Crossing-over schreef:[
Dus ik vraag je: lees het PDF-bestand en kom dan terug. Ik vind niet dat je anders een behoorlijke mening kunt vormen.
[/url][/quote]
Gelezen: conclusie schrijver dezes is niet goed op de hoogte van moderne evolutietheorie.
Behalve individuele selectie zijn er groepsselectie, sociobiologische aspecten en speltheorieen
Hieronder meen ik de kern uit diens betoog te hebben gevonden.
Al de hier opgesomde elementen betreffen algemene anatomische kenmerken, die in
aanleg bij zoogdieren aanwezig zijn (wat bv. blijkt uit de gestalte van niet-menselijke
embryo’s) maar die daarna bij de meeste soorten worden weggespecialiseerd, en
algemene groeigradiënten, die niet tot willekeurige maar tot welbepaalde
proportieveranderingen leiden (namelijk relatief vergrote ontogenetische laatkomers).
Het betreft algemene elementen die bij zoogdieren reeds waren aangelegd lang voor de
paleontologische verschijning van de mens, maar bij de mens voor het eerst
consequent worden doorgetrokken. Dat leverde een complex met een uniek functioneel
surplus op, dat op geen enkele manier het resultaat kan zijn van darwinistische selectie
om de simpele reden dat voor de verschijning van de mens dit complex nooit fysiek
gerealiseerd was.
Dit lijkt mij een redeneerfout uitgaande van een aantal vooral zelfbedachte vooronderstellingen door onvoldoende inzicht in alle raakvlakken van de materie.
Het sluimerde enkel als een potentie in het algemene
zoogdierenembryo, als een compositie die nog nooit was gehoord maar blijkbaar wel
reeds neergeschreven. Bij het paard is van een vergelijkbaar complex geen sprake. Bij
deze soort is het algemene zoogdierenbouwplan in allerlei opzichten gespecialiseerd,
sommige organen zijn weggelaten, andere overontwikkeld. De paardengestalte komt
niet te voorschijn wanneer we het algemeen zoogdierenbouwplan gewoon zouden
doortrekken. We zouden dan een paard krijgen met aan ieder lidmaat vijf vingers of
tenen, een paard met ellepijpen en kuitbeenderen, met afgeplatte borstkas waarbinnen
de ondersleutelbeenslagaders direct op de aorta zouden zijn ingeplant enz.; kortom, we
zouden een ‘paard’ krijgen dat eigenlijk een mens is.
Iedere vergelijking mankt, maar je zou het compositiefenomeen kunnen vergelijken met
de volgende fictieve situatie. Veronderstel dat in een stad op diverse plaatsen stukjes
tunnel zijn gegraven. Die stukjes tunnel zijn telkens voor de meest uiteenlopende lokale
wijkbehoeften aangelegd, en ze gaan ieder wel een bepaalde richting uit maar lopen
niet ver door. Op een bepaald ogenblik wil men een metro aanleggen. Dan doet men
een merkwaardige ontdekking: door de onafhankelijk van elkaar aangelegde, en in
dienst van alle mogelijke uiteenlopende doelen en functies staande stukjes tunnel
consequent door te trekken, krijgt men een allerfraaist metronet. Er zijn geen stukjes die
men moet omleggen en geen onbruikbare stukjes. Men kan gewoon behouden wat is
aangelegd (neotenie), men moet geen enkele pijp omleggen, doen afbuigen of ten dele
weer dempen (geen specialisatie), maar door het gewoon doortrekken van de reeds
voorhanden zijnde richtingen (hypermorfosis) ontstaat zonder meer een tunnelnet dat
perfect dienstig is voor de nieuwe metrofunctie. Is het dan niet rationeel om te betogen
dat in het aanvankelijke stel van losse stukjes tunnel de metro reeds als een latente
compositie aanwezig was, en dat bij het ontstaan van de kleine tunnels reeds
onvermoed een overkoepelende, doelgerichte of organiserende factor aan het werk
moet geweest zijn? Ik geloof van wel.
Ik zie ineens een aantal gidswoorden voorbijkomen die de agenda van de schrijver glashelder laten worden.
Wat vind je er zelf van?