Nooit van Google gehoord Getses?Getses schreef:Ik zal wel een zeer oude koe uit de sloot halen, maar waar staat dit dan in de Tora? Toen dit destijds actueel was dorst men bij Pauw en Witteman niet aan de bezoekende Rabbi te vragen.
En ook aan de Imam die er over werd ondervraagd vroeg men niet waar dat in de Koran staat.
Volgens mij staat het nergens. Traditie gaat hier boven het geloof. En aangezien we hier ten lande vrijheid van godsdienst hebben, hebben we toch niet tevens vrijheid van traditie?
PS: Hoe ze bloed denken te verwijderen door veelvuldig zouten is mij niet duidelijk.Sjechita (joods ritueel slachten)
Rituele slacht van een kip, volgens de Kasjroet.Religieus levende Joden eten alleen vlees van dieren die zijn geslacht door middel van een halssnede en verbloeding. Verdoving of bedwelming is hierbij niet toegestaan. Dit noemt men sjechita. Het doel van deze manier van slachten is dat het dier zo snel mogelijk bloed verliest. Door de snelle bloeddrukdaling raakt het dier binnen circa twee seconden buiten bewustzijn. Voor de slacht moet het dier goed gefixeerd worden.
Een dier dat sterft of gedood wordt op een andere manier, is niet kosjer. Het is ook strikt verboden om vlees te eten dat van een levend dier verwijderd werd[2]. Dit zijn overigens ook regels die in andere religies gelden.
De basis voor de joodse manier van slachten, staat in de Thora, in Leviticus en Deuteronomium 14:3-21. Specifiek staat in Deuteronomium 14:6: "elk dier, dat gespleten hoeven heeft (beide hoeven geheel gekloofd) en herkauwt onder de dieren, mag je eten". Volgens de joodse religie mag men wel rund, schaap, geit en hert eten maar bijvoorbeeld niet kameel, varken, paard of haas. Ook roofdieren worden niet gegeten. Van de vogels mag bijvoorbeeld kip worden gegeten. Alle regels voor voeding heten samen kasjroet.
Bij de sjechita moet het slachtmes (chalaf) vlijmscherp en kaarsrecht zijn om het dier onmiddellijk te kunnen doden. Vervolgens wordt al het bloed, dat nog niet na de halssnede het lichaam heeft verlaten, verwijderd door het vlees veelvuldig te zouten; de consumptie van bloed is namelijk strikt verboden. Het mes wordt na elke slacht op scherpte gecontroleerd.
Na de slacht wordt het vlees gekeurd volgens joods gebruik. Daarbij worden onder andere de longen onderzocht. Zieke dieren worden afgekeurd voor consumptie. De slager haalt vervolgens alle vetdelen en vetvliezen weg, ook het vet uit de aderen waarin zich nog gestold bloed van het geslachte dier bevindt. Dit werk heet 'poorsen'.
Bij het ritueel slachten volgens de joodse regels worden eisen gesteld aan de opleiding, vakbekwaamheid, toetsing, toezicht, kwaliteitscontrole en aan de verankering van het dierenwelzijn[3]. De slachter, sjocheet, is door een religieuze autoriteit geaccrediteerd en staat onder rabbinaal toezicht (onder toezicht van een rabbijn).
In Nederland bevindt zich in 2011 één slachtplaats om volgens de sjechita te slachten. Het gaat om enkele tientallen runderen per week [4]