Een interessant stukje uit de Trouw van 7 juni 2011.
Frappant is de link die gelegd wordt met Machiavelli
Een interview van Peter Henk Steenhuis met Hans Achterhuis, de denker des Vaderlands
Met de arrestatie van Mladic heeft Nederland met een zekere graagte het boek Srebrenica weer opengeslagen. We keken opnieuw naar foto’s van machteloze Dutchbatters, zagen Karremans zuur nippen van zijn borrel, en het schaamrood schoot alweer naar de kaken.
Hans Achterhuis, Denker des Vaderlands, schreef afgelopen jaren veel opiniestukken over geweld in het voormalig Joegoslavië, en ook in zijn magnum opus ‘Met alle geweld’ keren de Balkanlanden geregeld terug. Nu hij de reacties op de arrestatie van Mladic leest, verbaast hem het enthousiasme waarmee we in Nederland onze schaamte weer op lijken te roepen, maar hij is net zo goed verbaasd over het totale gebrek aan lering dat we uit de geschiedenis lijken te trekken. Achterhuis: “GroenLinks fractievoorzitter Jolande Sap maakte met haar steun voor een politiemissie van acht weken in Uruzgan dezelfde fout als voormalig minister van defensie Joris Voorhoeve in Srebrenica.”
Om die fout boven water te krijgen verwijst Achterhuis naar de Italiaanse politicus en filosoof Niccolò Machiavelli (1469 – 1527). Men heeft hem vaak verweten dat hij in zijn boek ‘De heerser’ zou stellen dat het doel alle middelen heiligt. Deze korte samenvatting is zo dominant dat al het andere wat Machiavelli over het verband tussen doel en middelen zegt is ondergesneeuwd.
“Ten onrechte. Misschien nog wel belangrijker dan het doel dat de middelen heiligt, is Machiavelli’s idee dat doelen en middelen op elkaar moeten zijn afgestemd. De doelen die je stelt, zegt Machiavelli, moeten verbonden zijn met de middelen die je ter beschikking staan om ze te bereiken. Zijn die middelen ontoereikend dan verzand je, volgens Machiavelli, ongetwijfeld in een verkeerd soort politiek moralisme. En we belanden nog dagelijks in dat moeras van moralisme.”
In zijn boekje ‘Politiek van goede bedoelingen’ (Boom, 1999) probeerde Achterhuis het ingrijpen van de Navo ten tijde van de Kosovocrisis te begrijpen. Later is deze titel een term geworden omhet Nederlandse optreden in Srebrenica mee te duiden: we hanteerden een politiek van goede bedoelingen. “Ook voordat de tragedie in Srebrenica plaatsvond, wist iedereen al dat het militair strategisch ondoenlijk was deze enclave te verdedigen”, zegt Achterhuis. “De Canadezen hadden dan ook geweigerd de taak op zich te nemen. Uit latere analyses is gebleken dat Voorhoeve dit intern ook aan de orde heeft proberen te stellen, tevergeefs, er werd niet geluisterd. En waarom niet? Vanwege vier woorden: ‘We moeten iets doen’.
“Rond het bloedige uiteenvallen van het oude Joegoslavië ging er nauwelijks een dag voorbij of ik hoorde, bijvoorbeeld in een radio-uitzending van ‘Met het oog op morgen’, een correspondent vertwijfeld vragen: ‘Wanneer begint de Navo nu met bombarderen? We moeten toch iets doen?’ De druk vanuit de media, de druk vanuit de vredesbeweging, de druk vanuit de publieke opinie was zo groot dat de politiek gezwicht is voor het grote doel: moslims beschermen. We werden daarna zo trots op dat doel dat we er niet meer aan zijn toegekomen na te denken over de middelen om het doel te bereiken.
“En dat doen we nog steeds niet. Later verdedigde Mient Jan Faber als secretaris van het IKV het ingrijpen in Irak. Als het nodig was, zo zei hij, mochten er in die oorlog zware gewelddadige middelen gebruikt worden om Saddam Hoessein ten val te brengen. Dat leek ferme, daadkrachtige taal, maar het was absoluut niet wat ik bedoelde; waar ik voor pleitte was dat de middelen en de doelen op elkaar moeten zijn afgestemd. Dat bleek hier opnieuw niet het geval. Aanvankelijk was het doel concreet: uitschakelen van Saddams massavernietigingswapens. Maar toen er vragen rezen of die wapens er wel waren, maakte het concrete doel al snel plaats voor het vage en verre doel van de democratisering van het Midden-Oosten en de strijd tegen het terrorisme. En hadden we daar de middelen voor? Nee.
“Weer een paar jaar later, nu in Afghanistan, gebeurde er precies hetzelfde. Ook daar gingen we heen omdat we iets moesten doen. Dat onze militaire aanwezigheid daar op korte termijn weinig heeft uitgehaald, ja, zelfs soms contraproductief heeft gewerkt ten aanzien van de oorspronkelijk door ons geformuleerde doelen, werd na een paar jaar schoorvoetend toegegeven. Maar toen er een besluit moest worden genomen of Nederland daar diende te blijven, werd er geen concreet doel genoemd.”
“Wanneer we nu terugkijken naar de argumenten van de voorstanders van de verlenging van onze missie, lijkt er eerder sprake te zijn van een morele imperatief dan van een realistische strategische inschatting. Zelfs de Nederlandse generaal Dick Berlijn verwoordde vooral onze morele verplichting naar de arme Afghanen. Het zou een moreel failliet betekenen – het zijn zware woorden die ik gebruik – als een welvarend land als Nederland zou zeggen: ach wat kan ons Afghanistan schelen, het is zo ver weg, laat het maar lopen als daar de vrouwen- en mensenrechten met voeten worden getreden.
“Natuurlijk, het was moeilijk om je aan het morele appèl dat uitgaat van Berlijns woorden te onttrekken. Toch is dat in de politiek vaak nodig, en Machiavelli zou het gedaan hebben. Machiavelli keek naar de concrete doelen die een politicus zich stelde en beoordeelde dan of de middelen die ingezet werden deugdelijk waren om het gestelde doel te bereiken. Berlijn wist dat je van Afghanistan niet in een paar jaar een westers land kunt maken waar vrouwen en mannen gelijke rechten hebben. Wil je dat bereiken dan moet je er tientallen jaren blijven. Dat was ook wat Hans van Griensven, de commandant van de troepen in Uruzgan, destijds bepleitte: “We moeten volharden. Onze aanpak is de juiste, het gaat alleen tientallen jaren duren.
“Dachten Berlijn en Van Griensven werkelijk dat de Nederlandse politiek de middelen zou bieden om er ‘tientallen jaren’ te blijven? Middelen en doel waren opnieuw niet op elkaar afgestemd. Goede bedoelingen, met als resultaat het moeras van moralisme. En nu is er de politiemissie in Kunduz. Fractievoorzitter van GroenLinks, Jolande Sap, was er trots op dat de aanstaandemissie verlengd is van zes weken naar acht weken. Denken we dat we in die tijd werkelijk een politieagent kunnen opleiden?
“Afgelopen jaren heb ik door mijn contacten met de politie het nodige materiaal bestudeerd over de ondersteuning die de Nederlandse politie geeft aan een aantal projecten van politiekorpsen in de derde wereld. Ondanks de inzet van ervaren opleiders blijkt het hier om een zeer moeilijke en moeizame zaak te gaan. Wie daarbij bedenkt dat een Afghaanse politieagent 60 dollar per maand verdient, maar 100 dollar nodig heeft om met zijn gezin van te kunnen leven, beseft dat corruptie en afpersing een vanzelfsprekend onderdeel uitmaken van het politieberoep. En in deze situatie zouden onze militairen als geweldspecialisten op moeten draaien voor een opleiding in macht en integriteit? Nog steeds zijn doel en middel niet op elkaar afgestemd. Nog steeds bedrijven we een politiek van goede bedoelingen. En waarom?
“Beter dan ons te schamen over onze jongens in Srebrenica kunnen we ons bezinnen op die naïeve, telkens terugkerende beschamende zin: we moeten toch iets doen?"
Altijd weer de zin: We moeten iets doen (Uruzgan)
Moderator: Moderators
Altijd weer de zin: We moeten iets doen (Uruzgan)
"Overtuiging is een grotere vijand van de waarheid dan leugens." (Uit het boek Menselijk, al te menselijk, deel 1 §483)
- Rereformed
- Moderator
- Berichten: 18251
- Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
- Locatie: Finland
- Contacteer:
Re: Altijd weer de zin: We moeten iets doen (Uruzgan)
Geweldig interessant artikel, helder denken van Achterhuis en bijzonder interessant om Machiavelli eens in een ander licht te bezien. 
Born OK the first time
-
siger
Re: Altijd weer de zin: We moeten iets doen (Uruzgan)
Goed artikel. Om over na te denken.
Een zijdelings vraagje: vroeg "de vredesbeweging" werkelijk om bombardementen?
Een zijdelings vraagje: vroeg "de vredesbeweging" werkelijk om bombardementen?
Re: Altijd weer de zin: We moeten iets doen (Uruzgan)
Siger, je doelt op deze zin
...‘Wanneer begint de Navo nu met bombarderen? We moeten toch iets doen?’ De druk vanuit de media, de druk vanuit de vredesbeweging, de druk vanuit de publieke opinie was zo groot dat de politiek gezwicht is voor het grote doel: moslims beschermen.
Het staat er idd wat ongelukkig. Druk kwam van het IKV om blauwhelem te stationeren
Ik heb er dit op wiki ( onderwerp IKV) over gevonden :
Het IKV organiseerde een Vredeskaravaan, ijverde voor stationering van veel blauwhelmen, nodigde Servische studentenleiders naar Nederland, richtte Burgerforums op, pleitte voor een sterke civiele en internationale, militaire aanwezigheid in Kosovo (troepen op de grond, geen bombardementen), trachtte de dialoog tussen Serven en Kosovaren weer op gang te brengen, richtte zich op safe havens (lokale protectoraten) in Bosnië, enzovoorts.
...‘Wanneer begint de Navo nu met bombarderen? We moeten toch iets doen?’ De druk vanuit de media, de druk vanuit de vredesbeweging, de druk vanuit de publieke opinie was zo groot dat de politiek gezwicht is voor het grote doel: moslims beschermen.
Het staat er idd wat ongelukkig. Druk kwam van het IKV om blauwhelem te stationeren
Ik heb er dit op wiki ( onderwerp IKV) over gevonden :
Het IKV organiseerde een Vredeskaravaan, ijverde voor stationering van veel blauwhelmen, nodigde Servische studentenleiders naar Nederland, richtte Burgerforums op, pleitte voor een sterke civiele en internationale, militaire aanwezigheid in Kosovo (troepen op de grond, geen bombardementen), trachtte de dialoog tussen Serven en Kosovaren weer op gang te brengen, richtte zich op safe havens (lokale protectoraten) in Bosnië, enzovoorts.
"Overtuiging is een grotere vijand van de waarheid dan leugens." (Uit het boek Menselijk, al te menselijk, deel 1 §483)
Re: Altijd weer de zin: We moeten iets doen (Uruzgan)
@ Siger. Wat betreft deze zin ( frappant !). Wist ik destijds niets van
Later verdedigde Mient Jan Faber als secretaris van het IKV het ingrijpen in Irak. Als het nodig was, zo zei hij, mochten er in die oorlog zware gewelddadige middelen gebruikt worden om Saddam Hoessein ten val te brengen.
Zegt hetzelfde onderwerp in Wiki.
In Irak was Mient Jan Faber eind 2002 en begin 2003 voor militair ingrijpen. Het bracht hem in aanvaring met onder andere de Raad van Kerken. De voorzitter van Pax Christi, bisschop Ad van Luyn, sprak nu de demonstranten toe, Faber liep niet mee. Het maakte zijn positie steeds eenzamer. In 2003 werd de functie van Algemeen Secretaris opgeheven en trad hij terug.
Later verdedigde Mient Jan Faber als secretaris van het IKV het ingrijpen in Irak. Als het nodig was, zo zei hij, mochten er in die oorlog zware gewelddadige middelen gebruikt worden om Saddam Hoessein ten val te brengen.
Zegt hetzelfde onderwerp in Wiki.
In Irak was Mient Jan Faber eind 2002 en begin 2003 voor militair ingrijpen. Het bracht hem in aanvaring met onder andere de Raad van Kerken. De voorzitter van Pax Christi, bisschop Ad van Luyn, sprak nu de demonstranten toe, Faber liep niet mee. Het maakte zijn positie steeds eenzamer. In 2003 werd de functie van Algemeen Secretaris opgeheven en trad hij terug.
"Overtuiging is een grotere vijand van de waarheid dan leugens." (Uit het boek Menselijk, al te menselijk, deel 1 §483)