Voor de mensen die niet bekend zijn met deze boeken heb ik in een grijs verleden eens de volgende introductie geschreven:
DetectedDestiny schreef:Duin
We bevinden ons in het jaar 23.984 en robots hebben de macht overgenomen…
Niet in dit boek dus. Hoewel Duin en de Duin-serie bekend staan als science fiction boeken is de thematiek geheel anders dan in doorsnee SF boeken. Toen ik Duin voor het eerst las – ik denk dat ik toen ongeveer veertien jaar was – had ik het meegenomen uit de bibliotheek omdat er op de band zo’n serie bolletjes stond die aangaf dat het om een science fiction boek ging, waaraan ik toen aardig verslaafd was. Mijn favoriete schrijver was Isaac Asimov en tot op dat moment vond ik zijn boeken over de drie hoofdwetten van de robotica en over de lotgevallen van de Foundation de beste verhalen die ik ooit gelezen had. Dat veranderde drastisch na het lezen van Duin. Niet alleen is dat tot vandaag het beste science fiction boek gebleven dat ik ooit gelezen heb, het voert ook nog steeds mijn lijst aan van beste boeken in het algemeen. En dat terwijl ik nadien voor mijn literatuurlijst voor school en voor persoonlijk plezier vele literaire werken gelezen heb. De hele serie beslaat zo’n 3000 pagina’s en toch heb ik elk boek al minstens vier keer integraal gelezen.
Duin is een boek over filosofie, over politiek, over intriges, over mythevorming, over macht, over voorzienigheid en over religie. In een meeslepende verteltrant beschrijft Frank Herbert in het eerste boek uit de serie de lotgevallen van Paul Atreides. Paul is de zoon van de hertog Leto Arteides en zijn concubine Jessica en zal later zijn vader opvolgen als hoofd van het geslacht Atreides. In het eerste deel wordt beschreven hoe de Atreides een opdracht van de keizer ontvangen om de leen van de planeet Arrakis over te nemen van hun aartsvijanden, het geslacht Harkonnen. Arrakis, dat ook wel Duin wordt genoemd vanwege de woestijn die het volledige oppervlak van de planeet bedekt, is de enige plaats in het heelal waar de “specie” gevonden wordt. Deze specie is een speciale bewustzijnsverruimende en levensverlengende stof. Hij wordt onder andere gebruikt door navigatoren van het Ruimtegilde, die met behulp van de voorzienige trance die deze stof bij hen oproept hun Hoog-linieschepen veilig door de ruimteplooien kunnen sturen. Ook de Bene Gesserit, een geheim genootschap van vrouwen met een menselijk teeltprogramma dat zich uitstrekt over millenia, gebruikt de specie in hun rite van toetreding. Door het toedienen van een overdosis ruwe specie worden bij aanstaande “Eerwaarde Moeders” hun voorouderlijke herinneringen gewekt, waardoor deze vrouwen de beschikking hebben over de kennis van al hun vrouwelijke voorouders. Jessica, de moeder van Paul is zo’n Eerwaarde Moeder en Paul is een product van het Bene Gesserit teeltprogramma. Het doel van dit teeltprogramma is het kweken van de “Kwizatz Haderach”, letterlijk “de verkorting van de weg”. Deze Kwizatz Haderach moet in staat zijn niet alleen in het verleden te kijken (door de beschikking over de herinneringen van mannelijke en vrouwelijke voorouders), maar ook de toekomst kennen. De problemen die een dergelijke voorzienigheid met zich meebrengt worden in deel één slechts gedeeltelijk behandeld en pas in deel twee van de Duin-reeks gaat Herbert daar dieper op in.
In het heelal dat in Duin wordt geschetst bestaat een precair evenwicht tussen verschillende politieke en economische fracties. De hele mensheid wordt bestuurd door één keizerlijk geslacht, de Corrino’s. Zij ontlenen hun bijna absolute macht aan de beschikking over een leger aan elite-soldaten, de Sardaukar. Naast dit geslacht bestaan er nog andere “Grote Geslachten”, waarvan de Atreides en Harkonnen voorbeelden zijn. Dit zijn geslachten die door hun rijkdom, kennis of militaire macht speciale rechten hebben verkregen. Zij zijn verenigd in de “Landsraad”, een gelijksoortig orgaan als de VN. Doordat ieder Groot Geslacht de beschikking heeft over atoomwapens en de dreiging die daarvan uitgaat zijn zij gezamelijk in staat de veroveringsdrang van de keizer en zijn soldaten in toom te houden. Door de Landsraad is een systeem van gedragsregels opgesteld waar geslachten zich aan dienen te houden bij onderlinge twisten. Dit systeem wordt aangeduid met “kanly”.
Een derde macht in het Duin-universum vormt het Ruimtegilde, met hun monopolie op interstellair ruimteverkeer. Door de gunst van het Ruimtegilde te verspelen zou men zich veroordelen tot isolatie op de thuisplaneet, waardoor men wel oppast hen niet voor het hoofd te stoten. Dan is er ook nog CHOAM, de Combinierte Honnete Ober Advances Mercantilen. Deze organisatie beheerst vrijwel alle interstellaire handel, waaronder de distributie van de zo waardevolle specie. Tenslotte speelt bij vrijwel elk voorval ook de Bene Gesserit een rol achter de schermen, met hun listige machinaties en manipulaties om de geschiedenis naar hun hand te zetten.
Het Duin-heelal wordt voor een groot deel bepaald door een gebeurtenis uit een (dan) ver verleden, de “Butlerse Jihad”. Door deze jihad zijn alle machines die denkwerk van de mens overnamen – computers – vernietigd en is er een ban komen te liggen op zulke apparaten. In plaats van computers bestaan er nu “mentats”, mensen die zodanig geteelt en opgeleid zijn dat zij de antieke computers ver overtreffen in analytisch denken.
De kern van het Duin-heelal wordt gevormd door Arrakis, de enige planeet waarop specie gevonden wordt. Deze planeet is één grote woestijn, met een uitzonderlijke inheemse levensvorm, de “zandworm”. Deze reusachtige beesten van soms wel 300 meter lang maken het verzamelen van specie tot een hachelijke onderneming. Zij worden namelijk aangetrokken door trillingen in het zand en zullen alles dat zich in hun territorium op het zand bevindt zonder pardon opslokken en vernietigen.
Doordat deze planeet zo weinig water bezit is de waarde daarvan op Arrakis onschatbaar. De inheemse bewoners, de “Vrijmans”, hebben speciale kleding (stilpakken) ontwikkeld die al het uitgezwete lichaamsvocht opvangt en geschikt maakt voor hergebruik. Water is voor deze mensen zo belangrijk dat zij slechts bij hoge uitzondering tranen kunnen produceren en huilen wordt door hen als iets heiligs gezien. Dit volk is volledig in de ban van de droom van een keizerlijk ecoloog, Liet Kynes, om Arrakis om te vormen tot een groene planeet met stromend water en vegetatie in de buitenlucht.
Het bestuur over de planeet Arrakis en over de speciemijningsoperaties wordt elke paar honderd jaar doorgegeven aan één van de Grote Geslachten. Aan het begin van het verhaal is dat bestuur in handen van de Harkonnen, een buitengewoon wreed en kwaadaardig geslacht.
In dit heelal worden Paul en zijn familie dus door de keizer opgedragen het bestuur van Arrakis over te nemen van de Harkonnen. Zoals geschetst verleend dit bestuur een geslacht ontzettend veel macht en de Harkonnen willen Arrakis dan ook niet zonder slag of stoot prijsgeven. Baron Harkonnen, hun leider, beraamt een plan om door een list Hertog Leto en zijn zoon Paul uit de weg te ruimen en zo zijn heerschappij over Arrakis veilig te stellen. Daarbij draagt hij er zorg voor dat dit alles volgens de regels van “kanly” verloopt, zodat hij zich niet de woede van de keizer of andere Grote Geslachten op de nek haalt.
Paul weet aan deze aanslag te ontkomen en vlucht met zijn moeder de woestijn in, waar ze worden opgepikt door een stam Vrijmans. Vanwege de godsdienstige mythen die er onder dit volk leven worden Paul en zijn moeder door de Vrijmans gezien als de verlossers die hen van de Harkonnen onderdrukking zullen bevrijden. Door het specierijke dieet waar Paul bij deze Vrijmans van moet leven wordt meer en meer duidelijk dat hij over speciale gaven beschikt. Uiteindelijk zal hij daardoor het gezag over alle Vrijmans verwerven en met hun hulp zijn rechtmatig eigendom opeisen. Hiermee eindigt het eerste boek van een serie van zes, waarin het avonturenverhaal van Paul uit het eerste deel getransformeerd wordt tot een filosofisch en psychologisch essay van buitengewone proporties.
In de citaten waarmee Herbert elk nieuw hoofdstuk begint, maar ook in de gesprekken die hij zijn personages laat voeren komen telkens weer diepe filosofische vragen naar boven over de beleving van de wereld om ons heen.