Het volgende artikel bevat een beschrijving van de atoombom op Hiroshima.Hiroshima herdenkt atoombomaanval van 66 jaar geleden
In het Japanse Hiroshima is zaterdag de atoombomaanval van 1945 herdacht. Premier Naoto Kan sprak tijdens de plechtigheid ook over de kerncentrale van Fukushima.
Het is precies 66 jaar geleden dat het Amerikaanse leger een atoombom op Hiroshima dropte. Het incident zorgde voor 140.000 doden. Een deel kwam onmiddellijk om het leven, een ander deel stierf maanden later door de straling. Bij een tweede atoombom op Nagasaki drie dagen later, vielen bijna 75.000 doden.
Tijdens de herdenkingsceremonie herhaalde Naoto Kan zijn wens voor een samenleving zonder kernenergie. Sinds de kernramp in Fukushima, de kerncentrale die zwaar beschadigd werd door de aardbeving en tsunami van 11 maart, pleit de premier voor de kernuitstap.
"We moeten nooit de kernramp vergeten toen Hiroshima 66 jaar geleden werd aangevallen. We moeten nooit toestaan dat zoiets zich opnieuw voordoet", klonk het.
http://www.hbvl.be/nieuws/buitenland/ai ... leden.aspx
Dit is een kwestie die ik altijd al interessant heb gevonden. Deze artikels omvatten een aantal zaken die ik hier wil bespreken.Hirosjima.
Er zijn woestijnen van zand, van steen en van ijs. Maar sinds augustus 1945 werd Hirosjima – of eigenlijk de plaats waar Hirosjima eens lag – een geheel nieuw, eigenaardig soort wildernis: een atoomwoestijn, het werk van de homo sapiens, en onder de grauwe oppervlakte ervan lagen de sporen van zijn activiteit en de deerniswekkende resten van zijn medemensen begraven…
- Uit: Children of the Ashes, door Robert Junk -
Fel rode wolken, laaiende vlammen
Toen het vliegtuig zwenkte, zag de bemanning een flits. Daarna werd het toestel getroffen door twee schokgolven. Ze bevonden zich inmiddels op 24 kilometer afstand en plotseling bevond zich onder hen een vuurbal, met een temperatuur die een fractie van een seconde 1.000.000° bedroeg, die veranderde in scharlakenrode wolken en omhoog schietende laaiende vlammen. Een kolkende wolk witte rook, die van boven paddestoelvormig werd, schoot omhoog en bereikte binnen enkele minuten een hoogte van 12.000 meter. Toen de bemanning al 580 kilometer op de terugweg was, zag zij die wolk nog steeds. De hele stad, behalve de haventerreinen aan de rand van de stad, lag onder een doodskleed van donkergrijze stof met een doorsnee van vijf kilometer, waarin zij orde en oranje vlammen konden onderscheiden.
Ze hadden echter nauwelijks enig geluid gehoord en de berichten lopen uiteen over wat de mensen in de stad hoorden. Dr. Hatsjija van het ziekenhuis in Hirosjima herinnerde zich een felle lichtflits en zijn collega, dr. Taboetsji, zag een verblindend witte lichtflits. Zij die in de stad gespaard bleven, spraken over de bom als over een pika ('flits') en anderen noemden hem pikadon ('flits-knal')K Er schijnt op vele kilometers afstand meer eenstemmigheid te zijn over het geluid dat gehoord werd dan in Hirosjima zelf. Een officier van het leger die in Iwakoeni de trein nam, hoorde eenontzaglijke don en zag een enorme rookwolk toen hij in de richting van Hirosjima keek ; een visser in zijn sampan op 30 kilometer afstand op de Binnenzee zag een lichtflits en hoorde een ontzaglijke ontploffing.
Toen begon Hirosjima te sterven. Binnen enkele seconden had de warmtestraling van de vuurbal in het centrum van de stad duizenden mensen verdampt. Anderen, op enige afstand van het epicentrum, liepen verschrikkelijke brandwonden op en de windstoot die volgde rukte kleren en huid van hun lichamen, terwijl zij gilden en kronkelden van de pijn. De schokgolf, die ongeveer een seconde duurde, maakte fabrieken, kantoren en huizen met de grond gelijk en begroef nog eens duizenden onder het puin. In het station van Hirosjima, op 2000 meter afstand, werden treinen omvergeworpen en trams werden in de lucht geslingerd met hun griezelige lading van al verkoolde lijken. Enkele gebouwen van gewapend beton in het centrum bleven staan, maar verder werd de hele handels- en woonwijk van de binnenstad in een ogenblik vernietigd. Bomen en gras brandden als stro en daar de omgevallen hibasji's (houtskoolkachels) in de vernielde huizen de muren in brand staken, verspreidde het vuur zich snel, dat nog werd aangewakkerd door een stevige wind die door de stad waaide.
Verdampte, in stukken gescheurde, verkoolde mensen
De mensen stierven op talloze manieren. Zij die zich dicht bij het epicentrum bevonden, verdampten in minder dan geen tijd, verbrandden tot niets. Alles wat van hen overbleef als ze bij een betonnen muur hadden gestaan, was de afdruk van hun schaduw erop. Het gehele centrum van Hirosjima, ruim drie kilometer in doorsnee, was een ogenblik lang een dodelijke oven. Wat eens een industriële en commerciële stad met een kwart miljoen mensen was geweest, werd een stofwolk, die bestond uit miljoenen en miljoenen splinters hout, glas, metaal en stukjes vlees, die zich met ontzettende kracht uitbreidde. Op meer dan drie kilometer afstand van de explosie liepen mensen brandwonden op en werden telegraafpalen verkoold. Op bijna 400 meter afstand van het epicentrum was het mica op granieten grafstenen – smeltpunt 900° C – gesmolten. Tegels van grijze klei – smeltpunt 1300 °C – waren op een afstand van 600 meter gesmolten. De hitte die de bom onmiddellijk onder het epicentrum veroorzaakte bedroeg naar men later meende 6000 °C De kracht van de windstoot bereikte een grootte van 10 ton per vierkante meter.
De bom zorgde echter later nog voor meer sterfgevallen. Duizenden mensen die de brandwonden en de schok overleefden, waren gebombardeerd door neutronen en gammastralen. Vrijwel allen die de explosie binnen een kilometer afstand van het epicentrum overleefden, stierven later aan de gevolgen van de straling.
Generaal-majoor Sjoeitsoe Matsoemoera was precies een maand in Hirosjima. Hij was door het algemeen hoofdkwartier in Tokio overgeplaatst naar het militaire district Hirosjima en het was een aangename verandering de verbrande hoofdstad te verwisselen voor Japans vrijwel onbeschadigd gebleven zevende stad, waar het leven nog enig gerief bood. Hij woonde in bij de familie Koerota. Op de ochtend van 6 augustus had hij met hen ontbeten en stond hij op het punt zijn uniform aan te trekken om naar het districthoofdkwartier in het kasteel van Hirosjima te gaan. Hirosjima was in de Chinees-Japanse oorlog het hoofdkwartier van het keizerlijke leger geweest en sinds 1941 waren duizenden manschappen vanuit de haven van deze stad naar het zuiden van de Stille Oceaan en Zuidoost-Azië vertrokken.
Toen generaal Matsoemoera zijn kamer binnenging, zag hij plotseling een felle lichtflits, gevolgd door een enorme knal. Hij werd door het dak geslingerd en daarna kwam hij, in wat hetzelfde ogenblik leek, op de grond terecht. Hij bloedde uit wonden over zijn hele lichaam, terwijl zijn kleren aan flarden waren gescheurd. Het huis stortte in en stukken hout, dakbalken en pilaren vielen om hem heen. Toen een rode gloed over het huis scheen, vreesde hij levend te zullen verbranden en bedekte hij zijn hoofd met zijn handen. Hij klauterde door de gebroken planken en het puin en kwam met enkel nog een lendedoek aan op straat terecht.
Overal stortten huizen in en kropen met bloed overdekte mensen uit de puinhopen. Zijn eerste gedachte was het leger opdracht te geven om te helpen en zonder aan zijn eigen wonden te denken, besloot hij manschappen uit het kasteel te gaan halen.
Ongelukkigerwijze kende hij de stad niet goed, de instortende huizen hadden de straten met puin bedekt en hij verdwaalde. Hij kwam bij het brandende radiostation, waar twee mensen in shocktoestand bij de ingang lagen; een van hen bloedde uit een diepe wond in zijn dij.
Een omroeper, wiens gezicht Matsoemoera zich vaag herinnerde, rende het gebouw uit en Matsoemoera riep: ‘Ken jij de weg in Hirosjima goed?’ ‘Ik ben hier geboren,’ was het antwoord. ‘Breng mij dan naar het districtshoofdkwartier,’ vroeg Matsoemoera, maar de omroeper had eveneens moeite de weg te vinden, dus klommen ze op de daken van instortende huizen om te kijken waar ze zich bevonden. Overal zagen ze tonelen van verwoesting, auto’s waren omgeworpen en brandden, paarden trappelden in hun doodsstrijd, mensen gilden van pijn of waren versuft door shock en bloedverlies. Toen zij eindelijk het exercitieterrein bereikten, zagen zij overal vlammen uit de gebouwen komen. Het verblijf van de commandant was al door vuur omringd en de kazernes van de infanterie, de artitllerie en de geneeskundige dienst stonden in lichtelaaie. Het kasteel met zijn vijf verdiepingen was er niet meer.
De meest ontstellende aanblik bood het centrum van het exercitieterrein. De manschappen waren juist naar buiten gegaan om te exerceren en lichaamsoefeningen te doen en door de ontploffing werden de meesten van hen tegen de grond geworpen en doodgedrukt. Zij die hun mouwen hadden opgerold of hun hemden hadden uitgetrokken, waren overdekt met vreselijke brandwonden. Ui de schuilkelders kwam het gekreun van gewonde mannen. Matsoemoera liep langs de slotgracht naar de ingang van het kasteel, terwijl de manschappen gillend uit de barakken kwamen. Allen hielden hun verbrande handen of onderarmen omhoog om de pijn van de brandwonden te verzachten. Hij verzamelde enkele mannen en ging op weg naar het Asano Sentei Park. Zij zagen hoe hij bloedde en haalde hem over zijn wonden ruwweg te laten verbinden. Zij gebruikten de tramrails om de weg te vinden en liepen tussen de naakte of halfnaakte mensen door, wier lichamen onder de brandwonden zaten of die kreupel liepen als gevolg van de luchtdruk.
Afgezien van het kreunen van de pijn bewoog de eindeloze processie zich zwijgend voort. Zij kwamen langs huizen waar zij wanhopige ouders aan muren en balken zagen rukken om hun kinderen te bereiken, wier stemmen nog te horen waren, voor de verslindende vlammen hen bereikten. Het huis van de gouverneur stond dicht bij dat van Matsoemoera De gouverneur zat klem onder een balk en was niet in staat zich te bewegen. Hij schreeuwde tegen zijn vrouw dat ze zijn benen moest afhakken en besefte toen dat het hopeloos was. Toen de vlammen naderbij kwamen, riep hij tegen haar: ‘het is met mij gedaan, red je zo snel je kunt!’ Op het ogenblik van de ontploffing had generaal Foejii van het algemeen districtshoofdkwartier juist zijn uniform aangetrokken. Hij had op het punt gestaan zijn huis te verlaten en had zijn zwaard aangegord. Het geblakerde zwaard werd naast zijn zwarte, verkoolde lijk aangetroffen. Zijn rijksknecht, die naast het portiek op hem had staan wachten, was volkomen door het vuur verteerd, tegelijk met het paard dat hij vasthield.
Een vreemde, kleverige regen…
Toen zij het dennenbos bij de rivier bereikten, kon Matsoemoera niet verder meer en hij ging zitten te midden van een groep gewonde en door vermoeidheden schrik uitgeputte mensen. De hele voorzijde van zijn lichaam was inmiddels met een laag opgedroogd bloed overdekt geraakt en hij trok het er als een vel cellofaan van af. Overal op de grond lagen gewonde soldaten. Velen van hen waren van het platteland afkomstig en zij smeekten de mensen boodschappen naar hun familieleden oer te brengen. Er waren nog steeds mannen die het hoofd koel hielden: een adjudant-onderofficier, die ernstige verwondingen aan zijn rug had, haalde een aantekenboek uit zijn aktetas en begon zorgvuldig de boodschappen op te schrijven.
Toen naderde het vuur de dennenbomen in het park en toen de wind draaide, werd de schuilplaats van Matsoemoera in een dikke, zwarte rook gehuld. Hij zag dat de tempel van Nigitsoe in brand vloog. Nu de bomen op de beide oevers van de rivier in brand stonde, voeren boten heen en weer om mensen naar het eiland in het midden over tebrengen. Toen veroorzaakte de luchtstroom die door de intense hitte werd veroorzaakt, een wervelwind die langs de oevers blies en het vuur verspreidde, maar de mensen die langs de oevers lagen, konden zich nauwelijks nog bewegen. Velen die het vuur hadden overleefd, verdronken in het stijgende water. Matsoemoera begaf zich naar een brug. Terwijl hij even stilstond en tegen een zuil leunde, begon het te regenen – een vreemde kleverige regen, vol met uit de stad opgezogen stof – en het stijgende water reikte hem tot zijn middel.
Het kwam bij hem op dat het misschien mogelijk zou zijn met andere eenheden in de prefecturen Jamagoetsji of Sjimane contact op te nemen; misschien was de eenheid van Akatsoeki in de haven van Oejina niet getroffen. Hij begaf zich dus naar de heuvel Oesjita om contact op te nemen met luitenant-generaal Jamamoto, de commandant van het intendancedepot ; hij wist het huis van Jamamoto te bereiken en zakte op de veranda ineen. Hij had geen begrip van tijd meer, maar hij was zich er vaag van bewust dat iemand rijst voor hem klaarmaakte, die vol zand zat. Matsoemoera had echter bij Kanton gevochten en zand in zijn rijst was wel zijn laatste zorg. Je at eenvoudig alleen het bovenste. Jamamoto daalde de heuvel af en kwam terug met een paar verplegers en een officier van gezondheid van de marine, die zojuist uit de basis Koere in Hirosjima was aangekomen. Bij kaarslicht peuterden zij splinters glas uit 36 plaatsen van Matsoemoera’s lichaam en hechtten ze een diepe wond in zijn nek, waarbij ze mercurochroom als ontsmettingsmiddel gebruikten. Het was alles wat ze hadden.
Matsoemoera vernam later dat hij niet de enige overlevende van zijn staf was. De meesten waren door de ontploffing onmiddellijk gedood, maar één van hen, luitenant-kolonel Kigi, had aan de voet van een trap gestaan en was er met enkele lichte wonden van afgekomen. Kigi’s huis stond dicht bij het epicentrum en zijn vrouw, haar zuster en hun twee kinderen waren omgekomen. De zuster was bezig geweest de kleren van de kinderen te wassen. Merkwaardig genoeg waren de kleren intact gebleven en Kigi zwierf door de verkoolde resten van het hoofdkwartier en klemde in zijn hand het enige wat hem van zijn kinderen was overgebleven.
Later arriveerden de manschappen uit Oejina. De straten moesten vrijgemaakt worden en de talloze lijken moesten van onder de ingestorte gebouwen en muren worden verwijderd. Door de zomerhitte was de stank ondraaglijk geworden en de lijken werden massaal verbrand, maar omdat gevreesd werd dat de vuren door vijandelijke bommenwerpers zouden worden gezien en gebruikt, moesten de verbrandingen tot daglicht beperkt blijven. De crematies gingen dag na dag veder. Toen in Koere het nieuws van het radiobericht van Truman was doorgedrongen en een einde had gemaakt aan de verschillende geruchten over het type bom dat was gebruikt, begon de medische dienst van het leger het bloed van de slachtoffers te onderzoeken. Op 10 augustus kwam een observatiegroep uit Tokio aan en door middel van metingen werd het epicentrum van de ontploffing vastgesteld op een afstand van ongeveer 1000 meter van Matsoemoera’s huis. De hoogte van de explosie werd geschat op ongeveer 500 meter en de temperatuur op de grond onmiddellijk eronder op 5000 °C
Uit ‘Standaard geschiedenis van de tweede wereldoorlog’ door diverse auteurs -
1. Valt het gebruik van een dergelijk wapen moreel te rechtvaardigen? (specifiek voor Hiroshima en Nagasaki)
2. In een andere topic is het mij opgevallen dat er hier toch wel een aantal 'oudere' mensen op het forum zitten. Op wat voor een manier hebben jullie de koude oorlog ervaren?
3. ... (er zullen waarschijnlijk nog meer vragen volgen. Vul zelf gerust maar aan)

