'Gewoon een extra term erbij pleuren' verklaart niets. Dat is een matsfactor introduceren en dat is heel wat anders. En op basis van een enkele waarneming mag je natuurlijk geen onderscheid maken tussen theorieën. Als je persé een antwoord wilt, wordt het filosofie, waarvoor ik je verwijs naar hoofdstuk 4.4 van Philosophy of Natural Science door Carl Hempel (Prentice-Hall, 1966). Het hangt af van de gesteldheid van de beoordelaar of die voor de matsfactor kiest of Einsteins ingewikkelde veldvergelijkingen. Ik zou altijd voor de laatste kiezen omdat daar de grootste hoeveelheid fysica in is verwerkt en ook een (weliswaar ingewikkelde) methode geeft om die matsfactor rigoureus te bepalen.The Black Mathematician schreef:Geen bewijs, want je kan ook Newtons gravitatiewet iets aanpassen om hetzelfde resultaat te krijgen. (NB dus niet één van de drie bewegingswetten van Newton zoals MOND doet.) Levert precies hetzelfde op, en heeft precies evenveel aannames nodig als Newtons oude theorie. Het is heel simpel: neem de zwaartekrachtspotentiaal van Newton en voeg er de term GML/r^3 aan toe, waarbij G de constante van Newton, M de massa van de zon, L het draaimoment van de planeet en r de afstand van planeet tot de zon. Het toevoegen van deze term verklaart precies de perihelionverschuiving, want het is de extra term die je ook krijgt bij algemene relativiteitstheorie. Dus er is wel degelijk sprake van een effect dat met de theorie uit die dagen beschreven kon worden, gewoon die extra term erbij pleuren. Welke theorie is nou juist als we alleen naar dit effect kijken? Newtons gemodificeerde of Einsteins?cymric schreef: Ten eerste is die uitspraak onzin omdat indien ART niet klopte, de juiste precessie er niet uit zou volgen, dus op die manier is er wel degelijk sprake van een bewijs. (Er kan namelijk maar één enkele precessie uit de theorie volgen, er zitten geen vrij veranderbare parameters in de uiteindelijke formule.) Ten tweede gaat het hier helemaal niet om: het ging erom een effect te noemen dat met de stand van de theorie in die dagen niet kon worden beschreven waardoor Einstein een iets legitiemere reden zou hebben gehad zich met het probleem te bemoeien. Perihelionverschuiving was zo'n effect. Dat je het ook op een andere manier kan oplossen doet voor dit specifieke gedeelte van de discussie niet ter zake.
Mijn 'elegant' is een in deze context slecht gekozen woord. Ik bedoelde er 'wetenschappelijk elegant' mee, dus in de zin dat er niet zomaar extra termen in vergelijkingen worden gepropt, maar dat er zeer strikt werd gekeken naar zaken als relativiteit, het equivalentieprincipe en Newtons wetten en dat op basis van alleen die zaken een geometrische theorie volgde.Aha, nu komt de aap uit de mouw. Einsteins theorie is veel eleganter. Helemaal mee eens. Maar laat dit nu net de reden zijn waarom snaartheorie zo populair is, het levert namelijk een veel fraaier bouwwerk op dan de huidige theorieën waarin kunstgrepen nodig zijn als renormalisatie. Net zoals die extra term erbij een lelijke kunstgreep is. Die term erbij is overigens net zo verklaarbaar als de oorspronkelijke gravitatiepotentiaal: het voldoet aan de waarnemingen.Einstein had een veel elegantere oplossing in gedachten dan het botweg verkrachten van een mooie eeuwenoude vergelijking die het vooralsnog prima leek te doen---op dat ene vreemde dingetje na, dan---een oplossing die meer fysica bevatte dan een extra onverklaarbare en zuiver beschrijvende term in de vergelijking, wel te verstaan.
Leg dat nu weer eens naast ST. Daar is niet eens zeker wat er allemaal in de theorie moet: in de 30+ jaren dat ermee wordt gespeeld, zijn er allerlei onbekende effecten opgedoken ('donkere materie', 'donkere energie') waar we op dit moment werkelijk geen flauw idee van hebben wat daaraan ten grondslag ligt. Het Standaard Model is experimenteel gezien nog niet eens echt compleet, en her en der is men druk doende om meer grip te krijgen op de eigenschappen van antimaterie en de glad-als-een-paling-in-een-emmer-snot neutrino's, die ook een paar verrassingen in petto bleken te hebben. En op basis van zo'n basis, waar nog van alles aan verspijkerd en verbouwd en verherspijkerd (
) wordt, is men bezig met een hypothese die zogenaamd alles zou moeten verklaren en ook nog eens overal wordt aangeprezen (en met hand en tand wordt verdedigd) als de Ultieme Omega van de natuurkunde. In die 30+ jaar is er geen enkele tastbare berekening uit de theorie gerold (lees: een massa van een proton, de grootte van \alpha, enzovoort; of, gezien de al laaiend lastige QCD-berekeningen, een methode om die dingen te bepalen) behalve een zwak anthropische verklaring voor een altijd prijs-grabbelton uitkomst en een model van een extreem sterk vereenvoudigde 'ruimtetijd'-geometrie. Het spijt mij werkelijk zeer. De wiskundige leek in mij gaat diep door het stof voor de mentale tour de force die de knappe koppen hebben geleverd (ik hoop zelf ooit nog eens tensorrekening vlot in mijn vingers te hebben, om mijn eigen simpele niveau maar eens te duiden); de heel wat ervarener wetenschapper in mij ziet vooral werkverschaffing en richt z'n aandacht op zaken als LIGO, ANTARES, BaBar, LOFAR en andere prachtige en fascinerende sterk experimenteel-gerichte programma's. En is ook blij dat deze knappe koppen zich niet in naam van Allah of God bezighouden met het ontwikkelen van massavernietigingswapens.