marie-louise schreef:
Beste Bob,
Bijna had ik je berichtje niet gezien, dat zou spijtig geweest zijn, want het onderscheid dat je maakt vind ik zeer interessant om ook jou mening te vragen aangaande het volgende: vind jij dat ontwikkeling (soms ook evolutie genoemd) dan volledig buiten het beschrijven van de evolutie van de mens moet geplaatst worden? Die psychologische evolutie, of ontwikkeling is toch een essentieel deel van de soort die wij zijn. Is dat geen gespleten manier om de Darwinistische theorie overeind te houden. Ik vraag me dat echt in een dergelijke mate af dat ik er soms van wakker lig. Mij lijkt het op die beroemde epicicli die ooit het geocentrisch model overeind moesten houden. Ik blijf van die indruk vergezeld.
Groetjes, Marie-Louise
Fjedka schreef:Er is geen enkele reden om het sociaal-culturele fenotype van juist de mens
buiten evolutie te plaatsen, danwel een antropocentrische (en foutieve m.i.).
Fjedka maakt een uitermate belangrijk onderscheid, dat tussen geno- en fenotype.
Ik heb mijn laatste zin in die post niet voor niets vermeld, maar fjedka formuleert het beter. Sociale-, culturele, economische, etc. etc. factoren zijn medebepalend voor het fenotype van de mens en hebben derhalve wel invloed op de variatie, en DUS in theoretische zin evolutie van de mens.
De casuistiek van intelligentie is al naar voren gekomen, om niet in casuistiek te verzanden wil ik het via dit voorbeeld meer algemeen maken en een zijsprongetje maken naar een duidelijker voorbeeld (in mijn ogen). Nu wil het geval dat de statistiek (uit het hoofd) aantoont dat in westerse landen mensen met een hogere opleiding zich minder vaak voortplanten. Men kan dus onderscheiden een "factor / functie" seksuele selectie en natuurlijke selectie.
Vrijwel iedere mens wordt geslachtsrijp. Natuurlijke selectie is zo goed als 0. Toch zou het mij niet verbazen als in bepaalde variaties van fenotype (sociocultureel. laten we zeggen streng gelovig, waarbij niet ingeent wordt, en/of niet behandeld wordt bij leukemie) factor natuurlijke selectie 0,02 is en andere variaties (fenotype, sociocultureel bepaald) 0,01 (bij wijze van spreken). Daar staat tegenover dat in deze casus kindersterfte aan niet behandelen (wellicht voor een deel) gecompenseerd wordt met een hoger geboortevijfer. De factor seksuele selectie zal dus bijvoorbeeld 7 zijn, waar die van de andere variaties wellicht 2 of 3 is.
De verdeling van variatie in fenotype heeft, op zijn minst in theoretische zin (bijvoorbeeld door politiek, kunst en wetenschap) een invloed op de cultuur/culturele ontwikkeling (en dus op nurture). Die cultuur, zoals eerder beschreven weer van invloed op de factoren seksuele- en natuurlijke selectie.
Natuurlijk zijn cijfers voor factoren verzonnen, en is het een schematische voorstelling van deze casus. Het gaat me erom dat het idee duidelijk is.
De term psychologische evolutie betreft in mijn ogen enkel die factoren die via informatie die (genetisch en wellicht zelfs via de omgevingsfactoren in de baarmoeder) via de voortplanting van de ouders meegegeven wordt, vanuit biologische zin. Ik hoop dat mijn idee een beetje verduidelijkt is.
Groet,
Bob