Was dit zaakje niet destijds al omstreden? Ik maak dat op uit Plutarchus opmerkingen in
Themistocles 27.1. Plutarchus zegt daar dat Thucydides en Charon van Lampsakos schreven dat Xerxes op dat moment al dood was en dat Themistocles zaken deed met Artaxerxes, terwijl Ephorus, Dinon, Klitarchus and Herakleides daarentegen stelden dat Th. nog met de oude Xerxes tot een akkoord kwam.
Mijn educated guess zou zijn dat het Artaxerxes was, aangezien de vijandschap tussen Th. en Xerxes zo diep was dat de eerste wel wist dat hij geen genade, laat staan een warm onthaal, van de laatste kon verwachten. Zijn zoon Artaxerxes maakte in veel opzichten een schone lei. Hij zocht bijvoorbeeld (tevergeefs) een bondgenootschap met Sparta, terwijl Xerxes in zijn laatste levensjaren soortgelijke aanbiedingen van Spartaanse zijde weigerde. Voor Artaxerxes waren de Grieken niet zo'n issue meer, hij had meer problemen met Bactrië, Egypte, enzovoort. Hij zal ontvankelijker zijn geweest dan Xerxes voor een toenadering van de kant van een zo briljante Atheense balling.
Als bijkomend argument moet gelden dat Charon zowel tijdgenoot van Themistocles was als ingezetene van Lampsakos, een van de landstreken waarvan Th. gouverneur was en waar hij dus gedurende vijf tot tien jaar met tussenpozen lijfelijk te bewonderen (en te spreken) moet zijn geweest. Helaas is Charon's tweedelige
Persica verloren gegaan.
Bij Plutarchus is echter weer geen sprake van een brief, enkel van een verzoek om audiëntie dat wordt toegestaan zonder dat Themistocles' precieze identiteit bij de Perzen bekend is. Bij Thucydides is sprake van een brief waarin Th. openlijk vraagt om toelating en om een jaar respijt teneinde... in te burgeren! Jaja, toen al.
P.S. Over de absolute datering van e.e.a. zegt dit natuurlijk niets. Je kunt er alleen (tentatief) een
relatieve datering uit afleiden, d.w.z. een volgorde van feiten. Themistocles' definitieve demarche in Perzie kan heel goed hebben plaatsgevonden in of rond 465. Hij werd vermoedelijk in 469 effectief uit Athene verjaagd en heeft daarna nog rondgezworven alvorens zich in Perzie te melden. Het is zelfs mogelijk dat Th. die brief heeft geschreven toen Xerxes nog leefde en dat hij een jaar later, na Xerxes' dood, door Artaxerxes tot gouverneur werd benoemd.
P.P.S Omdat ik toch een rustig zondagje had, heb ik ook eens naar dat bas-relief gekeken. Het bevond zich oorspronkelijk in de schatkamer van Persepolis en is inmiddels verhuisd naar het museum in Teheran. Het staat niet vast wie er op afgebeeld staan.
Als er al namen op Achaeminidische bas-reliefs voorkwamen, waren ze in de kleren van de persoon gegrift. Dat is hier niet het geval. Het kan dus gaan om Darius en zijn (vierde) zoon Xerxes, maar evengoed om Darius en zijn oudste zoon Artobazanes, die aanvankelijk (vanwege primogenituur) aan aanmerking kwam als kroonprins. Maar het kunnen ook Xerxes en zijn zoon en opvolger Artaxerxes zijn. Het bas-relief wordt tegenwoordig meestal gedateerd rond 480, hetgeen impliceert dat de koninklijke personages Xerxes en Artaxerxes zijn.
Het belangrijkste punt is, denk ik, dat gedeeld koningschap of co-regentschap niet voorkwam bij de Achaemeniden. Geen enkel Achaeminidisch opschrift of tablet maakt hier melding van. Integendeel, ze maken louter gewag van alleenheersers. De kroonprins had weliswaar koninklijke waardigheid en zelfs in zijn vaders afwezigheid koninklijk gezag, maar hij was te allen tijde volledig ondergeschikt aan diens oppergezag. De Encyclopaedia Iranica laat onder het lemma 'Crown Prince' geen enkele ruimte voor misverstand:
The crown prince ranked second only to the reigning monarch. Beside the king he alone was allowed to wear a ruler’s headgear (Plutarch, Artoxerxes 26) and other regalia (Schmidt, III, p. 163). His birthday was celebrated throughout the empire (Plato, Alcibiades 1.21C), and occasionally he was even accorded royal titles and regarded as “joint ruler” (e.g., Cambyses II [529-22 b.c.e.], Xerxes, and Šāpūr I [240-70 c.e.]; Calmeyer; Shahbazi, p. 11). Normally he was appointed to govern a major province, in order to gain experience in statecraft (Mojmal, ed. Bahār, p. 34; Christensen, Iran Sass., pp. 102-03). His jurisdiction was, however, restricted by tradition and law. He was required to show total obedience to his sovereign father and never to revoke his orders, attempt to rival him in diplomacy and politics, or pronounce judgment on legality or legal principles ([Pseudo] Jāḥeẓ, tr. Nawbaḵt, pp. 160-64, where ebn al-malek refers not to any prince but to the heir to the throne; cf. Nehāyat al-arab, p. 227).
Wat Darius en Xerxes aangaat is de belangrijkste schriftelijke bron die we hebben nog altijd Herodotus en deze schrijft dat het regel was dat koningen die een veldtocht ondernamen een opvolger aanwezen om verwarring of erger te voorkomen. Geen overbodige luxe in het steeds weer door bloedige intriges uiteenvallende Perzische hof van die tijd. H. schrijft in 7:3 dat Darius besloot Xerxes (en niet Artabazanes) als opvolger aan te wijzen aangezien hij niet tegen Xerxes' moeder Atossa was opgewassen, en dat de Spartaan Damaratos het gezichtsverlies beperkte door met een prachtige smoes te komen. Dat Darius' maatregel geen jaar te vroeg kwam, kunnen we ook bij Herodotus (7:4) lezen.
[..] want een jaar na dit voorval en na het uitbreken van de Egyptische opstand kwam Darius midden onder de voorbereidingen te overlijden.
Kortom, wat datering of een zogenaamd co-regentschap betreft, bewijst het bas-relief helemaal niets. En Herodotus spreekt het co-regentschap vierkant tegen.