Het woordje hel was bij ons een taboe, men sprak meer over voor eeuwig verloren gaan.Rereformed schreef:..... wat je eerlijke denken zegt over 'de hel...... worden door de gelovige altijd opgelost door nooit te beginnen aan het overdenken ervan.
Onbekeerd was voor eeuwig verloren zijn.
Echter, wanneer een onbekeerd iemand overleden was zei niemand hardop "nu is hij voor eeuwig verloren"
Dan was het "we moeten het laten rusten", vooral als het een familielid betrof.....
Als kind heb ik éen uitzondering meegemaakt, ik was een jaar of zes en ik hoor het mijn opa nog zeggen.
Een tante had zichzelf verdronken, overspannen of godsdienstwaanzin, ik vermoed het laatste.
Want mijn opa zei: "Overgeleverd in de handen van de vorst der duisternis"
Ik vond het een mooie zin, de angst zou pas later komen.
Mijn opa had een groot geloof en wist veel.
De mensen van het Leger des heils gingen volgens hem juichend naar de hel.
(Ik vond hun muziek op straat wel mooi)
En als iemand zei dat "Daar ruist langs de wolken een lieflijke Naam" een mooi lied was zei hij "Er ruist niks langs de wolken"
In mijn eerste huis had ik een poster hangen met een paar wilde paarden "As free as the wind"
Hij zei "Weet je wat vrij zijn is?"
Ik zweeg en hij ook, al in de 90.
We kenden beiden het antwoord.
"Je bent pas vrij als je van je zonden verlost bent"
Zo ging het toen.