Een discussie die regelmatig opduikt (bij bv. lezersbrieven in de krant) is die over de hoogte van verkeersboetes. Maar het principe is op talloze andere vlakken van toepassing.
Wat betreft verkeersboetes zijn er mensen die er voorstander van zijn om die hoogte strikt uitsluitend te laten afhangen van de overtreding op zich. Aan de andere kant zijn er mensen die ook willen rekening houden met de financiële draagkracht van de overtreder. Die laatsten zullen dan afkomen met het argument dat de bezitter van een Ferrari waarschijnlijk zó vermogend is dat hij een boete, die de bestuurder van een Nissan Micra een maandloon kan kosten (en dus een maand op water en brood, om zo te zeggen), nauwelijks voelt. Ergo, is het rechtvaardig om die meer te laten betalen voor een identieke overtreding. Daarop volgt dan binnen minder dan een milliseconde het tegenargument dat "iedereen gelijk is voor de wet!". "Het gelijkheidsbeginsel stelt dat iedereen op dezelfde manier moet behandeld worden door de wet." Etc. etc. etc.
Eerst en vooral: het "iedereen gelijk voor de wet" principe is uiteraard een belangrijke hoeksteen van een rechtssysteem. Wanneer men dat principe verlaat, is het einde al snel zoek. Of het in de praktijk 100% te handhaven is, is nog een andere zaak. Maar men moet er toch minstens naar streven om dit te realiseren. Het is een nobel principe dat tot doel heeft de rechtvaardigheid te beschermen en willekeur te voorkomen.
Anderszijds klinkt dit natuurlijk wel mooi en egalitair, maar maakt de realiteit de zaken altijd complexer dan wat je kan vatten in een simpele slagzin. En zo spreekt het dus inderdaad voor zich dat een (doorsnee) bezitter van een Ferrari een bepaalde geldboete véél en véél minder gaat voelen dan de (doorsnee) bezitter van een Nissan Micra. En de bedoeling van een boete is uiteraard ontrading van het gedrag. Het gaat niet om het bedrag zelf, maar om het ontradende effect. Daarom ook dat een boete in 2011 hoger ligt dan een boete voor dezelfde overtreding in 1960. Je kan dus perfect redelijk argumenteren dat "gelijk voor de wet" in dit geval moet betekenen dat iemand met meer financiële draagkracht een hogere boete zal moeten betalen om hetzelfde beoogde afradende effect te bekomen.
Niet dat er aan deze benadering ook geen nadelen kunnen kleven. Máár op zijn minst is het, wat je uiteindelijk opvatting ook is, een bedenking die het overwegen waard is. En al bij al ook een vrij voor de hand liggende bemerking. Het is nu niet dat je gestudeerd moet hebben of allerlei subtiele ethische analyses moet uitvoeren om dit in te zien.
Net daarom, en dat is waar het me hier vooral om gaat, is het zo onnoemelijk irritant om vast te stellen dat de gemiddelde reflexmatige reactie van mensen die ertegen zijn, daar volslagen aan voorbij lijkt te gaan. Het wordt ofwel moedwillig totaal over het hoofd gezien, achteloos weggewuifd of met een superioriteitsgevoel en "heiliger dan de paus"-attitude afgeschoten. "Nee hoor, 'Iedereen gelijk voor de wet!', toch?" Dat spreekt toch vanzelf? Hoe kan je nu zo dom zijn om van dat gouden principe af te wijken? Het is niet dat men te dom is om in te kunnen zien dat dat simplistisch is, en dat "gelijk voor de wet" een relatief begrip is en voor interpretatie vatbaar. Het is niet dat men zijn rechtlijnigheid absoluut wil behouden. Het gaat hier domweg om laag-bij-de-gronds eigenbelang, dat zich vermomt als beschermer van de rechtlijnigheid en rechtvaardigheid. Het is selectieve egoïstische blindheid. Het wekt een gigantische afkeer bij me op. Minachting voor zoveel gebrek aan oprechtheid, en symbolisch voor alles wat het maatschappelijk weefsel aanvreet. In feite een verkrachting van diezelfde principes in de naam waarvan men beweert te spreken. Walgelijk gewoon.
Zo, dat heb ik ook weer even gelucht.

