Fjedka schreef:Ik heb een aantal uitspraken van jagang op een rijtje gezet:
Jagang schreef:Als de neiging tot geweld genetisch was geweest, zou ze ook onveranderlijk zijn geweest, en zouden de dieren niet tot vrede in staat zijn geweest.
Als je een totaalverklaring wil voor het voeren van oorlog, moet deze ook alles verklaren.
Mensen en dieren voeren niet constant oorlog, waarmee geweld duidelijk een optie is, en geen eigenschap.
Maar er is niet zoiets als een duidelijk "gewelds-gen" bij meer ontwikkelde diersoorten.
Vechten tegen windmolens noem ik dat. Hij doet alle moeite om te doen voorkomen dat genetische aanleg betekent dat deze moet terug te voeren zijn op één (of enkele) gen(en). Een gen moet volgens Jagang een totaalverklaring bieden voor constante(!) oorlogsvoering en anders is het púúr cultureel.
Fjedka, als genetische aanleg voor oorlog specifiek aanwezig is, moet deze aanleg terug te vinden zijn in ons genoom.
Zolang er geen consensus over bestaat welke invloed genen hebben op (menselijk) gedrag, heeft het weinig zin om oorlog daar op af te schuiven.
Of om het even welke andere gedragingen.
Je zou toch ook niet op het idee komen om te beweren dat de maanlanding genetisch bepaald is, hoop ik?
Technologische hoogstandjes als gevolg van de fenotypische expressie van genen die we cultuur noemen?
Als oorlog een primair genetische oorzaak had gehad, was het een veel dwangmatiger karaktertrek geweest, inderdaad.
En ja, oorlog is natuurlijk, (want gedrag kan immers niet anders dan natuurlijk zijn), maar nee, het is niet per sé een eigenschap.
En hier bindt hij in.
Dat lees je verkeerd.
Als ik zeg dat al het gedrag natuurlijk is, zeg ik niet dat al het gedrag genetisch gedetermineerd is.
Het sluit gewoon aan bij wat ik hierboven, en eerder al zei.
De notie van de nobele wilde zoals die gangbaar was in het 19de eeuwse romanticisme
is natuurlijk de andere kant van deze valse dichotomie.
De nobele wilde als alternatief voor de genetisch bepaalde killing-machine?
Over valse dichotomieën gesproken...
Ik meen niet dat ik ooit heb gezegd dat de mens ooit bijzonder vredelievend was.
Ik heb ook gezegd dat geweld soms noodzakelijk kan zijn, wanneer de overleving van een organisme in het geding is.
Dat een combinatie van schaarste en overlevingsdrang voldoende kan zijn om de vlam in de pan te doen slaan.
Maar dat impliceert geen "oorlogsgen".
Hooguit een correlatie tussen overlevingsdrang, en geweld in bepaalde situatie's.
De moeilijkheid van de door jou veronderstelde oorlogsgenen, is dat er dan ook "vredesgenen" zouden moeten zijn.
Het kan toch niet zo zijn dat een gedrag waaraan we een minderheid van onze tijd besteden, genetisch bepaald is, terwijl een tegengesteld gedrag dat veel algemener is géén genetische basis zou kennen?
En als we stellen dat beiden een genetische basis hebben, hoe betekenisvol zijn de "oorlogsgenen" dan?
Het ziet er dan namelijk naar uit dat we dan opeens weer een keuze hebben.
Uiteraard ligt de waarheid ergens in het midden, zoals ik al aangaf in een vroegtijdig stadium van deze discussie. De fenotypische expressie van genen die we benoemen als cultuur heeft vervolgens weer zijn weerslag op de genen.
Ik kan op google geen ernstig artikel vinden dat cultuur een fenotypische expressie van genen noemt.
Ik kan wel informatie vinden over de "dual inheritance", theorie, die stelt dat genen en cultuur samen evolueren.
Al lijkt de cultuur vaak harder aan de genen te "trekken" dan andersom.
Niet zo vreemd ook, aangezien cultuur zich anders verspreidt dan genen.
Zo is het te verklaren dat mensen agressiever werden met de uitvinding van de speer. Ja, Jagang, effectiever en zodoende agressiever én oorlogszuchtiger dan onze in bomen levende voorouders. Een meer carnivoor en dus proteïnerijker dieet stelde ons nu eenmaal in staat om een assertievere leefstijl te ontwikkelen.
Ja, natuurlijk word je assertiever wanneer je in een gevaarlijke omgeving een wapen hebt.
Dat lijkt me een open deur.
Maar hoe leidt het vasthouden van een speer tot een verandering in de genen?
Ik kan me nog voorstellen dat beter bewapende stammen zich beter wisten te weren tegen gevaarlijke dieren dan andere stammen, maar voor structurele genetische veranderingen heb je toch selectie op individueel niveau nodig.
Was er ook iets waardoor vrouwen structureel op de grootste gifkikkers vielen?
Voor de duidelijkheid nogmaals: ik heb het hier over de miljoenen jaren durende menselijke ontwikkeling beginnende bij nog in bomen levende voorouderlijke primaten. De agrarische revolutie, en daarmee de cultuur die menig romanticus als gegeven beschouwd, die zo kort als plusminus tienduizend jaar geleden pas zijn aanvang had, heeft nog weinig evolutionaire sporen achtergelaten in onze genen.
En dat zal ook wel niet meer gebeuren, want aan ons brein gaat waarschijnlijk niet heel veel meer veranderen.
Maar het blijft onbevredigend om geen antwoord te krijgen op de vraag waarom het grootste deel van het contact tussen mensen onderling, en ook tussen veel dieren onderling, vreedzaam van aard is.
Hoe zit het dan met een verband tussen vreedzaamheid en genen?