publicatie: Trouw door Cokky van Limpt

Nederlandse politici vinden Michelle Goldbergs schrikbeeld van de opmars van christelijk rechts in de VS ’overdreven’.
Erg geschokt reageerden haar Nederlandse debatpartners niet op het afschrikwekkende beeld dat Michelle Goldberg schetste van de groeiende invloed van christelijk rechts in de politiek, zorg, dienstverlening, het onderwijs en de rechtspraak van de Verenigde Staten. De Amerikaanse (seculier joodse) onderzoeksjournaliste was even in Nederland voor het verschijnen van de Nederlandse vertaling van haar boek ’Kingdom Coming: The Rise of Christian Nationalism’. Ze gaf maandagavond een lezing over haar boek in het Amsterdamse Felix Meritis, gevolgd door een debat over ’de toenemende macht van christelijke organisaties in de Verenigde Staten én in Nederland’.
Eigenlijk vonden de deelnemers aan dat debat, EO-directeur Henk Hagoort, PvdA-senator Han Nooten en CDA-Tweede Kamerlid Jan Jacob van Dijk, dat Goldberg teveel beschuldigt en overdrijft in haar boek en haar conclusies te ver doortrekt. „Het komt op mij over als een samenzweringstheorie”, zei Van Dijk, doelend op Goldbergs voorstelling van een christelijk soldatenleger dat bezig is de macht in Amerika over te nemen. Ook het ’parallelle universum’ waarvan volgens haar sprake is, waarin rechts-radicale christenen ’hun eigen realiteit creëren’ waarin ’leugens worden verteld over evolutie, over opwarming van de aarde, over homoseksualiteit en Joden’, alarmeerde hen niet echt. Nooten herkende er in elk geval in de Nederlandse situatie weinig van. „Maar misschien zie ik die parallelle systemen wel niet?” Wat Goldberg beschrijft is volgens de PvdA-senator altijd al zo geweest: „Er zijn veel mensen, zowel in de VS als in Europa, die de zekerheid van nationaal conservatisme nodig hebben. Dat heeft volgens mij meer van doen met angst voor de individualiserende samenleving dan met religie.”
„Politieke invloed willen hebben is nog iets anders dan concreet bedreigend zijn en met verborgen agenda’s werken”, meende Hagoort. Hij ziet in het opereren van de christelijke nationalisten in Amerika eerder een politieke strategie dan een samenzwering tegen het links-progressieve volksdeel. Goldbergs metaforen van oorlog en strijd en haar verkapte beschuldigingen aan het adres van de christelijke nationalisten – ’ze zijn geen taliban, maar...; ze zijn geen fascisten, maar...; ze haten geen Joden, maar...’ – zijn naar Hagoorts smaak niet echt behulpzaam bij het bediscussiëren van verschillende wereldvisies.
Goldberg nam in het debat nadrukkelijk afstand van de suggestie dat zij zou uitgaan van een samenzweringstheorie; ook erkende ze dat de christelijke nationalisten geen onwettige middelen gebruiken. Dat neemt niet weg dat zij hun opmars vreest: „Er is in de Amerikaanse politiek iets heel gevaarlijks aan het gebeuren.” Het werkelijke doel van de christelijke nationalisten is volgens haar niets minder dan ’christelijke heerschappij’, en hun droom ’het herstel van de christelijke natie’ die de grondleggers van Amerika volgens hen voor ogen heeft gestaan.
Michelle Goldberg reisde voor haar boek door de hartstaten van de VS, sprak talloze christelijke nationalisten en hun (tv-)dominees, woonde massadiensten bij in megakerken, bezocht congressen over creationisme en verkiezingsbijeenkomsten in onder meer Ohio en Colorado. Waarvan zij vooral van schrok tijdens haar rondreis is dat zoveel christenen dingen geloven die aantoonbaar onjuist zijn – bijvoorbeeld dat Irak achter 11 september zat, of dat Bill Clinton meer geld uitgaf dan George Bush, of dat de wereld slechts zesduizend jaar oud is.
Een belangrijke aanvoerroute van dit type gedachtegoed is volgens haar het christelijke thuisonderwijs, waaraan tussen de 1,1 en 2,1 miljoen kinderen deelnemen. Leerlingen die via dit onderwijs een diploma halen – ’Generation Joshua’ – kunnen terecht op het door Michael Farris gestichte evangelicale Patrick Henry College, waar zij worden getraind als politiek kader. Volgens Farris, een beschermeling van Tim LaHaye, de auteur van de apocalyptische bestsellerreeks Left Behind, is de beweging voor het thuisonderwijs pas geslaagd ’als onze kinderen met heel hun hart deelnemen aan de strijd om het land in bezit te nemen’.
Vanaf hun vroege jeugd worden deze evangelicale kinderen getraind als ’christelijke soldaten’ en tot republikeins voetvolk gemaakt, constateert Goldberg. En hun invloed is nu al waarneembaar in het centrum van de macht: zeven procent van de stagiaires in het Witte Huis zijn afkomstig van het Patrick Henry College, en tweeëntwintig conservatieve congresleden hebben een of meer stagiaires van deze onderwijsinstelling.
Historicus James Kennedy, die het debat in Felix Meritis leidde, vroeg Hagoort of er in EO-kringen sympathie is voor het christelijk-nationale gedachtegoed. „Er is zeker belangstelling voor christelijk activisme”, antwoordde hij, „en Amerikaanse literatuur daarover, evenals voor het debat over de evolutie.” Hagoort bekende best bezorgd te zijn over deze Amerikaanse invloed op de (jonge) achterban.
Zonder goedgeorganiseerde progressieve tegenbeweging zal de dreiging van de christelijke nationalisten in de Verenigde Staten volgens Michelle Goldberg niet wijken. Dan zullen, integendeel, de rechten van homo’s, vrouwen en religieuze minderheden verder worden ingeperkt. Mensen zullen moeten leren leven met evangeliserende hulpverleners en met christelijk-nationalistisch geschiedenisonderwijs op openbare scholen. En ook de universiteiten kunnen zich in dat geval maar beter voorbereiden op bijbels-fundamentalistische aanvallen. Wie het christelijk nationalisme wil bestrijden – en dat kán, zegt Goldberg – moet een veelzijdige langetermijnstrategie ontwikkelen. Belangrijk onderdeel daarvan zullen electorale hervormingen moeten zijn, waardoor de verstedelijkte gebieden een eerlijke vertegenwoordiging krijgen in de federale regering. Ook een mediacampagne zal onmisbaar zijn, om het publiek bewust te maken van de verborgen agenda van de beweging.