In Amerika gaat men anders om met topsporters dan hier in Nederland. Iemand die kiest voor topsport wordt toch vaak als buitenbeentje gezien, en mensen vragen zich af waarom zo iemand niet kiest voor een 'veilige' maatschappelijke carrière. In Amerika wordt je als topsporter op handen gedragen en doet men er ook alles aan (bijv. op de universiteiten) om je klaar te stomen voor het grote werk. Daarom is daar alleen al meer sprake van competitie in de aanloop naar een carrière als topsporter dan hier en daardoor kun je een achterstand oplopen (afhankelijk van de sport). Het is uitermate belangrijk om als sporter zo vroeg mogelijk in contact te komen met je rivalen en met hun de strijd aan te binden. Daar leer je het meeste van. Je kunt trainen totdat je een ons weegt, maar door het spelen van wedstrijden tegen grote rivalen kun je je pas ontwikkelen.Mentaliteit is ook cultureel bepaald. Een Amerikaan heeft een rotsvast zelfvertrouwen en straalt dit ook uit. In het Amerikaanse topsportklimaat is het presteren onder druk een gegeven. Trials etc. Een harde opstelling en een eigenaardig groot zelfvertrouwen is hun eigenlijk van jongs af aan meegegeven. Terwijl een Nederlander vaak denkt "zou het me vandaag lukken". Denkt men hier: "Vandaag ben ik de beste
Sowieso heb je hier een andere mentaliteit dan in Amerika. Een topsporter in spé hoort in elke wedstrijd zich een doel te stellen en dat betekent verbetering op tenminste één vlak. Je hoeft dan nog niet een wedstrijd te winnen (iets wat men in Nederland altijd belangrijk vindt), maar je moet erachter komen wat je zwakke punten zijn, hoe je deze kunt verbeteren en hoe je meer rendement haalt uit je spel. Dat is een leerproces. Maar in Nederland zijn we sneller geneigd om te geloven dat je slecht speelt wanneer je verliest terwijl dit helemaal niet het geval hoeft te zijn. Als een ander beter is dan is dat nu eenmaal zo, en het is dan aan jou om je te verbeteren. Heb je alles eraan gedaan om te winnen en je tegenstander is beter, dan moet je dat accepteren.