Bericht
door Destinesia » 07 sep 2011 21:45
'Godsbesef'.
Ik heb dat gevoel in 2009 proberen te omschrijven.
Een enthousiaste en goedlachse Rabbijn in Jeruzalem bij wie ik samen met vrienden in de zomer van 2008 enkele lessen mocht bijwonen kwam in één van zijn lessen met een voorbeeld waar ik daadwerkelijk iets aan had als net afvallig christen. Ik was toen net na 15 jaar lang een evangelisch christen te zijn geweest een jaar openlijk geen christen meer. Niet dat ik de afgelopen vijf jaren nog ooit met iemand sprak over mijn geloof. Dat hield ik al twijfelende tussen mijn eigen oren. Ik was er feitelijk al een paar jaar klaar mee maar gaf dit zelfs aan mijzélf niet toe. Ik besloot een veilige agnostische houding aan te meten. Ik wist het “allemaal niet meer”. Het was een simpel voorbeeld van deze Rabbijn, maar o zo sterk op dat moment en precies op mijn staat van zijn van toepassing. Hij vertelde in die les dat de ziel van de mens is als een vlammetje op een kaars. Als je de kaars iets schuin laat hangen zal het vlammetje zich een weg naar boven blijven zoeken. Het is een natuurwet. Zelfs als de kaars op zijn kop wordt gehouden zal de vlam naar boven willen kruipen. Als een ziel die God zoekt. Dat vlammetje zal dat hardnekkig blijven volhouden tot het dooft. Ik ben hem dankbaar voor dit eenvoudige maar sterke voorbeeld. Ik heb daar meer dan voldoende aan. Zo eenvoudig wil ik het graag ook maar liever laten voor de rest van mijn verdere leven. Ik vind het een mooi voorbeeld voor de zoekende mens. Gewoon lekker een zoekende en onderzoekende vlam blijven. Eigenlijk zou ik wensen dat alle mensen op de aardbol het op religieus gebied daarbij zouden laten. De mooiste, meest veilige en eenvoudigste godsdienst naar mijn mening. Gewoon netjes afwachten, leren en zoeken. Niet op geloofsbasis, maar op weten.
Ik ben het op dit punt eens met een gelovige. Het vlammetje genaamd “mens”, religieus, agnostisch, of tot op het bot atheïstisch, hebben allen hetzelfde 'probleem'. Het probleem als mens puur ondergeschikt en onderworpen te zijn aan je eigen onwetendheid over de oorzaak of reden van je eigen bestaan. Je kunt óf je schouders erover ophalen, óf gaan piekeren over wat er hier aan de hand is. Je bent hier tegen wil en dank. De oorzaak van het leven is nog altijd niet ontdekt of aangetoond. Alle evolutie wetenschappers zijn het daarover eens naar mijn weten. Alleen gelovigen claimen absoluut zeker te wéten dat dit probleem voor hen niet meer van toepassing is. Geloof ombuigen naar een fundamentele absolute zekerheid vind ik een grove vorm van oneerlijkheid naar buiten toe en het eigenwijs opvullen van de enorme blanco gaten van onze verbeelding aan de hand van 'heilige overleveringen' uit de oudheid.
Toegegeven, we zijn het tegenovergestelde van alwetendheid, geboren in een wereld waarin iedereen elkaar verbaasd aankijkt. Die ondergeschikte en onwetende haast 'solipsistische positie' waarbij elk individueel mens alles moet hebben van betrouwbare info van buiten af die hij vervolgens moet verwerken om zich een juist beeld van de wereld “eigen” te maken, werkt voor veel mensen frustrerend. Je ziet de wereld niet zoals deze is, maar zoals je bent. Je bent gevormd door minimale info van buitenaf door minimale en vertekende info van anderen, enz, enz, en die info kan dus nooit volmaakt zijn. Nooit de volledige waarheid zijn. Zelfs een volledige leugen. Daarom geloof ik dat de meest veilige en logische weg voor de mens de “rede” is. De rede tussen mensen is de meest eerlijke weg richting de waarheid. Het gezamenlijk wegwerken van de cognitieve dissonantie. Altijd objectief blijven. Kritisch bij alles. Ruimte houden om te weerleggen. Weerlegt te worden. De uitkomst hiervan noemen we wetenschap. Niets is méér heilig dan de feiten. Zo eenvoudig kan het leven zijn. Totdat bestaande feiten verbeterd of zelfs weerlegt worden door betere inzichten en bewijzen.
Ik heb blijkbaar religieuze genen en last van een onstilbare honger naar antwoorden. De mens wil de antwoorden perse hebben en zélfs daar waar ze er niet zijn. Dat noemen we religie. Een religieus mens noemt dat een "godsbesef". Sommigen gaan dan zelfs zo ver om dat 'besef' een "gods-bewijs" te noemen. Alleen gevoelsmatig valt daar wel wat voor te zeggen. Ik weet en ik ervaar tot in het diepst van mijn wezen dat ik als mens volkomen ondergeschikt ben aan de oorsprong van mijn eigen bestaan. Ik kan er net als iedereen, maar niet bij. Die wetenschap mag ik minimaal "iets" boven mijn denkbeeldige pet noemen. Dat zou je makkelijk 'God' kunnen noemen. Ben ik dan een “ietsist”? Misschien. Maar ik zou evengoed een “nietsist” kunnen zijn. In zekere zin is die onwetendheid en zelfs een eventuele 'zinloosheid' of een totaal 'niets' dat ons "knecht" dus al hóger te noemen. Misschien is 'dit' wel alles wat er is. We komen en we gaan. Ons leven is in onwetendheid ontluikt en we sterven straks zeer waarschijnlijk ook zo. Dus in die zin heb ik helemaal niets voor op een ander. We schieten allen hopeloos tekort aan kennis over de oorzaak van ons bestaan. Of beter gezegd de zin van ons bestaan. Maar dat maakt alles er niet eenvoudiger op. Ik ben niet iemand die zich daar graag bij neerlegt. Was dat maar zo. Ik ken genoeg mensen die zich absoluut niet bezig houden met religie. “Fijn, je bent dus gelovig geweest, maar nu niet meer. Prima, leg het naast je neer! Denk daar toch niet teveel over na man! Ga leven!" Maar zo zit ik niet in elkaar helaas. Het zou mijn leven er wel een stuk gemakkelijker op maken. Maar ik ben nog altijd geneigd om het net als die vlam uit te schreeuwen: “Maar er moet iets zijn! Wat deed mij branden?"
Het grootste deel van de mensheid is blijkbaar gefrustreerd over deze onwetendheid te meten aan het grote aantal religies die de mensheid sinds duizenden jaren heeft voortgebracht. Velen denken je haarfijn te kunnen vertellen hoe die kaars in de kandelaar staat en velen zeggen zelfs zeker te weten wie, of wat die vlam heeft aangestoken. Om die reden gaan sommigen de wetenschappelijke weg, maar staan anderen tot hun schouders in de Ganges, trekken naar het heilige Lourdes, of ondernemen een reis naar Jeruzalem of Mekka. Weer anderen staan te evangeliseren op het stadsplein met een "Jezus bus". En weer anderen bereiden een bomaanslag voor in naam van God. Voor een zich comfortabel voelende God die zich blijkbaar niet ondergeschikt voelt aan zijn eigen bestaan. Ook lijkt Hij zich totaal niet druk te maken over al het gekrioel van al die miljarden gelovigen van allerlei pluimage die om het hardst schreeuwen en die Hij heeft gecreëerd. God hoeft zich niet druk te maken over Zijn schepper, nóch hoeft Hij zich druk te maken over een eeuwige hel waarin Hij moet vertoeven om gepijnigd te worden want God geloofd immers in Zichzelf. Heerlijk ontspannen moet dat voor God zijn. Wat een zorgeloosheid. Wat een fijn bestaan. Een God die zo lijkt het, verveeld, onverschillig en gapend op zijn troon zit, met een enorme afstandbediening en een zak popcorn. Zappend naar de kanalen der mensheid om te zien of er nog iets interessants is gebeurd vandaag. Onze honger naar waarheid, doel, bestemming en zingeving heeft ons goden geschapen voor hen die erin “mee” willen geloven.