Martin Bril heeft een boekje geschreven over rokjesdag waarin hij op zijn manier de lente verwelkomt. De afgelopen jaren echter, wordt mijn aandacht vooral getrokken door de vetschorten die een normaal beeld van het straatbeeld zijn gaan vormen en vooral in het voorjaar in volle omgang tentoongespreid wordt. Dit gezegd hebbende wil ik er direct aan toevoegen, dat dit geen waardeoordeel inhoudt naar de mensen die zo’n vetschort dragen. Het is slechts een waarneming die ik wel een bredere zin zou willen duiden.
Wanneer ik naar de hedendaagse samenleving kijk dan zie ik een samenleving waarin het individu goeddeels gereduceerd is tot een productiemiddel en consument. Voor het geval je je niet (meer) als productiemiddel kunt manifesteren, word je nog wel gestimuleerd om je als consument te gedragen.
We krijgen het met de paplepel ingegoten. Kijk bijvoorbeeld naar reclames. Met hoeveel eetwerk wordt een kind al geconfronteerd binnen de reclameblokken die de kinderprogramma’s larderen?
De scholen kunnen er ook wat van. De kantineopbrengsten van het eetwerk dat daar verkocht wordt is substantieel. Maar vergeet ook niet de bedrijfskantines die een overdaad aan eetwerk aanbieden.
Winkels die qua oorspronkelijk opzet eigenlijk helemaal niets van doen hebben met het verkopen van eetwerk, doen dat op uitgebreide schaal. Neem bijvoorbeeld doe-het-zelf winkels en benzinetankstations, om maar eens twee te noemen. Je kan niet om de vakken heen waar allerlei eetwaar wacht om meegenomen te worden.
De laatste schappen voor de kassa’s in de supermarkten liggen ‘merkwaardig genoeg’ nooit gevuld met non-food producten maar veelal met snoepwaar e.d.
Festiviteiten en verjaardagpartijtjes maar ook gewoon tijdens het uitgaan neemt eten een belangrijke plaats en er valt veel geld aan te verdienen. Overal gaat het gepaard met een hapje en een tapje.
Het is duidelijk, we worden voortdurend gebombardeerd met prikkels die ons moeten stimuleren te consumeren in de breedste zin van het woord, maar zeker niet in de laatste plaats van het consumeren van voedsel. Nu kan je betogen dat er ook veel televisieprogramma’s zijn die aandacht besteden gezond eten en afvallen. Bewustwording op dit punt is natuurlijk toe te juichen, maar wat als we ons bewust worden van waar we mee bezig zijn terwijl er al sprake is van een eetverslaving? Het stimuleert de schuldgevoelens over ons eigen eetgedrag hetgeen aanleiding geeft tot gevoelens van frustraties welke niet zelden oraal weer worden weggestopt. ‘Jojo’ wordt een vaste compagnon in het leven van velen die regelmatig overvallen worden door schuldgevoelens of voor de zomer een poging doen om toch nog aan een schoonheidideaal te voldoen. Allerlei dieetgoeroes kunnen hun slag dan weer slaan door hun volgelingen in de vorm van boeken, middelen en afslankprogramma’s een zogenaamde oplossing aan te dragen.
Misschien ligt het antwoord op de vraag naar de oorzaak wel in het feit dat, eten en drinken geëvolueerd zijn van een primaire levensbehoefte naar een op holgeslagen exponent van ongebreideld consumentisme.
Het zal ongetwijfeld veel te ingewikkeld zijn om het probleem bij de oorzaak aan te pakken. Zoals we aan economische groei verslaafd zijn zo zijn ook veel al aan eten en drinken verslaafd geraakt, met vetschorten en bierbuiken als resultaat.
Stel je eens voor dat we als samenleving zouden besluiten dat we één maand alleen eten wat we écht nodig hebben, we zouden onze economie in bijna onoverkomelijke problemen brengen.
Ik vrees dat we geblinddoekt verder zullen gaan totdat we, rollend, over het randje van de afgrond tuimelen.
Groet,
Montag
Van Rokjesdag Naar Vetschortendag
Moderator: Moderators
Van Rokjesdag Naar Vetschortendag
Ik weet niets, dat erken ik, maar dat is meer dan anderen weten, want die denken iets te weten en zij weten niets. (Socrates)
Re: Van Rokjesdag Naar Vetschortendag
Je gebruikt teveel het woordje 'we' Montag.
Ik voel mij niet aangesproken.
Ik voel mij niet aangesproken.
Het goddelijke onderscheidt zich niet van het niet bestaande.
Re: Van Rokjesdag Naar Vetschortendag
In culturen waar geen supermarkten bestaan of reclame neemt eten ook een belangrijke plaats in alleen, dus misschien moet je het probleem wat dieper zoeken? We blijven nou eenmaal zoogdieren en dat betekent toch echt dat eten, vrijen en slapen erg belangrijk voor ons zijn 
“This is a present from a small, distant world, a token of our sounds, our science, our images, our music, our thoughts and our feelings. We are attempting to survive our time so we may live into yours. ”
— U.S. President Jimmy Carter (Voyager 1 Golden Record)
— U.S. President Jimmy Carter (Voyager 1 Golden Record)
Re: Van Rokjesdag Naar Vetschortendag
Beste @Fishhook, Dank voor je reactie. 'We' staat vooral voor 'samenleving'. Ik verzeker je dat ik mijn best doe om persoonlijk de consequenties trek uit hetgeen ik observeer. Toch ben ik deel van een samenleving en ik sta daar niet geïsoleerd in. Ik word erdoor beïnvloed. Ik kan ook soberder leven dan dat ik soms doe. Ik wil ook zeker mijzelf blijven aanspreken.Fishhook schreef:Je gebruikt teveel het woordje 'we' Montag.
Ik voel mij niet aangesproken.
Groet,
Montag
Ik weet niets, dat erken ik, maar dat is meer dan anderen weten, want die denken iets te weten en zij weten niets. (Socrates)
Re: Van Rokjesdag Naar Vetschortendag
Beste @Samsa,Samsa schreef:In culturen waar geen supermarkten bestaan of reclame neemt eten ook een belangrijke plaats in alleen, dus misschien moet je het probleem wat dieper zoeken? We blijven nou eenmaal zoogdieren en dat betekent toch echt dat eten, vrijen en slapen erg belangrijk voor ons zijn
Bedankt voor je reactie. Voor alle culturen geldt natuurlijk dat eten en drinken heel belangrijk zijn. Ten eerste als primaire levensbehoefte. In veel culturen is het een dagtaak om genoeg te eten binnen te krijgen. Daar hebben ze geen reclame voor nodig. Een supermarkt is er dan ook meestal niet. In de tweede plaatst is eten en drinken voor veel culturen een sociale gebeurtenis. In sommige culturen zullen mensen hun laatste stuk brood met hun gast delen. In culturen zoals in de Pacific is eten belangrijk omdat 'dik zijn' een hoge status heeft. Je kunt zo laten zien dat het je goed gaat. Een mooi voorbeeld is de koning van Tonga. Die is zo dik dat hij nauwelijks zelfstandig kan lopen.
Groet,
Montag.
Ik weet niets, dat erken ik, maar dat is meer dan anderen weten, want die denken iets te weten en zij weten niets. (Socrates)