| Harun Yahya ontmaskerd! |
|
|
| Written by Marcel Klein | |
| Wednesday, 04 April 2007 | |
|
HARUN YAHYA ONTMASKERD!
'The mystery of the beginning of all things is insoluble by us, and I for one must be content to remain an agnostic.' |
I
n het hoofdstuk ‘Evolutionair bedrog’ van zijn boek ‘Het bedrog van de evolutieleer’ komt Harun Yahya met een aantal clichés die al een eeuwigheid door christelijke creationisten worden herhaald. Zoals bij creationisten altijd het geval is komt óók Harun Yahya met het ‘Piltdown schandaal’ en de ‘Nebraska mens’. Harun Yahya polemiseert als volgt: ‘Met kwasten in hun handen produceren evolutionisten denkbeeldige schepselen, maar het feit dat deze tekeningen geen vergelijkend fossiel materiaal hebben, vormt een groot probleem voor hen. Eén van de interessante manieren om dit probleem het hoofd te bieden is dat zij de fossielen die zij niet kunnen vinden, maar maken.’
De reden waarom de Piltdown vervalsing veertig jaar lang als bewijsstuk erkend bleef heeft niets te maken met een gebrek aan echte fossielen. Het was brits chauvinisme dat deze mythe in stand hield. In Frankrijk lagen de fossielen van Neanderthalers en Cro-Magnons voor het oprapen. Engeland daarentegen had vrijwel niets. Toen Charles Dawson in 1912 een aantal mensachtige schedelfragmenten liet zien aan Arthur Smith Woodward, conservator van het British Museum, en hij later samen met Teilhard de Chardin een aapachtige onderkaak en een onderhoektand vond die op een mensachtige manier waren versleten, baarde hij veel opzien. De Piltdown mens kwam als geroepen. Het fossiel ‘toonde aan’ dat de Neanderthaler uit frankrijk niet meer dan een zijtak was van de engelse Piltdown mens die een moderne schedel had en honderdduizenden jaren ouder was. In 1949 werd de Piltdown mens echter van zijn troon gestoten door een fluortest. De schedel bleek slechts een paar honderd jaar oud en de onderkaak bleek van een orang-oetang afkomstig te zijn. De schedel en kaak waren kunstmatig gevlekt om de vondst ouder te doen lijken en de tanden van de kaak waren gevijld. Van het begin af aan was de vondst al controversieel, maar uiteindelijk brachten evolutionistische wetenschappers de waarheid boven tafel. Bij de Nebraska aapmens was er helemaal geen sprake van ‘evolutionair bedrog’. De fossiele kies die in 1917 door geoloog Harold Cook werd gevonden (en niet door Henry Fairfield Osborne zoals Harun Yahya beweerd) vertoonde opmerkelijke gelijkenis met dat van een mens, maar bleek bij nader onderzoek echter van een wild varken te zijn. Harun Yahya probeert de indruk te wekken dat de vondst in zeer brede kring geaccepteerd werd, maar in het geval van de Nebraska aapmens heerste er veel skepsis en terughoudendheid. En het waren geen evolutionistische wetenschappers, zoals Harun yahya zijn lezers wil laten geloven, die ‘met kwasten in hun handen’ de tekeningen van de Nebraska aapmens produceerden die in het Illustrated London News magazine werden geplaatst. Deze tekeningen waren gemaakt door een kunstenaar, en werden bovendien door diverse wetenschappers bekritiseerd als zijnde te speculatief en voorbarig. (*) Harun Yahya haalt graag oude koeien uit de sloot; oude koeien die bovendien al tientallen jaren zijn uitgemolken door andere creationisten. Het Piltdown schandaal en het geval van de Nebraska mens zijn zeer zwakke argumenten tegen de evolutietheorie; het zijn eigenlijk helemaal geen argumenten. In iedere tak van wetenschap worden vergissingen gemaakt en bedrog gepleegd. Maar meestal komt de waarheid boven tafel, door de zelfherstellende werking van de wetenschap. Dat dit in het geval van Piltdown en de Nebraska mens gebeurd is, haalt de evolutieleer niet onderuit. Het pleit er juist voor!
Bronnen:
De duim van de panda. Stephen J. Gould.
http://www.talkorigins.org/faqs/homs/a_nebraska.html
http://www.fsteeman.dds.nl/fossiel/vervals.html
Halfcirkelvormige kanalen.
Harun Yahya heeft erg veel moeite met het accepteren van het feit dat hij van een aapachtig wezen afstamt. Volgens hem bestaan er geen overgangsvormen. Australopithecus en Homo Habilis waren volgens hem gewone apen, en Homo Neanderthalensis en Homo Erectus waren mensen zoals u en ik. Een deel van het ‘bewijsmateriaal’ dat hij aanvoert is bijna dertig jaar oud en al lang achterhaald, zoals de onderzoeken van Zuckerman en Oxnard (1). De nieuwere onderzoeken die hij aanhaalt worden door hem volledig uit het verband gehaald. In zijn boek beweert Harun Yahya dat een onderzoeksteam van de universiteit van Liverpool heeft gezegd dat: ‘de Australopithecines op vier voeten liepen’. Harun Yahya concludeert hieruit dat Australopithecus geen mens was, maar een uitgestorven aap. Waarom Harun Yahya zo triomfantelijk deze conclusie trekt is een raadsel. Niemand beweert immers dat de Australopithecus een mens was. De Australopithecus was één van de overgangsvormen tussen de mens en zijn voorouders. De naam ‘Australopithecus’ betekent dan ook ‘zuidelijke aap’. Het citaat dat Harun Yahya gebruikt is waarschijnlijk kritiekloos overgenomen uit boeken of websites van christelijke creationisten, want ik heb het nergens in het artikel kunnen vinden. De werkelijke conclusie van het onderzoeksteam luidt als volgt: ‘These observations support studies of the postcranial fossil record which have concluded that H. erectus was an obligatory biped, whereas A. africanus showed a locomotor repertoire comprising facultative bipedalism as well as arboreal climbing.’
(2) Nergens wordt gezegd dat de Australopithecus op vier voeten liep. Conclusie van het onderzoek is dat Australopithecus in bomen leefde, en daarnaast op twee voeten liep. Bij de onderzoeken werden door middel van CT-scans, de halfcirkelvormige kanalen in het inwendige oor van diverse schedels onderzocht. In een later artikel uit 1998 zeggen dezelfde onderzoekers dat het inwendige oor te complex is om simpele conclusies te kunnen trekken: ‘It is concluded that any link between the characteristic dimensions of the human canals and locomotion will be more complex than a simple association with the broad categories of quadrupedal vs. bipedal behavior.’
(3) Veelzeggend is dat Harun Yahya zwijgt over een soortgelijk onderzoek dat de halfcirkelvormige kanalen van Neanderthalers onderzocht. Uit dit onderzoek bleek dat de halfcirkelvormige kanalen van Neanderthalers verschilden van die van de moderne mensen. (4) Dit is een sterk argument voor de theorie dat de Neanderthalers en de moderne mensen tot twee verschillende takken behoorden, die zich uit één gemeenschappelijke voorouder hadden ontwikkeld; een theorie die Harun Yahya in zijn boek bestrijdt. Harun Yahya beweerd dat de Neanderthalers ‘gewoon een wat fermer uitgevoerd mensenras’ waren. Er is veel bewijsmateriaal dat aantoont dat Harun Yahya ongelijk heeft. Wetenschappers hebben mitochondriaal DNA weten te onttrekken aan Neanderthaler fossielen. Na dit te hebben vergeleken met het DNA van moderne mensen kwam men tot de conclusie dat het Neanderthaler DNA teveel van het menselijke DNA verschilde, om tot dezelfde soort te kunnen behoren. (5) Andere wetenschappers analyseerden de groeistadia in de tanden van Neanderthalers en concludeerden daaruit dat de Neanderthalers op jongere leeftijd volwassen werden dan moderne mensen.
Internetbronnen:
1: http://www.talkorigins.org/faqs/homs/a_piths.html
2: ftp://pc74.anat.ucl.ac.uk/pub/fred/Nature94.pdf (artikel Fred Spoor, Bernard Wood, Frans Zonneveld. Nature vol. 369, June 23 1994))
3: ftp://pc74.anat.ucl.ac.uk/pub/fred/YB98-lab.pdf(artikel Fred Spoor 1998)
4: http://email.eva.mpg.de/~hublin/pdf/Spoor-et-al03_Neanderthal-labyrinth.pdf(artikel inner ear morphology neanderthals)
5: http://www.libfind.unl.edu/rhames/neander/neander.htm(onderzoek paabo)
6: http://news.bbc.co.uk/1/low/sci/tech/3663865.stm (onderzoek tanden Neanderthalers)
Rudimentaire Rariteiten.
Rudimentaire organen vormen het bewijs bij uitstek voor de evolutieleer. Toch bestaan er nog steeds creationisten die de bewijzen negeren en blijven suggereren dat rudimentaire organen niet bestaan en dat deze zelfs zeer belangrijke functies hebben. Harun Yahya is hierop geen uitzondering. Schaamteloos citeert hij een artikel van R. Scadding uit het tijdschrift ‘Evolutionary Theory’ zonder de weerleggingen van andere wetenschappers (1) uit latere edities van hetzelfde tijdschrift te vermelden. Bovendien valt het op dat het, na een paar citaten genoemd te hebben van Scadding, behoorlijk stil wordt aan het creationistische front, wat het citeren van evolutionistische wetenschappers betreft tenminste. Dat komt omdat er vrijwel geen serieuze evolutionisten zijn die het bestaan van rudimentaire organen betwijfelen. Harun Yahya heeft dit niet door, gezien de volgende opmerking uit zijn boek: ‘Lange tijd verscheen het begrip ‘rudimentaire organen’ vaak in de evolutionistische literatuur als bewijs voor de evolutie. Uiteindelijk werd het stilletjes opzij gezet, toen er bewezen was dat het niet geldig was. Maar sommige evolutionisten geloven er nog steeds in en van tijd tot tijd probeert iemand deze ‘rudimentaire organen’ weer naar voren te brengen als een belangrijk bewijs voor de evolutie.’
Wat is een rudimentair orgaan?
Er heersen nog veel misvattingen over wat het begrip ‘rudimentair orgaan’ inhoudt. Ten onrechte wordt vaak gedacht dat rudimentaire lichaamsdelen geen functie meer hebben. Een rudimentair lichaamsdeel is een onderdeel van het lichaam dat ooit een belangrijke functie had die het nu niet meer kan vervullen, hetgeen niet altijd wil zeggen dat het orgaan helemaal geen functie meer heeft. Ook kunnen we stellen dat wanneer mensen prima kunnen functioneren na operatieve verwijdering, er sprake is van een rudimentair orgaan.
Wandelende walvissen.
Geloof het of niet, maar ooit leefden de walvissen op het land, althans hun voorouders, de Mesonychiden. De Mesochyniden waren hoefdieren die er heel anders uitzagen dan de hoefdieren die we tegenwoordig kennen. Andrewsarchus was een angstaanjagend roofdier dat bijna viermeter lang kon worden, terwijl er ook soorten waren die niet groter werden dan een cavia. Van de Mesochyniden stammen de huidige walvissen af. Bewijzen voor vinden we niet alleen in de vorm van fossielen. Moderne walvissen bezitten nog steeds een rudimentaire bekkenstructuur, hetgeen verwijst naar een verleden toen hun voorouders nog op het land leefden (een bekken heeft voor een volledig aquatisch dier geen nut). Sommige creationisten proberen zich hieruit te redden door te beweren dat dit geen rudimenten zijn, en dat de schepper deze beenderen daar heeft geplaatst als bescherming voor vitale organen.
Ten eerste gaat men er hier weer van uit dat rudimentaire organen geheel functieloos zouden zijn; een misvatting zoals ik eerder al heb uitgelegd. Ten tweede zou een intelligente ingenieur, om vitale organen te beschermen, geen gebruik maken van iets wat lijkt op een gedegenereerd bekken. Ribben of beenplaten zouden veel effectiever zijn geweest. De zwevende botjes zijn, in verhouding tot de rest van het walvislichaam zo fragiel, dat het argument van het beschermen van vitale organen niet serieus te nemen is. Als de rudimenten door mutaties zouden verdwijnen zouden de walvissen er niet wakker van liggen.
Creationisten staan met de mond vol tanden, zodra ze geconfronteerd worden met de zeldzame gevallen van walvissen met atavistische achterpoten. Stamelend fantaseren ze over botvergroeiingen aan het bekken, die door mutaties dupliceren en zodoende het uiterlijk van een poot hebben, zoals er door mutaties soms ook honden worden geboren met zes tenen of schildpadden met twee koppen. Wie echter de foto hiernaast bekijkt kan echter duidelijk de verschillende onderdelen van elkaar onderscheiden.
Het menselijke staartbeen.
Een ander rudimentair lichaamsdeel is het menselijke staartbeen (Os coccygis); het onderste deel van de wervelkolom, dat meestal bestaat uit vier wervels. Harun yahya zegt: ‘dat het staartbeen aan de onderkant van de wervelkolom de beenderen rond het bekken ondersteunt en dat het een punt is, waar kleine spieren samenkomen,’ en dat het daarom geen rudimentair orgaan is. De functie van het staartbeen wordt door Harun Yahya sterk overdreven. Bij mensen die aan coccydynia lijden, kan het staartbeen chirurgisch worden verwijderd met een succesrate van 80 tot 90 procent. Na een geslaagde operatie kan
men, als men volledig genezen is, gewoon lopen, fietsen en zelfs paardrijden.
Tot grote frustratie van creationisten worden er af en toe kinderen geboren met staarten. Sommige christelijke creationisten vergelijken deze staarten met andere rariteiten uit de natuur, zoals tweekoppige kalveren. Tweekoppige kalveren zouden niet bewijzen dat het huidige éénkoppige vee van tweekoppige afstamt, wordt er geredeneerd. Een extra hoofd of poot is echter een kopie van een lichaamsdeel dat al bestaat, hetgeen bij de menselijke staart niet het geval is. Bovendien ontstaan dit soort anomalieën door mutaties, waarvan creationisten beweren dat deze geen nieuwe lichaamsdelen kunnen voortbrengen. Door de vergelijking van atavistische menselijke staarten met tweekoppige dieren, spreken de creationisten zichzelf tegen. Veel van de menselijke staarten bevatten bloedvaten, spieren en soms zelfs extra staartwervels; een volledig functionerend lichaamsdeel dus. Daarom vormen de atavistische menselijke staarten een uitmuntend bewijs voor de dierlijke oorsprong van de mens.
De weerwolf.

Zo nu en dan worden er kinderen geboren die van top tot teen bedekt zijn met een dichte vacht, zoals de bekende familie uit Mexico, of het Chinese jochie op de foto rechtsonder. In minder verlichte tijden werden dit soort kinderen gezien als weerwolven of vleesgeworden demonen. Maar dankzij de moderne wetenschap weten we dat deze mensen lijden aan een ziekte waarbij een oud atavistisch gen bij toeval wordt gereactiveerd. Ook bij mensen die niet aan deze ziekte lijden, zijn er bepaalde lichamelijke reacties die uit tijden stammen, toen onze verre voorouders nog helemaal bedekt waren met een vacht. Wanneer iemand in staat van opwinding of agressie verkeert, wat de meest mensen bij zichzelf wel eens zullen hebben opgemerkt, gaan de haren recht overeind staan. Bij dieren met een dichte vacht, zijn dit soort lichamelijke reacties zinvol. Het opzetten van de vacht maakt groter en imponeert de tegenstander, zoals veel mensen ongetwijfeld wel eens hebben gezien bij katten en honden. Soortgelijke reacties manifesteren zich ook wanneer het koud wordt. Bij kou gaan de haren omhoog staan, waardoor bij dieren met een vacht minder warmte verloren gaat. Bij de mens zijn dit soort reacties om duidelijke redenen zinloos.
De appendix.
Nog een voorbeeld van een rudimentair orgaan is de appendix. Harun Yahya probeert de suggestie te wekken dat de appendix een heel belangrijke functie vervult in het menselijk lichaam. ‘Er werd ontdekt dat de appendix, die als een rudimentair orgaan gezien was, eigenlijk een lymfe-orgaan was, die tegen de infecties in het lichaam vecht,’ aldus Harun Yahya.
De appendix is bevestigd aan de blinde darm; een onderdeel van het spijsverteringskanaal, en heeft voor de vertering van ons voedsel geen nut, terwijl bij grazende herbivoren dit orgaan veel groter is. Herbivoren eten voornamelijk plantaardig voedsel dat voor een groot deel uit cellulose bestaat; een stof die zoogdieren niet zelf kunnen verteren. Hiervoor hebben ze de hulp nodig van een leger van miljoenen bacteriën in de appendix, die enzymen afscheiden om de cellulose uit gras en bladeren te kunnen afbreken. Bij de mens is de appendix gedegenereerd tot een klein wormvormig aanhangsel, en speelt geen rol in de spijsvertering. De rol die de appendix speelt in ons immuunsysteem is bijna nihil. Het orgaan kan verwijderd worden zonder nadelige gevolgen (buiten het risico van de operatie) voor de rest van het leven. Om deze redenen is de appendix een rudimentair orgaan; een orgaan dat veel zegt over de herbivore levenswijze van onze verre voorouders, en hun nakomelingen die overgingen op een omnivoor dieet; alle tegenwerpingen van creationisten ten spijt.
Met de volgende opmerking laat Harun Yahya zien dat hij er niet veel van begrijpt: ‘Zoals net uitgelegd is, beweren evolutionisten dat de rudimentaire organen van schepselen door hun voorouders waren overgeërfd. Maar een aantal van de verwante ‘rudimentaire’ organen worden niet in levende soorten gevonden waarvan men beweert dat zij de voorouders van de mens zijn! Bijvoorbeeld, de appendix bestaat niet bij een paar apensoorten waarvan men beweert, dat ze de voorouders van de mens zijn.’
Ik word nu wel heel nieuwsgierig welke voorouders Harun Yahya bedoeld. Er bestaan namelijk helemaal geen levende voorouders van de mens, deze zijn immers reeds lang uitgestorven. Dat er nú apensoorten leven die geen appendix hebben zegt helemaal niets. Bovendien hebben de mensapen, zoals chimpansees en Gorilla’s wel een appendix, hetgeen een sterke aanwijzing is voor het feit dat wij en de andere mensapen een gemeenschappelijke voorouder hebben.
Voor meer informatie over rudimentaire organen, kijk op de onderstaande links.
Engelstalig;
http://www.talkorigins.org/faqs/vestiges/appendix.html The vestigiality of the human vermiform appendix
http://www.accessexcellence.org/WN/SUA05/wolfman.html (atavistic ‘werewolf’ gene localised.)
http://www.skepticreport.com/creationism/vestigial.htm Those Naughty Vestigial Bits and Other Bad Engineering.
http://www.talkorigins.org/faqs/comdesc/section2.html 29+ Evidences for Macroevolution.
http://www.edwardtbabinski.us/babinski/whale_evolution.htmlAtavistic Hind Limbs on Modern Whales
Nederlandstalig;
http://home.tiscali.be/nadarwin/sporen.html
WAAROM DE MENS OP TWEE BENEN LOOPT.
Alle recente onderzoeken hebben uitgewezen dat Australopithecus Afarensis, die als voorouder van de mens gezien wordt, rechtop liep. De onderzoeken waar creationist Harun Yahya naar refereert om dit te weerleggen, zijn of heel erg oud, of volledig uit hun verband getrokken, zoals we hebben kunnen zien in een eerder hoofdstuk over de ‘halfcirkelvormige kanalen’.
Zoals we op het plaatje hiernaast kunnen zien lijken de knie en het bekken van Australopithecus Afarensis meer op dat van een mens, dan op dat van een aap en zijn ze duidelijk geschikt voor het lopen op twee voeten.
Een onderzoek van de Britse professor Robin Crompton heeft nieuw licht geworpen op het bipedalisme van Australopithecus Afarensis. Harun Yahya citeert Crompton ook, maar het is duidelijk dat hij niet de juiste bron heeft bestudeerd. Harun Yahya zegt: ‘door het computeronderzoek dat de Engelse paleoantropoloog robin Crompton in 1996 verricht had, liet hij zien dat een overgangsloop niet mogelijk was. Crompton kwam tot de volgende conclusie: ‘Een levend wezen kan of rechtop lopen, of op vier poten’, een soort gang die daartussen ligt, is niet mogelijk, want dat kost buitengewoon veel energie. Daarom kan er geen half-tweevoetig wezen bestaan.’
Wie achter in de bronvermelding van ‘Het bedrog van de evolutieleer’ kijkt, zal zien dat dit citaat niet uit het artikel van Crompton komt, maar uit een artikel van ene ‘Ruth Henke’; ‘Aufrecht aus den baumen’. De zin die Harun Yahya aan Crompton toeschrijft, komt in het Crompton’s eigen artikel niet voor. Crompton onderzocht door middel van computersimulaties hoe Australopithecus liep, gebaseerd op het skelet van ‘Lucy’; het bekendste exemplaar van deze soort. De conclusie van Crompton’s onderzoek is dat Lucy rechtop liep: ‘AL-288-1's proportions are incompatible with the kinematics of chimpanzee bipedalism, but compatible with the kinematics of either erect or "bent-hip, bent-knee" human gait.’
Evolutionaire redenen voor bipedalisme.
Nu we weten dat onze voorouders op twee voeten liepen, is het de vraag; waaróm gingen ze op twee voeten lopen? Harun Yahya begrijpt er weer niets van gezien het volgende citaat uit zijn boek: ‘Ten eerste is de tweevoetigheid geen evolutionair voordeel. De manier waarop apen zich voortbewegen is veel gemakkelijker, sneller en efficiënter dan de tweevoetige gang van de mens………... Volgens de logica van de evolutie zouden de apen niet moeten evolueren om de tweevoetige gang na te streven, maar de mensen zouden in plaats daarvan moeten evolueren om viervoetig te worden.’
(Heel vreemd dat Harun Yahya dit argument gebruikt. Eigenlijk levert hij kritiek op zijn veronderstelde Schepper. Als tweevoetigheid geen voordeel heeft, waarom heeft de Schepper de mens dan als tweevoeter geschapen?)
Het lopen op twee voeten had juist zeer grote voordelen voor onze verre voorouders. Ongeveer vijf miljoen jaar geleden begon het wereldklimaat te verslechteren. Daardoor ontstonden er in Oost Afrika (het leefgebied van de Australopithecines) droge seizoenen die werden afgewisseld door perioden met hevige regenval. Hierdoor veranderden de dichte oerwouden in open graslanden, met hier en daar open bossen. De apen die mogelijk al vaak in de bomen rechtop liepen (zoals Orang-oetangs nu doen, hoog in de bomen, waarbij ze zich vasthouden aan takken om hun evenwicht te behouden), werden nu door de omstandigheden gedwongen om regelmatig over de savanne naar andere bossen te lopen. Er waren goede redenen om dit op twee voeten te doen.
Omdat ze op twee voeten liepen, konden ze roofdieren eerder zien aankomen. Echte renners waren ze niet, omdat ze altijd in bomen hadden geleefd. Een iets snellere viervoetige tred woog daarom niet op tegen het voordeel van het verder zien wanneer ze rechtop liepen. Het rechtop lopen had echter nog meer voordelen. Doordat zij hun handen vrij hadden, konden ze stenen en stokken gebruiken als wapens tegen roofdieren. Een luipaard zou wel uitkijken voor een troep Australopithecines, gewapend met stokken en stenen. Daarnaast konden de Australopithecines hun handen nu gebruiken om voedsel dat ze op de vlakten vonden, zoals bijvoorbeeld delen van kadavers, mee te nemen naar hun schuilplaatsen in de bomen.
Een uiterst interessant idee werd naar voren gebracht door Dr. P. Wheeler van de universiteit van Liverpool. Volgens de onderzoeken van Wheeler reduceerde Australopithecus oververhitting door de felle zon met maar liefst 60 procent, door rechtop te gaan lopen.
Aanbevolen literatuur:
Ape.Man The story of human evolution.
Robin McKie. ISBN 0 563 55105 4
Internetbronnen:
http://www.liv.ac.uk/premog/PDFs/aafarensis.pdf
http://www.redrival.com/evolusi/humevol3.htm
http://www.bbc.co.uk/science/cavemen/chronology/contentpage1.shtml
http://www.wwnorton.com/college/anthro/bioanth/ch11/thermoregulation.gif
http://www.mc.maricopa.edu/~reffland/anthropology/anthro2003/origins/bipedality.html
HET BOEK DAT NIET OVER EVOLUTIE GAAT.
Eén van de hardnekkigste misverstanden omtrent de evolutieleer, is dat volgens de evolutieleer het leven vanzelf zou zijn ontstaan uit levenloze materie, doormiddel van chemische processen. In hoofdstuk 10 van ‘Het bedrog van de evolutieleer’ zegt Harun Yahya: ‘De evolutietheorie beweert, dat de cel van een levend wezen, die nog niet geproduceerd kan worden als alle menselijke intellect, kennis en technologie samen worden gebracht, door toeval in de prehistorische aardsoep tot stand is gekomen.’
Leuk geprobeerd van Harun Yahya, maar dit beweert 'de evolutietheorie' helemaal niet. De evolutieleer probeert licht te werpen op het ontstaan van soorten, niet op het ontstaan van het leven. Het woord ‘evolutie’ zegt het al. Zoek het op in een woordenboek en je zult zien dat het ‘ontwikkeling’ betekent, of ‘geleidelijke ontwikkeling en groei. Het begrip ‘evolutieleer’ wordt beschreven als ‘afstammingsleer’. De tak van wetenschap die het ontstaan van leven uit dode materie onderzoekt, staat bekend onder de naam ‘Abiogenese’.
Ook zegt de evolutietheorie niets over het wel of niet bestaan van God. Er zijn in de geschiedenis vele evolutionistische wetenschappers geweest die in God geloofden, waaronder de beroemde paleontoloog en priester Teilhard de Chardin en waarschijnlijk Charles Darwin zelf.
Darwin schreef in ‘De oorsprong der soorten’: ‘Er is een zekere grootsheid in de levensopvatting, volgens welke alle krachten oorsponkelijk door de Schepper in een paar vormen zijn ingeblazen of misschien maar in één.’
Ook heden ten dage zijn er vele wetenschappers die in het bestaan van een God geloven en tevens in evolutie, waaronder islamitische wetenschappers die de onzin van Harun Yahya bestrijden (onderaan vind u een link).
Het boek van Harun Yahya heet ‘Het bedrog van de evolutieleer’, maar er worden inhoudelijk maar weinig pagina’s aan de evolutieleer besteed. Zoals we hierboven reeds hebben geconstateerd, gaat een groot gedeelte van Harun Yahya’s boek over Abiogenese. Ongeveer een kwart wordt, zoals we eerder al hebben gezien, besteed aan haatpropaganda jegens het atheisme en het zwartmaken van Darwin, door deze te verbinden met fascisme, communisme en sociaal darwinisme. Verder staan tientallen bladzijden vol met opsommingen van unieke kundigheden van verschillende diersoorten, waarvan natuurlijk de bedoeling is dat deze de lezer imponeren, zodat deze het wellicht als bewijs voor het bestaan van Allah zal zien. Maar deze opsommingen die men in elke willekeurige dierenencyclopedie kan vinden bewijzen natuurlijk niets. Het laatste gedeelte dat tientallen bladzijden omvat, betreft een verwerping van het materialisme, waar we later nog op terug zullen komen. Maar ook dit heeft niets te maken met de evolutieleer. De pagina’s die wel over evolutie gaan, bestaan voor een groot gedeelte uit verdraaide citaten van wetenschappers en uitgemolken cliché’s die christelijke creationisten al een eeuwigheid herhalen. Harun Yahya’s boek is daarom voor maar één ding geschikt; recycling!
'De oorsprong der soorten.' Charles Darwin (ingeleide en bewerkte editie van Richard E. Leakey).
‘Het verschijnsel mens’ Pierre Teilhard de Chardin.
Aanbevolen links:
Site van islamitische evolutionist die korte metten maakt met Harun Yahya’s boek;
http://www.redrival.com/evolusi
Hardnekkige misverstanden omtrent evolutie.
http://home.tiscali.be/nadarwin/misverstanden.html
DE BEDRIEGLIJKE FILOSOFIE VAN HARUN YAHYA!
Het tweede deel van Harun Yahya’s boek ‘Het bedrog van de evolutieleer’ is geheel gewijd aan het bestrijden van de materialistische filosofie, die volgens hem de voornaamste inspiratiebron is achter de evolutieleer. Deel twee begint met een waarschuwingspagina waarop vermeld staat dat het hoofdstuk een fundamentele verandering zal veroorzaken op de kijk van de lezer op de uiterlijke wereld. Een waarschuwing is inderdaad op zijn plaats, maar niet om de reden die Harun Yahya aangeeft. Schrandere lezers zullen snel ontdekken dat Harun Yahya, zonder dat hij het zelf door lijkt te hebben, iets heel anders aantoont dan hetgeen hij tracht te bewijzen.
De eerste acht bladzijden van het tweede deel worden op bladzijde 216 in één zin samengevat: ‘Alles wat we zien, voelen, horen en als “materie” waarnemen, de wereld of “het universum” zijn niets anders dan elektronische signalen die in onze hersenen plaatsvinden.’
Tot hier is het betoog helder en valt er niets tegenin te brengen. Maar na bladzijde 219 wordt zijn betoog een stuk waziger: ‘‘Omdat ieder object alleen maar een verzameling van waarnemingen is en omdat die waarnemingen alleen in ons hoofd bestaan, is het nauwkeuriger om te zeggen dat de enige wereld die bestaat, de wereld van de waarnemingen is.’
Bladzijde 221: ‘Het is duidelijk, dat het wezen dat ziet, hoort en voelt, een wezen is, dat boven de materie staat……. ‘Het ware wezen is de ziel. Materie bestaat uitsluitend als waarnemingen gezien door de ziel.‘
Bladzijde 222: ‘Wie laat onze ziel de sterren, de aarde, de planten, de mensen, ons lichaam en al het andere dat we ervaren, zien? Het is overduidelijk dat er een almachtige Schepper (Allah) bestaat, Die het hele materiële universum geschapen heeft, dat wil zeggen, de som van onze waarnemingen.’
De kritische lezer zal na het lezen van deze korte conclusies uit Harun Yahya’s boek niet erg onder de indruk zijn. De minder kritische lezers die graag bevestigd willen worden in hun geloof, en ongelovigen die niet zo sterk in hun schoenen staan, lopen echter kans verstrikt te raken in Harun Yahya’s web van woordengoochelarij. De bovenstaande citaten uit Harun Yahya’s boek worden voorafgegaan door wetenschappelijke feiten omtrent de werking van de zintuigen en de registratie daarvan door de hersenen. Feiten die men in iedere medische encyclopedie kan opzoeken en op zichzelf niets bewijzen, maar die wél de aandacht afleiden van het totale gebrek aan bewijs voor de wilde eindconclusies die Harun Yahya trekt. Daarnaast maakt hij gebruik van citaten van de mathematicus en filosoof Bertrand Russell (1872-1970), en hij doet op een manier waarmee hij de indruk wekt dat Russell een spirituele zwever is als hijzelf.
Harun Yahya citeert Bertrand Russel als volgt: ‘Het tastgevoel dat we ervaren als we met onze vingers op de tafel drukken, is een elektrische verstoring van de elektronen en protonen op onze vingertoppen, geproduceerd, volgens de moderne natuurkunde, door de nabijheid van elektronen en protonen van de tafel. Als op een andere manier dezelfde verstoring in onze vingertoppen komt, dan zouden we de prikkeling hebben, ondanks dat er geen tafel is.’
Het klopt dus wel dat Bertrand Russell een bijzondere visie had op het fenomeen van de waarneming, maar kritische lezers die verder kijken dan hun neuzen lang zijn zullen ontdekken dat deze visie bij Russell nooit heeft geleidt tot wazige uitspraken over zoiets als een ziel of een ‘almachtige’ Schepper. Integendeel, vooral in zijn boek ‘Why I am not a christian’ heeft Russell herhaaldelijk het geloof in het bestaan van persoonlijke, ‘almachtige’ goden bestreden. In één van zijn boeken (The Practice and Theory of Bolshevism) heeft Russell wel zeer krachtige uitspraken gedaan over Harun Yahya’s religie, de Islam: ‘Among religions, Bolshevism is to be reckoned with Mohammedanism rather than with Christianity and Buddhism. Christianity and Buddhism are primarily personal religions, with mystical doctrines and a love of contemplation. Mohammedanism and Bolshevism are practical, social, unspiritual, concerned to win the empire of the world.’
Harun Yahya heeft, toen hij nog gewoon Adnan Oktar heette, filosofie gestudeerd aan de universiteit van Istanboel. Hij moet daarom wel van Russell’s uitspraken geweten hebben. De reden waarom Harun Yahya dan tóch gebruik maakt van citaten van Russell, moet dan wel liggen in het feit dat de uitspraken van Russell zoveel gewicht in de schaal leggen. Het betoog lijkt zoveel sterker wanneer men de indruk weet te wekken dat iemand als Bertrand Russell het bevestigt, en het krijgt daardoor onterecht een aureool van wetenschappelijkheid. Natuurlijk zou het op zich niet verwerpelijk hoeven te zijn wanneer men filosofen citeert die er andere gedachten op na houden. Echter, volgens Harun Yahya kan deze denkwijze slechts leiden tot één ding; het geloof in zijn god Allah, terwijl hij verderop zelfs roept dat de ongelovige wetenschappers in paniek raken zodra ze geconfronteerd worden met zijn ideeën omtrent de waarneming. Het is dan ook interessant om eens na te gaan hoe een atheïstische verklaring eruit ziet.
Evolutiebioloog Richard Dawkins: ‘Als vaste stoffen voor het grootste deel uit lege ruimte bestaan, waarom zien we ze dan ook niet als lege ruimte? Waarom voelt een diamant hard en stevig aan in plaats van kruimelig en vol gaten? Het antwoord ligt besloten in onze eigen evolutie. Net als al onze andere onderdelen zijn onze zintuigen in de loop van talloze generaties door Darwins natuurlijke selectie gevormd. Je zou kunnen denken dat onze zintuigen zo gevormd zouden zijn dat ze ons een ‘waarheidsgetrouw’ beeld van de wereld geven zoals die ‘werkelijk’ is. Het is veiliger om aan te nemen dat ze gevormd zijn om ons een bruikbaar beeld van de wereld te verschaffen, om ons te helpen in leven te blijven. In zekere zin helpen onze zintuigen onze hersenen om een bruikbaar model van de wereld te construeren, en in dit model bewegen we ons. Het is een simulatie van de echte wereld in de geest van een ‘virtuele werkelijkheid.’
Zo zien we dat het idee dat het universum een ‘simulatie’ is, helemaal niet leidt tot paniekreacties, en dat het bij iemand als Dawkins leidt tot een geloofwaardigconcept. Maar, geloofwaardig of niet, toch blijven alle concepten omtrent de wereld die we waarnemen speculatief. Zodra we beseffen dat alles wat we om ons heen zien, horen, voelen, ruiken en proeven ‘slechts’ een simulatie is, dan kan men over de ‘werkelijke’ wereld eigenlijk niets zeker weten. Dit betekent dan ook dat er niet met stelligheid gezegd kan worden dat er géén wereld buiten de waarneming bestaat, hetgeen Harun Yahya zijn lezers onder andere op bladzijde 225 en 226 tracht aan te praten: ‘Als men diep over alles wat hier gezegd wordt, nadenkt, zal men zich spoedig deze verbazingwekkende ongewone situatie realiseren, dat alle gebeurtenissen in de wereld niets anders dan verbeelding zijn……….. De wereld is slechts een verzameling van beelden die gemaakt zijn om de mens te testen. De mensen worden getest tijdens hun hele beperkte leven, met waarnemingen die geen realiteit dragen.‘
Het leuke van dit soort gefilosofeer is dat alles waar kan zijn, maar ook dat men alles in twijfel kan trekken. Harun yahya lijkt zich niet te realiseren dat de woorden uit zijn eigen boek evenals de woorden uit de Koran, waar hij zijn ideeën op heeft gebaseerd, óók waarnemingen zijn; waarnemingen die geen realiteit dragen? Op welke basis zouden we Harun Yahya’s woorden serieus moeten nemen, en andere niet? Iemand kan zeggen dat ‘De Grote Manitou’ 5 seconden geleden het universum heeft geschapen, inclusief onze aarde met alle fossielen in de grond en alle herinneringen in onze hersenen. Een ander kan zeggen dat alles wat we om ons heen zien (inclusief wijzelf) gesimuleerd wordt door een supercomputer vanuit een parallel universum (denk aan de Matrixfilms). Harun Yahya zegt dat het universum een door Allah gecreëerde illusie is, maar zijn bewering wordt niet ondersteund door bewijs, en is daardoor niet geloofwaardiger dan de andere bizarre verzinsels. De intelligente lezer die dit beseft zal door het gefantaseer van Harun Yahya geenszins overtuigd raken van het bestaan van Allah. Consequente toepassing van deze gedachte zal enkel en alleen leiden tot agnosticisme; het besef dat men niets zeker kan weten.
Bronnen:
‘De kapelaan van de Duivel’ Richard Dawkins.
‘Why I am not a christian’ Bertrand Russell. (In Nederlandse vertaling op deze site 'Waarom ik geen christen ben' Bertrand Russell.)
Links:
http://www.freethinker.nl/russellquotes.htm
| < Prev | Next > |
|---|





Door creationisten wordt Darwin vrijwel altijd neergezet als iemand die genocide en racisme propageert. Harun Yahya noemt hem een racist en stelt hem tevens verantwoordelijk voor de kwalijke uitwassen van het Marxisme, sociaal-Darwinisme en het fascisme. De werkelijkheid ligt iets genuanceerder.
zijn er ook mensen geweest die mee hebben gewerkt aan Hitlers plan om de joden uit te roeien. De grootmoefti van Jeruzalem, Hadj Amin al-Hoesseini, was in de jaren 20 en 30 verantwoordelijk voor gewelddadige acties tegen de joden in Palestina. In 1941 vluchtte de moefti naar Nazi-Duitsland waar hij op 28 november van datzelfde jaar een ontmoeting had met zijn geestverwant Adolf Hitler. Hij bezocht de concentratiekampen en vroeg aan Hitler om ook vernietigingskampen te bouwen in het middenoosten. Daarnaast rekruteerde de moefti tienduizenden islamitische strijders voor de SS. (5)
In 1798 schreef de Engelse plattelandsdominee Thomas Robert Malthus (1766-1834) zijn ‘Essay on the Principle of Population’. Het feit dat Darwin geïnspireerd werd door dit werk van Malthus, wordt vaak door creationisten - waaronder ook Harun Yahya - gebruikt als argument tegen de evolutieleer. We zullen zien dat hun argumenten slechts drogredeneringen zijn.