Mijn biecht
Geplaatst: 03 mei 2009 22:43
Ik ben een 'moslima' van 21 jaar, ik ben geboren en getogen in Nederland en ik ben islamitisch opgevoed. Ik heb het vwo afgemaakt, en volg nu een universitaire studie. Tot een jaar geleden bad ik 5 keer per dag, vastte ik in de ramadan, en vervulde de plichten die Allah mij gebood, ik was een vrome moslima. Maar sinds kleins af aan was ik een denker die de wereld om haar heen probeerde te begrijpen, maar de antwoorden die mijn omgeving en mijn geloof gaf wakkerde telkens maar weer mijn angsten aan. Ik was namelijk een angstig persoon, mijn grootste angst was voor de dood. Derhalve kreeg ik in mijn pubertijd last van paniek en hypochondrie. Met mijn geloof bezig zijn maakte mijn angsten alleen maar erger, dit merkte ik uiteraard pas later. Ik vond het allemaal eng wat er in de Koran stond over de hel, de duivel, de djins en de dood.
Kortom, mijn geloof was een bron van angsten voor mij, zonder dat ik het merkte. Mijn angsten bereikten een jaar geleden een climax, ik dacht alleen maar aan de dood en het hiernamaals. Ik was bang voor Allah...
Toen ik op een dag op een stoel voor de huisarts zat, vertelde ik hem over mijn angst voor de dood en mijn paniekaanvallen. Ik was weleens eerder bij hem langs geweest wegens hyperventilatie, dus zonder aarzeling schreef hij mij een antidepressiva voor en gaf hij mij een verwijsbrief voor de psycholoog.
Diezelfde dag begon ik met het slikken van de antidepressiva. De eerste 3 maanden had ik last van bijwerkingen. Op een gegeven moment begon het te werken en ik werd er rustiger van. Mijn angstige gedachten gingen niet weg maar ik raakte er niet meer in paniek van Dit zorgde ervoor dat ik dieper kon nadenken, want ik kreeg immers geen paniekaanvallen.
Geleidelijk leek het alsof alle puzzelstukjes op zijn plaats vielen, ik zag hoe alle geloven absurd waren. God/Allah de Koran de Bijbel…. Ik kon niet geloven dat ik zo lang blindelings in sprookjes heb gelooft. Jarenlang werd ik in toom gehouden door de angst, en de antidepressiva nam de angst weg en ik kon dieper nadenken. Een opluchting, of toch niet??
De nieuwe gedachten overvielen mij. Aan de ene kant wilde ik terug naar de tijd dat ik nog geloofde, want dat leek allemaal zo bekend en veilig, maar aan de andere kant was ik blij dat ik 'wakker' was geworden. Dit wakker worden ging na een tijd gepaard met existentiële angst, want mijn existentiële vragen bleven onbeantwoord, ik was weer bij het nulpunt. Ik las veel boeken over de wetenschap en de filosofie, opdat ik antwoorden kon vinden.
Wekenlang heb ik ook getobd over de dood, want als er geen hemel en hel is wat is er dan na de dood? Ik las uiteindelijk boeken over hersenen en bewustzijn, en ik kwam tot de conclusie dat ons bewustzijn een onderdeel is van ons lichaam, dit betekende voor mij dat er na de dood niets is.
Deze conclusie gooide mij in het diepe want ik kreeg existentiële depressie, ik vond het leven zinloos. Ik werd ook bang van het leven door het stellen van de volgende vragen: wie ben ik, wat ben ik, waarom ben ik hier, wat doe ik hier, wat is dit hier, zit ik in een simulatie etc. Het leek alsof het chemische balans in mijn hersenen ontregeld was, ik kon geen antwoorden vinden en concludeerde dat alles zinloos was. De dood maakte het leven zinloos. Ik kon hier diep over nadenken, want ik raakte niet zoals vroeger in paniek. Mijn psycholoog gaf mij het advies: carpe diem.
Dat kon ik niet, want ik bevond mij in een onbekende plek, en de Islam was een bekende plek waar ik naar terug wilde als het allemaal teveel werd. Ik dacht vaak: was het maar zoals vroeger. Maar ik kon niet meer terug. Hoe kon ik voortaan in sprookjes geloven? Dat kon ik niet meer, maar naar de buitenwereld toe deed ik natuurlijk alsof ik geloofde..
Tegenwoordig gaat het wat beter met mij, ik ben al gewend aan mijn nieuwe gedachten. Maar het blijft vanwege mijn omgeving erg moeilijk, ik heb ook nog last van existentiële angst. Ik voel mij soms als de hoofdpersoon uit het roman ‘de walging’ van Jean-Paul Sartre.
Soms wil ik terug in de tijd, de tijd waarin ik in Allah geloofde, ik had toen zoveel antwoorden. Maar wanneer ik de absurditeit van die periode in mijn leven inzie, dan denk ik hieraan: het is beter om geen antwoorden te hebben dan in een leugen te geloven.
Kortom, mijn geloof was een bron van angsten voor mij, zonder dat ik het merkte. Mijn angsten bereikten een jaar geleden een climax, ik dacht alleen maar aan de dood en het hiernamaals. Ik was bang voor Allah...
Toen ik op een dag op een stoel voor de huisarts zat, vertelde ik hem over mijn angst voor de dood en mijn paniekaanvallen. Ik was weleens eerder bij hem langs geweest wegens hyperventilatie, dus zonder aarzeling schreef hij mij een antidepressiva voor en gaf hij mij een verwijsbrief voor de psycholoog.
Diezelfde dag begon ik met het slikken van de antidepressiva. De eerste 3 maanden had ik last van bijwerkingen. Op een gegeven moment begon het te werken en ik werd er rustiger van. Mijn angstige gedachten gingen niet weg maar ik raakte er niet meer in paniek van Dit zorgde ervoor dat ik dieper kon nadenken, want ik kreeg immers geen paniekaanvallen.
Geleidelijk leek het alsof alle puzzelstukjes op zijn plaats vielen, ik zag hoe alle geloven absurd waren. God/Allah de Koran de Bijbel…. Ik kon niet geloven dat ik zo lang blindelings in sprookjes heb gelooft. Jarenlang werd ik in toom gehouden door de angst, en de antidepressiva nam de angst weg en ik kon dieper nadenken. Een opluchting, of toch niet??
De nieuwe gedachten overvielen mij. Aan de ene kant wilde ik terug naar de tijd dat ik nog geloofde, want dat leek allemaal zo bekend en veilig, maar aan de andere kant was ik blij dat ik 'wakker' was geworden. Dit wakker worden ging na een tijd gepaard met existentiële angst, want mijn existentiële vragen bleven onbeantwoord, ik was weer bij het nulpunt. Ik las veel boeken over de wetenschap en de filosofie, opdat ik antwoorden kon vinden.
Wekenlang heb ik ook getobd over de dood, want als er geen hemel en hel is wat is er dan na de dood? Ik las uiteindelijk boeken over hersenen en bewustzijn, en ik kwam tot de conclusie dat ons bewustzijn een onderdeel is van ons lichaam, dit betekende voor mij dat er na de dood niets is.
Deze conclusie gooide mij in het diepe want ik kreeg existentiële depressie, ik vond het leven zinloos. Ik werd ook bang van het leven door het stellen van de volgende vragen: wie ben ik, wat ben ik, waarom ben ik hier, wat doe ik hier, wat is dit hier, zit ik in een simulatie etc. Het leek alsof het chemische balans in mijn hersenen ontregeld was, ik kon geen antwoorden vinden en concludeerde dat alles zinloos was. De dood maakte het leven zinloos. Ik kon hier diep over nadenken, want ik raakte niet zoals vroeger in paniek. Mijn psycholoog gaf mij het advies: carpe diem.
Dat kon ik niet, want ik bevond mij in een onbekende plek, en de Islam was een bekende plek waar ik naar terug wilde als het allemaal teveel werd. Ik dacht vaak: was het maar zoals vroeger. Maar ik kon niet meer terug. Hoe kon ik voortaan in sprookjes geloven? Dat kon ik niet meer, maar naar de buitenwereld toe deed ik natuurlijk alsof ik geloofde..
Tegenwoordig gaat het wat beter met mij, ik ben al gewend aan mijn nieuwe gedachten. Maar het blijft vanwege mijn omgeving erg moeilijk, ik heb ook nog last van existentiële angst. Ik voel mij soms als de hoofdpersoon uit het roman ‘de walging’ van Jean-Paul Sartre.
Soms wil ik terug in de tijd, de tijd waarin ik in Allah geloofde, ik had toen zoveel antwoorden. Maar wanneer ik de absurditeit van die periode in mijn leven inzie, dan denk ik hieraan: het is beter om geen antwoorden te hebben dan in een leugen te geloven.