Het Babylonische scheppingsverhaal ‘Enuma Elish’ is waarschijnlijk minder bekend en wat nog minder mensen weten is dat er sterke overeenkomsten zijn tussen beide verhalen.
Wat is de Enuma Elish?
Van de Enuma Elish zijn verschillende versies (Assyrisch, Soemerisch en Babylonisch). De eerste keer dat de tekst opduikt is bij de opgravingen van Layard, Rassam en Smith in 1875 in Mesopotamië.
Er worden kleitabletten gevonden in de paleizen van Sennacherib en Assurbanipal (beide waren koning van Assyrië in de 7e eeuw v. Chr.). Deze versie van de Enuma Elish wordt gedateerd in de 7e eeuw v. Chr. En vertoont veel gelijkenissen met de Babylonische verhalen met het opmerkelijkste verschil dat Marduk, die enkele eeuwen voordien Ea verving, regelmatig vervangen wordt door Ashur, hun eigen God. In Babylonië en Assyrië kwam het hoogstwaarschijnlijk voor dat elke belangrijke stad zijn eigen versie had van het scheppingsverhaal waarin de stadsgod de held van het verhaal is.
Marduk = Schepper van aarde en hemel. Staatsgod van Mesopotamië. Hij werd benoemd tot de zoon van Enki om de Babyloniërs gerust te stellen en hem als een God te aanvaarden.
Ea = God van de afgrond, zoetwater en van de wijsheid. Hij was de schepper van de mens en van de stad Babel en ook bekend onder de naam Enki (Soemmerische naam). Hij was de vader van Marduk.
Ashur = Hoofdgod van de Assyriërs en concurrent van Marduk. Vanaf de 13e eeuw v. Chr. proberen de priesters Marduk door Ashur te vervangen in de Enuma Elish.
Er worden nog enkele vondsten gedaan begin 20e eeuw van de Enuma Elish door Duitse opgravers in de oude hoofdstad Assur, door een gezamenlijke expeditie van de universiteiten van Oxford en Chicago in Kish en door nog een Duitse expeditie in Uruk. Helaas ontbreekt alleen van het 5e tablet een groot deel, de overige 6 tabletten zijn nagenoeg compleet.
De gevonden kleitabletten zijn kopieën, maar aan de hand van een inscriptie van Agum II (Kassitische koning 16e eeuw v. Chr.) over de elf monsters die worden genoemd in de Enumah Elish kunnen we de tekst dateren in minstens deze eeuw. Het is echter mogelijk de tekst nog eerder te dateren omdat Marduk de grootsheid van Babylonië moest aantonen in het verhaal. De Babyloniërs waren oppermachtig in Mesopotamië gedurende de Eerste Babylonische Dynastie (1894 tot 1595 v. Chr.).
De Soemeriërs zijn de uitvinders van het (spijker)schrift (3500 v. Chr.) en begonnen al in een vroeg stadium verhalen op te schrijven. Door de groei van o.a. de stad Babylon moest men vanwege bureaucratische noodzaak wetten vastleggen (wetboek van Hammurabi – 18e eeuw v. Chr.) en noteerde men gegevens m.b.t. de handel. Het is niet zo verwonderlijk dat ook al in een vroeg stadium spirituele verhalen werden vastgelegd door de priesters omdat ze dan hun status en die van de koningen konden versterken. In een tijd dat in Judea en Israël nog slechts nomaden rondliepen die in simpele nederzettingen woonden, geen eigen schrift hadden en nog geen eigen taal (het Hebreeuws bestond als taal nog niet) hadden de Soemeriërs al een intelligente complexe beschaving opgebouwd. De meeste delen van de bijbel zijn pas opgeschreven tijdens de Babylonische ballingschap in de 6e eeuw v. Chr. Er zijn geen oude bijbelteksten bekend die kunnen bewijzen dat het scheppingsverhaal uit Genesis later kan worden gedateerd.
Van de auteurs is niets bekend; waarschijnlijk is het verhaal opgetekend door de Babylonische priesters voor de verering van de stadsgod Marduk. Het gedicht heeft ook een politieke verklaring en daarin is de rol van Babylonische koningen hoogstwaarschijnlijk ook van belang geweest. Van de kopieerders van het scheppingsverhaal is al meer bekend. De meeste schrijvers stonden in dienst van de Assyrische koningen en werden gestuurd naar oude steden om kopieën te nemen van de literatuur die daar aanwezig was. De kopie ervan werd meegebracht naar Assyrië en daar bewaard in het paleis. In deze "bibliotheek" worden ze geklasseerd op plankjes volgens werk en onderwerp. Elke tafel was genummerd of de laatste zin werd herhaald op de volgende tablet. Meestal bevond er zich onder een colofon waarin er door de auteur enkele details worden toegevoegd zoals de naam van de auteur. Dankzij de ijver en de zorg van de schrijvers en de koningen voor het bewaren is het dankzij de Assyrië dat we nog over deze bronnen kunnen beschikken.
De Enuma Elish is niet alleen een scheppingsverhaal, maar voor het grootste deel vertelt het de strijd die werd geleverd tussen de goden en de uiteindelijke overwinning van Marduk. Het verhaal was een soort verheerlijking van Marduk als de god van de goden en als de schepper van de aarde en hemel. Het diende om de verkiezing en het oppergezag van Marduk te legitimeren. Naast de bezinging en legitimatie van Marduk was het de bedoeling om de claim van Marduk als heerser over alle steden van de wereld te versterken en zo ook de claim van Babylon als stad van Marduk en eveneens wordt het belang van Babylon in het verleden aangetoond als de stad die Anunnaki bouwde als woonplaats voor de goden. Daarmee heeft het verhaal ook een politiek karakter gekregen.
Anunnaki = Raad van Goden met de Grote Anu als hoofd. De overige leden werden als zijn nakomelingen beschouwd. De troon van de Grote Anu werd geërfd door Enlil, de broer van Enki.
Het Babylonische scheppingsverhaal was natuurlijk ook een mythe en aan de hand van het verhaal tracht/en de schrijver/s een verklaring te geven voor de natuurfenomenen die de Babyloniërs niet begrepen.
Wie heeft wie beïnvloedt?:
Gedurende bijna 20 eeuwen waren christenen niet op de hoogte van de cultuur van de Soemeriërs, Babyloniërs en Assyriërs. De enige gegevens over deze culturen kwamen uit de bijbel. Pas toen o.a. Layard opgravingen deed in het huidige Irak en stuitte op de resten van steden, paleizen, monumenten, etc. kregen we meer inzicht in de cultuur van deze beschavingen. Geen christen was op de hoogte van verhalen zoals de Enuma Elish en het Gilgamesj Epos en vanwege de verankering van het christendom in onze cultuur is het moeilijk om te beseffen en bevatten dat andere volkeren (buren van de Joden) gelijke (scheppings)verhalen hebben.
Wanneer we kijken naar de rijke, complexe cultuur van de Soemeriërs, Babyloniërs en Assyriërs met hun schrift, wetten en bureaucratie en dat in dezelfde periode afzetten tegen de rondzwervende eenvoudige nomaden die analfabeet waren, dan kunnen we redelijkerwijs stellen dat het Joodse scheppingsverhaal pas veel later is opgeschreven en dat het elementen bevat van de Enuma Elish. Dit is niet makkelijk te bevatten voor de christenen, maar wederom, ons huidig besef van het christendom en de verankering daarvan in onze cultuur heeft niets te maken met wat we nu weten over die oude beschavingen. De archeologie vertelt ons het verhaal van die beschavingen; dat we het niet eerder wisten kunnen we nu niets meer aan doen. We weten van het christendom dat het fel gekant is tegen religieuze verhalen van andere culturen en deze afdoet als duivelse verhalen, afgoderij, mythologie, etc. en dat het pronkt met de eigen verhalen die geïnspireerd zijn door hun eigen en enige God. Het christendom heeft op geraffineerde manier afgerekend met die andere verhalen en geprobeerd ze onder het tapijt te vegen. Echter, de archeologen hebben dat tapijt opgetild en in ruim één eeuw tijd kennen we nu de ware geschiedenis en wordt het tijd dat we dit accepteren en gaan beseffen wat het inhoudt voor de toekomst.
Wat zijn de overeenkomsten?
Beide verhalen beginnen vanuit een fase van een soort waterachtige chaos. Voor de Babyloniërs als levende materie met de verpersoonlijking van Tiamat en Apsu terwijl het voor de Joden levenloos water is.
Tiamat = Oergodin van de zoutwater oceaan. Marduk overwint haar en schept daarna de wereld.
Apsu = God van de onderwereldse zoetwater oceaan. Enki doodde Apsu en uit het dode lichaam werd de hemel gemaakt. De Babyloniërs en Assyriërs hadden waterbekkens op binnenpleinen van tempels die Apsu werden genoemd. De christelijke doopvonten zijn hiervan afgeleid. Ook het woord Apse (kerkdeel) is afgeleid van dit woord.
In beide verhalen is er eerst een fase van duisternis, daarna is er licht en daarna wordt de hemel op een gelijkwaardige manier geschapen namelijk door het splitsen van de wateren. Vervolgens wordt de aarde geschapen, waarna de sterren worden gecreëerd. Tenslotte beëindigen beide de schepping met de mens met als verschil dat in het Joodse scheppingsverhaal de mensen de climax van het verhaal zijn, terwijl in de Enuma Elish de goden dat zijn.
Een opvallend gegeven is het volgende:
Bijbel:
Dag 2 God schiep het hemelgewelf, het uitspansel, dat de watermassa onder het gewelf scheidde van het water erboven.
Het is niet geheel duidelijk wat met het ‘scheiden van de wateren’ wordt bedoeld. Maar dit wordt wel duidelijk wanneer we het scheppingsverhaal van de bijbel naast de Enumah Elish leggen. Want in de Enuma Elish is duidelijk sprake van het zoute water (Tiamat) en het zoete water (Apsu) wat werd gescheiden. De Soemeriërs probeerden net als andere volkeren natuurlijke gegevens te verklaren. Waarom was bijvoorbeeld de zee zout en het water uit meren zoet? Daarvoor moest een verklaring zijn en wel een hele oude; zo oud zelfs dat het wel een scheppingsverhaal moest zijn.
Evenals in andere bijbelse verhalen waarin onlogische zaken staan die maar moeilijk verklaard kunnen worden, zijn deze plotseling een stuk helderder wanneer een begrijpelijke tekst wordt gevonden uit een andere religie.
Het verhaal is nog niet compleet, maar ik wilde het alvast met jullie delen, mede dankzij de ophef over Andries Knevel en het scheppingsverhaal. Misschien dat deze informatie hem nog meer aan het denken zet.