Groet Enigma
Talrijke werken in de schepping
door tjirk van der ziel - Nederlands Dagblad
Kunnen evolutie en christelijk geloof door één deur? Ja, meent dr. Sander van Doorn. De evolutiebioloog promoveerde vorige week vrijdag aan de Rijksuniversiteit Groningen cum laude op een proefschrift over evolutionaire soortvorming via seksuele selectie, en legt in zijn nawoord verantwoording af over zijn persoonlijke relatie met God: ,,Wetenschappelijk inzicht kan de plaats van mijn geloof nooit innemen, om de eenvoudige reden dat wetenschap slechts een beperkt blikveld heeft.''
Het scenario is bekend. Evolutionisten geloven dat de ontwikkeling van het leven op aarde begon met kleine, eenvoudige levensvormen die via een lang proces van vallen en opstaan steeds complexer en intelligenter werden. Uit deze oervormen zijn in de loop van miljoenen jaren alle diersoorten ontstaan. De gangbare opvatting is dat populaties zich over de aarde hebben verspreid. Omdat elke populatie ruimtelijk gescheiden werd in groepen die lange tijd geen contact met elkaar hadden door een geografische barrière (zee, bergketen), zouden ze zich afzonderlijk zodanig ontwikkelen, dat ze onderling niet meer te kruisen waren. Maar zou soortvorming nu ook plaatsvinden zonder dat populaties zich ruimtelijk opsplitsen, dus binnen één leefgebied?
Sander van Doorn (28) onderzocht bij Theoretische Biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen deze vraag en legde zich toe op de wijze waarop mannetjes en vrouwtjes elkaar vinden - seksuele voorkeur ligt immers aan de basis van elke nieuwe soort. Aan de hand van wiskundige modellen concludeerde hij dat nieuwe soorten vrijwel onmogelijk kunnen ontstaan als ze vooraf niet eerst aparte groepen hebben gevormd. De populaire opvatting onder evolutiebiologen dat zoiets wel mogelijk is, komt daarmee minder sterk te staan.
De laatste bladzijde van zijn proefschrift bestemde Sander van Doorn voor Psalm 104: 'Hoe talrijk zijn uw werken, o Here'. Zijn dank gaat uit naar God als Schepper van hemel en aarde. Hij schrijft dat zijn werk als evolutiebioloog hem er niet van weerhoudt tevens christen te zijn. Verbaasde reacties van zowel gemeenteleden als collega's zijn het gevolg. ,,Ik zit vaak in een positie dat ik van beide kanten gewantrouwd word.''
Wetenschap pretendeert de waarheid te zoeken, terwijl de Bijbel zegt de waarheid te spreken. Botst dat ergens?
,,Het is een interessant probleem, maar voor mij is dat niet essentieel. Ik weet gewoon niet hoe het leven zich heeft ontwikkeld. Voor mij staat als paal boven water dat God de wereld heeft geschapen. Hoe? De Bijbel geeft daar volgens mij geen uitleg over op een natuurwetenschappelijke manier. Stel dat ik morgen zou horen dat evolutie een belangrijke rol heeft gespeeld in de manier waarop God de wereld heeft gemaakt, dan zou dat geen enkele reden zijn om geloof te laten vallen.''
En andersom, als zou blijken dat God de wereld in zes dagen heeft geschapen, met alle soorten ineens, enkele duizenden jaren geleden dus zonder geleidelijke ontwikkeling?
,,Dan zou je een flinke opschudding veroorzaken want er zijn veel wetenschappers die dat tegenspreken. We kunnen dan heel wat bij de vuilnis zetten. Maar ik ben niet iemand die daar heel fanatiek over wil doen. Ik ben met wetenschap bezig omdat ik denk dat God een bepaalde orde heeft gemaakt en dat Hij bepaalde regels bewust heeft gewild. Die regels kun je bestuderen. Ik kan niet zoveel met mensen die allerlei wetenschappelijke bewijzen voor een jonge schepping proberen te vinden. Ze zijn zo stellig overtuigd van hun eigen gelijk, dat ze hun objectieve kijk verliezen. Bij wetenschappers ontstaat dan de indruk dat je ze niet serieus hoeft te nemen, en voor christenen is het niet goed omdat ze zich daarvan een beetje afhankelijk maken: zolang het maar 'wetenschappelijk' vaststaat dat de aarde zesduizend jaar oud is, dan kunnen we dat geloven. Wat moet je dan als dat niet zo blijkt te zijn, gesteld dat we dat zouden kunnen bewijzen? Raak je dan van je geloof af? Je brengt christenen op deze manier in een erg kwetsbare positie.''
De Britse evolutiebioloog Conway Morris denkt dat het leven zich op een bepaalde manier heeft moeten ontwikkelen. Hij laat daarmee ruimte open voor een richting, een doel.
,,Ik betwijfel of je dergelijke dingen hard kunt maken. Als ik de natuur nauwkeurig bestudeer, kan ik altijd wel een aanwijzing vinden voor het bestaan van God. Voor mijzelf is dat heel belangrijk, maar in gesprekken met collega's hoef je dat niet te noemen. Ik vind de 'intelligent design'-theorie zelf heel interessant voor mijn eigen kijk op een God als hogere Intelligentie, maar daarvan raken ze echt niet onder de indruk. Er zijn mensen die de meest wonderlijke dingen toch door toeval verklaren. Ik denk daarom dat je niet de illusie moet hebben dat je de meest verstokte atheïsten in verlegenheid kunt brengen, door met een bewijs voor het bestaan van God aan te komen. Er is meer nodig om mensen te overtuigen. Het ligt veel meer in de persoonlijke sfeer, dat je laat zien wat het geloof voor jouw persoonlijk leven betekent.''
Sommige christenwetenschappers hanteren het argument van 'onherleidbare complexiteit': het ontwerp van bijvoorbeeld de menselijke knie valt niet te herleiden tot de knie van een aap, dus soorten ontwikkelen zich niet uit andere soorten.
,,Je leest dat ook over het oog: dat orgaan moet ineens zijn ontstaan, omdat alle tussenvormen nutteloos waren en in een evolutieproces vast en zeker ten onder zijn gegaan. Als je dit aan evolutiebiologen voorlegt dan zullen ze een heleboel manieren bedenken waarop het toch kan zijn gegaan. Bepaalde tussenvormen waren wel degelijk levensvatbaar en dat klinkt ook best overtuigend. Aan de andere kant: wat weten we eigenlijk? Onze wetenschappelijke kennis is nog zo beperkt, dat het altijd aankomt op hoe je de schaarse data interpreteert. Wie dus aanneemt dat organen als de knie of het oog vele miljoenen jaren nodig hadden om zich te ontwikkelen, heeft dus ook een geloof nodig, een geloof in het evolutiemechanisme. Zelf weet ik het niet. Ik zeg veel liever dat het allemaal nog erg onzeker is en dat we te maken hebben met gaten in onze kennis.''
De evolutieleer wordt anders wel vaak voorgesteld als de enige manier waarop het leven zich heeft ontwikkeld.
,,Daar ben ik wel verbaasd over. Als je met wetenschappers doorpraat, blijkt dat ze wel degelijk heel genuanceerd denken. Alleen is hun geloof in de evolutie een heel natuurlijke aanname. Die vooronderstellingen hebben ze vaker gehanteerd en daarmee hebben ze al heel veel dingen kunnen verklaren. Bovendien, als je niet gelooft in een God Die iets met deze aarde van plan is, dan moet je automatisch wel tot de conclusie komen dat het allemaal op toeval berust. Iedereen zoekt natuurlijk antwoorden op dat soort vragen. Ik praat er wel eens met collega's over. Sommige zeggen dat ze alleen in toeval geloven, maar vertellen er dan eerlijk bij dat ze er niet vrolijk van worden als de consequenties daarvan op hun eigen leven betrekken. Ze worden overvallen door een gevoel van zinloosheid. Ik vertel dan wel van mijn geloof, maar het is moeilijk ze te overtuigen. Het valt mij tegen dat er zoveel onverschilligheid is: wat jij persoonlijk gelooft moet jij weten. Je mag dus best over je geloof praten maar iedereen mag het ook net zo gemakkelijk naast zich neerleggen. Er is niets wat voor iedereen waar is. Dat vind ik erg jammer.''