Hij was een allochtoon die de vrijheid van meningsuiting predikte, die het geloof in de rede stelde boven het geloof in een god, onder welke naam ook, die bescheiden en zorgvuldig redenerend de tolerantie verdedigde.
Geen wonder dat deze zeventiende-eeuwse Amsterdamse filosoof in onze dagen populairder wordt.
Hij werd geboren op 24 november 1632 als kind van zéér vooraanstaande Portugeesjoodse ouders en hij integreerde bijzonder goed. Hij werd echter in 1656 uit de joodse gemeenschap verbannen omdat hij niet tot in lengte van dagen de schulden van zijn vader wilde dragen en zich daarbij beriep op het Hollandse recht en niet op het joodse recht. En dat werd gezien als ketterij. ‘Wij bevelen dat niemand contact met hem opneemt of hem enige gust verleent of met hem onder één dak verkeert of zich binnen vier ellen van hem bevindt of enig document door hem geschreven leest’. (Citaat uit de verbanning door het bestuur van de joodse gemeenschap.)
In 1660 verliet hij Amsterdam en ging naar Rijnsburg, een dorpje bij Leiden. Overdag sleep hij lenzen - door vaklieden hoog geprezen - voor microscopen en in de avonduren schreef hij zijn filosofische teksten. Later verhuisde hij naar Voorburg en daarna naar Den Haag, waar hij zijn belangrijkste werk ‘Ethica’ voltooide. Daarin stelt hij dat de wereld van de verschijnselen is terug te voeren tot één, alomvattende substantie, die hij aanduidt als ‘God of Natuur’ (Deus sive Natura). De mens is onderdeel van die Natuur en onderworpen aan de wetten van die Natuur. God is voor Spinoza niet een uitwendige kracht maar een interne noodzaak.
Op 44-jarige leeftijd overleed hij aan tuberculose.
De Britse historicus Jonathan Israel schreef over Spinoza een paar diepgaande studies (2001 en 2006). In een interview vatte hij het belang van diens denken als volgt samen: “Spinoza toonde aan dat de Bijbel een gewoon menselijk boek is, dat er niet zoiets bestaat als een goddelijke openbaring en dat we het moeten doen met de natuur; bovennatuurlijke zaken zijn verzinsels. Hij bepleitte een democratische regeringsvorm, sprak zich met klem uit voor de vrijheid van meningsuiting en legde de grondslagen voor een ethiek die volkomen autonoom is. De bakermat van de radicale verlichting, de wieg van de moderniteit, stond in Nederland. Daar mag Nederland best eens wat trotser op zijn”.
Spinoza zelf schrijft in een van zijn werken: ‘Amsterdam plukt de vruchten van zijn vrijheid en tolerantie en dat op een manier die door alle volken wordt bewonderd. In deze bloeiende en bevoorrechte stadstaat leven immers mensen uit alle volken en met alle mogelijke geloofsovertuigingen eendrachtig samen. Voor het overige bekommert men zich niet om het geloof of de sekte, omdat die in de rechtszaal niet van belang zijn. Geen geloofsovertuiging wordt zó verafschuwd dat de aanhangers ervan niet door de magistraat worden geholpen en beschermd, mits zij niemand schade toebrengen, ieder het zijne geven en fatsoenlijk leven’.
Wie nu in Amsterdam en elders op zoek gaat naar sporen van Spinoza wordt teleurgesteld. Zijn geboortehuis is verdwenen, zo ook het huis in de jodenwijk waar hij is opgegroeid. Daar staat nu de Mozes en Aãronkerk.
Het 'Spinoza Huis' in Rijnsburg is een bouwval, die voor € 220.000 gerestaureerd gaat worden. Beneden wordt het een tentoonstellingsruimte en boven een zaaltje voor lezingen.
Het gastenboek laat zien wie er allemaal op bezoek zijn geweest. Onder anderen Albert Einstein, die er een gedichtje in schreef ‘Zu Spinoza’s Ethik’. De beginstrofe:
Wie lieb ich diezen edlen Mann
Mehr als ich mit Worten sagen kann.
Doch fuercht ich dass er bleibt allein
Mit seinem strahlenden Heiligenschein’.
Toen in 1929 aan Einstein werd gevraagd of hij in god geloofde was zijn antwoord: “Ik geloof in Spinoza’s god, die zichzelf openbaart in de wetmatige harmonie van het heelal en niet in een god die zich bemoeit met het lot en de handelingen van mensen”.
Vorig jaar is de ‘Amsterdamse Spinoza Kring’ opgericht, die zich onder andere beijvert voor de plaatsing van een monument. De vereniging ‘Spinoza Huis’, beheerder van het huisje in Rijnsburg, is de grootste filosofische vereniging van Nederland, die écht niet uit alleen maar academici bestaat.
Over Spinoza bestaan veel verschillende verhalen onder andere dat hij leefde als een kluizenaar. Een van de onderzoekers schrijft: ‘We weten eigenlijk maar weinig van Spinoza’s persoonlijk leven en precies dáárom is er zoveel over hem verzonnen’. Een verschijnsel dat zich alle tijden door wel meer heeft voorgedaan.
In het komende jaar gaat Amsterdam de Sinoza-promotie grootschalig aanpakken, vooral in de periode van 23 april 2008 tot en met 22 april 2009, als Amsterdam door de Unesco is aangewezen als ‘Wereldboekenstad’. Burgemeester Job Cohen zei bij die gelegenheid: “Wij kunnen door het bestuderen van de ideeën van Spinoza en de Verlichtingsidealen zoals híj die verwoordde, een hernieuwde inspiratie en een versterkt bewustzijn vinden om júist in déze tijd onze politieke cultuur op waarde te schatten en te verdedigen”.
Intussen hoopt men het er ook over eens te zijn hoe het Spinoza gedenkteken er uit moet zien en waar het een plaats zal vinden. Waarom niet het ‘Waterlooplein’ omdopen in ‘Spinozaplein’?
Groeten.
Fons.