon in een huwelijk stappen zonder dat je verliefd bent, die liefde zou later dan wel komen. Dat wou ik niet, die man kende mij gewoon niet. Ik was goed opgeleid, had een baan, was niet getrouwd en woonde hier in het Westen. Vooral het feit dat ik in Nederland woonde bleek zo aantrekkelijk te zijn voor hem. Dat is voor heel wat Pakistaanse jongens en meisjes het geval. Het feit dat je in Nederland woont verhoogt je marktwaarde. Ik kreeg huwelijksaanzoeken van hier tot in Tokio. Eigenlijk werd ik beschouwd als een soort toegangsticket tot Nederland.

De hoofddoek zorgt voor heel wat discussie binnen en buiten de moslimwereld. Hoe sta jij daar tegenover?
Naema Tahir: Als kind droeg ik een hoofddoek en ook tussen mijn zestiende en negentiende toen ik nogal strenge religieuze opvattingen had. Dat gaf mij een gevoel van bescherming en ik dacht dat Allah daar blij mee was. Maar toen men mij die hoofddoek later wilde opleggen wou ik hem niet meer dragen. In Nederland is die hoofddoek nu een symbool geworden voor allerlei zaken. Veel meisjes dragen hem zelfs als een verleidingsinstrument. Als een meisje een hoofddoek draagt dan maakt ze onmiddellijk duidelijk dat ze een moslim is en dat ze zo wil worden gezien. In Nederland valt ze daarmee op en eigenlijk willen ze ook opvallen. Met die hoofddoek zeggen ze eigenlijk ‘hé ik wil niet seksueel aantrekkelijk zijn voor een man’. De vrouw weet dat dit een macht is op het gebied van de seksualiteit. Maar moslimvrouwen hebben niet minder hormonen dan andere vrouwen, of ze nu christen, joods, hindoe of gereformeerd zijn. Geloof me, veel meisjes die een hoofddoek dragen hebben stiekem seksuele contacten.

Je beweert dat de hoofddoek de segregatie in de Nederlandse samenleving bevordert. Kan je uitleggen waarom?
Naema Tahir: Niet altijd. Soms kan de hoofddoek de emancipatie bevorderen. Als een vrouw alleen maar buitenshuis kan gaan werken omdat de vader eist dat ze een hoofddoek draagt dan zal ze die ook dragen, want dan kan ze tenminste naar buiten. Anderzijds zijn er heel wat moslima’s die de hoofddoek dragen als een geuzendracht, een symbool van een nieuwe identiteit. Zo kunnen ze zich onderscheiden. Eigenlijk snoepen ze op die manier van twee walletjes. Aan de ene kant houden ze hun vaders, broers en imams tevreden en tegelijk vragen ze respect voor hun identiteit als ze buiten komen. Zo bekennen ze zich wel tot een bepaalde groep en dat zorgt voor een zekere segregatie. Maar let op, het is niet de Nederlandse samenleving die gehoofddoekte vrouwen apart zet, dat doen die meiden zelf.

Ben je getrouwd?
Naema Tahir: Ik ben getrouwd met een Nederlander, en die is geen moslim. Daar word ik op een dag nog voor opgehangen (lacht).

AfbeeldingAfbeelding
Laatst gewijzigd door Sebastiaan op 20 jul 2007 09:39, 9 keer totaal gewijzigd.
De wereld is zoveel logischer en makkelijker te begrijpen zonder god dan met, dus waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?
els
Forum fan
Berichten: 370
Lid geworden op: 18 feb 2005 21:22
Contacteer:

Bericht door els »

Hee Sebastiaan, volgens mij ben je de link vergeten. :wink:
http://www.liberales.be/cgi-bin/show.pl ... view&print
Gebruikersavatar
Sebastiaan
Bevlogen
Berichten: 1591
Lid geworden op: 27 nov 2005 14:07

Naema Tahir: "Ooit wilde ik als martelaar sterven"

Bericht door Sebastiaan »

Ok, dit lijkt al meer op een getuigenis :wink:
Afbeelding
bron: http://intercultureel.nl/artikel/355/na ... ar-sterven
Naema Tahir: "Ooit wilde ik als martelaar sterven"

“Het is, in je hoofd, niet eens zo’n grote stap, martelaar worden voor de islam. Toen schrijfster Naema Tahir als ontheemde puber klem zat tussen Pakistan, Engeland en Nederland, lokte het gastvrije hemelse paradijs heel wat meer dan het verwarrende leven als immigrant.” Ook ik had een martelaar voor Allah kunnen worden. Zo moeilijk ik het vind om mijn verhaal te delen, zo belangrijk is het om het toch te doen. Mensen vragen zich verbijsterd af hoe moslimmigranten tot zulke excessieve zelfmoordacties in staat zijn. En, meestal onuitgesproken maar nog beangstigender, of er dan niet in elke moslimmigrant een terrorist schuilt. Hoe ver reikt het gevoel van verbondenheid met de jongeren die zichzelf opblazen als ultieme daad van verzet tegen het ongelovige Westen?

Telkens als de wind van terrorisme door Londen waait en Brits-Pakistaanse jongeren hun antiwesterse sentimenten uiten, word ik door menig journalist opgevoerd als ‘expert’ op dit gebied. Ik hoor me kennelijk verbonden te voelen met jongeren die geweld gebruiken in naam van een islamitische traditie, daar ik hun religieuze, etnische en migrantenachtergrond deel. En ja, die verbondenheid is er wel degelijk. Niet met de totalitaire suïcidale acties van die jongeren; maar ook ik heb als jonge vrouw wel het overtuigde verlangen gekoesterd om als martelaar te kunnen sterven.

De voedingsbodem van die verbondenheid is de pijn van ontheemding en uitsluiting, zo beklemmend dat het obsessieve verlangen ontstaat om de al dan niet verbeelde gemarginaliseerde positie in het Westen op te geven. Sommige jongeren, vervreemd van zichzelf en van de wereld rondom hen, dichten zichzelf de kwaliteiten toe van verheven wereldredders en kijken reikhalzend uit naar de beloning in het hemelse paradijs die hen wordt voorgespiegeld. Ooit wilde ik ook naar het paradijs.

Ik ben in 1970 geboren in Londen, als Brits-Pakistaanse moslim, dochter van enigszins verlichte en goed opgeleide ouders die in de jaren zestig vanuit Pakistan naar Groot-Brittannië migreerden, in de naïeve hoop dat ze daar het aardse paradijs zouden vinden. Ze realiseerden zich niet hoe deze grote opwindende stap, snel genomen, hen blijvend zou plagen met een gevoel van verlies, het verlies van het thuisland.

Mijn ouders werkten beiden aan de lopende band. Ze wilden de nieuwste radio kopen, wat geld sparen, daarna zouden ze terugkeren. Wat mijn moeder na enkele jaren ook deed. Samen met mijn zus en mij, ik was een baby nog, verhuisde ze terug naar Pakistan. Om een paar jaar later terug te keren naar Engeland en zich bij mijn vader te voegen, een zuiver economische beslissing uiteraard. Dit keer besloten ze om zich echt te vestigen in Engeland. Mijn vader werkte als postbeambte voor de Royal Mail, mijn moeder werd huisvrouw. Ze leerden autorijden, kochten een huis en kregen zes kinderen.Welwillend poogden ze te integreren, maar echt aarden wilden ze niet.

Ze voelden zich niet erkend als volwaardige burgers. Ze voelden zich behandeld als gelukzoekers uit een voormalig Britse kolonie, geminacht omdat ze veel kinderen hadden, gekrenkt omdat hun punjabi-accent werd geridiculiseerd, ook al was dat maar ‘om te lachen’. Toen mijn vader in functie slachtoffer werd van gewelddadig racisme – een bloederige knokpartij op straat – was dat het ideale excuus om het ‘r a c i s t i s ch e ’ Engeland van Margaret Thatcher te verlaten, een land waar de dreigkreet ‘Paki go home’ gewoon her en der op de muren gekalkt stond. Het gezin migreerde naar Nederland. Zomaar. Nederland zag er wel aardig uit. Schoon, met de langste komkommers en de rijkste boter.

In Nederland zeiden de buren dag tegen je op straat. In Nederland zouden ze zich thuis voelen. Ik was tien toen ik naar Nederland verhuisde. Ik had een taalachterstand, net als al mijn broers en zussen, net als mijn ouders. Maar dat probleem konden we oplossen. Dat we ons ook hier out of place voelden, was veel verontrustender. In Nederland bleken we plots ‘allochtonen’ te zijn. Mijn ouders integreerden wel, maar bleven dromen van een definitieve terugkeer, naar het échte paradijs op aarde, het heilige land, zoals Pakistan ooit letterlijk heette. Alleen daar zouden we gelukkig kunnen zijn.

We keerden ook terug, naar het streng islamitische Pakistan van de militaire dictator Zia ul Haq. Om enkele jaren later andermaal met zijn allen terug te gaan Nederland.Alweer om economische redenen natuurlijk. Een dure grap, remigratie.Ik was vijftien toen ik terugkeerde naar Nederland. Het was mijn vijfde migratie.Voor de zoveelste keer begon ik opnieuw. Ik zat op een geheel witte middelbare school in Etten-Leur, de enige moslim in de hele bovenbouw. Mijn taal- en leerachterstand bleek nog pijnlijker nu ik ruim een jaar ouder was dan al mijn klasgenoten.

Na twee jaar gesegregeerd onderwijs in het islamitische Pakistan beschikte ik ook niet meer over de nodige omgangsvormen om in een gemengde klas mezelf te zijn. Ik was verlegen en bang voor jongens, wat in moslimkringen een deugd heet te zijn. Ik wilde een hoofddoek dragen om mijn mensenschuwheid vorm te geven maar gelukkig was dat toen nog geen modetrend. Ik leerde met gemak noch betrokkenheid. De Nederlandse taal had geen betrekking op mij als Brits-Pakistaanse.

De Europese geschiedenis leek alleen mijn inferioriteit te willen bevestigen: ‘een kind onder de evenaar is meestal maar een bedelaar’. Ik vond dat de klas mij niet begreep, terwijl ik alles moest doen om de klas te begrijpen, opdat ik er deel van mocht uitmaken. Wat me natuurlijk maar niet lukte.

Thuis werden de teugels immers nog strakker aangespannen. Ik ben opgevoed als een streng islamitisch meisje. Ik mocht niet doen wat andere pubers deden, uitgaan, bijbaantje, op bezoek bij klasgenoten thuis. Ik raakte geïsoleerd, eenzaam. Ik viel uit de boot. Ik werd een verwarde puber. De verwarring sloeg algauw om in verscheuring. Met gemengde en tegenstrijdige gevoelens over de zoektocht naar het paradijs op aarde. Ik was boos op mijn ontheemde ouders die mij wortelloos maakten, die geen autoriteit toonden jegens hun verwarring, geen controle hadden over hun levens. Ik kreeg de twijfels die iedere puber kent maar kon ze niet delen met de rest van de klas, die ‘anders’was. Wie ben ik eigenlijk, vroeg ik me af. Brits? Nederlands? Pakistaans?

Moslim, en zo ja: hoe? Lichtjes verlicht zoals mijn ouders of als een ‘ware’ orthodoxe gelovige? Olivier Roy (schrijver, onderzoeker en islamkenner) schrijft dat ontheemding kan resulteren in een profilering van strikt religieuze kenmerken. Ik ken die ontwikkeling. Het gevoel van ontheemding was bijmij zo sterk dat ik die leemte alleen kon vullen met iets groters, iets overrompelends, iets universeels, iets wat ervoor zorgde dat ik geen pijnlijke introspectie hoefde te verrichten, iets waaraan ik mij kon overgeven, iets wat alle twijfel uitbande, iets wat mij ongekende rust en trots gaf.

In die projectie, zoals vele moslimjongeren die vooropstellen, geloofde ik dat alleen mijn ‘moslim zijn’ een absoluut karakter kon hebben. Islam kent geen grenzen, geen nationaliteiten, geen ras. Iedereen is gelijk in de ogen van Allah, althans, min of meer. Allah accepteert je zoals je bent, mits je je maar volledig aan Allah overgeeft. Toen ik dat deed, wist ik mijn verwarring volledig te bezweren. Ik hoefde niet meer na te denken. In de islam vond ik een gemakzuchtige rust, een makkelijk houvast, simpele erkenning en blinde acceptatie. Bovenal voelde ik me uitverkoren, belangrijker dan de rest, een gewaarwording die ik voorheen nooit had gekend. Het was een zalig, vervullend, zingevend en uplifting gevoel dat me uit de marge haalde waarin ik dacht te zitten verkommeren. Plots kreeg ik een verheven positie.

Ik hoefde niet langer, zoals mijn ouders, naar het aards paradijs te zoeken.Dat bestond gewoon niet. Het ware paradijs, het echte leven, situeerde zich in het hiernamaals. Het leven op aarde was tijdelijk en diende alleen maar om een plek in de hemel te veroveren. Dat werd het uiteindelijke doel. Als migrant geboren en getogen in het Westen voelde ik me hier toch verbannen en koesterde ik het naïeve verlangen om terug te keren naar een plek waar ik met open armen ontvangen zou worden. En dat was niet langer het land van herkomst van mijn ouders, ook niet meer mijn migratieland, maar het hemelse paradijs. Daar was ik thuis. Nergens anders zou ik ooit thuis zijn.

Mijn gehele puberteit was ik zeloot religieus, populair gezegd een ‘fundi’, al was die term mij toen onbekend. Als orthodoxe moslim nodigde ik de geest van de Profeet Mohammed uit om in mij te huizen. Ik at hem, ademde hem, probeerde zijn leven na te doen. Ik wilde leven en sterven voor de islam. En dat kon. Mijn wens zou in vervulling gaan in het Pakistaanse leger.

Ik dacht toen met opperste bewondering over mijn held van die tijd, Rashid Minhas Shahied, de bekendste moderne martelaar uit de oorlog van het islamitische Pakistan tegen het niet-islamitische India in 1971. Hij gaf zijn leven om Pakistan, en dus islam, te redden uit de klauwen van ongelovigen. Dat wilde ik ook, als martelaar sterven. Het was in die dagen mijn grootste wens om mijn leven te geven voor islam. Om door de poort van het paradijs te gaan en herinnerd te worden als Naema Tahir Shahied, de Martelaar.
Die wens is niet in vervulling gegaan. Praktisch niet realiseerbaar. Ik zat klem.

Ik kon mijn wensen niet vervullen, mijn dromen niet waarmaken. Gelukkig was ik nieuwsgierig, werd ik omringd door scholieren die gingen studeren, en gelukkig behaalde ik mijn diploma. Ik besloot rechten te studeren. Ik had behoefte aan regels die orde schepten in mijn hoofd, zoals ook islamitische regels orde scheppen. Ik stelde mezelf een nieuw doel: als ‘moslimadvocaat’ zou ik goede werken verrichten in een islamitisch land, Pakistan uiteraard.

Op mijn twintigste verliet ik het ouderlijk huis en ging in Leiden studeren. Ik woonde er in een meidenhuis. Het was een harde confrontatie. Zonder streng religieus te leven, konden deze meiden toch gelukkig zijn, en bovenal succesvol. Ze hadden controle over hun eigen bestaan. Zij hadden geen opperwezen nodig om dingen te bereiken. Daar stond ik dan, met mijn koraantje in de hand, lonkend naar de hemelse wolken, alle plezieren van het leven schuwend, een gereserveerde, afstandelijke, verlegen vrouw, die zich nergens op haar plaats voelde, die naar een kracht buiten zichzelf zocht als excuus om verder te komen. En die zich realiseerde dat ze maar niet verder kwam in het leven. Ik besefte dat ik altijd gemarginaliseerd zou worden als ik me inkapselde in de beperkingen van een religie. Die pijn van inferioriteit hoefde ik niet meer. Ik wilde niet achterblijven terwijl iedereen mij voorbijstak.

Ik bevrijdde me van de mythe van het hiernamaals. Het hemelse paradijs werd voor mij een farce, een excuus om je bestaan niet in te richten, om geen introspectie te voeren, om de pijnlijke vragen die in je woelen niet te confronteren. Het is makkelijk om je te verliezen in een mythische, magische religie. Veel moeilijker bleek het om je leven in eigen handen te nemen. Ik wilde die uitdaging aangaan. Ik wilde wat die meiden hadden. Lachend en nieuwsgierig door het leven gaan, de regie over je eigen leven in handen houden, in het nu leven. Heerlijk, helder, hier en nu.

Succes leek alleen mogelijk door Nederland te bestempelen als mijn moederland. Mijn enige moederland. Maar die gedachte moest mij net zo overrompelen als een religie dat deed. Ze moest even overheersend zijn. Alleen zo zou ik de twijfels dat ik niet thuishoorde in Nederland kunnen overwinnen. Ik cultiveerde een bijna obsessieve drang om niet te mislukken, om niet te verdwijnen in de periferie als een eeuwig zoekende migrant. Ik ontwikkelde strategieën om geaccepteerd te worden, om succes te boeken, om erkend te worden als een van ‘ons’ en niet als een van ‘hen’: migranten, ‘zwarten ’, ‘Paki ’s’, ‘achterlijke allochtonen’.

Ik studeerde hard, mat mezelf een elitair accent aan, werkte in het blankste van alle beroepen en deed afstand van alles wat naar traditie rook. Ik wilde mezelf en de westerling behagen met de eretitel van geslaagde migrant, iemand die zich perfect geassimileerd heeft en door de blanke geaccepteerd wordt als volwaardig gelijke, als Nederlander. In dat proces, hoe raar dat ook klinkt, stierf ik inwendig, werd ik, om de cirkel rond te maken, martelaar. Ik ontdeed me van die culturele eigenschappen die me belemmerden om volledig Nederlander te zijn. Ik brak los uit verstikkende tradities, raakte vervreemd van mijn geboortegemeenschap van Pakistaanse moslims, ontvoogd vanmijn vader en moeder, die mijn proces van Verlichting niet begrepen of accepteerden.

En wat gebeurde er toen? Ik ervoer dat gelijkheid tussen allochtonen en autochtonen, zoals gelijkheid tussen man een vrouw, een waanidee is. Omdat je net niet hetzelfde gereedschap hebt als de dominante groep. Je kán nooit volledig Nederlander worden. Het aardse paradijs bestaat niet. De perfect gelijkwaardige maatschappij is even imaginair als het hemelse paradijs met de 72 maagden waar zelote islamjongeren tot stervens toe naar verlangen.

Veel allochtonen denken dat ze enkel de westerling moeten behagen. Sommigen gebruiken dit als smoes om niet te hoeven presteren, of raken gefrustreerd om wat ze menen dat van hen wordt verwacht. Maar zijn we hier niet juist om relaties aan te knopen met die westerling, met iedereen?En moet je daarvoor jezelf niet eerst leren kennen, bewust worden, naar jezelf durven kijken? Langzaam leerde ik dat er een derde laag bestaat, los van het heilige en het profane paradijs: zelfbewustzijn. Alleen daar kan je jezelf vinden. Wat in een bepaald opzicht veel lastiger is dan je te verliezen in een religie of in het idee-fixe dat je hier bent om het de westerling naar de zin te maken. Je zelfbewustzijn kent geen zekerheden, geen vastigheden. Niet iedereen kan de stap aan om dat complexe zelfbewustzijn te exploreren. Daarin schuilt de persoonlijke tragedie van de moslimterrorist. En ik ken die tragedie uit mijn eigen ervaring. Daarom voel ik mij verbonden met de pijn van jongeren die als martelaar willen sterven. Ook ik, martelaar.

Naema Tahir, 10 september 2006

Auteur van de roman Een moslima ontsluiert. Jurist, eerder werkzaam op verschillende Nederlandse ministeries, bij het Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg en in Nigeria voor de VN-Vluchtelingenorganisatie.

NRC Handelsblad – 26 augustus 2006
De wereld is zoveel logischer en makkelijker te begrijpen zonder god dan met, dus waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?
Gebruikersavatar
sjun
Ervaren pen
Berichten: 937
Lid geworden op: 27 jul 2006 22:14
Locatie: Amsterdam
Contacteer:

Bericht door sjun »

Een andereleeswaardige roman van haar. Deze werpt een aardig licht op de veelgehoorde recitering: "In islam is geen dwang". :)
els
Forum fan
Berichten: 370
Lid geworden op: 18 feb 2005 21:22
Contacteer:

Bericht door els »

Dat is Taslima Nasrin. Nochtans een goede aanbeveling. Dwz, ik heb niets van haar gelezen, maar ze is wel een mijn heldinnen, omdat zij ondanks de doodsbedreigingen etc. niet de mond laat snoeren.
fbs33
Bevlogen
Berichten: 3364
Lid geworden op: 28 feb 2006 19:11

Taslima Nasrin

Bericht door fbs33 »

Met grote aandacht en ontroering over haar aanvankelijke machtloosheid, haar verhaal gelezen over de verscheurde brokjes 'Taslima' die zich langzaam samenvoegden tot een zelfbewust mens.
En tot het besef kwam, eigenlijk geen andere identiteit meer nodig te hebben, dan haar eigen identiteit als die vrije zelfbewuste mens.
Moedig om voor zo'n conclusie het paradijs, alsmede haar culturele banden te verruilen!
En blij met haar dat ze het als een verrijking ervaart! \:D/
Gebruikersavatar
Sebastiaan
Bevlogen
Berichten: 1591
Lid geworden op: 27 nov 2005 14:07

Bericht door Sebastiaan »

els schreef:Dat is Taslima Nasrin. Nochtans een goede aanbeveling. Dwz, ik heb niets van haar gelezen, maar ze is wel een mijn heldinnen, omdat zij ondanks de doodsbedreigingen etc. niet de mond laat snoeren.
@Els

Ik begint me op te vallen dat het vooral vrouwen zijn die publiekelijk (met foto) afstand doem van hun moslim zijn of serieuze kritiek op hebben op de islam. Ik denk dat komt omdat vooral vrouwen in de islam veel te winnen hebben voor het herwinnen van hun vrijheid. Heb ik gelijk of is mijn beeldvorming vertekend?

Afbeelding
De wereld is zoveel logischer en makkelijker te begrijpen zonder god dan met, dus waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?
Gebruikersavatar
Kitty
Ontoombaar
Berichten: 11282
Lid geworden op: 23 aug 2006 17:31

Bericht door Kitty »

Het werpt een helder licht op het feit hoe lastig het is om je verbondenheid met je religie en cultuur op te geven. Het is zo makkelijk om te zeggen: belachelijk dat ze zich nog steeds geen nederlander voelen, als men het heeft over zoveelste generatie allochtonen. Het gaat zoveel dieper dan dat. Het is ook opvallend dat het vooral de intelligentia zijn die uiteindelijk hun achtergronden min of meer los kunnen laten, die de know how hebben om hun religie te doorzien voor wat het is. Hoe kunnen we dit nu verwachten van de gewone moslimjongen of meid in de straat. Dat maakt het probleem zo complex dat je je af gaat vragen of het ooit oplosbaar zal zijn.
Een beetje praten met elkaar, wat dialoog genoemd wordt, leidt mijns inziens nooit tot dit inzicht bij diegenen die vast zitten in hun religie en cultuur en die daarnaast aan de kant van de samenleving staan. Maar wat dan?
Alle gebondenheid kan vrijheid heten, zolang de mens de banden niet voelt knellen. (naar Erasmus)

Il n’y a que les imbéciles qui ne changent jamais d’avis ... (Jacques Brel)

En de mens schiep God en dacht dat dat goed was.
Gebruikersavatar
Sebastiaan
Bevlogen
Berichten: 1591
Lid geworden op: 27 nov 2005 14:07

Bericht door Sebastiaan »

Kitty schreef:Het is ook opvallend dat het vooral de intelligentia zijn die uiteindelijk hun achtergronden min of meer los kunnen laten, die de know how hebben om hun religie te doorzien voor wat het is.
Intelligentie is niet voldoende, je hebt als vrouw (of man) toch wat pit nodig om voor je zelf en je vrijheids idealen te durven opkomen. Daarnaast is van doorslagend feit dat de directe familie ook veel invloed heeft. geen van de feministische vrouwen had een familie die echt fundamentalistisch genoemd kan worden. Allen hadden vaders en moeders die zich meer met wereldse zaken bezig hielden, dan met spirituele zaken. Vrouwen met orthodoxe ouders en broers kunnen het daarom per definitie schudden, zij dit echt klem ook al zouden ze het willen.
Laatst gewijzigd door Sebastiaan op 20 jul 2007 16:31, 1 keer totaal gewijzigd.
De wereld is zoveel logischer en makkelijker te begrijpen zonder god dan met, dus waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?
Gebruikersavatar
Kitty
Ontoombaar
Berichten: 11282
Lid geworden op: 23 aug 2006 17:31

Bericht door Kitty »

In dat proces, hoe raar dat ook klinkt, stierf ik inwendig, werd ik, om de cirkel rond te maken, martelaar. Ik ontdeed me van die culturele eigenschappen die me belemmerden om volledig Nederlander te zijn. Ik brak los uit verstikkende tradities, raakte vervreemd van mijn geboortegemeenschap van Pakistaanse moslims, ontvoogd vanmijn vader en moeder, die mijn proces van Verlichting niet begrepen of accepteerden.


Ik krijg niet de indruk dat haar ouders zo verlicht waren. Maar je hebt gelijk, het getuigt zeker van een flinke dosis lef, maar ik denk ook, dat als je zo ver bent als zij, de omschakeling nauwelijks meer te stoppen is.
Alle gebondenheid kan vrijheid heten, zolang de mens de banden niet voelt knellen. (naar Erasmus)

Il n’y a que les imbéciles qui ne changent jamais d’avis ... (Jacques Brel)

En de mens schiep God en dacht dat dat goed was.
fbs33
Bevlogen
Berichten: 3364
Lid geworden op: 28 feb 2006 19:11

Bericht door fbs33 »

Kitty schreef:Het werpt een helder licht op het feit hoe lastig het is om je verbondenheid met je religie en cultuur op te geven. Het is zo makkelijk om te zeggen: belachelijk dat ze zich nog steeds geen nederlander voelen, als men het heeft over zoveelste generatie allochtonen. Het gaat zoveel dieper dan dat. Het is ook opvallend dat het vooral de intelligentia zijn die uiteindelijk hun achtergronden min of meer los kunnen laten, die de know how hebben om hun religie te doorzien voor wat het is. Hoe kunnen we dit nu verwachten van de gewone moslimjongen of meid in de straat. Dat maakt het probleem zo complex dat je je af gaat vragen of het ooit oplosbaar zal zijn.
Een beetje praten met elkaar, wat dialoog genoemd wordt, leidt mijns inziens nooit tot dit inzicht bij diegenen die vast zitten in hun religie en cultuur en die daarnaast aan de kant van de samenleving staan. Maar wat dan?
Het gaat om revenuen die moeten gaan overtuigen, en die de Westerse maatschappij te bieden heeft als men het doorgeslagen socialisme/christisme een beetje loslaat!
En meer en meer de lijn gaat volgen van, "Wie niet werkt zal ook niet eten" (niet zo letterlijk natuurlijk, maar wel door uitreiking van voedingsbonnen op persoonlijke titel en pas geld te verstrekken wanneer er verdiend wordt.
Dat zal pertinent beter werken dan dialoog vanuit de makkelijke stoel met de uitkering op zak (en de plannen voor 6 weken vacantie in het achterhoofd en wonend op kosten van anderen, .......gezapig de argumenten v.d. andere kant aan te horen).
Daar zitten ook de grootste pijnpunten tussen de etnies die je op die manier wegwerkt op weg naar gelijkwaardigheid en solidariteit.
Niet die verwaterde solidariteit die men heden ten dage hier daarvoor houdt, maar reële solidariteit waarbij de 'plichten'óók nadrukkelijkaan bod komen. (en al vanaf de werkvloer op gewezen wordt ipv van bovenaf)
In zo'n systeem, dat uiteraard IEDERS! kanten op moet werken, géén plaats bieden voor méér dan het echte bestaansminimum voor degenen die maar zo'n beetje vegeteren.
Met als worst, betaalde werkgelegenheid dat qua inkomen oploopt evenredig met opleidingen en de gelegenheid om je een wat luxere behuizing te veroorloven (zónder een werkelijkheidsversluierende subsidie!)
Dat subsidies voor kerkelijke instellingen etc. óók moeten vervallen, en het in het vervolg met bijdragen der leden ervan, moeten doen, is logisch!
Logisch, omdat nagenoeg niemand zal willen bijdragen aan uitdragers van gedachtengoed dat haaks staat op het eigen gedachtengoed.
Ik denk dat zo'n oplossing wezenlijk zal bijdragen aan het wegwerken van verschillen (tenzij naar eigen vrije keuze die verschillen gekoesterd blijven)
Met reparatiewetgeving om de schreinende uitwassen van die richtlijn zo snel mogelijk weg te kunnen werken.
Je haalt daarmee m.i. de diverse angels uit de verschillende culturen waardoor een nieuwe cultuur der gezamelijkheid kan ontstaan.
Het elitairisme der culturen zijn fundamenten ontneemt en daardoor het zich beroepen erop onmogelijk maakt (op straffe v.d. bonnen als enige vorm van elitairisme natuurlijk, haha)
Plaats reactie